Als u een object extraheert, wordt de achtergrond gewist en transparant gemaakt. Pixels aan de rand van het object verliezen op deze manier de kleurcomponenten die uit de achtergrond afkomstig zijn, zodat deze met een nieuwe achtergrond kunnen overvloeien zonder een krans te veroorzaken.

De meer effectieve en flexibele opdracht Rand verfijnen gebruiken

Kies de opdracht Selecteren > Rand verfijnen voor betere resultaten en niet-destructieve verwerking. Zie De randen van selecties verfijnen voor instructies en koppelingen naar handige zelfstudies.

De opdracht Rand verfijnen levert vooral indrukwekkende resultaten op bij bijzonder ingewikkelde randen, zoals dunne lokken haar. In tegenstelling tot de verouderde plug-in Extraheren die pixelgegevens definitief verwijdert, maakt u met de opdracht Rand verfijnen selectiemaskers die u later opnieuw kunt aanpassen en perfectioneren.

Aangeraden door Adobe

Aangeraden door Adobe
<a href="http://tv.adobe.com/watch/the-russell-brown-show/masking-basics-in-photoshop-cs5/">Objecten extraheren in Photoshop CS5</a>
Russell Brown

De verouderde, optionele plug-in Extraheren gebruiken (alleen Windows)

Opmerking:

De plug-in Extraheren is niet beschikbaar voor Mac OS, aangezien deze niet compatibel is met de nieuwste versies van het besturingssysteem. Bovendien produceert de opdracht Rand verfijnen betere resultaten.

De plug-in Extraheren voor Photoshop
Geselecteerd gebied gemarkeerd en gevuld, en geëxtraheerd object

  1. Aangezien de opdracht Rand verfijnen betere resultaten oplevert, wordt de plug-in Extraheren niet geïnstalleerd bij Photoshop. Download de optionele Windows-plug-in.
  2. Selecteer in het palet Lagen de laag met het object dat u wilt extraheren. Als u een achtergrondlaag selecteert, verandert deze na de extractie in een normale laag. Als de laag een selectie bevat, wordt de achtergrond alleen in het geselecteerde gebied gewist.

    Opmerking:

    Als u wilt voorkomen dat u de oorspronkelijke afbeeldingsgegevens kwijtraakt, kunt u de laag het beste dupliceren of een opname maken van de oorspronkelijke staat van de afbeelding.

  3. Kies Filter > Extraheren en geef de volgende toolopties op:

    Penseelgrootte

    Voer een waarde in of sleep de schuifregelaar om de breedte van de tool Randmarkering  op te geven. U kunt ook gebruikmaken van de optie Penseelgrootte om de breedte van de tool Gummetje, Overbodig verwijderen en Randen corrigeren op te geven.

    Markeren

    Kies een vooraf ingestelde kleuroptie voor de markering die om objecten heen verschijnt wanneer u de tool Randmarkering gebruikt of kies Overige om een aangepaste kleur te selecteren voor de markering.

    Vullen

    Geef voor Vullen een vooraf ingestelde kleur op of kies Overige om een eigen kleur te definiëren voor het gebied dat wordt gedefinieerd door de tool Vullen.

    Slim markeren

    Selecteer deze optie als u een goed gedefinieerde rand wilt markeren. Hiermee kunt u de markering precies op de rand houden en wordt een markering toegepast die precies breed genoeg is om de rand te bedekken, ongeacht de geselecteerde penseelgrootte.

    Opmerking:

    Als u Slim markeren gebruikt om de rand van een object te markeren die vlak bij een andere rand ligt, verkleint u de penseelgrootte wanneer de markering steeds van de objectrand wordt afgetrokken door de andere rand. Als het object een uniforme kleur aan de ene kant en scherpe randen aan de andere kant heeft, houdt u de rand van het object binnen het gebied van het penseel maar centreert u het penseel op de uniforme kleur.

    Geef opties op voor Extractie:

    Afbeelding met structuur

    Selecteer deze optie als de voorgrond of achtergrond van de afbeelding veel structuur bevat.

    Vloeiend

    Voer een waarde in voor Vloeiend of sleep de schuifregelaar om de omtrek vloeiender of minder vloeiend weer te geven. U kunt het beste met nul of een kleine waarde beginnen om te voorkomen dat details te veel vervagen. Als de extractie scherpe elementen bevat, kunt u de waarde voor Vloeiend vergroten om deze uit de volgende extractie te verwijderen.

    Kanaal

    Kies het alfakanaal in het menu Kanaal om de markering te kunnen baseren op een selectie die in een alfakanaal is opgeslagen. Het alfakanaal moet zijn gebaseerd op een selectie van de rand van het object. Als u een markering wijzigt die is gebaseerd op een kanaal, verandert de naam van het kanaal in het menu in Aangepast. Uw afbeelding moet beschikken over een alfakanaal. Anders is de optie Kanaal niet beschikbaar.

    Voorgrond forceren

    Selecteer deze optie als het object erg complex is of als het object geen duidelijke binnenkant heeft.

  4. Selecteer de tool Randmarkering  en teken met deze tool om de rand van het object dat u wilt extraheren te definiëren. Sleep zo dat de markering zowel het object op de voorgrond als de bijbehorende achtergrond overlapt. Gebruik een groot penseel om onregelmatige, complexe randen te markeren waarbij de voorgrond overloopt in de achtergrond, zoals haren of bomen.

    Opmerking:

    Gebruik de tool Zoomen of Handje om de weergave naar wens aan te passen.

    Als u de markering wilt wissen, selecteert u het gummetje  en sleept u hiermee over de markering. Als u de volledige markering wilt wissen, drukt u op Alt+Backspace (Windows) of Option+Delete (Mac OS).

    Als het object een duidelijk gedefinieerde binnenkant heeft, zorgt u ervoor dat de markering het beoogde gebied volledig omsluit. U hoeft geen gebieden te markeren op plaatsen waar het object de grenzen van de afbeelding raakt. Als het object geen duidelijke binnenkant heeft, markeert u het volledige object.

    Opmerking:

    Als u Afbeelding met structuur of Voorgrond forceren hebt geselecteerd, kunt u niet het volledige object markeren.

  5. Definieer de voorgrond als volgt:
    • Als de binnenkant van het object goed gedefinieerd is, selecteert u de tool Vullen . Klik in het object om de binnenkant te vullen. Als u nogmaals in een gevuld gebied klikt met de tool Vullen, wordt de vulling verwijderd.

    • Als u Voorgrond forceren hebt geselecteerd, selecteert u de tool Pipet  en klikt u in het object om een monster van de voorgrondkleur te nemen. U kunt ook in het vak Kleur klikken en een kleurkiezer gebruiken om de voorgrondkleur te selecteren. Deze methode werkt het beste bij objecten die schakeringen van één bepaalde kleur bevatten.

  6. (Optioneel) Klik op Voorbeeld als u het geëxtraheerde object wilt bekijken. Zoom desgewenst in.

    Tonen

    Kies een menuoptie om tussen de weergaven van de oorspronkelijke en de geëxtraheerde afbeelding te schakelen.

    Weergave

    Kies een menuoptie om een voorvertoning te zien van het geëxtraheerde object op een gekleurde achtergrond met een rand of een grijze achtergrond. Als u een transparante achtergrond wilt weergeven, kiest u Geen.

  7. (Optioneel) Verbeter de extractie door gebruik te maken van een van de volgende opties:
    • Kies nieuwe opties voor Markering en Vullen en gebruik de tool Randmarkering weer om te tekenen. Definieer de voorgrond opnieuw en bekijk vervolgens een voorvertoning van het geëxtraheerde object.

    • Geef nieuwe instellingen voor Extractie op (Vloeiend, Voorgrond forceren of Kleur ) en bekijk vervolgens een voorvertoning van het geëxtraheerde object.

    Als u tevreden ben met het resultaat, kunt u de finishing touches aanbrengen.

  8. U kunt de extractieresultaten corrigeren door een van de volgende opties te kiezen:
    • Als u sporen van de achtergrond in het geëxtraheerde gebied wilt wissen, gebruikt u de tool Overbodig verwijderen . Met deze tool wordt dekking verwijderd in toenemende mate. U kunt de tool Overbodig verwijderen ook gebruiken om hiaten in het geëxtraheerde object op te vullen. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep om weer dekking toe te voegen.

    • Als u de rand van het geëxtraheerde object wilt bewerken, gebruikt u de tool Randen corrigeren . Met deze tool worden randen verscherpt in toenemende mate. Als het object geen duidelijke rand heeft, wordt met de tool Randen corrigeren dekking aan het object toegevoegd of uit de achtergrond verwijderd.

    Opmerking:

    U kunt een extractie ook opschonen met het achtergrondgummetje en het historiepenseel in de toolset.

  9. Klik op OK om de definitieve extractie toe te passen. Alle pixels op de laag buiten het geëxtraheerde object worden gewist en transparant gemaakt.

Opmerking:

Na het extraheren kunt u de achtergrond weer dekkend maken en andere effecten creëren door Bewerken > Extraheren vervagen te kiezen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid