Video over lay-outsjablonen en ontwerp

Video over lay-outsjablonen en ontwerp
Ontwerp het uiterlijk van de mobiele app met de lay-outsjablonen en kaarten. (8 min)
Adobe

Meer informatie over lay-outs, kaarten en bladerpagina's

Een lay-outsjabloon bepaalt hoe een collectie op een bladerpagina wordt weergegeven. De items in een collectie worden in de lay-out voor bladerpagina's weergegeven als kaarten. Ga als volgt te werk om een lay-outsjabloon te maken:

  • Definieer de eigenschappen van de lay-out, zoals het aantal kolommen, de marge- en tussenruimtewaarden en de vorm van de cel.
  • Maak kaarten en definieer de kaartweergave.
  • Stel toewijzingsregels in op basis van metagegevens om te bepalen welke inhoud is gekoppeld aan kaarten.

De weergave van de bladerpagina wordt bepaald door het ontwerp voor de lay-out, de kaartontwerpen en de instellingen van metagegevens van collectie-items.

Bladerpagina met een lay-out met drie kolommen
Op deze bladerpagina wordt een lay-out met drie kolommen gebruikt. De lay-out bevat kaarten van volledige breedte, 2 x 1 en 1 x 1 die voor banners, artikelen en andere collecties staan.

Kaarten bepalen hoe inhoud op de bladerpagina wordt weergegeven. De miniatuurafbeeldingen worden mogelijk anders op kaarten met andere formaten weergegeven, afhankelijk van de lay-outinstellingen. Een miniatuurafbeelding die bijvoorbeeld één keer in een 3x1-kaart werd weergegeven, kan in een 1x1-kaart worden gewijzigd wanneer de metagegevens zijn bijgewerkt.

Kaartlay-outs
Het gele gebied vertegenwoordigt dezelfde 2x2-kaart in een lay-out met 3 kolommen (links) en een lay-out met 5 kolommen met een andere hoogte-breedteverhouding van de cel (rechts).

Belangrijk:

  • U kunt binnen een lay-outsjabloon meerdere lay-outs (ook wel “uitvoeringen” genoemd) definiëren voor tablets, telefoons en het web.
  • Het vastzetten van kaarten aan een specifieke locatie op het raster wordt nog niet ondersteund.
  • Toewijzingsregels gebruiken om de volgorde van inhoud te bepalen wordt nog niet ondersteund. De toewijzingsregels bepalen welke inhoud op kaarten wordt toegepast.

Lay-outsjablonen gebruiken om kaarten en lay-outs te maken

Het ontwerpgereedschap voor bladerpagina's biedt een nieuwe manier om kaarten en lay-outs te maken. Voorlopig kunt u zowel het nieuwe ontwerpgereedschap voor bladerpagina's als de bestaande tabbladen Kaarten en Lay-outs gebruiken om bladerpagina's te ontwerpen.

Met het ontwerpgereedschap voor bladerpagina's kunt u dezelfde interface gebruiken om lay-outs te maken, kaarten te ontwerpen en kaarten toe te wijzen aan inhoud. Tijdens het ontwerpproces kunt u een bestaande collectie opgeven die moet worden weergegeven terwijl u de instellingen voor bladerpagina's aanpast. U kunt de grootte van het doelapparaat wijzigen, een raster in- of uitschakelen en op een kaartgebied klikken om instellingen voor de tekst of het afbeeldingsgebied te bewerken. U kunt zelfs een nieuwe volgorde instellen voor de items in de collectie die u hebt geïmporteerd.

U kunt lay-outs die u al hebt gemaakt, importeren om een nieuwe versie te maken op basis van de instellingen van de bestaande lay-out.

Voor lay-outsjablonen is een app vereist die is gemaakt met versie 2015.8 (december 2015) of hoger.

 

  1. Maak een collectie en voeg inhoud toe.

  2. Klik in de on-demandportal (https://aemmobile.adobe.com) op Inhoud en lay-outs > Lay-outsjablonen.

  3. Klik op Maken om een lay-out helemaal opnieuw te definiëren.

  4. Definieer de eigenschappen van de lay-out.

    Eigenschappen van de lay-out definiëren

    Geef aan de rechterkant van het ontwerpgereedschap voor bladerpagina's een naam voor de lay-out op en definieer de eigenschappen van de lay-out, zoals het aantal kolommen en de afstand voor de marges en tussenruimte.

    Collectie importeren

    Klik op Collectie importeren en importeer een van uw collecties zodat u kunt zien welke invloed uw wijzigingen hebben op de doelinhoud. Wanneer u de lay-out opslaat, kunt u ervoor kiezen om de lay-out toe te passen op de collectie. U kunt zelfs de volgorde van items binnen de collecties wijzigen. Deze wijzigingen voor de collectie blijven behouden wanneer u de lay-outsjabloon opslaat.

    Menu Voorvertoning

    Gebruik het menu Voorvertoning om de liggende of staande richting te selecteren. Selecteer een grootte voor het doelapparaat. Wanneer u wijzigingen in uw lay-out aanbrengt, moet u ook verschillende apparaatgrootten selecteren, zodat u zeker weet dat uw ontwerp op alle doelapparaten werkt.

  5. Maak kaarten.

    Kaarten maken

    Klik op het plusteken om een kaart te maken. Geef in het meest rechtse deelvenster een kaartnaam op en wijzig de instellingen. De opties in het meest rechtse deelvenster worden gewijzigd afhankelijk van het geselecteerde kaartgebied.

    Als u het tekstgebied wilt bewerken, vouwt u de kaarteigenschappen aan de linkerkant uit en selecteert u het item waaraan u wilt werken, bijvoorbeeld Afbeelding of Tekstgebied. Als u geen kaartmetagegevens wilt weergeven, klikt u op het pictogram Verbergen naast de metagegevens.

    U kunt ook in het voorvertoningsgebied in het midden klikken om de instellingen voor dat gebied te bewerken. Experimenteer met instellingen boven het voorvertoningsgebied om de zoomfactor te wijzigen, de lay-out of de kaart weer te geven of inhoud te tonen of verbergen.

  6. Definieer toewijzingregels voor de kaarten.

    Toewijzingregels voor de kaarten definiëren

    Klik op “Toewijzen” en klik vervolgens op “Regel toevoegen” naast de geselecteerde kaart.

    Definieer de toewijzingseigenschappen. U kunt bijvoorbeeld een regel instellen voor banners met een hoog belang. Wanneer u toewijzingsregels instelt, kunt een voorvertoning weergeven van de inhoud in uw collectie die aan de kaart is toegewezen.

    Sleep items in de collectie om de volgorde van de items te wijzigen. Wanneer u de lay-outsjabloon opslaat, worden deze wijzigingen toegepast.

  7. (Optioneel) Maak aanvullende lay-outs (ook wel “uitvoeringen” genoemd) om verschillende weergave-instellingen te definiëren voor tablets, telefoons en het web. Dit wordt later beschreven.

  8. Sla de lay-outsjabloon op en sluit de sjabloon.

    Wanneer u de lay-outsjabloon opslaat, wordt u gevraagd de lay-outsjabloon op de geïmporteerde collectie toe te passen als de lay-out nog niet aan die collectie is toegewezen.

  9. Wijs de lay-outsjabloon toe aan collecties.

    U kunt de lay-outsjabloon aan een collectie toewijzen tijdens het bewerken van de lay-out of tijdens het bewerken van de eigenschappen van de collectie.

    Een lay-out aan een collectie toewijzen

Lay-outinstellingen

De lay-out is medebepalend voor het uiterlijk van de bladerpagina's van de collectie.

Als u verschillende lay-outs voor telefoons en tablets wilt gebruiken, definieert u meerdere lay-outs (“lay-outuitvoeringen” genoemd) binnen een lay-outsjabloon. Dit wordt later beschreven. 

Geef deze lay-outinstellingen op.

Hoogte-breedteverhouding van cel

Gebruik deze optie als u de vorm van de cellen wilt wijzigen. Dit wordt uitgedrukt in de verhouding breedte:hoogte. Een cel met de verhouding 1:1 is bijvoorbeeld vierkant; een cel met de verhouding 4:3 is breder en een cel met de verhouding 3:4 is hoger. Als u een positief getal zoals 3,5 opgeeft, wordt de hoogte-breedteverhouding 3,5:1.

Kolommen

Geef het aantal kolommen op. Houd er rekening mee dat een kaart niet meer kolommen kan hebben dan de lay-out.

Eenheden voor rugmarge en marges

Geef aan of u apparaatonafhankelijke pixels (DIP) of percentages wilt gebruiken om de waarden voor de rugmarge en marges op te geven. De rugmarge bepaalt de afstand tussen kaarten. Marges bepalen de afstand tussen de buitenste randen van kaarten en het weergavegebied voor apparaten.

Achtergrondkleur van lay-out

Geef een kleur op voor de achtergrond van de bladerpagina. Deze kleur wordt weergegeven in marges en rugmarges en kan door de transparantie van kaarten heen zichtbaar zijn.

Achtergrondafbeelding

Als u deze optie selecteert, wordt de afbeelding die is opgegeven voor de achtergrondafbeelding van de collectie op de bladerpagina weergegeven. Als zowel een achtergrondafbeelding als een achtergrondkleur van de lay-out zijn opgegeven, krijgt de achtergrondafbeelding voorrang. Als de Achtergrondafbeelding transparantie bevat, wordt de Achtergrondkleur zichtbaar gemaakt. De Achtergrondafbeelding wordt op volledig scherm weergegeven en is geschaald om de opgegeven grootte te vullen. Deze afbeelding is ook statisch: kaarten worden voor de achtergrond van de collectie gescrold.

Kaartinstellingen

Wanneer u een kaart maakt, geeft u ontwerpkenmerken op, bepaalt u het aantal lay-outcellen en geeft u andere eigenschappen op. U geeft echter nog niet op welke inhoud aan de kaart wordt gekoppeld; dat gebeurt wanneer u de toewijzingsregels instelt.

De werkelijke vorm en grootte van de kaart worden bepaald door de lay-out waarop de kaart wordt toegepast. Zo zal een 3x2-kaart die op een lay-out met 3 kolommen wordt toegepast er heel anders uitzien als wanneer een 3x2-kaart op een lay-out met 12 kolommen wordt toegepast.

Wanneer u instellingen opgeeft, geeft het voorvertoningsgedeelte een benadering van het uiterlijk van uw kaart weer met gebruik van inhoud van de geïmporteerde collectie.

Als u instellingen voor kaarten opgeeft, is het belangrijk om bepaalde concepten te begrijpen, zoals de manier waarop de verschillende items op de kaart met elkaar communiceren.

Volgorde of hiërarchie

De kaartachtergrond wordt vóór de lay-out geplaatst. Het veld met de kaartafbeelding wordt vóór de kaartachtergrond geplaatst. Het tekstveld van de kaart wordt vóór het veld met de kaartafbeelding geplaatst.

Kaartafbeeldingen

De afbeeldingen voor collecties, artikelen, banners en collectieachtergronden worden gecentreerd, geschaald en zo nodig bijgesneden om het veld met de kaartafbeelding te vullen.

De kaarten zijn zichtbaar in de bladerpagina van een collectie. Kaarten kunnen bepaalde eigenschappen bevatten die semitransparant zijn en de achtergrondkleur of de afbeelding voor de collectie tonen. Bepaalde gedeelten van een kaart kunnen semitransparant zijn en de leesbaarheid van tekst verbeteren of de tint van een kaartafbeelding verhogen, maar kaartafbeeldingen zijn ondoorzichtig.

Indeling van kaart

Wanneer u als kaartindeling “Afbeelding links” of “Afbeelding rechts” opgeeft, moet u ervoor zorgen dat de lay-out waarop de kaart wordt weergegeven genoeg ruimte overlaat zodat de metagegevens van het afbeeldingsveld en het tekstveld naast elkaar kunnen worden weergegeven. Om te voorkomen dat het tekstveld wordt bijgesneden, moet u mogelijk de hoogte-breedteverhouding van de cel van de lay-out wijzigen of de kaartbreedte verhogen. 

Achtergronden, randen en marges

Een kaart kan een kleur hebben en transparant zijn. De kaartkleur fungeert als achtergrond voor de afbeeldings- en tekstvelden van de kaart.

De kaartachtergrond kan door afbeeldingen, tekstvelden en randen worden bedekt. De afbeelding en de tekstvelden worden voor de kaartachtergrond geplaatst. Zowel de afbeeldingen als de tekstvelden hebben marges.

Marges zorgen ervoor dat de afbeeldings- en tekstvelden vanaf de rand van de kaart worden verplaatst. Door marges op te geven, kunt u de semitransparante kaartachtergrond tonen. Afbeeldingen kunnen enigszins transparante kleuroverlays hebben om een afbeelding een tint te geven. Tekstvelden kunnen worden opgevuld, waardoor de labels (metagegevens) vanaf de rand van het tekstveld worden verplaatst.

De tekstvelden hebben ook gekleurde achtergronden die transparantie ondersteunen. U kunt gekleurde achtergronden gebruiken om contrast toe te voegen of de tekst leesbaarder te maken.

Randen zijn ondoorzichtig en drukken alles vanaf de rand van de kaart naar binnen. Als u uw kaart een semitransparante rand wilt geven die reageert op de achtergrond van uw lay-out, moet u marges voor uw afbeeldings- of tekstvelden gebruiken. Als u alleen ruimte tussen kaarten wilt, moet u rugmarges in uw lay-out gebruiken.

Opties voor kaartinstellingen
Het veld met de kaartafbeelding wordt vóór de kaartachtergrond geplaatst. Het tekstveld van de kaart wordt vóór het veld met de kaartafbeelding geplaatst.

Apparaatonafhankelijke pixels (DIP)

Een apparaatonafhankelijke pixel (DIP) is een abstractie van een pixel die door een app wordt gebruikt die een onderliggend systeem vervolgens naar fysieke pixels omzet. Als u bijvoorbeeld een rand met 10 DIP's opgeeft, heeft deze bij weergave op een iPad van 1024 x 768 SD dezelfde relatieve grootte als een iPad van 2048 x 1536 HD.

Metagegevensvelden

Wanneer u metagegevensvelden definieert, kunt u tekst en maximaal twee metagegevensitems binnen hetzelfde veld opnemen. Als u bijvoorbeeld een metagegevensveld definieert als {{title}} door {{author}}, worden op de kaart metagegevens van het artikel weergegeven, zoals “Vissen in Argentinië door Marieke de Vries”. Ook kunt u afzonderlijke velden voor {{title}} en {{author}} maken, zodat de metagegevens op meerdere regels op de kaart worden weergegeven.

Als de inhoud die is toegewezen aan de kaart, geen metagegevens voor het opgegeven veld bevat, wordt het veld genegeerd, tenzij het veld extra tekst bevat, zoals “door” in door {{author}}. Kaarten bevatten standaard drie metagegevensvelden. Klik op het oogpictogram in het meest linkse deelvenster om elk metagegevensveld weer te geven of te verbergen.

Wanneer u het metagegevensitem {{Publicatiedatum (standaard)}} kiest, worden de landinstelling en taal van het apparaat gebruikt om de indeling te bepalen. De datum wordt bijvoorbeeld weergegeven als MM/DD/JJJJ voor Engels (VS) en als DD/MM/JJJJ voor Duits.

U kunt elk aangepast lettertype selecteren dat u hebt geüpload via de sectie Lettertypen & App-aanpassing van de Portal. Zie AEM Mobile-apps aanpassen: aangepaste lettertypen gebruiken.

Inhoud aan kaarten toewijzen

Toewijzingsregels instellen om te bepalen welke kaarten op inhoud worden toegepast op basis van metagegevens. U kunt bijvoorbeeld een toewijzingsregel maken waarmee een grote kaart wordt toegepast op elk artikel met de prioriteit “Hoog”; u kunt dan een tweede toewijzingsregel maken waarmee een kleinere kaart wordt toegepast op elk artikel met de prioriteit “Normaal”.

Voor elke type inhoud worden de toewijzingsregels na elkaar geëvalueerd. De eerste toewijzingsregel die overeenkomt met de metagegevens van de inhoud wordt toegepast. De inhoud moet voldoen aan alle opgegeven regelinstellingen. Als in de toewijzingsregel Type bijvoorbeeld is ingesteld op Banners en het belang is ingesteld op Hoog, moet de inhoud een banner zijn met een hoog belang, anders wordt de regel niet toegepast.

Stel bijvoorbeeld dat u een 3x1-kaart en een 1x1-kaart hebt gemaakt. Maak de eerste toewijzingsregel met de volgende instellingen: Type=Artikelen en Belang=Hoog. Voor de 1x1-kaart maakt u een tweede toewijzingsregel zonder opgegeven metagegevens. In dit voorbeeld moet de 3x1-regel een hogere prioriteit hebben dan de 1x1-regel, anders worden aan artikelen met hoog belang 1x1-kaarten toegewezen.

Metagegevens die in regelinstellingen worden gebruikt, zijn hoofdlettergevoelig. Als u een regel maakt die het trefwoord “blauw” bevat, is deze regel niet van toepassing op inhoud waarin het trefwoord “Blauw” voorkomt. Als de inhoud meerdere trefwoorden bevat, moet de toewijzingsregel overeenkomen met slechts een van de trefwoorden, anders komt de regel niet overeen met die instelling.

Let op: de volgorde van de inhoud op een bladerpagina wordt NIET door kaarttoewijzing bepaalt Kaarttoewijzing bepaalt alleen welke inhoud aan kaarten wordt toegewezen.

Regel is actief

Gebruik de optie “Regel is actief” om een kaart uitsluitend toe te passen op het opgegeven aantal items dat aan de criteria voldoet. U kunt bijvoorbeeld een toewijzingsregel maken die een brede kaart uitsluitend op het eerste item in de collectie toepast. Selecteer Regel is actief > Soms terwijl u de regel bewerkt en geef vervolgens het aantal items op waarop u deze regel wilt toepassen.

In dit voorbeeld wordt de grote kaart door deze regel uitsluitend toegepast op het eerste item in de collectie.

Elementen toewijzen

Gebruik de optie “Elementen toewijzen” om een kaart toe te passen voor elke ne kaart die aan de criteria voldoet. Als u bijvoorbeeld kaarten om en om wilt maken, maakt u een kaart die de regel op elke tweede kaart toepast, te beginnen met het eerste item dat met de regel overeenkomt. In dit voorbeeld wordt elk tweede item geformatteerd volgens de volgende regel die aan de criteria voldoet.

Deze regel past de kaart op elk tweede item toe. De volgende in aanmerking komende regel wordt toegepast op de andere items.

Lay-outuitvoeringen voor telefoons en tablets

 

De lay-outuitvoeringen bieden ontwerpflexibiliteit, waarmee u verschillende weergaven voor dezelfde collectie op tablets, telefoons en de bureaubladwebviewer kunt definiëren. Met deze nieuwe functie is het nu mogelijk om dezelfde inhoud te leveren voor alle ondersteunde platformen en apparaten, terwijl u de controle over het ontwerp behoudt. Wanneer u een lay-outsjabloon maakt, kunt u verschillende instellingen voor lay-outs en kaarten voor tablets, telefoons en het web definiëren. De uitvoeringsinstellingen voor elk doelapparaat bepalen vervolgens het uiterlijk van de bladerpagina, afhankelijk van het apparaat.

De lay-outuitvoeringen zijn vooral handig voor projecten met 1 collectie op het hoogste niveau, maar ze kunnen effectief werken voor projecten met 2 collecties op het hoogste niveau, waarbij u dezelfde collecties voor zowel telefoons als tablets gebruikt.

In het volgende voorbeeld worden de kaarten in deze lay-outsjabloon verschillend weergegeven op tablets en telefoons.

Wanneer u een lay-outsjabloon maakt, wordt in eerste instantie alleen de tabletuitvoering gemaakt. Dit is de standaarduitvoering die van toepassing is op tablets, telefoons en het web, tenzij een nieuwe lay-out voor telefoons of het web wordt toegevoegd. Wanneer u een lay-out (ook wel een 'uitvoering' genoemd) toevoegt voor de telefoon of het web, krijgt de nieuwe uitvoering de instellingen van de standaardtabletuitvoering. Vanaf dat moment is elke wijziging die u aanbrengt in de instellingen voor kaarten en lay-outs alleen van toepassing op die uitvoering. (De regels van de kaarttoewijzing gelden voor alle uitvoeringen.)

Opmerking:

Als u eerder in het proces een lay-out maakt en u zich later realiseert dat u dit te vroeg hebt gedaan, kunt u deze uitvoering verwijderen, de instellingen wijzigen die van toepassing zijn op alle uitvoeringen en vervolgens de uitvoering opnieuw maken.

  1. Maak een lay-outsjabloon. Maak kaarten en pas toewijzingsregels toe. Geef instellingen op die van toepassing zijn op alle doelapparaten.

    We raden de volgende beste werkwijze aan: begin met de tabletlay-out, voeg de kaarten en toewijzingsregels toe en wijzig de instellingen van de kaart en de lay-out zodat deze van toepassing zijn op alle apparaten. Maak vervolgens een telefoonlay-out en wijzig de instellingen zodat deze alleen van toepassing zijn op de telefoon (en voer indien nodig dezelfde stappen uit voor het web). Op deze manier voorkomt u dat u dezelfde instellingen opgeeft voor elke uitvoering.

  2. Als u een telefoonuitvoering wilt maken, klikt u op Telefoon > Lay-out toevoegen en klikt u vervolgens op Lay-out maken. Geef vervolgens instellingen voor kaarten en lay-out op die specifiek voor de telefoon zijn terwijl u Telefoon geselecteerd hebt.

  3. Als u een uitvoering wilt maken voor de bureaubladwebviewer, klikt u op Web > Lay-out toevoegen en klikt u vervolgens op Lay-out maken. Geef vervolgens instellingen voor kaarten en lay-out op die specifiek voor de bureaubladwebviewer zijn terwijl u Web geselecteerd hebt.

  4. Sla de lay-outsjabloon op en pas deze toe op collecties. Test de resultaten.

    Voor lay-outuitvoeringen is een app vereist die is gemaakt met versie 2015.8 (december 2015) of hoger.

Als u een lay-out wilt wijzigen, klikt u op het uitklapmenu Lay-out en klikt u vervolgens op het prullenbakpictogram. U kunt de standaardlay-out niet verwijderen.

Als u de doelgrootte van de voorvertoning wilt wijzigen, kiest u een andere grootte in het apparaatmenu.

Als u de standaardlay-out wilt wijzigen, klikt u om het uitklapmenu Lay-out weer te geven en kiest u vervolgens Standaard maken. De standaardlay-out wordt vervolgens gebruikt voor elk apparaattype dat nog niet is opgegeven. Als u bijvoorbeeld alleen lay-outs voor telefoons en tablets hebt en vervolgens de telefoon de standaard maakt, wordt de telefoonlay-out toegepast op het web.

Gebruik het menu om de voorvertoningsopties te wijzigen, een standaard in te stellen of de lay-out te verwijderen.

Volgorde van kaarten

In het algemeen bepaalt de volgorde van de inhoud in een collectie de volgorde van de inhoud in een lay-out. Als de rangschikking van uw kaarten rugmarges in de lay-out langs een rand laat, kan de volgorde van inhoud veranderen, aangezien rugmarges langs een rand kan worden ingevuld door kleinere kaarten die lager in de volgorde zijn geplaatst. Stel bijvoorbeeld dat het eerste artikel in een raster met 3 kolommen een 2x1-kaart is, het tweede item aan een 3x1-kaart is toegewezen en het derde item een 1x1-kaart toewijst. In dit geval wordt de 1x1-kaart op de rugmarge in de bovenste rij boven het tweede item weergegeven.

Volgorde van kaarten instellen
Het derde item wordt voor het tweede item geplaatst om een rugmarge te vullen.

Kaarten en lay-outs verwijderen

Als u een lay-out of lay-outsjabloon wilt verwijderen, moet u eerst alle verwijzingen naar de lay-out verwijderen uit collecties. Hiervoor moet u collecties bewerken om een andere lay-out toe te wijzen. Nadat u een andere lay-out hebt toegepast op de collecties, moet u de collecties opnieuw publiceren als deze eerder waren gepubliceerd. Vervolgens kunt u de publicatie van de lay-out of lay-outsjabloon ongedaan maken en de lay-out of lay-outsjabloon verwijderen.

Als u een kaart wilt verwijderen die geen deel uitmaakt van een lay-outsjabloon, moet u eerst alle verwijzingen ernaar verwijderen. Hiervoor moet u lay-outs bewerken om alle toewijzingsregels die naar de kaart verwijzen, te verwijderen of te bewerken. Nadat u de toewijzingsregels voor de lay-out hebt verwijderd of bewerkt, moet u de lay-outs opnieuw publiceren als deze eerder waren gepubliceerd. Vervolgens kunt u de publicatie van de kaart ongedaan maken en de kaart verwijderen. (Als een kaart deel uitmaakt van een lay-outsjabloon, kunt u deze op ieder gewenst moment verwijderen.)

U kunt de standaardkaart of standaardlay-out niet verwijderen.

Lay-outs kopiëren naar een ander project

U kunt lay-outsjablonen kopiëren van het ene naar het andere project binnen hetzelfde account. Als het doelproject een lay-outsjabloon met dezelfde naam bevat, kunt u aangeven of u de bestaande lay-out wilt overschrijven of een nieuwe lay-out wilt kopiëren.

  1. Selecteer de lay-outsjablonen die u wilt kopiëren en kies Lay-out kopiëren naar een ander project.

  2. Selecteer in de lijst met beschikbare projecten in uw account het project waarnaar u de lay-outs wilt kopiëren.

  3. Als u wilt dat de gekopieerde lay-out de lay-out met dezelfde naam in het doelproject vervangt, selecteert u Overschrijven indien aanwezig.

    Als u deze optie niet selecteert, wordt er een foutbericht weergegeven als het doelproject een lay-out heeft met dezelfde naam als de gekopieerde lay-out.

  4. Klik op Kopiëren naar doel.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid