Opmerking:

U bekijkt Help voor Photoshop Lightroom Classic CC (voorheen Lightroom CC).
Niet uw versie? Bekijk Help voor Photoshop Lightroom CC.

Foto's in een lay-out plaatsen aan de hand van een afdruksjabloon

Informatie over afdruksjablonen

Sjablonen bevatten lay-outs voor het afdrukken van uw foto's, inclusief tekstbedekkingen en afdruktaakinstellingen. De Sjabloonbrowser in de Lightroom Classic CC-module Afdrukken bevat vooraf ingestelde sjablonen voor veelvoorkomende taken, zoals het maken van contactbladen. De Sjabloonbrowser bevat bovendien een lijst met aangepaste sjablonen die u hebt opgeslagen. Als u de aanwijzer op de sjabloonnaam in de Sjabloonbrowser plaatst, wordt boven aan de linkerkolom in het deelvenster Voorvertoning de paginalay-out van de sjabloon weergegeven. Klikt u op een sjabloonnaam, dan wordt een voorvertoning van geselecteerde foto's weergegeven in het werkgebied. De voorvertoning wordt bijgewerkt wanneer u een andere sjabloon kiest of andere afdrukopties opgeeft (bijvoorbeeld als u tekstbedekkingen toevoegt).

Lightroom Classic CC biedt drie typen lay-outsjablonen:

  • Met Enkele afbeelding/Contactblad-sjablonen kunt u een of meer foto's met hetzelfde formaat afdrukken in verschillende configuraties, zoals 2 naast elkaar (wenskaart).

  • Met Fotopakket-sjablonen kunt u één foto afdrukken in verschillende formaten, zoals voor schoolfoto's en trouwportretten.

  • Met Aangepast pakket-sjablonen kunt u verschillende foto's in verschillende formaten afdrukken in elke gewenste configuratie.

Alle sjablonen bevatten afbeeldingscellen waarin foto- en margegegevens zijn opgeslagen. Als u bedekkingsopties instelt, kan een sjabloon ook tekstgebieden bevatten. De afbeeldingscellen en marges in een sjabloon worden geschaald ten behoeve van het opgegeven papierformaat.

Afdruktaakinstellingen, waaronder het papierformaat en de printer, worden ook opgeslagen in een afdruksjabloon.

U kunt nieuwe sjablonen maken door de instellingen van bestaande sjablonen aan te passen. Selecteer een sjabloon, gebruik de besturingselementen in de rechterdeelvensters, geef het papierformaat en de printerinstellingen op in de werkbalk en voeg vervolgens een aangepaste sjabloon toe. U kunt de afbeeldingscellen in een sjabloon ook wijzigen door de margehulplijnen of celgrenzen te slepen. Wijzigingen in de lay-outinstellingen, bedekkingen en afdruktaakspecificaties kunnen worden opgeslagen als een aangepaste sjabloon.

Een afdruksjabloon kiezen

  1. Selecteer de foto('s) die u wilt afdrukken in de module Bibliotheek.
  2. Selecteer een sjabloon in het deelvenster Sjabloonbrowser van de module Afdrukken. In het deelvenster Lay-outstijl wordt aangegeven welke lay-out de sjabloon heeft:

    Enkele afbeelding/contactblad

    Hiermee kunt u een of meer foto's van hetzelfde formaat afdrukken op een pagina.

    Fotopakket

    Hiermee kunt u één foto van verschillende formaten afdrukken op een pagina.

    Aangepast pakket

    Hiermee kunt u een of meer foto's, van welk formaat dan ook, op een pagina afdrukken en beschikt u over meerdere paginalay-outs.

  3. (Aangepast pakket-sjablonen) Sleep een of meer foto's van de filmstrip naar de paginavoorvertoning.

Adobe raadt aan

Adobe raadt aan
Adobe TV

Adobe raadt aan

Adobe raadt aan
Adobe TV

Opgeven hoe foto's een afbeeldingscel vullen

U kunt foto's zodanig laten schalen en roteren dat de volledige foto in een afbeeldingscel past. In de gebieden waar de verhouding van de foto's niet overeenkomt met die van de afbeeldingscellen, wordt een lege ruimte weergegeven. U kunt een optie instellen waarmee foto's de ruimte in een afbeeldingscel volledig vullen. Als u deze optie selecteert, worden delen van de foto's (in het bijzonder verticale afbeeldingen) mogelijk uitgesneden om de foto aan te passen aan de hoogte/breedte-verhouding van de afbeeldingscel.

  1. Selecteer in het deelvenster Afbeeldingsinstellingen van de module Afdrukken een van de volgende opties, afhankelijk van de lay-out die u gebruikt:

    Zoomen en vullend maken

    (Enkele afbeelding/contactblad en Fotopakket) De volledige afbeeldingscel wordt met een foto gevuld en de randen van de foto worden zo nodig uitgesneden.

    Roteren en passend maken

    (Enkele afbeelding/contactblad en Fotopakket) De foto's worden zo nodig geroteerd om de grootst mogelijke afbeelding te produceren die in elke afbeeldingscel past.

    Afbeeldingsinstellingen voor modulelay-outs en sjablonen in de Lightroom Classic CC
    Afbeeldingsinstellingen

    A. Foto waarop geen afbeeldingsinstellingen zijn toegepast B. Zoomen en vullend maken C. Roteren en passend maken 

    Tip: Als het gewenste gedeelte van een foto niet zichtbaar is in een afbeeldingscel, sleept u de foto in de cel totdat het gewenste gedeelte wordt weergegeven. In een fotopakketlay-out houdt u tijdens het slepen Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt.

    Een foto in een afbeeldingscel slepen om een ander gedeelte van de foto weer te geven in Lightroom Classic CC
    Een foto in een afbeeldingscel slepen om een ander gedeelte van de foto weer te geven.

    Eén foto per pagina herhalen

    (Enkele afbeelding/contactblad) De geselecteerde foto wordt herhaald in elke afbeeldingscel op de pagina in een rastersjabloonlay-out.

    Fotorand

    (Fotopakket en Aangepast pakket) Aan de foto in elke afbeeldingscel wordt een rand van de opgegeven breedte toegevoegd.

    Binnenomlijning

    (Alle lay-outs) Aan de foto in elke afbeeldingscel wordt een binnenomlijning van de opgegeven breedte en kleur toegevoegd.

Linialen en hulplijnen instellen

  • (Enkele afbeelding/contactblad) Schakel in het deelvenster Hulplijnen van de module Afdrukken de optie Hulplijnen tonen in of uit. Geef aan of u linialen, hulplijnen voor pagina-afloopgebieden, marges en tussenruimte, en afbeeldingscellen wilt weergeven of verbergen.
  • (Fotopakket en Aangepast pakket) Geef in het deelvenster Linialen, rasters en hulplijnen aan of u een liniaal, lay-outraster of hulplijnen voor afloopgebieden wilt weergeven. Geef een maateenheid voor de liniaal op, stel een optie in voor het magnetisch raster en geef aan of u de afmetingen van de afbeelding en het afloopgebied wilt weergeven.

Paginamarges en celgrootte wijzigen (Enkele afbeelding/contactblad)

  1. Selecteer Hulplijnen tonen in het deelvenster Hulplijnen en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep een hulplijn in het werkgebied om een cel of marge aan te passen.

    • Gebruik de schuifregelaars of voer waarden in in het deelvenster Lay-out.

    • Selecteer Vierkant houden als u de cellen in de vorm van een vierkant wilt weergeven.

  2. Stel in het deelvenster Lay-out de volgende opties in:

    Liniaaleenheden

    Hiermee stelt u de liniaaleenheden voor het werkgebied in.

    Marges

    Hiermee stelt u de paginamarges in. Alle cellen passen binnen de marges. Sleep de schuifregelaar, voer een margewaarde in of sleep de marge-indicatoren in het werkgebied.

    Paginaraster

    Hiermee stelt u het aantal rijen en kolommen met afbeeldingscellen op een pagina in.

    Celafstand

    Hiermee bepaalt u de afstand tussen de cellen in rijen en kolommen.

    Celgrootte

    Hiermee geeft u de grootte van de afbeeldingscellen op.

    Lay-outs en modules voor marges en hulplijnen in Lightroom Classic CC
    Marges en hulplijnen

    A. Verticale celafstand B. Celbreedte C. Marge D. Celhoogte E. Horizontale celafstand 
  1. Selecteer foto's voor het contactblad in de module Bibliotheek.

    Opmerking:

    U kunt de foto's plaatsen in de snelle verzameling of u kunt de foto's opslaan in een nieuwe verzameling, die u later weer kunt gebruiken.

  2. Kies een contactbladsjabloon in de Sjabloonbrowser van de module Afdrukken.
  3. Kies desgewenst een papierformaat en printer.
  4. Selecteer in het deelvenster Pagina de tekstopties die u wilt afdrukken.
  5. (Optioneel) Selecteer Afdrukken in conceptmodus in het deelvenster Afdruktaak.
  6. Klik op Afdrukken.

Pakketlay-outs aanpassen

U kunt zoveel afbeeldingscellen als u wilt aan de lay-outs Fotopakket en Aangepast pakket toevoegen en de cellen automatisch of handmatig op de pagina rangschikken. Lightroom Classic CC bevat zes standaardformaten voor afbeeldingscellen. Als u meer foto's toevoegt dan op een pagina passen, worden er automatisch pagina's aan de lay-out toegevoegd.

  1. Klik in het deelvenster Cellen op de formaten om cellen van het desbetreffende formaat aan de lay-out toe te voegen. De plaatsing van de cellen op de pagina wordt geoptimaliseerd, zodat het bijsnijden tot een minimum wordt beperkt.

    Opmerking:

    Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep als u een cel wilt dupliceren.

  2. (Optioneel) Sleep de afbeeldingscellen om ze te verplaatsen op de pagina's.
  3. (Optioneel) Als u een cel groter of kleiner wilt maken, selecteert u de cel in het werkgebied en sleept u de zij- of hoekgrepen van de cel. U kunt ook de schuifregelaar Hoogte of Breedte gebruiken in het gedeelte Geselecteerde cel aanpassen van het deelvenster Cellen.
  4. Selecteer een van de volgende opties in het deelvenster Cellen:

    Nieuwe pagina

    Met deze optie wordt een nieuwe pagina aan de lay-out toegevoegd.

    Automatische lay-out

    (Fotopakket) De plaatsing van de foto's op de pagina wordt geoptimaliseerd, zodat het bijsnijden tot een minimum wordt beperkt.

    Lay-out wissen

    Met deze optie wordt de lay-out gewist.

    Opmerking:

    Als u een afbeelding wilt verwijderen, klikt u op de rode X linksboven op de pagina in het werkgebied.

U kunt aangepaste lay-outs voor fotopakketten opslaan als een aangepaste afdruksjabloon.

Tekstbedekkingen en afbeeldingen afdrukken

  1. Selecteer Naamplaatje in het deelvenster Pagina van de module Afdrukken.
  2. (Optioneel) Als u een ander naamplaatje wilt kiezen of maken, klikt u op het driehoekje rechtsonder in het venster met de voorvertoning van het naamplaatje en kiest u een optie in het pop-upmenu. Zie Naamplaatjes en moduleknoppen aanpassen.
  3. Als u de dekking of schaal van het naamplaatje wilt aanpassen, sleept u de schuifregelaars of voert u een percentage in.

    Opmerking:

    U kunt het naamplaatje ook schalen door in het werkgebied te klikken op de tekst van het naamplaatje en een zij- of hoekgreep van het selectiekader te slepen.

  4. Als u het naamplaatje wilt roteren, klikt u op de knop Roteren (0°) en kiest u 90° roteren op het scherm, 180° roteren op het scherm of -90° roteren op het scherm.
  5. Als u het naamplaatje wilt verplaatsen, sleept u het of drukt u op de Pijl-omhoog, Pijl-omlaag, Pijl-links of Pijl-rechts.
  6. Als u het naamplaatje op elke foto in een sjabloon met meerdere foto's wilt weergeven, selecteert u Renderen op elke afbeelding. Het naamplaatje wordt in het midden van elke foto weergegeven en kan met de besturingselementen in het deelvenster Bedekkingen worden geschaald of geroteerd.
  7. Als u de tekst van het naamplaatje achter de foto's wilt plaatsen, selecteert u Renderen achter afbeelding.

    Opmerking:

    Zorg ervoor dat voldoende van het naamplaatje achter de foto's zichtbaar is in de sjaboonlay-out.

    Optie Renderen achter afbeelding in Lightroom Classic CC
  1. Selecteer Contour in het deelvenster Afbeeldingsinstellingen.
  2. (Optioneel) Voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de kleurstaal en selecteer een kleur in het pop-upvenster als u een andere kleur voor de rand wilt instellen.

    • Sleep de schuifregelaar Breedte als u de breedte van de rand wilt wijzigen.

  1. Selecteer Fotorand in het deelvenster Afbeeldingsinstellingen.
  2. (Optioneel) Sleep de schuifregelaar Breedte als u de breedte van de rand wilt wijzigen.
  3. Selecteer Binnenomlijning als u een binnenomlijning aan de rand wilt toevoegen.
  4. (Optioneel) Voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de kleurstaal en selecteer een kleur in het pop-upvenster als u de kleur van de binnenomlijning wilt wijzigen.

    • Sleep de schuifregelaar Breedte als u de breedte van de binnenomlijning wilt wijzigen.

  1. Selecteer Achtergrondkleur pagina in het deelvenster Pagina en klik vervolgens op de kleurstaal en kies een kleur.
  1. Selecteer Watermerken in het deelvenster Pagina en kies een watermerk in het pop-upmenu.

U kunt informatie over foto's, zoals de bestandsnaam, de titel, het bijschrift en trefwoorden, afdrukken op foto's in de lay-out Enkele afbeelding/contactblad. De informatie is afkomstig uit de metagegevens die u invoert in de module Bibliotheek. De informatie wordt onder elke foto afgedrukt. Zie ook Metagegevens weergeven en bewerken.

  1. Selecteer Foto-info in het deelvenster Pagina. Klik vervolgens op Aangepaste instellingen en kies een van de volgende opties:

    Bijschrift

    Het fotobijschrift wordt afgedrukt.

    Aangepaste tekst

    De tekst die u invoert in het vak Aangepaste tekst wordt afgedrukt.

    Datum

    De datum waarop de foto is gemaakt, wordt afdrukt.

    Apparatuur

    Informatie over de camera en lens waarmee de foto is gemaakt, wordt afgedrukt.

    Belichting

    Informatie over de sluitersnelheid en de stops voor het aanpassen van de lensopening wordt afgedrukt.

    Bestandsnaam

    De naam van het fotobestand wordt afgedrukt.

    Reeks

    Met deze optie worden verschillende volgnummers op de foto's afgedrukt, op basis van het aantal foto's dat u afdrukt. Als u bijvoorbeeld negen foto's hebt geselecteerd die u wilt afdrukken, zijn de volgnummers 1/9, 2/9, 3/9, enzovoort.

    Titel

    De titel van de foto wordt afgedrukt.

    Bewerken

    De fotogegevens die u in het dialoogvenster Tekstsjablooneditor hebt ingevoerd, worden afgedrukt.

  2. Klik op het driehoekje rechts van Tekengrootte en kies een grootte (in punten) in het pop-upmenu.

U kunt paginanummers, afdrukinformatie en uitsnijdtekens toevoegen onder aan de lay-out Enkele afbeelding/contactblad.

  1. Selecteer Paginaopties in het deelvenster Pagina van de module Afdrukken en selecteer een of meer van de volgende opties:

    Paginanummers

    Rechtsonder op elke pagina wordt een paginanummer afgedrukt.

    Pagina-info

    De instelling voor het verscherpen van de afdruk, de profielinstelling en de naam van de printer worden onder aan elke pagina afgedrukt.

    Uitsnijdtekens

    Om elke foto worden uitsnijdtekens afgedrukt die na het afdrukken fungeren als hulplijnen bij het uitsnijden.

Hulplijnen voor bijsnijden tonen (Fotopakket en Aangepast pakket)

  1. Selecteer Snijdhulplijnen in het deelvenster Pagina en kies vervolgens of u lijnen of uitsnijdtekens wilt weergeven in het voorvertoningsgebied.

Werken met aangepaste afdruksjablonen

Door een aangepaste sjabloon op te slaan, blijven zowel de wijzigingen die u in afbeeldingscellen en -marges hebt aangebracht als door u opgegeven bedekkingen en afdrukinstellingen behouden. Nadat u de aangepaste sjabloon hebt opgeslagen, wordt deze weergegeven in de Sjabloonbrowser en kunt u de sjabloon opnieuw gebruiken. U kunt nieuwe mappen maken in de Sjabloonbrowser en daarmee uw sjablonen beter indelen.

Aangepaste afdruksjablonen opslaan

  1. Selecteer in de Sjabloonbrowser van de module Afdrukken een sjabloon waarop u uw aangepaste sjabloon wilt baseren.
  2. Pas de lay-out aan en geef opties op in de deelvensters aan de rechterkant van de module Afdrukken.
  3. Klik op het plusteken (+) in de Sjabloonbrowser van de module Afdrukken.
  4. Vervang “Naamloze sjabloon” door de naam die u voor de aangepaste sjabloon wilt gebruiken en geef een map op voor de sjabloon (bijvoorbeeld “Gebruikerssjablonen”).

Sjabloonmappen maken en indelen

  1. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) in de Sjabloonbrowser en kies Nieuwe map.
  2. Voer de naam van de map in en klik op OK.
  3. Sleep een sjabloon naar een mapnaam om de sjabloon naar die map te verplaatsen.

Wanneer u een vooraf ingestelde Lightroom Classic CC-sjabloon naar een andere map sleept, wordt de sjabloon naar die map gekopieerd.

Aangepaste sjablonen bijwerken

  1. Pas de kleuren, lay-out, tekst en uitvoerinstellingen naar wens aan.
  2. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op een sjabloon in de Sjabloonbrowser en kies Bijwerken met huidige instellingen.

Aangepaste sjablonen verwijderen

U kunt geen vooraf ingestelde Lightroom Classic CC-sjablonen verwijderen.

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS) op een sjabloon in de Sjabloonbrowser en kies Verwijderen in het contextmenu.

    • Selecteer een sjabloon in de Sjabloonbrowser en klik op het minteken (-).

Sjablonen importeren en exporteren

U kunt uw sjablonen exporteren zodat u ze kunt delen met collega's of de sjablonen op een andere computer kunt gebruiken. Sjablonen worden opgeslagen met de extensie .lrtemplate.

  • Als u een sjabloon wilt exporteren, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u (Mac OS) op een sjabloon en kiest u Exporteren. Voer de naam van het sjabloonbestand in en klik op Opslaan.
  • Als u een sjabloon wilt importeren, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Ctrl ingedrukt en klikt u (Mac OS) in het gebied waar u de sjabloon wilt weergeven en kiest u Importeren. Dubbelklik op het sjabloonbestand.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid