Overzicht

Dit document biedt de beste werkwijzen en aanvullende informatie voor de implementatie van Adobe Creative Cloud voor ondernemingen in onderwijsomgevingen. Voor uitgebreide implementatiedocumentatie raadpleegt u de pagina van de hoofddocumentatie voor Creative Cloud Packager. Voor de implementatie van Creative Cloud voor ondernemingen is meer technische kennis en ervaring vereist dan bij eerdere Creative Suite-producten. Adobe raadt daarom aan dat IT-personeel alle installaties van Creative Cloud voor ondernemingen uitvoert.

Vereiste voorkennis en vaardigheden

Voor een geslaagde implementatie van Creative Cloud voor ondernemingen raadt Adobe de volgende vereiste kennis en vaardigheden aan:

  • Kennis van software-installatie in het algemeen en de systeeminstallatietool (msiexec op Windows, Installer op Mac OS).
  • Kennis van implementatie van verhoogde rechten en beheerdersgebruikersrechten, inclusief Gebruikersaccountbeheer op Windows en gebruik van de opdracht sudo op Mac OS.
  • Vertrouwdheid met de systeemopdrachtregelinterpreter (opdrachtprompt op Windows, Terminal op Mac OS), begrip van de systeemopdracht-shell, begrip van formatteren en opdrachtregelinstructies invoeren met de juiste parameters, en navigeren door de systeemdirectorystructuur met de opdrachtshell.
  • Kennis van het beheerde implementatiesysteem, als er een wordt gebruikt.
  • De volgende documenten lezen in de documentatie van Packager:
  • Begrijpen hoe u door de systeemmappen navigeert, zowel met de grafische shell (Windows Verkenner, Finder) als met de opdrachtshell.

Scenario 1: implementatie door IT beheerd

In dit scenario wordt Creative Cloud voor ondernemingen geïmplementeerd met een beheerde implementatieoplossing. Er zijn onder meer de volgende veelgebruikte oplossingen:

Windows: SCCM (System Center Configuration Manager, verstrekt door leverancier van besturingssysteem) of derde partij

Mac OS: ARD (Apple Remote Desktop, verstrekt door leverancier van besturingssysteem) of derde partij (algemeen: JAMF Casper Suite)

Scenario 2: implementatie van schijfkopie en kloon

In dit scenario wordt Creative Cloud voor ondernemingen geïnstalleerd op een doelcomputer waarop een schijfkopie is gemaakt met een kloonoplossing. Vervolgens wordt die gekloonde schijfkopie gerepliceerd op een aantal soortgelijke computers. Deze methode wordt ook wel ghosting genoemd, naar een van de veelvoorkomende oplossingen voor deze workflow, Symantic Ghost Solution-suite.

  1. Bereid een Creative Cloud voor ondernemingen-pakket voor. Zie Pakketten maken of bewerken.
  2. Als de gebruikers zelf updates beheren, wijzigt u de instelling van de pakketupdate naar Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager.
  3. Implementeer het pakket op de doelcomputer. BELANGRIJK: start de toepassingen pas nadat het kloonproces is voltooid!

U moet uitzonderingen mogelijk afzonderlijk implementeren. Zie de sectie Exceptions Deployer hieronder.

  1. Kloon de doelcomputer op een testcomputer.
  2. Test de gekloonde implementatie. Als u geen problemen ondervindt, gaat u verder met de massa-implementatie van de gekloonde schijfkopie.

Scenario 3: zelfbeheerde implementatie

Installatiebestand voor Windows
Uitvoerbaar installatiebestand op Windows
Uitvoerbaar Mac-bestand
Uitvoerbaar bestand op Mac OS (zelfde naam als pakket)

In dit scenario wordt een pakket dat met de Creative Cloud Packager is gemaakt, gedistribueerd naar eindgebruikers voor zelfimplementatie.

Opmerking: De installatie van Creative Cloud voor ondernemingen vereist technische IT-kennis. Daarom raadt Adobe aan dat IT-medewerkers het product voor de eindgebruiker installeren of tenminste beschikbaar is voor de eindgebruiker die het pakket nodig heeft.

  1. Configureer de instelling van de pakketupdate naar Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager.
  2. Als eindgebruikers uw pakket installeren, maakt u een alias van het installatieprogramma (setup.exe op Windows, .pkg-bestand op Mac OS met dezelfde naam als uw pakket) op het hoogste niveau van de pakketmappen. U kunt deze alias een beschrijvende naam geven, zoals 'Dubbelklik om te installeren'.
  3. Nadat het implementatiepakket is gemaakt, verplaatst u het naar het medium dat de eindgebruiker zal gebruiken om toegang te krijgen tot het pakket. Een volledige Creative Cloud-implementatie is te groot om op dvd-media te passen, maar u kunt het opsplitsen. U kunt ook netwerkshares of USB-stations gebruiken.
  4. Voer indien nodig de Exceptions Deployer uit in de 'pre'-modus. Zie de sectie Exceptions Deployer hieronder.
  5. Installeer het hoofdinstallatiepakket.
  6. Voer indien nodig de Exceptions Deployer uit in de 'post'-modus. Zie de sectie Exceptions Deployer hieronder.
  7. Geserialiseerde pakketten die geen benoemd implementatiemodel gebruiken, moeten centraal door uw organisatie worden bijgehouden, omdat Adobe geen methode heeft om over deze implementaties te rapporteren. Volg de standaard van uw organisatie om aan te geven welke producten zijn geïmplementeerd bij de eindgebruiker.

Exceptions Deployer

Vanwege verschillen in installatiemethoden kunnen niet alle Adobe-producten worden geïmplementeerd met het primaire implementatiepakket. Adobe biedt de tool Exceptions Deployer om te helpen bij de installatie van deze producten. De Exceptions Deployer is een hulpprogramma in de opdrachtregelinterface en vereist kennis van het gebruik van de systeemshell voor een geslaagde werking. Daarom raadt Adobe aan dat IT-personeel deze stappen uitvoert.

De 'pre'-modus van Exceptions Deployer en Acrobat-installatie (Windows)

Pakketten voor Windows die Adobe Acrobat Professional bevatten, moeten de Exceptions Deployer uitvoeren in de pre-installatiemodus. Deze stap is niet vereist op het Mac-platform.

Wijzig de parameter 'en_US' in de juiste parameter voor uw taal. (Raadpleeg de parametersectie van de Acrobat Enterprise-implementatiegids voor meer informatie.) U kunt deze opdracht in een batchbestand plaatsen.

 

Exceptions Deployer 'post'-modus (Windows)

Na de installatie van de primaire .msi  (Windows) voert u de Exceptions Deployer in de 'post'-installatiemodus uit, indien nodig, om de installatie van producten te voltooien die niet in het hoofdpakket kunnen worden ingepakt.

U kunt deze opdracht in een batchbestand plaatsen.

AIR-componenten (Mac OS)

Op Mac OS zijn in plaats van Exceptions Deployer afzonderlijke .pkg-bestanden voor AIR-componenten die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd als de optie AIR-componenten uitschakelen niet is geselecteerd in de Creative Cloud Packager-instellingen.

Ondersteuning

Als u hulp nodig hebt bij deze instructies of problemen met uw implementatie ondervindt, opent u een ondersteuningsticket op het tabblad Ondersteuning van de Admin Console.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid