Opmerking:

U bekijkt Help voor Photoshop Lightroom Classic CC (voorheen Lightroom CC).
Niet uw versie? Bekijk de Help voor de gloednieuwe versie van Photoshop Lightroom CC.

Videozelfstudie: Foto's toevoegen, bewerken en synchroniseren

Namen van foto's wijzigen

  1. Selecteer in de rasterweergave of de filmstrip in de module Bibliotheek een of meer foto's en kies vervolgens Bibliotheek > Naam van foto('s) wijzigen.
  2. Kies een optie in het menu Bestandsnaamgeving van het dialoogvenster Naam van foto's wijzigen. Kies Bewerken om een aangepaste naam op te geven met behulp van de Bestandsnaamsjablooneditor. Zie Naamgevingsopties en De Bestandsnaamsjablooneditor en de Tekstsjablooneditor.

    Als u een naamgevingsoptie opgeeft waarvoor een volgorde wordt gebruikt, worden de foto's opeenvolgend genummerd. Als u niet wilt dat de nummering begint met '1,' typt u een ander getal in het vak Beginnummer.

Opmerking:

Als u de naam van één foto in de module Bibliotheek snel wilt wijzigen, selecteert u de foto en typt u de nieuwe naam in het veld Bestandsnaam van het deelvenster Metagegevens.

Foto's naar een andere map verplaatsen

  1. (Optioneel) Als u foto's niet naar een bestaande map verplaatst, maakt u eerst een nieuwe map. Zie Mappen maken en beheren.

  2. Selecteer in de rasterweergave van de module Bibliotheek een of meerdere foto's die u wilt verplaatsen.

    Opmerking:

    Als de te verplaatsen foto's zich op een externe vaste schijf bevinden, controleer dan of deze schijf is ingeschakeld voordat u de foto's gaat verplaatsen.

  3. Sleep de foto of foto's naar de doelmap in het deelvenster Mappen; sleep vanaf het midden van de miniatuur, niet vanaf de rand.

    Opmerking:

    U kunt geen foto's kopiëren in Lightroom Classic CC.

    De foto's worden verplaatst naar de doelmap in Lightroom Classic CC en op de vaste schijf.

Een foto openen in de bijbehorende map in de module Bibliotheek

  1. Selecteer de foto en kies Foto > Ga naar map in bibliotheek.

De foto wordt geselecteerd in de rasterweergave en de bijbehorende map wordt geselecteerd in het deelvenster Mappen.

Een bestand openen in Verkenner of Finder

  1. Selecteer de foto en kies Foto > Tonen in Verkenner (Windows) of Tonen in Finder (Mac OS).

Het bestand wordt geselecteerd in een venster van Verkenner of Finder.

Foto's roteren

Foto's die in de catalogus worden geïmporteerd, worden automatisch geroteerd als de EXIF-gegevens (Exchangeable Image Format) van het bestand metagegevens over de oriëntatie bevatten. Als dat niet het geval is, kunt u foto's handmatig roteren.

  1. Ga in de module Bibliotheek op een van de volgende manieren te werk:
    • Selecteer in de rasterweergave een of meer foto's, plaats de aanwijzer op een miniatuur en klik op een van de rotatiepictogrammen onder in de hoek van een cel. Of kies Foto > Linksom roteren of Foto > Rechtsom roteren. Alle geselecteerde foto's worden geroteerd.

    • Klik in de loep- of beoordelingsweergave op een rotatiepictogram op de werkbalk om de actieve foto te roteren.

      Opmerking: Als de rotatiepictogrammen niet worden weergegeven op de werkbalk, kiest u Roteren in het pop-upmenu van de werkbalk.

    • Kies in de loep-, vergelijkings- of beoordelingsweergave Foto > Linksom roteren of Rechtsom roteren om de actieve foto te roteren.

Foto's spiegelen

  1. Selecteer een of meer foto's in de rasterweergave of de filmstrip van de module Bibliotheek.
  2. Kies een van de volgende mogelijkheden in het menu Foto:

    Horizontaal spiegelen

    Hiermee spiegelt u foto's horizontaal langs de verticale as.

    Verticaal spiegelen

    Hiermee spiegelt u foto's verticaal langs de horizontale as.

    In de loep-, vergelijkings- en beoordelingsweergave wordt alleen de actieve foto gespiegeld.

Opmerking:

Kies Weergave > Modus Afbeelding spiegelen inschakelen om alle foto's in de catalogus horizontaal langs de verticale as te spiegelen.

Foto's roteren of spiegelen met de tool Spuitbus

  1. Selecteer de tool Spuitbus in de werkbalk van de rasterweergave en kies vervolgens Rotatie in het menu Toepassen op de werkbalk.

    Opmerking:

    Als de tool Spuitbus niet wordt weergegeven op de werkbalk, kiest u Spuitbus in het werkbalkmenu.

  2. Kies een van de roteer- of spiegelopties op de werkbalk en klik vervolgens of sleep over foto's om de instelling toe te passen.
  3. Klik op de cirkel in de werkbalk om de spuitbus uit te schakelen. Als de spuitbus uitgeschakeld is, is het pictogram Spuitbus zichtbaar in de werkbalk.

Foto's uit catalogi verwijderen

  1. Selecteer een of meerdere foto's in de rasterweergave of selecteer één foto in de filmstrip in de loep-, vergelijkings- of beoordelingsweergave van de module Bibliotheek.
  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Druk op de Backspace-toets (Windows) of de Delete-toets (Mac OS).

    • Kies Foto > Foto('s) verwijderen.

    Opmerking:

    als u een verzameling weergeeft en op de Backspace-toets (Windows) of de Delete-toets (Mac OS) drukt, worden alle geselecteerde foto('s) wel uit de verzameling maar niet uit de catalogus verwijderd. En er wordt geen bevestigingsvenster weergegeven. Als u een foto uit een verzameling en tevens uit de catalogus wilt verwijderen, selecteert u de foto en drukt u op Ctrl+Alt+Shift+Delete (Windows) of Command+Option+Shift+Delete (Mac OS). Zie Foto's verwijderen uit een verzameling.

  3. Klik in het bevestigingsvenster op een van de volgende opties:

    Verwijderen

    Hiermee worden foto's verwijderd uit de catalogus, maar worden ze niet verplaatst naar de Prullenbak (Windows) of Prullenmand (Mac OS).

    Verwijderen van schijf

    Hiermee worden foto's verwijderd uit de catalogus en worden ze verplaatst naar de Prullenbak (Windows) of Prullenmand (Mac OS).

    Als u meer dan één foto hebt geselecteerd in de filmstrip in de loep-, vergelijkings- of beoordelingsweergave, wordt alleen de actieve foto verwijderd.

    Opmerking:

    als u foto's verwijdert en op de Delete-toets (Windows) of de Forward Delete-toets (Mac OS, alleen op een volledig toetsenbord) drukt, worden foto's ook uit de catalogus verwijderd maar niet naar de Prullenbak (Windows) of Prullenmand (Mac OS) verplaatst.

Foto's bijwerken die zijn gewijzigd in een andere toepassing

In de rasterweergave van Lightroom Classic CC worden er waarschuwingen in afbeeldingscellen weergegeven als de foto's in uw catalogus zijn gewijzigd door een andere toepassing. Als een foto in Lightroom Classic CC bijvoorbeeld een classificatie van één ster heeft, en de foto in een andere toepassing is bijgewerkt naar een classificatie van twee sterren, moet u besluiten welke classificatie u wilt aanhouden. Beide classificaties kunnen niet naast elkaar bestaan. In Lightroom Classic CC kunt u conflicten in de metadata van foto's oplossen door de gegevens in de catalogus te overschrijven met metadata van de foto of het secundaire XMP-bestand, of door de metadata in het fotobestand of het secundaire XMP-bestand te overschrijven met de opgeslagen gegevens in de catalogus.

  1. Klik in de rasterweergave op het waarschuwingspictogram in een cel.
  2. Selecteer een van de volgende opties in het bevestigingsvenster:

    Instellingen importeren vanaf schijf

    Hiermee worden de metagegevens van de foto of het secundaire XMP-bestand geïmporteerd, waardoor de fotogegevens in de catalogus worden overschreven.

    Instellingen overschrijven

    Hiermee worden metagegevens uit de catalogus geëxporteerd naar het fotobestand en worden de gegevens in de foto of het secundaire XMP-bestand overschreven.

    Niets doen

    Er wordt geen actie uitgevoerd. Als u deze optie selecteert, moet u er zeker van zijn dat de metagegevens van de foto in de catalogus geen conflict opleveren met gegevens in de foto of het secundaire XMP-bestand.

Foto's omzetten in DNG

In Lightroom Classic CC kunt u Camera Raw-bestanden omzetten in DNG, zodat u ze kunt archiveren en gebruik kunt maken van DNG-functies. Als foto's worden geconverteerd naar DNG, vervangen de DNG-bestanden de originelen in de catalogus. U kunt kiezen of u de originelen na het omzetten wilt verwijderen of behouden.

  1. Selecteer een of meerdere foto's in de rasterweergave of selecteer één foto in de filmstrip in de loep-, vergelijkings- of beoordelingsweergave. Kies vervolgens Bibliotheek > Foto('s) omzetten in DNG.

    Opmerking:

    als u meer dan één foto hebt geselecteerd in de filmstrip in de loep-, vergelijkings- of beoordelingsweergave, wordt alleen de actieve foto omgezet in DNG.

  2. Selecteer een of meer van de volgende omzetopties in het dialoogvenster Foto('s) omzetten in DNG:

    Alleen Raw-bestanden omzetten

    Hiermee worden foto's die geen Camera Raw-bestanden zijn, genegeerd. Als u de selectie van deze optie opheft, worden alle geselecteerde foto's omgezet, inclusief JPEG-, TIFF- en PSD-bestanden.

    Originelen na het omzetten verwijderen

    Hiermee wordt het originele fotobestand verwijderd als het omzetten is voltooid. Als u de selectie van deze optie opheft, wordt het originele bestand op schijf behouden.

    Bestandsextensie

    Met deze optie wordt als extensie .dng of .DNG gebruikt.

    Compatibiliteit

    Hiermee wordt aangegeven met welke versies van Camera Raw en Lightroom Classic CC het bestand kan worden gelezen. Gebruik de knopinfo om u te helpen bij uw keuze.

    JPEG-voorvertoning

    Hiermee wordt bepaald of de geëxporteerde JPEG-voorvertoning van volledig of normale grootte is of helemaal niet wordt gemaakt.

    Gegevens voor snel laden insluiten

    Hiermee worden afbeeldingen sneller geladen in de module Ontwikkelen, maar neemt de bestandsgrootte enigszins toe.

    Compressie met kwaliteitsverlies gebruiken

    Hiermee neemt de bestandsgrootte aanzienlijk af, maar dit leidt mogelijk tot een afname van de afbeeldingskwaliteit.

    Oorspronkelijk Raw-bestand insluiten

    Hiermee worden alle oorspronkelijke Camera Raw-gegevens in het DNG-bestand opgeslagen.

Zie Ondersteunde bestandsindelingen voor meer informatie over DNG.

Adobe raadt aan

Adobe raadt aan
Adobe TV

Virtuele kopieën maken

U kunt meerdere versies van foto's hebben door verschillende aanpassingsinstellingen toe te passen op virtuele kopieën van de originele foto's. Virtuele kopieën bestaan niet als daadwerkelijke foto's of als duplicaten van foto's. Virtuele kopieën zijn metagegevens in de catalogus waarin de verschillende sets met aanpassingen worden opgeslagen.

U maakt een virtuele kopie van een foto en past hier vervolgens aanpassingsinstellingen op toe. Als u nog een versie van de originele foto wilt, maakt u nog een virtuele kopie en past u de nieuwe instellingen hierop toe. U kunt zo veel virtuele kopieën van een originele foto maken als u wilt. U kunt zelfs een origineel maken van een van de virtuele kopieën, waardoor het vorige origineel een virtuele kopie wordt.

Als u een virtuele kopie maakt terwijl u een verzameling bekijkt, wordt de kopie samen met de foto opgeslagen in de bijbehorende map, niet in de verzameling. Deze stapeling is niet zichtbaar terwijl u de verzameling bekijkt.

In de rasterweergave of de filmstrip wordt bij de originele foto in de linkerbovenhoek het aantal afbeeldingen weergegeven. Op de virtuele kopieën worden pictogrammen van omgeslagen pagina's weergegeven aan de linkerkant van de bijbehorende miniaturen.

Pictogram van omgeslagen pagina in Photoshop
A. Originele foto (master) B. Virtuele kopieën, met pictogram van omgeslagen pagina 

Virtuele kopieën worden daadwerkelijke foto's wanneer ze als een kopie van de originele foto worden geëxporteerd of als een kopie in een externe editor worden bewerkt.

Wanneer u een virtuele kopie van een foto maakt, wordt 'Kopie 1' (of 'Kopie 2,' 'Kopie 3,' enzovoort) automatische toegevoegd aan het veld Naam kopie in het deelvenster Metagegevens.

  • Klik in de rasterweergave in de Bibliotheek of in de filmstrip in een willekeurige module met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac OS) op een foto en kies Virtuele kopie maken in het snelmenu.
  • Klik in de rasterweergave in de Bibliotheek of in de filmstrip in een willekeurige module met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac OS) om meerdere foto's te selecteren en kies Virtuele kopieën maken in het snelmenu.

    Tip: Als de kopie niet verschijnt in de rasterweergave, maken de foto's mogelijk deel uit van een samengevouwen stapel. Probeer dan Foto > Stapelen > Alle stapels uitvouwen te kiezen. Als dat niet werkt, moet u ervoor zorgen dat Bibliotheek > Filters inschakelen is uitgeschakeld. Probeer een andere weergavemethode te gebruiken; kies bijvoorbeeld Alle foto's in het deelvenster Catalogus.

  • Selecteer in de module Bibliotheek een virtuele kopie van een foto in de rasterweergave of de filmstrip en kies Foto > Kopie instellen als origineel.
  • Als u een virtuele kopie wilt verwijderen, vouwt u de stapel met virtuele kopieën uit in de desbetreffende map in de module Bibliotheek (druk op S). Klik vervolgens met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac OS) op de virtuele kopie in de rasterweergave of de filmstrip en kies Foto verwijderen.

    Opmerking: Een stapel die is gemaakt met de optie Virtuele kopie maken is niet zichtbaar, tenzij u de map met het stramien hebt geselecteerd of Alle Foto's weergeeft. U kunt een dergelijke stapel niet weergeven, uitvouwen, samenvouwen of bewerken als u een verzameling bekijkt.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid