12 februari 2013. Welkom bij Flash Player 11.6 en AIR 3.6. Deze release bevat nieuwe functies, correcties en verbeteringen op gebied van beveiliging.
12 februari 2013. Welkom bij Flash Player 11.6 en AIR 3.6. Deze release bevat nieuwe functies, correcties en verbeteringen op gebied van beveiliging.
| Product | Uitgebrachte versie |
| Flash Player Desktop (Windows®, Mac) | 11.6.602.168 |
| Flash Player Desktop (Mac) | 11.6.602.167 |
| AIR Desktop Windows®, Mac | 3.6.0.597 |
| AIR Android, iOS | 3.6.0.597 |
| AIR SDK Windows®, Mac | 3.6.0.597 |
| Beveiligingsbulletin | Betrokken producten |
| APSB13-05 | Flash Player Desktop Windows® & Mac |
| Flash Player AndroidTM |
Ondersteuning voor Mac Retina-display (hiDPI) voor Adobe AIR-toepassingen
Deze functie biedt ondersteuning voor het opnemen in pakketten van AIR-toepassingen voor Retina-display (hiDPI) op ondersteunde Macs.Voeg het volgende element toe aan de toepassingsdescriptor om de Retina-display in te schakelen.
Deze tag is momenteel alleen van toepassing op Mac OS. Er komt een tag met dezelfde naam <requestedDisplayResolution> voor in de <iPhone>-sectie voor iOS AIR-toepassingen
</initialWindow> .. weggelaten… <requestedDisplayResolution>high</requestedDisplayResolution> --> … weggelaten …. </initialWindow>
Werk de naamruimte in de toepassingsdescriptor bij naar 3.6 en neem de toepassing op in een nieuw pakket. (Als u het element <requestedDisplayResolution> instelt op 'standard' of als u dit element helemaal weglaat, wordt de ondersteuning voor Retina-display uitgeschakeld.)
Deze functie kent enkele beperkingen:
1. Geen ondersteuning voor inhoud die wordt weergegeven via HTMLLoader. (Gebruik in plaats daarvan StageWebView om HTML-inhoud weer te geven in een Retina-display.)
2. Bestaande toepassingen die zijn ontworpen met 3.5 of eerder kunnen niet worden weergegeven bij een Retina-resolutie.
Ondersteuning voor meerdere SWF-bestanden
Deze functie biedt ondersteuning voor het opnemen in pakketten en laden van meerdere SWF-bestanden in de AOT-modus in iOS. Met deze functie kunnen gebruikers aan de hand van de klasse Loader meerdere SWF-bestanden gebruiken in een AIR iOS-toepassing. Er gelden enkele beperkingen voor het gebruik van deze functie in iOS:
1) Het secundaire SWF-bestand dat moet worden geladen door het SWF-hoofdbestand dient hetzelfde toepassingsdomein te hebben als het SWF-hoofdbestand. Anders leidt het laden van het secundaire SWF-bestand tot de volgende fout:
Fout 3747: meerdere toepassingsdomeinen worden niet ondersteund op dit besturingssysteem. Dit is de juiste manier om een secundair SWF-bestand te laden:
var aLoader:Loader = new Loader(); var url:URLRequest = new URLRequest("swfs/SecondarySwf.swf"); var loaderContext:LoaderContext = new LoaderContext(false, ApplicationDomain.currentDomain, null); aLoader.load(url, loaderContext); // het SWF-bestand laden
2) De methoden unload() en loadBytes() van de klasse Loader werken niet op iOS.
3) Het aantal SWF-bestanden dat in een toepassing in een pakket kan worden opgenomen, is afhankelijk van de mogelijkheden van het apparaat. Het is namelijk mogelijk dat er onvoldoende geheugen is tijdens het verpakken van de IPA, zodat dit proces mislukt met een geheugenfout.
Query op grafische gegevens
Met deze functie kunt u een query uitvoeren op elk DisplayObject en er een representatie van weergeven via GraphicsData-objecten. Dit is erg handig tijdens het toepassen/opheffen van serienummerering op een DisplayObject, het maken van aangepaste exporters (spritesheets, SVG-bestanden, enz.).
Meer informatie over deze functie vindt u op http://www.bytearray.org/?p=4893![]()
Apparaten uitsluiten van de tag requestedDisplayResolution
Het nieuwe kenmerk ‘excludeDevices’ is toegevoegd aan de tag <requestedDisplayResolution> tag in de toepassingsdescriptor. Met dit kenmerk kunnen ontwikkelaars de opgegeven weergaveresolutie op een of meerdere iOS-apparaten expliciet uitschakelen. De naamruimte 3.6 of hoger is vereist in de toepassingsdescriptor om deze functie te gebruiken. Deze functie wordt niet ondersteund op de AIR-simulator. Een ontwikkelaar kan bijvoorbeeld het volgende uitsluiten:
Een bepaald apparaat door precies de juiste modelnaam te vermelden. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display alleen uitgeschakeld op iPads met het model iPad3,1.
<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPad3,1”>high</requestedDisplayResolution>
Meerdere apparaten door een lijst met exacte modelnamen op te stellen waarin de modelnamen met een spatie van elkaar worden gescheiden. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display alleen uitgeschakeld op iPads met de modelnamen iPad3,1 of iPad4,1.
<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPad3,1 iPad4,1”>high</requestedDisplayResolution>
Alle varianten van een bepaald model. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display uitgeschakeld op alle varianten van een 'iPad3', zoals iPad3,1 en iPad3,2.
<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPad3”>high</requestedDisplayResolution>
Een bepaalde groep apparaten. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display uitgeschakeld op alle iPhones (ongeacht het model).
<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPhone”>high</requestedDisplayResolution>
De Retina-modus kan ook worden ingeschakeld voor bepaalde apparaten door deze niet op te nemen in de lijst als requestedDisplayResolution als standaard is opgegeven in de toepassingsdescriptor. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display alleen ingeschakeld op iPhones (alle modellen). Op andere apparaten worden apps gewoon in de standaardweergaveresolutie uitgevoerd.
<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPhone”>standard</requestedDisplayResolution>
Opmerking.U kunt de modelnaam van het apparaat ophalen met de eigenschap flash.system.Capabilities.os. In de volgende tabel worden de modelnamen van veel gebruikte apparaten met iOS vermeld:
| Apparaat | Modelnaam |
|---|---|
| iPod Touch Fourth Generation | iPod4,1 |
| iPod Touch Fifth Generation | iPod5,1 |
| iPhone 3GS | iPhone2,1 |
| iPhone 4 | iPhone3,1 |
| iPhone 4 CDMA | iPhone3,2 |
| iPhone 4S | iPhone4,1 |
| iPhone 5 | iPhone5,1 |
| iPad | iPad1,1 |
| iPad 2 | iPad2,1 |
| iPad 2 (GSM) | iPad2,2 |
| iPad met Retina-display (A5) (CDMA) | iPad2,3 |
| iPad met Retina-display (A5) (CDMAS) | iPad2,4 |
| iPad Mini (Wifi) | iPad2,5 |
| iPad met Retina-display (A5) (Wifi) | iPad3,1 |
| iPad met Retina-display (A5) (CDMA) | iPad3,2 |
| iPad met Retina-display (A5) GSM | iPad3,3 |
| iPad met Retina-display (A6X) (Wifi) | iPad3,4 |
Wijziging in de API voor het bestandssysteem voor compatibiliteit met App store
De API voor het bestandssysteem heeft nu twee nieuwe eigenschappen:
1) File.cacheDirectory
Dit is een statische eigenschap die naar de map <APPLICATION_HOME>/Library/Caches verwijst op apparaten met Mac OSX en iOS. File.cacheDirectory verwijst naar de bovenliggende map die op Windows en Android wordt gebruikt door File.createTempDirectory. Apple raadt aan deze map te gebruiken voor de opslag van gegevens die opnieuw kunnen worden gedownload of gegenereerd. Er wordt geen back-up gemaakt in iCloud van bestanden die in deze map zijn opgeslagen. U kunt bijvoorbeeld de volgende bestanden opnemen in de map Caches: databasecachebestanden en downloadbare inhoud die bijvoorbeeld wordt gebruikt door tijdschrift-, krant- en kaarttoepassingen.
2) File.preventBackup
U kunt deze eigenschap zodanig instellen dat bestanden worden uitgesloten van back-ups in iCloud. De standaardwaarde voor deze eigenschap is op alle platformen ''false'' en kan alleen op iOS worden ingesteld op ''true''. Als de eigenschap voor een map in iOS wordt ingesteld op ''true'', wordt er geen back-up gemaakt van de bestanden in de desbetreffende map. Deze eigenschap werkt in apparaten met iOS 5.1 en later, maar niet in de iOS Simulator. Er wordt geen back-up gemaakt van bestanden in de map APP_HOME/tmp/ of APP_HOME/Library/Caches, ongeacht de waarde die voor deze eigenschap is ingesteld. Wanneer een query wordt uitgevoerd op de waarde van preventBackup voor een bepaald File-object, wordt de laatst ingestelde waarde van preventBackup of ''false'' (de standaardwaarde) geretourneerd op iOS. Alle andere platformen blijven ''false'' retourneren, ook als de waarde expliciet is ingesteld op ''true''.
De naamruimte 3.6 voor de toepassingsdescriptor en SWF-versie 19 of hoger zijn vereist om deze functie te gebruiken.
Ontwerpen voor Flash Player 11.6
Als u de nieuwe Flash Player wilt gebruiken, moet u SWF-versie 19 gebruiken door een extra compilerargument door te geven aan de Flex-compiler: - swf-version=19. De aanwijzingen vindt u hieronder. Als u de Adobe Flex SDK gebruikt:
Ontwerpen voor AIR 3.6 Bijwerken naar de AIR 3.6-naamruimte
U moet uw toepassingsdescriptor bijwerken naar de 3.6-naamruimte om toegang te krijgen tot de nieuwe API's en functies van AIR 3.6. Als uw toepassing de nieuwe API's en functies van AIR 3.6 niet vereist, hoeft u de naamruimte niet bij te werken. Wij raden echter alle gebruikers aan de AIR 3.6-naamruimte te gebruiken, zelfs als u de nieuwe 3.6-mogelijkheden nog niet gebruikt. Als u de naamruimte wilt bijwerken, wijzigt u het xmlns-attribuut in uw toepassingsdescriptor in: <application xmlns="http://ns.adobe.com/air/application/3.6">
Hebt u een probleem gevonden? Stuur dan een foutmelding naar de foutendatabase.
Flash Player en AIR gebruiken uw grafische hardware om H.264-video te decoderen en af te spelen. Er zijn mogelijk videoproblemen die alleen kunnen worden gereproduceerd met uw specifieke grafische hardware en stuurprogramma. Wanneer u een videoprobleem rapporteert, is het essentieel dat u ook uw type grafische hardware en het bijbehorende stuurprogramma opgeeft, samen met uw besturingssysteem en browser (wanneer u Flash Player gebruikt), zodat we het probleem kunnen reproduceren en onderzoeken. Zorg ervoor dat u de informatie opneemt die wordt beschreven in Instructies voor het melden van problemen met het afspelen van video. Opmerking: vanwege het grote aantal e-mailberichten dat we ontvangen, kunnen we niet op elk verzoek reageren.
Bedankt dat u hebt gekozen voor Adobe® Flash Player® en AIR® en voor uw feedback!
| Releasedatum | Runtimeversie | Verbeterde beveiliging |
| 7 februari 2013 | Flash Player voor desktop (Windows, Mac): 11.5.502.149 | APSB13-04 |
| 8 januari 2013 | Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.5.502.146 AIR (Windows, Mac, Mobiel): 3.5.0.1060 AIR SDK: 3.5.0.1060 |
APSB13-01 |
| 11 december 2012 | Flash Player Desktop Windows: 11.5.502.135 Flash Player Desktop Mac: 11.5.502.136 AIR Windows, Android: 3.5.0.880 AIR Mac: 3.5.0.890 |
APSB12-27 |
| 6 november 2012 | Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.5.502.110 AIR (Windows, Mac, Mobiel): 3.5.0.600 AIR SDK: 3.5.0.600 |
APSB12-24 |
| 8 oktober 2012 | Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.4.402.287 AIR (Windows, Mac, Mobiel): 3.4.0.2710 AIR SDK: 3.4.0.2710 |
APSB12-22 |
| 21 augustus 2012 | Flash Player Desktop (Windows, Mac) : 11.4.402.265 AIR (Windows, Mac, Mobiel): 3.4.0.2540 AIR SDK: 3.4.0.2540 |
APSB12-19 |