Eindnoten maken

Een eindnoot bestaat uit twee gekoppelde delen: het verwijzingsnummer van de eindnoot dat in de tekst wordt weergegeven, en de eindnoottekst die onder aan het artikel of onder aan het document staat. U kunt eindnoten maken of importeren vanuit Word- of RTF-documenten. Eindnoten worden automatisch genummerd wanneer ze aan een document worden toegevoegd. In elk artikel wordt er opnieuw genummerd. U kunt de nummeringsstijl, vormgeving en layout van eindnoten bepalen. De nummering wordt bovendien automatisch aangepast op basis van de herschikking van de eindnoten in de tekst.

Ga als volgt te werk om eindnoten te maken:

  1. Plaats het invoegpunt op de plaats waar u het verwijzingsnummer van de eindnoot wilt weergeven.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Klik met de rechtermuisknop en selecteer Eindnoot invoegen.
    • Kies Tekst > Eindnoot invoegen.
  3. Typ de eindnoottekst.

Eindnoten importeren uit Word-documenten

U kunt eindnoten importeren uit een Word-document dat eindnoten bevat via de importeeropties van Microsoft Word. De optie voor het importeren van eindnoten is standaard ingeschakeld.

Importopties
Eindnoten importeren uit Word-documenten
  1. Kies Bestand > Plaatsen.

  2. Open het Word-document met de eindnoten die u wilt importeren.

  3. Klik op Openen.

Alle eindnoten worden geïmporteerd en in een nieuw tekstkader toegevoegd.

Opmerking:

U kunt eindnoten uit meerdere Word-documenten tegelijk importeren. De eindnoten uit alle documenten worden geïmporteerd in één tekstkader.

Nummering en layout van eindnoten wijzigen

Voer een van de volgende handelingen uit om wijzigingen aan te brengen in de nummering en layout van eindnoten: kies Tekst > Opties eindnoten document. Wijzigingen die u aanbrengt zijn van invloed op bestaande eindnoten en op alle nieuwe eindnoten.

De volgende opties worden weergegeven in het dialoogvenster Eindnootopties:

Eindnootopties
Eindnootopties

Kop eindnoot

Titel eindnoot:

Voer de titel van het artikel van de eindnoot in.

Alineastijl:

Kies een alineastijl waarmee de titel van de eindnoot wordt opgemaakt. In het menu staan de beschikbare alineastijlen uit het deelvenster Alineastijlen. Standaard wordt de stijl [Basisalinea] gebruikt. De stijl [Basisalinea] leidt mogelijk niet tot dezelfde resultaten als de standaard lettertype-instellingen voor het document.

Nummering

Stijl:

Kies de nummeringsstijl voor de verwijzingsnummers van de eindnoot.

Beginnen bij:

Geef het nummer op dat wordt gebruikt voor de eerste eindnoot in het artikel. De optie Beginnen bij is vooral handig voor documenten in een boek. De eindnoten worden niet doorgenummerd in documenten in een boek.

Modus:

Als u een boek hebt met opeenvolgende paginanummering en dat bestaat uit meerdere documenten, selecteert u Doorlopend om de eindnootnummering in elk hoofdstuk beginnen met het nummer na het nummer waarmee het laatste hoofdstuk is geëindigd. Selecteer Elk artikel opnieuw beginnen om elk artikel in een document te laten beginnen met hetzelfde Beginnen bij-nummer.  

Nummer eindnootverwijzing in tekst

Positie:

Met deze optie bepaalt u de vormgeving van het verwijzingsnummer van de eindnoot. Deze optie is standaard ingesteld op superscript. Als u het nummer met een tekenstijl wilt opmaken (zoals een tekenstijl met OpenType-superscriptinstellingen), kiest u Normaal toepassen en geeft u de tekenstijl op.

Tekenstijl:

Kies een tekenstijl waarmee u het verwijzingsnummer van de eindnoot wilt opmaken. U kunt bijvoorbeeld in plaats van superscript een tekenstijl selecteren op een normale positie met een verhoogde basislijn. In het menu staan de beschikbare tekenstijlen uit het deelvenster Tekenstijlen.

Opmaak eindnoot

Alineastijl:

Kies een alineastijl waarmee de eindnoottekst voor alle eindnoten in het document wordt opgemaakt. In het menu staan de beschikbare alineastijlen uit het deelvenster Alineastijlen. Standaard wordt de stijl [Basisalinea] gebruikt. De stijl [Basisalinea] leidt mogelijk niet tot dezelfde resultaten als de standaard lettertype-instellingen voor het document.

Scheidingsteken:

Het scheidingsteken is de spatie die wordt ingevoegd tussen het eindnootnummer en het begin van de eindnoottekst. U wijzigt het scheidingsteken door eerst het bestaande scheidingsteken te selecteren of te verwijderen en vervolgens een nieuw scheidingsteken te kiezen. U kunt meerdere tekens opnemen. Gebruik het juiste metateken zoals een ^m voor een em-spatie om spatietekens in te voegen.

Plaatsingsopties:

Bereik:

Selecteer deze optie om te bepalen hoe eindnoten worden onderhouden voor een specifiek document. Selecteer Artikel om voor elk artikel een ander eindnootkader te maken. Selecteer Document om voor het volledige document één eindnootkader te gebruiken. Deze optie kan ook worden gebruikt om het bereik te wijzigen.

Kader eindnoot:

De standaardoptie staat ingesteld op Op een nieuwe pagina waardoor een nieuwe pagina voor het gedefinieerde bereik wordt gemaakt. U kunt deze optie niet wijzigen in InCopy.

Voorvoegsel/achtervoegsel

Weergeven in:

Selecteer deze optie om voorvoegsels en achtervoegsels in de eindnootverwijzing, de eindnoottekst of beide weer te geven. Deze optie is met name handig voor het plaatsen van eindnoten binnen tekens, zoals [1].  

Voorvoegsel:

Voorvoegsels worden vóór het nummer weergegeven, zoals [1.Typ een teken of tekens, of selecteer een optie voor Voorvoegsel. Als u speciale tekens wilt invoegen, klikt u op het pictogram naast Voorvoegsel om een menu weer te geven.

Achtervoegsel:

Achtervoegsels worden achter het nummer weergegeven, zoals 1].Typ een teken of selecteer een optie voor Achtervoegsel. Als u speciale
tekens wilt invoegen, klikt u op het pictogram naast Achtervoegsel om een menu weer te geven.

Tekst in eindnoten

Neem het volgende in acht wanneer u de tekst in eindnoten bewerkt:

  • U kunt teken- en alineaopmaak selecteren en toepassen op eindnoottekst. Daarnaast kunt u de vormgeving van het verwijzingsnummer van de eindnoot selecteren en wijzigen. Het wordt echter aangeraden hiervoor het dialoogvenster Opties eindnoten document te gebruiken.
  • Wanneer u tekst knipt of plakt dat het verwijzingsnummer van de eindnoot bevat, wordt de eindnoottekst ook op het klembord geplaatst. Als u de tekst naar een ander document kopieert, gebruiken de eindnoten in die tekst de kenmerken van de nummering en layoutweergave van het nieuwe document.
  • Als u overschrijvingen en tekenstijlen verwijdert van een alinea die een verwijzingsmarkering van een eindnoot bevat, gaan de kenmerken van de verwijzingsnummers van de eindnoot die u hebt toegepast in het dialoogvenster Opties eindnoten document verloren.

Eindnoten verwijderen

U verwijdert een eindnoot door het verwijzingsnummer van de eindnoot dat in de tekst wordt weergegeven te selecteren en vervolgens op Backspace of Delete te drukken. Als u alleen de eindnoottekst verwijdert, blijven het verwijzingsnummer en de structuur van de eindnoot behouden.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid