3D-modellen toevoegen aan een pagina van een PDF (Acrobat Pro)

Met het gereedschap 3D kunt u een 3D-bestand (in de indeling U3D 3rd Edition of PRC) plaatsen op een pagina van een PDF. Met Acrobat Pro kunt u 3D-PDF's maken, maar alleen van U3D ECMA 1-bestanden.

Nadat u het 3D-bestand hebt geplaatst, kunt u het gebied of canvas aanpassen waarin het 3D-model wordt weergegeven, de presentatie-eigenschappen bewerken voor de 3D-werkbalk en 3D-inhoud en aanvullende weergaven maken.

Een 3D-model aan een pagina toevoegen

  1. Kies Gereedschappen > Interactieve objecten > 3D toevoegen.
  2. Sleep een rechthoek op de pagina om het canvasgebied voor het 3D-bestand te definiëren.
  3. Klik in het dialoogvenster 3D invoegen op Bladeren om een 3D-bestand te selecteren en klik op Openen.

Opmerking:

In het dialoogvenster 3D invoegen selecteert u Geavanceerde opties tonen om de initiële 3D-eigenschappen voor het bestand in te stellen.

Het 3D-canvas verplaatsen of verwijderen of het formaat ervan wijzigen

  1. Kies Gereedschappen > Interactieve objecten > Object selecteren .

    Opmerking:

    Verwar het gereedschap Object selecteren niet met het gereedschap Selectie. Gebruik het gereedschap Object selecteren als u een 3D-canvas wilt aanpassen.

  2. Selecteer het 3D-canvas en breng zo nodig wijzigingen aan:
    • Als u het canvas wilt verplaatsen, sleept u het naar een nieuwe locatie op de pagina.

    • Als u het canvas (en het 3D-model) wilt verwijderen, selecteert u het en drukt u op Verwijderen.

    • Als u het formaat van het canvas wilt wijzigen, versleept u de framehoeken. De hoogte-/breedteverhouding van de 3D-inhoud blijft binnen het aangepaste frame ongewijzigd.

3D-eigenschappen (Acrobat Pro)

Bekijk 3D-eigenschappen met het gereedschap Object selecteren (Gereedschappen > Interactieve objecten > Object selecteren) om te dubbelklikken binnen een geactiveerd model.

Tabblad 3D

De opties op het tabblad 3D bepalen hoe het 3D-model wordt weergegeven. Anders dan de instellingen op de andere tabbladen hebben de 3D-instellingen geen invloed op het geïmporteerde bestand zelf.

De opties op het tabblad 3D zijn gelijk aan de opties op de 3D-werkbalk, behalve de volgende:

Animatiestijl

Voor modellen die zijn gemaakt met animatie, bepaalt deze instelling hoe de animatie in Acrobat wordt uitgevoerd.

Standaardweergaven toevoegen

Hiermee kunt u verschillende modelweergaven gebruiken. Met een orthografische projectie (ortho) verwijdert u een dimensie. De hoogte-breedteverhouding tussen objecten blijft behouden, maar het 3D-model krijgt een minder realistische weergave. Orthografische projectie is vooral handig voor het weergeven van bepaalde diagrammen, zoals wiskundige 3D-functies die in een grafiek zijn getekend. Een perspectiefprojectie biedt een meer realistisch beeld waarbij objecten in de verte kleiner worden weergegeven dan objecten met dezelfde grootte op de voorgrond.

Werkbalk tonen

Hiermee wordt de 3D-werkbalk voor de afbeelding weergegeven. Als deze optie niet is geselecteerd, kunt u met de rechtermuisknop op de 3D-afbeelding klikken om de 3D-werkbalk te openen.

Modelstructuur openen

Hiermee geeft u de modelstructuur weer op het deelvenster Modelstructuur. De Modelstructuur heeft drie deelvensters. Op elk deelvenster wordt een bepaald type informatie of besturingselementen weergegeven.

Script

Hiermee wordt het JavaScript-bestand opgegeven dat wordt uitgevoerd als een 3D-model wordt ingeschakeld. Klik op Bladeren om een JavaScript-bestand toe te voegen aan de PDF.

Startinstellingen

Inschakelen als

Hiermee geeft u aan wanneer het 3D-model is geactiveerd. Wanneer het 3D-model is geactiveerd, kunt u ermee werken, bijvoorbeeld met de 3D-navigatiegereedschappen.

Uitschakelen als

Hiermee bepaalt u hoe het 3D-model kan worden gedeactiveerd. Wanneer een 3D-model is uitgeschakeld, wordt de 2D-voorbeeldafbeelding of poster weergegeven in het canvas.

Wijze van afspelen

Hiermee kunt u het 3D-model weergeven in een zwevend venster buiten de pagina. Als u Inhoud afspelen in zwevend venster selecteert, kunt u de grootte van het venster (in pixels) selecteren in de menu's Hoogte en Breedte.

Randbreedte

Selecteer deze optie als u een rand rond het 3D-object wilt maken.

Transparante achtergrond

Hiermee verwijdert u de achtergrondkleur.

Posterafbeelding

Als u de standaardweergave van het 3D-model wanneer dit niet is geactiveerd wilt wijzigen, selecteert u een optie voor de posterafbeelding. Klik op Bladeren om de gewenste afbeelding te zoeken.

Bronnen

Gebruik het tabblad Bronnen om bestanden die zijn ontwikkeld in Flash®, toe te voegen aan een 3D-model voor animatie, effecten en structuren. Als u een Flash-bron wilt binden, selecteert u deze in de lijst met bronnen en selecteert u vervolgens een bindingstype (Voorgrond, Achtergrond of Materiaal). Als u een materiaal bindt, voert u ook de materiaalnaam in voor het onderdeel of de onderdelen waar u het materiaal wilt weergeven.

Toevoegen

Hiermee voegt u SWF-bestanden met animaties en achtergronden voor het 3D-model toe.

Map toevoegen

Hiermee voegt u een map met bronbestanden toe aan het 3D-object.

Verwijderen

Selecteer een bestand in de lijst en klik op Verwijderen om het bestand uit de lijst te verwijderen.

Naam

Hier wordt de naam weergegeven van het bestand dat in de lijst is geselecteerd. U kunt de naam van een bron ook wijzigen. Dit is nuttig als u werkt met scripts. U kunt bijvoorbeeld de naam vervangen door de naam die wordt gebruikt in een script.

Boekbinding

Wanneer u bestanden toevoegt die zijn ontwikkeld in Flash als bron voor een 3D-model, bepaalt de binding de interactie tussen de bestanden. U kunt bijvoorbeeld aangeven dat één bron wordt uitgevoerd op de achtergrond, terwijl een andere bron wordt uitgevoerd op de voorgrond. Nadat u de bestanden hebt toegevoegd aan de lijst, selecteert u een bestand en kiest u in het gedeelte Binding vervolgens Achtergrond, Voorgrond of Materiaal.

Materiaal

3D-ontwerpers kunnen het veld Materiaal gebruiken om een materiaal te definiëren dat voor een model moet worden gebruikt. U kunt de materiaalnaam koppelen aan een bron door Materiaal te selecteren in het gedeelte Binding.

FlashVars

Flash-ontwikkelaars kunnen het veld FlashVars gebruiken om ActionScript™-variabelen toe te voegen voor het geselecteerde bestand.

JavaScript uitvoeren

Als een afzonderlijk JavaScript-bestand is gekoppeld aan de PDF met het 3D-model, kunt u dit activeren.

  1. Open het PDF-bestand in Acrobat.
  2. Klik met het gereedschap Handje op het 3D-model om het in te schakelen. Klik vervolgens met de rechtermuisknop op het 3D-model en kies JavaScript uitvoeren.
  3. Selecteer het JavaScript-bestand dat u wilt toevoegen, en klik op Openen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid