Een van de krachtigste aspecten van Adobe Photoshop CC is dat je afbeeldingen kunt combineren om fascinerende composities te creëren.

Structuur aan een afbeelding toevoegen

Een structuur aanbrengen met overvloeimodi.

 

Wat je hebt geleerd: structuur aan een afbeelding toevoegen

  1. Begin met twee lagen. De bovenste laag bevat de afbeelding met de structuur die je wilt toevoegen en de onderste laag bevat de hoofdafbeelding.
  2. Zorg dat de bovenste laag (structuur) is geselecteerd in het deelvenster Lagen.
  3. Wijzig in de vervolgkeuzelijst boven aan het deelvenster Lagen de overvloeimodus van Normaal in Bedekken. Hierdoor verandert de manier waarop de kleuren in de structuurlaag overvloeien in de kleuren in de laag eronder. Probeer enkele andere overvloeimodi uit om het gewenste effect voor je afbeeldingen te vinden.
  4. Experimenteer met de schuifregelaar Dekking boven aan het deelvenster Lagen en verminder de dekking om de weergave van de structuur op de afbeelding te wijzigen.

Een object aan een afbeelding toevoegen met behulp van een laagmasker

Een object aan een afbeelding toevoegen met een laagmasker.

 

Wat je hebt geleerd: een object aan een afbeelding toevoegen met een laagmasker

  1. Begin met twee lagen. De bovenste laag bevat de afbeelding met het object dat je wilt toevoegen
    en de onderste laag bevat de hoofdafbeelding.
  2. Zorg dat de bovenste laag (met het object dat je wilt toevoegen) is geselecteerd in het deelvenster Lagen.
  3. Klik onder aan het deelvenster Lagen op het pictogram Laagmasker toevoegen. Hierdoor wordt een witte rechthoek of miniatuur toegevoegd die aan de bovenste laag is gekoppeld. Deze witte rechthoek is het laagmasker. Het laagmasker bepaalt welk deel van de gekoppelde laag zichtbaar is en welk deel verborgen is. De witte kleur op het masker geeft gebieden aan die zichtbaar zijn. De zwarte kleur op het masker geeft gebieden aan die verborgen zijn.
  4. Selecteer het gereedschap Penseel in het deelvenster Gereedschappen. Zorg dat het masker is geselecteerd (door op de maskerminiatuur in het deelvenster Lagen te klikken) en schilder met zwart of wit om gebieden van de gekoppelde laag te verbergen of zichtbaar te maken.

Een achtergrond vervangen met een laagmasker

Een achtergrond vervangen door een andere achtergrond met behulp van een laagmasker. 

 

Wat je hebt geleerd: een achtergrond verbergen met een laagmasker

  1. Begin met twee lagen. De bovenste laag bevat de oorspronkelijke afbeelding en de onderste laag bevat een vervangende achtergrondafbeelding.
  2. Zorg dat de bovenste laag (oorspronkelijke afbeelding) is geselecteerd in het deelvenster Lagen.
  3. Selecteer in het deelvenster Gereedschappen het gereedschap Snelle selectie en selecteer daarmee alle gebieden in de oorspronkelijke afbeelding die je in de uiteindelijke uitvoer wilt behouden – alles behalve de achtergrond van de oorspronkelijke afbeelding.
  4. Klik onder aan het deelvenster Lagen op het pictogram Laagmasker toevoegen. Hierdoor wordt een miniatuur van een laagmasker toegevoegd die aan de bovenste laag is gekoppeld. Het laagmasker verbergt alles behalve wat je hebt geselecteerd. Dankzij de verborgen gebieden op de bovenste laag kun je door de stapel lagen heen kijken naar de vervangende achtergrond op de onderste laag.

 

Terug naar: Tekst en vormen toevoegen | Volgende: Filters toepassen

 

03/27/2018

 

Presentator: Jan Kabili

Fotograaf: Martin Hoang

Houtsnijder: Matt Ritchie

Was deze pagina nuttig?