PDF-bestanden eenvoudig corrigeren, bijwerken en verbeteren. Afbeeldingen vergroten, verkleinen, verplaatsen of vervangen zonder terug te keren naar het oorspronkelijke brondocument.

Video tutorial: How to edit images in PDF files.

Video tutorial: How to edit images in PDF files.
Leer hoe u een afbeelding verplaatst, vergroot, verkleint, roteert, spiegelt of vervangt met het nieuwe deelvenster Inhoud bewerken.
Donna Baker

Een afbeelding of een object in een PDF plaatsen

  1. Kies Gereedschappen > Inhoud bewerken > Afbeelding toevoegen

  2. Zoek in het dialoogvenster Openen naar het bestand dat u wilt plaatsen.

  3. Selecteer het afbeeldingsbestand en klik op Openen.

  4. Klik op de plaats waar u de afbeelding wilt neerzetten, of klik en sleep om de grootte van de afbeelding te wijzigen terwijl u deze plaatst.

    Er verschijnt een kopie van het afbeeldingsbestand op de pagina met dezelfde resolutie als het oorspronkelijke bestand.

  5. Gebruik de grepen van het omsluitende kader om de grootte van de afbeelding te wijzigen, of de gereedschappen in het venster Inhoud bewerken om de afbeelding te spiegelen, te roteren of bij te snijden.

Een afbeelding of object verplaatsen, vergroten of verkleinen

  1. Selecteer het gewenste gereedschap afhankelijk van wat u wilt verplaatsen:

    Afbeelding

    Kies Gereedschappen > Inhoud bewerken > Tekst en afbeeldingen bewerken . Wanneer u de muis boven een afbeelding houdt die u kunt bewerken, verschijnt het afbeeldingspictogram in de linkerbovenhoek.

    Interactief object

    Als u formuliervelden, knoppen of andere interactieve objecten wilt bewerken, kiest u Gereedschappen > Interactieve objecten > Object selecteren .

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Als u de afbeelding of het object wilt verplaatsen, sleept u het naar de gewenste locatie. Objecten kunnen niet naar een andere pagina worden gesleept (u kunt objecten wel knippen en op een nieuwe pagina plakken). Houd tijdens het slepen Shift ingedrukt om het object in een rechte lijn omhoog of omlaag of naar rechts of naar links te verplaatsen.
    • Als u de grootte van de afbeelding of het object wilt wijzigen, sleept u een greep. Houd tijdens het slepen van de greep Shift ingedrukt om de hoogte-/breedteverhouding te handhaven.

    Opmerking:

    Als u meerdere objecten selecteert, kunt u deze samen verplaatsen of vergroten of verkleinen.

Een afbeelding roteren, spiegelen (clip), uitsnijden of vervangen

  1. Kies Gereedschappen > Inhoud bewerken > Tekst en afbeeldingen bewerken .

  2. Selecteer de afbeelding (of afbeeldingen).
  3. Onder Indeling in het deelvenster Inhoud bewerken klikt u op een van de volgende gereedschappen:

    Verticaal spiegelen

    Hiermee wordt de afbeelding verticaal op de horizontale as gespiegeld.

    Horizontaal spiegelen

    Hiermee wordt de afbeelding horizontaal op de verticale as gespiegeld.

    Roteren tegen de klok in

    Hiermee wordt de geselecteerde afbeelding 90 graden tegen de klok in gedraaid.

    Met de klok mee roteren

    Hiermee wordt de geselecteerde afbeelding 90 graden met de klok mee gedraaid.

    Afbeelding uitsnijden

    Hiermee wordt de geselecteerde afbeelding uitgesneden. Sleep een selectiegreep om de afbeelding uit te snijden.

    Afbeelding vervangen

    Hiermee wordt de geselecteerde afbeelding vervangen door de afbeelding die u kiest. Zoek de vervangende afbeelding in het dialoogvenster Openen en klik op Openen.

Opmerking:

Als u de geselecteerde afbeelding handmatig wilt roteren, plaatst u de aanwijzer net buiten een selectiegreep. Wanneer de cursor verandert in de rotatieaanwijzer , sleept u deze in de richting waarin u wilt roteren.

Verplaats een afbeelding of object voor of achter andere elementen.

Met de opties voor rangschikken kunt u een afbeelding of object voor of achter andere elementen plaatsen. U kunt een item een niveau naar voren of naar achteren verplaatsen, of het omhoog of omlaag verplaatsen in de stapelvolgorde van elementen op de pagina.

  1. Kies Gereedschappen > Inhoud bewerken > Tekst en afbeeldingen bewerken .

  2. Selecteer het object (of de objecten).
  3. Klik met de rechtermuisknop op het object (of de objecten) en kies Rangschikken en de gewenste optie.

    Opmerking:

    Voor complexe pagina's waar het lastig is om een object te selecteren, is het misschien gemakkelijker om de volgorde te wijzigen via het tabblad Inhoud. Kies Beeld > Tonen/Verbergen > Navigatievensters > Inhoud.

Een afbeelding buiten Acrobat bewerken

U kunt een afbeelding bewerken met een andere toepassing, zoals Photoshop, Illustrator of Microsoft Paint. Wanneer u de afbeelding opslaat, werkt Acrobat de PDF automatisch bij met de wijzigingen. Welke toepassingen in het menu Bewerken met worden weergegeven, hangt af van uw installaties en het type afbeelding dat u hebt geselecteerd. U kunt ook de toepassing opgeven die u wilt gebruiken.

  1. Kies Gereedschappen > Inhoud bewerken > Tekst en afbeeldingen bewerken .

  2. Selecteer de afbeelding of het object.

    Opmerking:

    Selecteer meerdere items als u ze in hetzelfde bestand samen wilt bewerken. Als u alle afbeeldingen en objecten op de pagina wilt bewerken, klikt u met de rechtermuisknop op de pagina en kiest u Alles selecteren.

  3. Kies de editor die u wilt gebruiken in het menu Gebruiken met (onder Indeling in het deelvenster Inhoud bewerken). Als u een andere editor wilt kiezen dan in het menu staat, selecteert u Openen met, zoekt u de toepassing en klikt u op Openen.

    Opmerking:

    Als u wordt gevraagd of conversie naar ICC-profielen gewenst is, kiest u Niet converteren. Als in het afbeeldingsvenster een dambordpatroon wordt weergegeven wanneer het wordt geopend, kunnen de afbeeldingsgegevens niet worden gelezen.

  4. Breng de gewenste wijzigingen aan in de externe toepassing. Neem de volgende richtlijnen in acht:
    • Als u de afmetingen van de afbeelding wijzigt, wordt de afbeelding mogelijk niet juist uitgelijnd in de PDF.
    • Transparantiegegevens blijven alleen behouden voor maskers die zijn opgegeven als indexwaarden in een geïndexeerde kleurruimte.
    • Vlak de afbeelding af als u in Photoshop werkt.
    • Afbeeldingsmaskers worden niet ondersteund.
    • Als u naar een andere afbeeldingsmodus gaat terwijl de afbeelding wordt bewerkt, kan er waardevolle informatie verloren gaan die alleen in de oorspronkelijke modus kan worden toegepast.
  5. Kies in de bewerkingstoepassing Bestand > Opslaan. Het object wordt automatisch bijgewerkt en in de PDF weergegeven wanneer u Acrobat naar de voorgrond haalt.

    Opmerking:

    Bij Photoshop wordt de bewerkte afbeelding opnieuw opgeslagen in de PDF, wanneer de afbeelding een indeling heeft die wordt ondersteund door Photoshop 6.0 of hoger. Een afbeelding met een niet-ondersteunde indeling wordt echter door Photoshop verwerkt als een generieke PDF-afbeelding en op schijf opgeslagen in plaats van in de PDF.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid