Over lokale aanpassingen

Met de besturingselementen op de tabbladen voor het aanpassen van afbeeldingen van Camera Raw kunt u de kleur en tinten van een volledige foto aanpassen. Voor het aanpassen van een bepaald gedeelte van een foto (of voor het maken van lokale aanpassingen, zoals tegenhouden en doordrukken) gebruikt u de tool Aanpassingspenseel , de tool Gegradueerd filter of de tool Radiaalfilter in Camera Raw.

Met de tool Aanpassingspenseel kunt u op selectieve wijze de belichting, textuur en duidelijkheid aanpassen en andere aanpassingen aanbrengen door ze als het ware op de foto te tekenen.

Met het gereedschap Gegradueerd filter kunt u dezelfde typen aanpassingen geleidelijk aanbrengen over een bepaald gebied van een foto. U kunt dit gebied net zo breed of smal maken als u wilt.

Met de tool Radiaalfilter kunt u een ellipsvormig gebied rond het onderwerp tekenen en selectief aanpassingen aanbrengen binnen of buiten het geselecteerde gebied. Zie Radiaalfilter in Camera Raw voor meer informatie.

U kunt voor elke foto beide soorten lokale aanpassingen gebruiken. U kunt instellingen voor lokale aanpassingen synchroniseren over meerdere geselecteerde afbeeldingen. U kunt ook voorinstellingen voor lokale aanpassingen maken, zodat u een veelgebruikt effect snel opnieuw kunt toepassen.

U moet enige tijd experimenteren om de lokale aanpassingen in Camera Raw onder de knie te krijgen. We raden u aan als volgt te werk te gaan: selecteer eerst een gereedschap, geef daarna de gereedschapsopties op en pas de aanpassingen vervolgens toe op de foto. Vervolgens kunt u die aanpassing desgewenst bewerken of een nieuwe aanpassing toepassen.

Net als voor alle in Camera Raw aangebrachte aanpassingen geldt ook dat lokale aanpassingen niet-destructief zijn. Deze aanpassingen worden nooit permanent toegepast op de foto. Lokale aanpassingen worden net zo opgeslagen in een afbeelding als algemene aanpassingen: in een secundair XMP-bestand of in de Camera Raw-database, afhankelijk van wat er is opgegeven bij de Camera Raw-voorkeuren.

Lokale aanpassingen aanbrengen met het Aanpassingspenseel in Camera Raw

  1. Selecteer Aanpassingspenseel  op de werkbalk (of druk op K).

    Camera Raw opent de opties voor het Aanpassingspenseel onder het histogram en stelt de maskeringsmodus in op Nieuw.

  2. Selecteer bij de opties voor het Aanpassingspenseel het type aanpassing dat u wilt maken door de schuifregelaar voor een van de effecten te slepen.

    Opmerking:

    De beschikbare effecten zijn afhankelijk van de procesversie die u gebruikt (2012, 2010 of 2003), zoals eerder aangegeven. Klik het pictogram met het uitroepteken in de rechterbenedenhoek van de voorvertoning van de afbeelding om een foto bij te werken naar de procesversie PV2012.

    Temperatuur

    Hiermee past u de kleurtemperatuur van een gedeelte van de afbeelding aan om het gedeelte warmer of kouder te maken. Met een temperatuureffect van het gegradueerde filter kunt u afbeeldingen verbeteren die zijn gemaakt bij variërende belichtingsomstandigheden.

    Kleur

    Hiermee kunt u een groene of magentakleurige kleurzweem compenseren.

     

    Belichting

    Hiermee stelt u de algehele helderheid van de afbeelding in. Als u een lokale belichtingscorrectie toepast, kunt u resultaten behalen die vergelijkbaar zijn met doordrukken en branden in traditionele fotografie.

    Contrast

    Hiermee kunt u het contrast van de afbeelding aanpassen, met meer effect in de middentonen. 

    Hooglichten

    Hiermee herstelt u de details in overbelichte afbeeldingsgedeelten met hooglichten.

     

    Schaduwen

    Hiermee herstelt u de details in onderbelichten afbeeldingsgedeelten met schaduwen.

    Witte tinten

    De witte punten in een foto aanpassen

    Zwarte tinten

    De zwarte punten in een foto aanpassen

    Structuur

    Hiermee verscherpt of vermindert u de textuur in uw foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om details te egaliseren of naar rechts om details te accentueren. Wanneer u de schuifregelaar Textuur aanpast, verandert de kleur of de tint niet.

    Lokaal contrast

    Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het lokale contrast te verhogen.

    Nevel verwijderen

    Hiermee versterkt of verzwakt u de bestaande nevel in een foto

    Verzadiging

    Hiermee wordt de scherpte of de zuiverheid van de kleur gewijzigd.

    Scherpte

    Hiermee verbetert u de definitie van randen, zodat details in een foto meer in het oog springen. Met een negatieve waarde worden details vager.

    Ruisreductie

    Hiermee vermindert u luminantieruis, die kan optreden als schaduwgedeelten lichter worden.

    Moiréreductie

    Hiermee verwijdert u moiré-artefacten of kleuralias.

    Rand verwijderen

    Hiermee verwijdert u kleuren langs de randen. Zie Lokale randkleuren verwijderen.

    Kleur

    Hiermee past u een kleurtint toe op het geselecteerde gebied. Selecteer de kleurtoon door op het vak met het kleurmonster rechts van de effectnaam te klikken.

    Opmerking:

    Klik op het plusteken (+) of het minteken (-) om het effect met een vooringestelde waarde te versterken of te verzwakken. Klik meerdere keren om een sterkere aanpassing te kiezen. Dubbelklik op de schuifregelaar om het effect weer in te stellen op nul.

  3. Geef de penseelopties op:

    Grootte

    Hiermee geeft u de diameter van de penseelpunt op in pixels.

    Doezelaar

    Hiermee regelt u de hardheid van de penseelstreek.

    Stroom

    Hiermee regelt u de toepassingsgraad voor de aanpassing.

    Dichtheid

    Hiermee regelt u de hoeveelheid transparantie van de penseelstreek.

    Automatische maskering

    Hiermee beperkt u de penseelstreken tot gebieden met dezelfde kleur.

    Maskering weergeven

    Hiermee schakelt u de zichtbaarheid van de maskerbedekking in het afbeeldingsvoorbeeld in of uit.

  4. Beweeg het Aanpassingspenseel over de afbeelding.

    Het dradenkruis geeft het toepassingspunt aan. Een dichte cirkel geeft de penseelgrootte aan. De zwart-wit gestreepte cirkel geeft de hoeveelheid voor de doezelaar aan.

    Opmerking:

    Als de doezelaar is ingesteld op 0, geeft de zwart-wit gestreepte cirkel de penseelgrootte aan. Bij zeer lage waarden van de doezelaar is het mogelijk dat de dichte cirkel niet zichtbaar is.

  5. Teken met het gereedschap Aanpassingspenseel in het gebied van de afbeelding dat u wilt aanpassen.

    Als u de muis loslaat, verschijnt er een speldpictogram  op het toepassingspunt. In de opties voor het Aanpassingspenseel verandert de maskeringsmodus in Toevoegen.

  6. (Optioneel) Verfijn de aanpassing op een van de volgende manieren:
    • Sleep de gewenste schuifregelaars in de opties voor het Aanpassingspenseel om het bijbehorende effect in de afbeelding aan te passen.
    • Druk op V om het speldpictogram weer te geven of te verbergen.
    • U kunt de zichtbaarheid van de maskerbedekking in- of uitschakelen via de optie Maskering weergeven, door op Y te drukken of door de muisaanwijzer op het speldpictogram te plaatsen.

    Opmerking:

    Als u de kleur van de maskerbedekking wilt aanpassen, klik dan op de kleurstaal naast de optie Maskering weergeven. Kies vervolgens een nieuwe kleur uit de Kleurkiezer.

    • Als u een deel van de aanpassingen wilt ongedaan maken, klikt u op Wissen bij de opties voor het Aanpassingspenseel en strijkt u met het penseel over de aanpassing.

    Opmerking:

    Als u een gummetje wilt maken dat andere eigenschappen heeft dan het huidige Aanpassingspenseel, klikt u op de knop van het menu Instellingen voor lokale aanpassingen  en kiest u de optie Afzonderlijke grootte gummetje. Geef vervolgens voor het gummetje de gewenste waarden op voor Grootte, Doezelaar, Stroom en Dichtheid.

    • U kunt de aanpassing volledig verwijderen door de speld te selecteren en op Verwijderen te drukken.
    • Druk op Ctrl+Z (Windows) of Command+Z (Mac OS) om de laatste aanpassing ongedaan te maken.
    • Klik op Alles wissen onder aan de opties voor het gereedschap om alle aanpassingen van het Aanpassingspenseel te verwijderen en de maskeringsmodus in te stellen op Nieuw.
  7. (Optioneel) Klik op Nieuw om een aanvullende aanpassing voor het Aanpassingspenseel toe te passen. Gebruik de in stap 6 beschreven technieken om het filter te verfijnen.

    Opmerking:

    Als u met meerdere aanpassingen voor het Aanpassingspenseel werkt, moet u in de modus Toevoegen werken om te kunnen schakelen tussen de verschillende aanpassingen. Klik op een spelpictogram om de bijbehorende aanpassing te selecteren en deze te verfijnen.

Lokale aanpassingen aanbrengen met het Gegradueerde filter

  1. Selecteer Gegradueerde filter  op de werkbalk (of druk G).

    Camera Raw opent de opties voor het Gegradueerde filter onder het histogram en stelt de maskeringsmodus in op Nieuw.

  2. Kies het type aanpassing dat u wilt uitvoeren in de opties voor het Gegradueerde filter door de schuifregelaar voor de volgende effecten te slepen:

    Opmerking:

    De beschikbare effecten zijn afhankelijk van de procesversie die u gebruikt (2012, 2010 of 2003), zoals eerder aangegeven. Klik het pictogram met het uitroepteken in de rechterbenedenhoek van de voorvertoning van de afbeelding om een foto bij te werken naar de procesversie PV2012.

    Temperatuur

    Hiermee past u de kleurtemperatuur van een gedeelte van de afbeelding aan om het gedeelte warmer of kouder te maken. Met een temperatuureffect van het gegradueerde filter kunt u afbeeldingen verbeteren die zijn gemaakt bij variërende belichtingsomstandigheden.

    Kleur

    Hiermee kunt u een groene of magentakleurige kleurzweem compenseren.

    Belichting

    Hiermee stelt u de algehele helderheid van de afbeelding in. Als u een gegradueerd filter voor belichting toepast, kunt u resultaten behalen die vergelijkbaar zijn met doordrukken en branden in traditionele fotografie.

    Contrast

    Hiermee kunt u het contrast van de afbeelding aanpassen, met meer effect in de middentonen.

    Hooglichten

    Hiermee herstelt u de details in overbelichte afbeeldingsgedeelten met hooglichten.

    Schaduwen

    Hiermee herstelt u de details in onderbelichten afbeeldingsgedeelten met schaduwen.

    Witte tinten

    De witte punten in een foto aanpassen

    Zwarte tinten

    De zwarte punten in een foto aanpassen

    Structuur

    Hiermee verscherpt of vermindert u de textuur in uw foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om details te egaliseren of naar rechts om details te accentueren. Wanneer u de schuifregelaar Textuur aanpast, verandert de kleur of de tint niet.

    Lokaal contrast

    Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het lokale contrast te verhogen.

    Nevel verwijderen

    Hiermee versterkt of verzwakt u de bestaande nevel in een foto

    Verzadiging

    Hiermee wordt de scherpte of de zuiverheid van de kleur gewijzigd.

    Scherpte

    Hiermee verbetert u de definitie van randen, zodat details in een foto meer in het oog springen. Met een negatieve waarde worden details vager.

    Ruisreductie

    Hiermee vermindert u luminantieruis, die kan optreden als schaduwgedeelten lichter worden.

    Moiréreductie

    Hiermee verwijdert u moiré-artefacten of kleuralias.

    Rand verwijderen

    Hiermee verwijdert u kleur langs de randen. Zie Lokale randkleuren verwijderen.

    Kleur

    Hiermee past u een kleurtint toe op het geselecteerde gebied. Selecteer de kleurtoon door op het vak met het kleurmonster rechts van de effectnaam te klikken.

    Opmerking:

    Klik op het plusteken (+) of het minteken (-) om het effect met een vooringestelde waarde te versterken of te verzwakken. Dubbelklik op de schuifregelaar om het effect weer in te stellen op nul.

  3. Sleep in de foto om een gegradueerde filter toe te passen over een gedeelte van de foto.

    Het filter begint bij de rode stip en de rode stippellijn en gaat verder langs de groene stip en de groene stippellijn.

    De maskeringsmodus in de opties van het Gegradueerde filter schakelt over naar Bewerken.

  4. (Optioneel) Verfijn het effect van het filter op een van de volgende manieren:
    • Sleep een van de schuifregelaars bij de opties voor het Gegradueerde filter om het filter aan te passen.
    • Bepaal de zichtbaarheid van de hulp-overlays met de optie Overlay, of druk of de toets V.
    • Sleep de groene of rode stip om het effect te vergroten, verkleinen of draaien.
    • Sleep de zwart-witte stippellijn om het effect te verschuiven.
    • Plaats de aanwijzer boven de groen-witte of rood-witte stippellijn, bij de groene of de rode stip, totdat u een pijl met dubbele punten ziet. Sleep vervolgens om het effect te vergroten of verkleinen aan dat einde van het bereik.
    • Plaats de aanwijzer boven de groen-witte of rood-witte stippellijn, bij de groene of de rode stip vandaan, totdat u een kromme pijl met dubbele punten ziet. Vervolgens kunt u door te slepen het effect roteren.
    • Verwijder het filter door op Verwijderen te klikken.
    • Druk op Ctrl+Z (Windows) of Command+Z (Mac OS) om de laatste aanpassing ongedaan te maken.
    • Gebruik de optie Masker om maskervisualisatie in te schakelen. U kunt ook op Y drukken om de instelling Masker in of uit te schakelen.
    • Klik op Alles wissen onder aan de opties voor het gereedschap om alle effecten van het Gegradueerde filter te verwijderen en de maskeringsmodus in te stellen op Nieuw.
  5. (Optioneel) Klik op Nieuw om een aanvullend effect voor het Gegradueerde filter toe te passen. Gebruik de in stap 4 beschreven technieken om het filter te verfijnen.

    Opmerking:

    Wanneer u werkt met meerdere effecten voor het Gegradueerde filter, kunt u op een bedekking klikken om dat effect te selecteren en opnieuw te definiëren.

Een gegradueerd filter wijzigen met besturingselementen voor het penseel

U kunt Gegradueerd-filtermaskers wijzigen met de besturingselementen voor het penseel. Als u een masker hebt toegevoegd en de besturingselementen van het penseel wilt openen, selecteert u de optie Penseel naast Nieuw/Bewerken. U kunt ook Shift ingedrukt houden en vervolgens op de toets K drukken terwijl u een gegradueerd filter hebt geselecteerd.

Gebruik de penselen + en - naar wens.

Zie voor een videobeschrijving van de besturingselementen voor het penseel Filterpenseel in Adobe Camera Raw (Engelstalig).

Opmerking:

De functie voor toevoegen/verwijderen is alleen beschikbaar voor gebruikers van Photoshop CC, die ook Camera Raw 8.5 of nieuwer gebruiken.

Lokale aanpassingen toepassen met de maskers Kleur-, Luminantie- of Dieptebereik

Bijgewerkt in de versie van oktober 2018 van Camera Raw

Met behulp van de bereikmaskers Kleur, Luminantie en Dieptebereik maakt u snel een nauwkeurig maskergebied op uw foto waarop u lokale aanpassingen kunt toepassen.

U begint met het maken van een snelle, eerste maskerselectie met de Aanpassingspenselen of het Radiaalfilter/Gegradueerde filter. Verfijn uw selectie vervolgens met de Kleurbereikkiezer om monsters te nemen van de kleuren in het maskergebied, met de selector of schuifregelaar voor het luminantiebereik om de eindpunten van het luminantiebereik van het selectiemasker in te stellen of met de selector of schuifregelaar voor het dieptebereik om de eindpunten van het dieptebereik van het selectiemasker in te stellen.

Selectie verfijnen met een dieptebereikmasker

Opmerking:

Het dieptebereikmasker is alleen beschikbaar voor foto's waarin dieptegegevens zijn ingesloten. Momenteel geldt dat alleen voor HEIC-foto's die in de modus Staand zijn vastgelegd met de ingebouwde iOS-camera-app van een Apple iPhone 7+, 8+, X, XS, XS MAX en XR (hier vindt u een lijst met ondersteunde Apple iPhones). Als er geen dieptegegevens voor een afbeelding beschikbaar zijn, is de maskeroptie Diepte uitgeschakeld in het keuzemenu Bereikmasker.

Nadat u een eerste selectiemasker hebt gemaakt met de aanpassingspenselen, het radiaalfilter of het gegradueerd filter, kunt u het maskergebied verfijnen aan de hand van het dieptebereik van de selectie. Ga als volgt te werk om dit dieptebereikmasker te gebruiken:

  1. Open een foto in Adobe Camera Raw.

  2. Selecteer het Aanpassingspenseel, de tool Gegradueerde filter of de tool Radiaalfilter op de werkbalk in het dialoogvenster Camera Raw. Maakt vervolgens een eerste selectiemasker over een specifiek gedeelte van de foto dat u wilt corrigeren.

    Eerste masker
    Eerste maskergebied gemaakt met een Gegradueerd filter dat de hele foto bedekt.
  3. Kies in de toolopties in het deelvenster Aanpassingen rechts het type Bereikmasker als Diepte in de vervolgkeuzelijst. Standaard is het Bereikmasker ingesteld op Geen (standaard uitgeschakeld).

    depth_range_mask
    Dieptebereikmasker
  4. Voer de volgende handelingen uit om een dieptebereik in het maskergebied te selecteren:

    • Pas de schuifregelaar Dieptebereik aan om de eindpunten van het geselecteerde dieptebereik in te stellen. U kunt ook de tool Pipet selecteren (boven de schuifregelaar Dieptebereik). Klik en sleep een gebied op de afbeelding om het bereik in te stellen. Het wordt aanbevolen een kleiner gebied te selecteren met deze tool om u te beperken tot een specifiek dieptebereik.
    • Gebruik de schuifregelaar Vloeiendheid om in te stellen hoe vloeiend het wegvallen aan een van de kanten van het geselecteerde dieptebereik moet zijn.

    Opmerking:

    Als u een nauwkeuriger beeld van het maskergebied wilt krijgen, houdt u Alt (Win) of Optie (Mac) ingedrukt terwijl u de schuifregelaars voor Dieptebereik of Vloeiendheid verplaatst om een zwart-witvisualisatie van uw foto te krijgen.

  5. Schakel het selectievakje Dieptetoewijzing visualiseren in om de dieptegegevens van de foto in zwart-witweergave te bekijken. Het witte gedeelte van de foto vertegenwoordigt de voorgrond, terwijl het zwarte gedeelte van de foto de achtergrond vertegenwoordigt. De rode kleur toont het feitelijk gemaskeerde gebied. Dit is een doorsnede van de diepte en de lokale aanpassing die is toegepast.

    Dieptetoewijzing visualiseren
    Selecteer Dieptetoewijzing visualiseren om de dieptegegevens van de foto weer te geven.

    Nadat u het maskergebied hebt verfijnd, kunt u in het deelvenster Aanpassingen selectieve wijzigingen maken voor nauwkeurige fotografische bewerkingen.

Werken met een Kleurbereikmasker

Nadat u een eerste selectiemasker op uw foto maakt met de Aanpassingspenselen of Radiaalfilter/Gegradueerde filters, kunt u het selectiemasker verfijnen gebaseerd op de kleuren die u selecteert in het maskergebied.

  1. Open een foto in Adobe Camera Raw.

    Foto wordt bewerkt in Camera Raw
    Foto wordt bewerkt in Camera Raw
  2. Selecteer het Aanpassingspenseel, de tool Gegradueerde filter of de tool Radiaalfilter uit de werkbalk in het dialoogvenster Camera Raw. Maakt vervolgens een eerste selectiemasker over een specifiek gedeelte van de foto dat u wilt corrigeren.

    Eerste masker gemaakt met een Gegradueerd filter dat de hele foto bedekt
    Eerste masker gemaakt met een Gegradueerd filter dat de hele foto bedekt
  3. Kies in de toolopties in het deelvenster Aanpassingen rechts het type Bereikmasker als Kleur in de vervolgkeuzelijst. Standaard is het Bereikmasker ingesteld op Geen (standaard uitgeschakeld).

  4. Gebruik de pipet (dicht bij de optie Bereikmasker) om een kleur in het maskergebied te selecteren. Ga als volgt te werk:

    • Als u één kleur in het maskergebied wilt selecteren, klikt u met de pipet op de gewenste locatie op de foto. 
    • U kunt nauwkeuriger kleuren selecteren als u klikt en een gebied sleept rond de kleuren in de foto die u wilt aanpassen.
    • Om monsters te nemen van kleuren uit meerdere selecties, houdt u de Shift-toets ingedrukt als u één kleur (Shift+klikken) of een gebied (Shift+klikken+slepen) selecteert. U kunt maximaal vijf kleurmonsters toevoegen.
    Een Kleurbereikmasker dat de achtergrondkleuren in de foto bedekt
  5. Pas de schuifregelaar voor kleurbereik aan om het bereik aan geselecteerde kleuren te vergroten of verkleinen.

    Opmerking:

    Als u een nauwkeuriger beeld van het maskergebied wilt krijgen, houdt u Alt (Win) of Optie (Mac) ingedrukt terwijl u de schuifregelaar voor kleurbereik verplaatst om een zwart-witvisualisatie van uw foto te krijgen.

    Als u het nemen van kleurmonsters wilt stoppen, drukt u op de toets Esc of klikt u met het pipet (bij de optie Bereikmasker).

    Lokale aanpassingen toegepast op het kleurenmasker
    Lokale aanpassingen toegepast op het kleurenmasker. Verminderde belichting, hooglichten en verzadiging in het Effectenmenu maken de achtergrond donkerder en laten de bladeren er meer uitspringen.

Nadat u het maskergebied verfijnt, kunt u selectieve wijzigingen maken voor een nauwkeurige fotografische bewerkingen.

Met Adobe Camera Raw 10.1 en later kunt u een monster van een kleurbereikmasker verwijderen. Houd daartoe Alt (Windows) of Option (Mac) ingedrukt en klik op het monster van het kleurbereikmasker.

Werken met een Luminantiebereikmasker

Nadat u een eerste selectiemasker op uw foto maakt met de Aanpassingspenselen of Radiaalfilter/Gegradueerde filters, kunt u het maskergebied verfijnen gebaseerd op het luminantiebereik van de selectie.

  1. Open een foto in Adobe Camera Raw.

  2. Selecteer het Aanpassingspenseel, de tool Gegradueerde filter of de tool Radiaalfilter uit de werkbalk in het dialoogvenster Camera Raw. Maakt vervolgens een eerste selectiemasker over een specifiek gedeelte van de foto dat u wilt corrigeren.

    Eerste maskergebied gemaakt met een Gegradueerd filter
    Eerste maskergebied gemaakt met een Gegradueerd filter.
  3. Kies in de toolopties in het deelvenster Aanpassingen rechts het type Bereikmasker als Luminantie in de vervolgkeuzelijst. Standaard is het Bereikmasker ingesteld op Geen.

    Luminantiebereikmasker
    Dieptebereikmasker
    • Pas de schuifregelaar voor luminantiebereik aan om de eindpunten van het geselecteerde luminantiebereik in te stellen. U kunt ook de tool Pipet selecteren (boven de schuifregelaar Luminantiebereik). Klik en sleep een gebied in de foto dat u wilt aanpassen. U kunt het beste een klein gebied kiezen om u te beperken tot een specifiek luminantiebereik.
    • Gebruik de schuifregelaar Vloeiendheid om in te stellen hoe vloeiend het wegvallen is aan een van de kanten van het geselecteerde luminantiebereik.

    Opmerking:

    Als u een nauwkeuriger beeld van het maskergebied wilt krijgen, houdt u Alt (Win) of Optie (Mac) ingedrukt terwijl u de schuifregelaars voor Luminantiebereik of Vloeiendheid verplaatst om een zwart-witvisualisatie van uw foto te krijgen.

    Lokale aanpassingen toegepast op het luminantiebereikmasker
    Lokale aanpassingen toepassen op het bereikmasker Luminantie.
  4. Schakel het selectievakje Luminantietoewijzing visualiseren in om de luminantiegegevens van de afbeelding in zwart-witweergave te bekijken. Het gedeelte in rood toont het feitelijk gemaskeerde gebied. Dit is een doorsnede van de diepte en de lokale aanpassing die is toegepast.

    Luminantietoewijzing visualiseren
    Selecteer Luminantietoewijzing visualiseren om de luminantiegegevens van de foto weer te geven.

Nadat u het maskergebied hebt verfijnd, kunt u selectieve wijzigingen maken voor nauwkeurige fotografische bewerkingen.

Voorinstellingen voor lokale aanpassingen opslaan en toepassen

U kunt lokale aanpassingen opslaan als voorinstellingen zodat u de effecten snel kunt toepassen op andere afbeeldingen. U kunt voorinstellingen voor lokale aanpassingen maken, selecteren en beheren met het menu Camera Raw-instellingen  bij de opties voor het Aanpassingspenseel of het Gegradueerde filter. U kunt voorinstellingen voor lokale aanpassingen toepassen met het Aanpassingspenseel  of het Gegradueerde filter .

Opmerking:

Lokale aanpassingen kunnen niet worden opgeslagen met voorinstellingen voor Camera Raw-afbeeldingen.

  1. Klik bij de opties voor het Aanpassingspenseel of het Gegradueerde filter in het dialoogvenster Camera Raw op de knop van het menu Camera Raw-instellingen  . Kies een van de volgende opdrachten:

    Nieuwe lokale correctievoorinstelling

    Slaat de huidige effectinstellingen voor de lokale aanpassing op als voorinstelling. Typ een naam en klik op OK. Opgeslagen voorinstellingen worden weergegeven in het menu Instellingen voor lokale aanpassingen en kunnen worden toegepast op elke afbeelding die is geopend in Camera Raw.

    Verwijderen “naam voorinstelling”

    Verwijdert de geselecteerde voorinstelling voor lokale aanpassingen.

    Naam wijzigen “naam voorinstelling”

    Wijzigt de naam van de geselecteerde voorinstellingen voor lokale aanpassingen. Typ een naam en klik op OK.

    Naam voorinstelling

    Selecteer een voorinstelling om de instellingen toe te passen met het Aanpassingspenseel of het Gegradueerde filter.

Houd rekening met het volgende als u voorinstellingen voor lokale aanpassingen gebruikt:

  • Er kan slechts één voorinstelling voor lokale aanpassingen tegelijk worden geselecteerd.

  • Als u een voorinstelling voor lokale aanpassing toepast met het Aanpassingspenseel, kunt u de penseelopties nog steeds aanpassen, waaronder Grootte, Doezelaar, Stroom en Dichtheid. De voorinstelling past de effectinstellingen toe op de opgegeven penseelgrootte.

  • Nadat een voorinstelling voor lokale aanpassingen is toegepast, kunt u het effect naar wens aanpassen.

  • Dezelfde effectinstellingen zijn beschikbaar voor het Aanpassingspenseel en het Gegradueerde filter. Daarom kunnen voorinstellingen voor lokale aanpassingen worden toegepast met beide gereedschappen, ongeacht met welk gereedschap de voorinstelling is gemaakt.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid