Afbeeldingsstaten als momentopnamen opslaan

U kunt de staat van een afbeelding op elk gewenst vastleggen door het maken van een momentopname. Momentopnamen zijn opgeslagen versies van een afbeelding die alle bewerkingen bevatten die zijn aangebracht tot het moment waarop de momentopname wordt gemaakt. Als u tijdens het bewerken regelmatig momentopnamen maakt, kunt u de effecten van net aangebrachte aanpassingen gemakkelijk vergelijken. U kunt dan desgewenst een eerdere staat herstellen en deze later gebruiken. Een ander voordeel van momentopnamen is dat u met meerdere versies van een afbeelding kunt werken zonder het origineel te hoeven dupliceren.

Momentopnamen maken en beheren met het tabblad Momentopnamen van het dialoogvenster Camera Raw.

  1. Klik op de knop Nieuwe momentopname  onder aan het tabblad Momentopnamen om een momentopname te maken.
  2. Typ een naam in het dialoogvenster Nieuwe momentopname en klik op OK.

    De momentopname verschijnt in de lijst van het tabblad Momentopnamen.

U kunt het volgende doen wanneer u met momentopnamen werkt:

  • U wijzigt de naam van een momentopname door er met de rechtermuisknop op te klikken (Windows) of Control ingedrukt te houden en erop te klikken (Mac OS) en vervolgens Naam wijzigen te kiezen.

  • U wijzigt de actuele afbeeldingsinstellingen in de instellingen van de geselecteerde momentopname door op de momentopname te klikken. De voorvertoning van de afbeelding past zich aan deze wijziging aan.

  • U werkt een bestaande momentopname bij of overschrijft deze met de actuele afbeeldingsinstellingen door met de rechtermuisknop te klikken (Windows) of Control ingedrukt te houden en te klikken (Mac OS) op de momentopname en vervolgens Bijwerken met huidige instellingen te kiezen.

  • U maakt de in een momentopname aangebrachte wijzigingen ongedaan door op Annuleren te klikken.

    Opmerking: pas wel op wanneer u op Annuleren klikt om wijzigingen in momentopnamen ongedaan te maken. Alle tijdens de huidige bewerkingssessie aangebrachte aanpassingen gaan dan namelijk verloren.

  • Als u een momentopname wilt verwijderen, selecteert u deze en klikt u op de knop met de prullenbak  onder aan het tabblad. U kunt ook met de rechtermuisknop op de momentopname klikken (in Windows) of Control ingedrukt houden en op de momentopname klikken (in Mac OS). Kies vervolgens Verwijderen.

Opmerking:

Als u momentopnamen in Photoshop Lightroom hebt toegepast, kunt u deze in het dialoogvenster Camera Raw bewerken (en vice versa).

Camera Raw-instellingen opslaan, opnieuw instellen en laden

U kunt de aanpassingen die u aan een afbeelding hebt aangebracht, opnieuw gebruiken. U kunt alle huidige een aantal Camera Raw-afbeeldingsinstellingen opslaan als een voorinstelling of een nieuwe set standaardinstellingen. De standaardinstellingen worden toegepast op een specifiek cameramodel, een specifiek cameraserienummer of een specifieke ISO-instelling, afhankelijk van de instellingen in het gedeelte Standaard afbeeldinginstellingen van de Camera Raw-voorkeuren.

Voorinstellingen worden, gesorteerd op naam, weergegeven op het tabblad Voorinstellingen, in het menu Bewerken > Instellingen ontwikkelen in Adobe Bridge, in het contextmenu voor Camera Raw-afbeeldingen in Adobe Bridge en in het submenu Voorinstellingen toepassen van het menu Camera Raw-instellingen in het dialoogvenster Camera Raw. Voorinstellingen staan niet op deze locaties als u ze niet in de map Camera Raw-instellingen opslaat. U kunt echter ook de opdracht Instellingen laden gebruiken om te bladeren naar instellingen die ergens anders zijn opgeslagen en deze toe te passen.

 

 

Opmerking:

U kunt voorinstellingen opslaan en verwijderen met de knoppen onder aan het tabblad Voorinstellingen.

  1. Klik op de knop van het menu Camera Raw-instellingen en kies een opdracht in het menu:

    Instellingen opslaan

    Hiermee worden de huidige instellingen als een voorinstelling opgeslagen. Kies welke instellingen u wilt opslaan in de voorinstelling, geef ze een naam en sla de voorinstelling op.

    Nieuwe Camera Raw-standaardinstellingen opslaan

    Hiermee worden de huidige instellingen als de nieuwe standaardinstellingen opgeslagen voor afbeeldingen die met dezelfde camera, met hetzelfde cameramodel of met dezelfde ISO-instelling zijn genomen. Selecteer de juiste opties in het gedeelte Standaard afbeeldingsinstellingen van de Camera Raw-voorkeuren om op te geven of de standaardinstellingen aan een specifiek serienummer van een camera of aan een ISO-instelling moeten worden gekoppeld.

    Standaardinstellingen Camera Raw opnieuw instellen

    Hiermee worden de oorspronkelijke standaardinstellingen voor de huidige camera, het cameramodel of de ISO-instelling hersteld.

    Instellingen laden

    Hiermee wordt het dialoogvenster Instellingen voor Raw-omzetting laden geopend, waarin u naar het instellingsbestand bladert, dit selecteert en vervolgens op Laden klikt.

Opgeven waar de Camera Raw-instellingen worden opgeslagen

Kies een voorkeur om op te geven waar de instellingen worden opgeslagen. De XMP-bestanden zijn handig als u de afbeeldingsbestanden wilt verplaatsen of opslaan en u de Camera Raw-instellingen wilt behouden. U kunt de opdracht Instellingen exporteren gebruiken om de instellingen in de Camera Raw-database te kopiëren naar de secundaire XMP-bestanden of de instellingen in te sluiten in Digitaal Negative-bestanden (.dng).

Wanneer een Camera Raw-afbeelding met Camera Raw wordt verwerkt, worden de afbeeldingsinstellingen opgeslagen in het Camera Raw-databasebestand of in een secundair XMP-bestand. Wanneer een DNG-bestand met Camera Raw wordt verwerkt, worden de instellingen opgeslagen in het DNG-bestand of in een secundair XMP-bestand. Instellingen voor TIFF- en JPEG-bestanden worden altijd opgeslagen in de bestanden zelf.

Opmerking:

Als u een reeks Camera Raw-bestanden in After Effects importeert, worden de instellingen van het eerste bestand toegepast op alle bestanden in de reeks die geen eigen secundaire XMP-bestanden hebben. De Camera Raw-database wordt niet door After Effects gecontroleerd.

U kunt een voorkeur instellen om te bepalen waar de instellingen worden opgeslagen. Als u een Camera Raw-afbeelding opnieuw opent, staan alle instellingen standaard ingesteld op de waarden die werden gebruikt toen het bestand de laatste keer werd geopend. De afbeeldingsattributen (doelprofiel van kleurruimte, bitdiepte, pixelgrootte en resolutie) worden niet met de instellingen opgeslagen.

  1. Kies in Adobe Bridge Bewerken > Voorkeuren Camera Raw (Windows) of Bridge > Voorkeuren Camera Raw (Mac OS). Of klik in het dialoogvenster Camera Raw op de knop Dialoogvenster Voorkeuren openen . Of kies in Photoshop Bewerken > Voorkeuren > Camera Raw (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Camera Raw (Mac OS).

  2. Kies in het dialoogvenster Camera Raw Voorkeuren een van de volgende opties in het menu Afbeeldingsinstellingen opslaan in:

    Camera Raw-database

    Hiermee worden de instellingen opgeslagen in een Camera Raw-databasebestand in de map Document and Settings\[gebruikersnaam]\Application Data\Adobe\CameraRaw (Windows) of Users\[gebruikersnaam]\Bibliotheek\Preferences (Mac OS). Deze database wordt geïndexeerd volgens bestandsinhoud, dus de afbeelding behoudt de Camera Raw-instellingen, zelfs als het Camera Raw-afbeeldingsbestand wordt verplaatst of hernoemd.

    Secundaire XMP-bestanden

    Hiermee worden de instellingen in een afzonderlijk bestand opgeslagen, in dezelfde map als het Camera Raw-bestand. Dit bestand heeft dezelfde basisnaam als het Raw-bestand en de extensie .xmp. Deze optie is handig als u Raw-bestanden en de bijbehorende instellingen gedurende lange tijd wilt archiveren en als u Camera Raw-bestanden en de bijbehorende instellingen in workflows met meerdere gebruikers wilt uitwisselen. In deze secundaire XMP-bestanden kunt u ook IPTC-gegevens (International Press Telecommunications Council) opslaan, of andere metagegevens die zijn gekoppeld aan een Camera Raw-afbeeldingsbestand. Als u Camera Raw-bestanden op een alleen-lezen volume (zoals een cd of dvd) wilt openen, moet u de bestanden naar uw vaste schijf kopiëren voordat u ze opent. Met de Camera Raw-plug-in kunt u een XMP-bestand niet naar een alleen-lezen volume schrijven. De instellingen worden in plaats daarvan naar het Camera Raw-databasebestand geschreven. U kunt XMP-bestanden in Adobe Bridge weergeven door Weergave > Verborgen bestanden weergeven te kiezen.

    Opmerking:

    Als u een revisiebeheersysteem gebruikt om uw bestanden te beheren en als u instellingen in secundaire XMP-bestanden opslaat, moet u de secundaire bestanden grondig controleren om aanpassingen aan uw Camera Raw-afbeeldingen aan te brengen. Ook moet u secundaire XMP-bestanden samen met de bijbehorende Camera Raw-bestanden beheren (bijvoorbeeld bij hernoemen, verplaatsen, verwijderen). Adobe Bridge, Photoshop, After Effects en Camera Raw zorgen voor deze bestandssynchronisatie wanneer u met lokale bestanden werkt.

    Opmerking:

    Als u de Camera Raw-instellingen opslaat in de Camera Raw-database en de bestanden wilt verplaatsen naar een andere locatie (cd, dvd, andere computer, enzovoort), kunt u de opdracht Instellingen exporteren naar XMP gebruiken om de instellingen te exporteren naar secundaire XMP-bestanden.

  3. Als u alle aanpassingen aan DNG-bestanden in de DNG-bestanden zelf wilt opslaan, selecteert u Secundaire XMP-bestanden negeren in het gedeelte DNG-bestandsbeheer van het dialoogvenster Camera Raw Voorkeuren.

Camera Raw-instellingen kopiëren en plakken

In Adobe Bridge kunt u Camera Raw-instellingen uit een afbeeldingsbestand kopiëren en ze vervolgens in een ander afbeeldingsbestand plakken.

  1. Selecteer in Adobe Bridge een bestand en kies Bewerken > Instellingen ontwikkelen > Instellingen Camera Raw kopiëren.

  2. Selecteer een of meer bestanden en kies Bewerken > Instellingen ontwikkelen > Camera Raw-instellingen plakken.

    Opmerking:

    U kunt ook met de rechtermuisknop klikken (Windows) of klikken op afbeeldingsbestanden terwijl u Control ingedrukt houdt (Mac OS) om te kopiëren en plakken met het contextmenu.

  3. Kies in het dialoogvenster Camera Raw-instellingen plakken welke instellingen moeten worden toegepast.

Opgeslagen Camera Raw-instellingen toepassen

  1. Selecteer in Adobe Bridge of in het dialoogvenster Camera Raw een of meer bestanden.
  2. Ga in Adobe Bridge naar Bewerken > Instellingen ontwikkelen of klik met de rechtermuisknop op het geselecteerde bestand. U kunt ook in het dialoogvenster Camera Raw klikken op het menu Camera Raw-instellingen .
  3. Kies een van de volgende opties:

    Afbeeldingsinstellingen

    Hiermee worden de instellingen van de geselecteerde Camera Raw-afbeelding gebruikt. Deze optie is alleen beschikbaar in het menu Camera Raw-instellingen in het dialoogvenster Camera Raw.

    Standaardinstellingen Camera Raw

    Hierbij worden de opgeslagen standaardinstellingen voor een specifieke camera, een specifiek cameramodel of een specifieke ISO-instelling gebruikt.

    Vorige omzetting

    Hierbij worden de instellingen van de vorige afbeelding van dezelfde camera, hetzelfde cameramodel of dezelfde ISO-instelling gebruikt.

    Naam voorinstelling

    Hierbij worden de instellingen (die een subset kunnen zijn van alle afbeeldingsinstellingen) als een voorinstelling opgeslagen.

    Een voorinstelling toepassen
    Een voorinstelling toepassen

    Opmerking:

    U kunt ook voorinstellingen van het tabblad Voorinstellingen gebruiken.

Camera Raw-instellingen en DNG-voorvertoningen exporteren

Als u bestandsinstellingen opslaat in de Camera Raw-database, kunt u de opdracht Instellingen exporteren in XMP gebruiken om de instellingen te kopiëren naar secundaire XMP-bestanden of deze in te sluiten in DNG-bestanden. Dit is handig om de afbeeldingsinstellingen bij de Camera Raw-bestanden te behouden wanneer u deze verplaatst.

U kunt ook de JPEG-voorvertoningen die in DNG-bestanden zijn ingesloten, bijwerken.

  1. Open de bestanden in het dialoogvenster Camera Raw.
  2. Als u instellingen of voorvertoningen voor meerdere bestanden exporteert, selecteert u de desbetreffende miniaturen in de Filmstripweergave.
  3. Kies in het menu Camera Raw-instellingen   de optie Instellingen exporteren naar XMP of DNG-voorvertoningen bijwerken.

    De secundaire XMP-bestanden worden in dezelfde map geplaatst als de Camera Raw-afbeeldingsbestanden. Als u de Camera Raw-afbeeldingsbestanden hebt opgeslagen in DNG-indeling, worden de instellingen ingesloten in de DNG-bestanden zelf.

Opties voor de Camera Raw-workflow opgeven

Met workflowopties worden instellingen voor de uitvoer van alle bestanden van Camera Raw opgegeven, met inbegrip van de kleurbitdiepte, verscherping van de uitvoer, kleurruimte en pixelafmetingen. Met Workflowopties bepaalt u hoe Photoshop deze bestanden moet openen, maar deze opties hebben geen invloed op de wijze waarop een Camera Raw-bestand met After Effects wordt geïmporteerd. Workflowopties hebben geen invloed op de Camera Raw-gegevens zelf.

U kunt workflowoptie-instellingen opgeven door te klikken op de onderstreepte tekst onder aan het dialoogvenster Camera Raw.

Ruimte

Hiermee geeft u het doelkleurprofiel op. In de meeste gevallen stelt u voor Ruimte het kleurprofiel in dat u gebruikt voor uw Photoshop RGB-werkruimte. Het bronprofiel voor Camera Raw-afbeeldingsbestanden is meestal de oorspronkelijke kleurruimte van de camera. De profielen in het menu Ruimte zijn onderdeel van Camera Raw. Als u een kleurruimte wilt gebruiken die niet in het menu Ruimte staat, kiest u ProPhoto RGB en zet u de afbeelding om in de gewenste werkruimte wanneer u het bestand in Photoshop opent.

Diepte

Hiermee wordt opgegeven of de bestanden in Photoshop worden weergegeven als een afbeelding met 8 of 16 bits per kanaal.

Grootte

Hiermee geeft u de pixelafmetingen van de afbeelding op als deze wordt geïmporteerd in Photoshop. De standaardpixelafmetingen zijn de afmetingen die zijn gebruikt om de afbeelding te fotograferen. Gebruik het menu Grootte voor uitsnijden om het aantal pixels in de afbeelding te wijzigen.

Bij camera's met vierkante pixels kan de keuze voor een grootte kleiner dan de oorspronkelijke grootte de verwerking versnellen als u een kleinere uiteindelijke afbeelding wilt. Als u een groter formaat kiest, komt dat overeen met het verhogen van het aantal pixels in Photoshop.

Bij camera's met niet-vierkante pixels is de oorspronkelijke grootte het formaat waarbij het totale aantal pixels het best behouden blijft. Als u een andere grootte selecteert, hoeven er minder pixels te worden gewijzigd en dat leidt tot een iets hogere afbeeldingskwaliteit. De beste kwaliteit voor grootte wordt gemarkeerd met een sterretje (*) in het menu Grootte.

Opmerking: nadat de afbeelding in Photoshop is geopend, kunt u op elk gewenst moment het aantal pixels in de afbeelding wijzigen.

Resolutie

Hiermee wordt de resolutie opgegeven waarmee de afbeelding wordt afgedrukt. Deze instelling heeft geen invloed op de pixelafmetingen. Een afbeelding met een pixelgrootte van bijvoorbeeld 2048 x 1536 die wordt afgedrukt met 72 dpi, heeft een afmeting van ongeveer 72,4 x 54 cm. Bij afdrukken met 300 dpi heeft dezelfde afbeelding een afmeting van ongeveer 17 x 13 cm. U kunt ook in Photoshop de opdracht Afbeeldingsgrootte gebruiken om de resolutie aan te passen.

Verscherpen voor

Hiermee kunt u uitvoerverscherping toepassen op Scherm, Mat papier of Glanzend papier. Als u uitvoerverscherping toepast, kunt u het pop-upmenu Hoeveelheid instellen op Laag of Hoog om de mate van toegepaste verscherping te verlagen of te verhogen. In de meeste gevallen kunt u de standaardinstelling Standaard laten staan.

Openen in Photoshop als slim object

Kies deze optie om Camera Raw-afbeeldingen als een laag met een slim object te openen in Photoshop in plaats van als een achtergrondlaag wanneer u op Openen klikt. Houd Shift ingedrukt als u op Openen klikt om deze voorkeur voor geselecteerde afbeeldingen te overschrijven.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid