Als u wilt controleren of de Adobe® PDF alleen de door u opgegeven functies, fonts en opmaak bevat, kunt u met Preflight de inhoud van het document inspecteren en in bepaalde gevallen corrigeren.

Preflight-inspecties

Met Preflight wordt de inhoud van een PDF geanalyseerd om te bepalen of deze geschikt is voor afdrukproductie en voldoet aan allerlei andere voorwaarden die u kunt opgeven. Het bestand wordt geïnspecteerd op basis van een serie door de gebruiker gedefinieerde waarden, zogenaamde Preflight-profielen. Afhankelijk van het profiel kunnen tijdens de Preflight-inspectie ook bepaalde fouten worden gecorrigeerd. Preflight voert ook controles en correcties uit op zichtbare gebieden of bepaalde objecten, en zorgt dat PDF's voldoen aan diverse normen.

Met Preflight spoort u problemen op met kleuren, fonts, transparantie, afbeeldingsresolutie, inktdekking, compatibiliteit van PDF-versies en andere zaken. Preflight bevat ook hulpmiddelen voor het controleren van de PDF-syntaxis of de feitelijke PDF-structuur van een document.

Volg de onderstaande aanbevelingen voordat u Preflight gebruikt of een PDF maakt die u wilt afdrukken:

  • Als u PDF's hebt gemaakt met Acrobat Distiller, InDesign of Illustrator, optimaliseert u de PDF's voor het afdrukken. Gebruik hiervoor de vooraf gedefinieerde instellingen in Distiller of InDesign PDF-stijlen, of de instellingen die worden verschaft door uw afdrukservicebureau.

  • Sluit alle fonts in vanuit de ontwerptoepassing. Als u fonts insluit, weet u zeker dat ze niet worden vervangen door andere.

Dialoogvenster Preflight

Via het dialoogvenster Preflight kunt u alle aspecten van de Preflight-inspectie beheren. Kies Beeld > Gereedschappen > Afdrukproductie als het deelvenster Afdrukproductie niet zichtbaar is in het venster Gereedschappen. Kies vervolgens Gereedschappen > Afdrukproductie > Preflight.

Dialoogvenster Preflight
Dialoogvenster Preflight

A. Weergaven B. Preflight-profielen, -controles of -correcties C. Waarschuwing over weergave-instellingen (standaard uitgeschakeld) D. Groepen E. Profielbeschrijving 

Preflight-inspectie uitvoeren

U kunt een bestaand profiel gebruiken of wijzigen, of uw eigen profiel maken.

  1. Open de PDF en kies Gereedschappen > Afdrukproductie > Preflight.
  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Klik op de knop Profielen selecteren om een lijst met beschikbare profielen weer te geven.

    • Als u een lijst met beschikbare controles wilt weergeven, klikt u op de knop Enkelvoudige controles selecteren .

    • Als u een lijst met beschikbare correcties wilt weergeven, klikt u op de knop Enkelvoudige correcties selecteren .

  3. Geef in het menu op wat u wilt weergeven: alles, uw favorieten, recentst gebruikt, meestgebruikt of een van de beschikbare categorieën.
  4. Selecteer een profiel, controle of correctie in de lijst om de beschrijving weer te geven.

    Profielen zijn ingedeeld in groepen die u kunt uitvouwen en samenvouwen. Profielen met het grijze moersleutelpictogram bevatten correcties waarmee fouten in het bestand kunnen worden gecorrigeerd.

    Opmerking:

    U kunt ook met het vak Zoeken naar een profiel, controle of correctie zoeken.

  5. (Optioneel) Selecteer een profiel of één controle, vouw Meer opties uit en voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Geef op of u de inspectie wilt beperken tot zichtbare lagen. Als u deze optie selecteert, worden correcties uitgeschakeld.

    • Geef het paginabereik op voor de inspectie.

  6. Als u een profiel hebt geselecteerd, klikt u op Analyseren om de inspectie uit te voeren zonder de fouten te corrigeren of op Analyseren en corrigeren om de problemen op te sporen en te corrigeren. Als u een enkelvoudige controle hebt geselecteerd, is alleen de knop Analyseren beschikbaar. Als u een enkelvoudige correctie hebt geselecteerd, klikt u op Corrigeren om een correctie te starten.

    Opmerking:

    U kunt ook op een profiel in de lijst dubbelklikken als u de Preflight-inspectie wilt uitvoeren. Als u dubbelklikt op het bestand, passen profielen die correcties bevatten, de correcties toe.

Preflight-voorkeuren

Via het dialoogvenster Preflight-voorkeuren kunt u bepalen hoe resultaten worden gerapporteerd en kunt u uitvoerintenties opgeven tijdens het maken van PDF/X-, PDF/A- of PDF/E-bestanden. Een PDF kan een ingesloten uitvoerintentie bevatten met een ICC-profiel.

U opent het dialoogvenster Preflight-voorkeuren door Opties > Preflight-voorkeuren in het dialoogvenster Preflight te kiezen.

Tabblad Algemeen

Het tabblad Algemeen bevat opties waarmee u kunt opgeven hoe vensterelementen en Preflight-resultaten worden weergegeven:

Maximale aantal resultaten dat per type controle moet worden weergegeven

Hiermee wordt opgegeven hoe vaak een probleem in de lijst met resultaten wordt opgenomen. Gebruik de optie Per pagina (onder Verdere overeenkomsten) om aanvullende resultaten te nesten onder de sectie Verdere overeenkomsten in de lijst met resultaten. Het maximale aantal resultaten voor een document is 25.000.

Detailniveau bij weergeven van resultaten

Hiermee wordt opgegeven hoeveel details worden weergegeven in de lijst met Preflight-resultaten. U kunt kiezen voor geen details, alleen belangrijke details of alle details.

Waarschuwing over weergave-instellingen weergeven als de weergave niet op de hoogste kwaliteit is ingesteld

Hiermee wordt een waarschuwingspictogram boven in het dialoogvenster Preflight weergegeven als de weergave niet is ingesteld op de hoogste kwaliteit. Na een klik op het waarschuwingspictogram verschijnt een lijst met waarschuwingen. Klik op Aanpassen om de instellingen voor maximale betrouwbaarheid van de weergave van het geselecteerde PDF-document automatisch aan te passen.

Uitvoerintentie-opties

U kunt op het tabblad Uitvoerintenties van het dialoogvenster Preflight-voorkeuren de volgende opties instellen. Zie Uitvoerintenties voor meer informatie over het gebruik van uitvoerintenties.

Naam

De naam van de uitvoerintentie.

Uitvoerintentieprofiel (ICC-profiel)

Het ICC-profiel dat de gekarakteriseerde afdrukvoorwaarde beschrijft waarvoor het document is voorbereid en die nodig is voor PDF/X-, PDF/A- of PDF/E-compatibiliteit. Klik op Bladeren om een profiel te selecteren in de standaardprofielmap.

Uitvoervoorwaarde-id

De referentienaam die wordt opgegeven door het ICC-register met geregistreerde standaardafdrukvoorwaarden. Kies een optie in de lijst met uitvoervoorwaarden. De beschrijving van opties wordt weergegeven in het vak Uitvoervoorwaarde. U kunt ook Aangepast kiezen en uw eigen voorwaarde maken.

Register

De URL waar u meer informatie kunt vinden over de uitvoerintentieprofielnaam. Voor de standaardafdrukvoorwaarden die zijn geregistreerd bij het ICC, moet dit http://www.color.org/ zijn.

Uitvoervoorwaarde

Een beschrijving van de beoogde afdrukvoorwaarde voor de taak, inclusief het type afdruk (bijvoorbeeld commerciële offset), het papiertype en de schermfrequentie. U kunt deze beschrijving wijzigen voor uitvoervoorwaarden die u bewerkt of nieuw maakt.

URL van ICC-profiel voor PDF/X-4p:

De URL die informatie over de uitvoerintentie levert voor PDF/X-4p-bestandstypen.

Vergrendeld

Deze optie is een beveiliging tegen onbedoelde wijziging van de uitvoerintentie. Alle tekstvelden zijn uitgeschakeld.

Tabblad Markering

Het tabblad Markering bevat opties voor het aangeven van probleemobjecten op een PDF-pagina. Met de voorkeuren voor Markering regelt u de weergave van maskers in maskerrapporten. Hiermee regelt u ook de weergave van schermregels wanneer u dubbelklikt op Markeringen in het venster Preflight-resultaten. U stelt markeringseigenschappen in voor elk type waarschuwing: Fout, Waarschuwing en Informatie.

Problemen gemarkeerd door transparante lagen

Hiermee worden problemen geïdentificeerd door ze te markeren. Als deze optie is uitgeschakeld, wordt niet-problematische inhoud gemarkeerd en problematische inhoud niet.

Kleur/dekking

Klik op Kleur om kleuren te kiezen uit een kleurenspectrum. Geef de dekking van de kleur op.

Rand tekenen voor kader

Hiermee worden in een maskerrapport dezelfde lijnen getekend die u op scherm ziet als u dubbelklikt op een resultaat in het venster met Preflight-resultaten. Deze optie is handig als u objecten in een maskerrapport wilt identificeren en een afbeelding de hele pagina vult. In dit geval ziet u het masker niet, maar wel de lijnen rondom de objecten.

Kleur/Lijnstijl/Effectieve lijndikte

Klik op Kleur om kleuren te kiezen uit een kleurenspectrum. Klik op Lijnstijl om het lijnpatroon te selecteren (lijnen, puntjes of streepjes). Geef de lijndikte op (breedte).

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid