7 februari 2013. Dit is de beveiligingsupdate voor Flash Player 11.5 en AIR 3.5, oorspronkelijk uitgebracht op 6 november 2012. Deze versie bevat correcties en verbeteringen op gebied van beveiliging.


Opgeloste problemen

  • Een 'hack' van Windows ActiveX waarbij gebruikers worden misleid om een Microsoft Word-document te openen dat als bijlage bij een e-mail is geleverd en dat schadelijke Flash-inhoud (SWF) bevat (3492336)
  • Gerapporteerde crash van Firefox en Safari (3493470)

Nieuwe functies

Er zijn geen nieuwe functies in deze kleine release.

Voor een volledige lijst met eigenschappen in Flash Player en AIR, zoals eigenschappen die in vorige releases werden geïntroduceerd, raadpleegt u het document hier.

Uitgebrachte versies

Product Uitgebrachte versie
Flash Player Desktop (Windows®, Mac)  11.5.502.149

Bekende problemen

N.v.t.

Verbeterde beveiliging

Beveiligingsbulletin Betrokken producten
 APSB13-04 Flash Player Desktop Windows® & Mac

Nieuwe functies: gebruiksrichtlijnen

De volgende functies zijn uitgebracht op 6 november 2012 

Uitbreiding van aanroepgebeurtenissen 

1) OpenURL
Er is een nieuwe redentekenreeks, InvokeEventReason.OPEN_URL, toegevoegd aan InvokeEvent.reason alleen voor mobiele apparaten. De InvokeEvent.reason zal nu “openUrl” retourneren om aan te geven dat de InvokeEvent is opgetreden omdat de toepassing is aangeroepen door een andere toepassing of het systeem. Het eerste element van de argumentarray zal de URL waarmee de toepassing werd aangeroepen, blijven bevatten. Als er extra parameters door het systeem naar de toepassing worden doorgegeven, moeten deze worden doorgegeven naar de ActionScript Developer in de array InvokeEvent.arguments.

De eigenschap arguments van de klasse InvokeEvent zal de array met opties bevatten waarmee de toepassing werd gestart. De lijst met argumenten voor iOS is:

InvokeEvent.arguments[0] = The URL which the application was invoked to handle.
InvokeEvent.arguments[1] = Bundle ID of the application which is invoking another application to open the URL (InvokeEvent.arguments[0]), or null if the system invoked the application.
InvokeEvent.arguments[2] = String representation of any property list object supplied by the source application to communicate information to the receiving application or null.

2) Pushberichten
Een gebruiker kan ook een toepassing (die niet op de achtergrond wordt uitgevoerd) starten na ontvangst van een pushbericht door op de startknop of banner te klikken die op iOS worden weergegeven. Voor dergelijke gevallen werd een nieuwe redentekenreeks, InvokeEventReason.NOTIFICATION, toegevoegd aan InvokeEvent.reason. De eigenschap arguments van de InvokeEvent-klasse zal het Object bevatten dat de berichtlading opgeeft die werd ontvangen waarna de toepassing werd gestart. Dit wordt alleen ondersteund op iOS. Omdat arguments een array van Strings is, wordt van de toepassingsontwikkelaar verwacht dat hiervan een typecast naar een type Object wordt uitgevoerd

InvokeEvent.arguments[0] = notification payload received


Het in pakket plaatsen van meerdere bibliotheken in een ANE

Dankzij deze functie kunnen ontwikkelaars de statische bibliotheken die ze in hun ANE hebben gemaakt of ontvangen, opnieuw gebruiken zonder dat ze de bron naar de ANE moeten kopiëren. Om deze functie te kunnen gebruiken is het gebruik van de naamruimte 3.5 van de platformdescriptor vereist met een nieuwe tag, packagedDependencies. Deze functie kan zowel op een iOS-apparaat als op de iOS-simulator worden gebruikt. De koppeling van bibliotheken wordt afgehandeld door de runtime op het moment dat de IPA in een pakket wordt geplaatst. De ontwikkelaar moet een platformdescriptorbestand gebruiken met naamruimte 3.5 en de volgende tag bevatten als een onderliggend element van de <platform>-tag:

<packagedDependencies>
                                <packagedDependency>foo.a</packagedDependency>
                                <packagedDependency>abc/x.framework</packagedDependency>
                                <packagedDependency>lib.o</packagedDependency>
</packagedDependencies>

Een ontwikkelaar kan de naam of het relatieve pad opgeven van in een pakket geplaatste afhankelijkheden die hij in de ANE wil opnemen. Een in een pakket geplaatste afhankelijkheid moet een statische bibliotheek zijn met de extensie .a, framework or .o. De in een pakket geplaatste afhankelijkheid moet de architectuur armv7 voor een apparaat en i386 voor de iOS-simulator ondersteunen. De afhankelijkheid kan worden gebruikt door het hoofdbestand van de bibliotheek (opgegeven in de <nativeLibrary>-tag in de extensiedescriptor) door de functies enz. vóór gebruik te declareren vanaf de packagedDependency in de headerbestanden of ergens anders. Op het moment dat de ANE in een pakket wordt geplaatst, moeten de in een pakket geplaatste afhankelijkheden in het bestand platform.xml ergens worden opgegeven na de -platform iPhone-ARM-switch en voor de volgende -platform-switch in het geval van een apparaat en na de --platform iPhone-x86-switch en voor de volgende -platform-switch in het geval van de iOS-simulator. Voor de bovenstaande specificatie in het bestand platform.xml voor een iOS-apparaat zal de opdracht voor het in pakket plaatsen bijvoorbeeld als volgt zijn:

Opmerking: Als de packagedDependency niet wordt toegevoegd aan het bestand van de platformdescriptor, maar wordt opgegeven in de opdracht voor het in pakket plaatsen, wordt deze in een pakket geplaatst als een normale bron en zal deze niet worden behandeld als een afhankelijkheid in de definitieve IPA.

adt –package –target ane –swc abc.swc extension.xml -platform iPhone-ARM mainlib.a foo.a –platformoptions platformdevice.xml abc/x.framework lib.o library.swf other_resources_for_device –platform iPhone-x86 library.swf mainlibSimulator.a resources_for_simulator –platform default library.swf

iPhone 5-ondersteuning

Om een toepassing voor volledig scherm voor iPhone 5 te kunnen maken, moet een opstartafbeelding met een grootte van 640x1136 (alleen staande oriëntatie) in een pakket worden geplaatst met de toepassing. Als de naam van de afbeelding Default-568h@2x.png is, moet deze in een pakket met de toepassing worden geplaatst als een element in de bovenste map. Een ADT-opdrachtregel hiervoor zal er als volgt uitzien:

adt –package –target (ipa-app-store | ipa-ad-hoc | ipa-test | ipa-debug | ipa-test-interpreter | ipa-debug-interpreter) SIGNING_OPTIONS <output ipa> <application xml> <root swf> Default-568h@2x.png <other application resources>


Als Flash Builder wordt gebruikt, wordt het PNG-bestand opgenomen in de bronmap en als Flash Professional wordt gebruikt, wordt deze opgenomen in AIR for iOS-instellingen>Opgenomen bestanden.

Als u de naam van het PNG-bestand echter wilt wijzigen, vervangt u “Default” met de naam die u wenst, bijvoorbeeld myLaunchImage-568h@2x.png (merk op dat het gedeelte -568h@2x moet zijn opgenomen om een toepassing voor volledig scherm te ondersteunen op een iPhone 5-apparaat). In dit geval moet u ook de application.xml van uw toepassing bewerken om de volgende opstartafbeelding op te nemen:

<InfoAdditions>
         <![CDATA[
                 <key>UILaunchImageFile</key>
                 <string>myLaunchImage</string>
           ]]>
</InfoAdditions>

Ontwerprichtlijnen

Ontwerpen voor Flash Player 11.5

Als u de nieuwe Flash Player wilt gebruiken, moet u SWF-versie 18 gebruiken door in een extra compilerargument door te geven naar de Flex-compiler: - swf-version=18. De aanwijzingen vindt u hieronder. Als u de Adobe Flex SDK gebruikt:

  • Download de nieuwe playerglobal.swc voor Flash Player 11.5
  • Download Flex 4.5.1 SDK (4.5.1.21328) van de Flex 4.5 SDK-tabel.
  • Installeer de build in uw ontwikkelomgeving
  • In Flash Builder maakt u een nieuw ActionScript-project: Bestand -> Nieuw -> ActionScript-project.
  • Open de het deelvenster Eigenschappen van het project (klik met de rechtermuisknop en selecteer "Eigenschappen"). Selecteer ActionScript Compiler in de lijst aan de linkerkant.
  • Gebruik de optie "Flex SDK's configureren" in de rechterbovenhoek om het project te richten naar Flex-build 21328. Klik op OK.
  • Uw project configureren om SWF-versie 18 te gebruiken
  • Open de het deelvenster Eigenschappen van het project (klik met de rechtermuisknop en selecteer "Eigenschappen"). Selecteer ActionScript Compiler in de lijst aan de linkerkant.
  • Voeg toe aan de invoer "Aanvullende compilerargumenten": - swf-version=18. Dit zorgt ervoor dat de SWF-uitvoer SWF-versie 18 gebruikt. Als u op de opdrachtregel en niet in Flash Builder compileert, moet u hetzelfde compilerargument toevoegen.
  • Controleer of u de nieuwe Flash Player 11.5-build in uw browser hebt geïnstalleerd.

Ontwerpen voor AIR 3.5 Bijwerken naar de AIR 3.5-naamruimte

U moet uw toepassingsdescriptorbestand bijwerken naar de 3.5-naamruimte om toegang te krijgen tot de nieuwe API's en gedragingen van AIR 3.5. Als uw toepassing de nieuwe API's en gedragingen van AIR 3.5 niet vereist, moet u de naamruimte niet bijwerken. Wij raden echter alle gebruikers aan de AIR 3.5-naamruimte te gebruiken, zelfs als u de nieuwe 3.5-mogelijkheden nog niet gebruikt. Als u de naamruimte wilt bijwerken, wijzigt u het xmlns-attribuut in uw toepassingsdescriptor in: <application xmlns="http://ns.adobe.com/air/application/3.5">

Een probleem melden

Hebt u een probleem gevonden? Stuur dan een foutmelding voor Flash Player en Adobe AIR naar de database met fouten.

Flash Player en AIR gebruiken uw grafische hardware om H.264-video te decoderen en af te spelen. Er zijn mogelijk videoproblemen die alleen kunnen worden gereproduceerd met uw specifieke grafische hardware en stuurprogramma. Wanneer u een videoprobleem rapporteert, is het essentieel dat u ook uw type grafische hardware en het bijbehorende stuurprogramma opgeeft, samen met uw besturingssysteem en browser (wanneer u Flash Player gebruikt), zodat we het probleem kunnen reproduceren en onderzoeken. Zorg ervoor dat u de informatie opneemt die wordt beschreven in Instructies voor het rapporteren van problemen bij het afspelen van video. Opmerking: vanwege het grote aantal e-mailberichten dat we ontvangen, kunnen we niet op elk verzoek reageren.

Bedankt dat u hebt gekozen voor Adobe® Flash Player® en AIR® en voor uw feedback!

Systeemvereisten

Voor de nieuwste Flash Player-systeemvereisten raadpleegt u het document hier

Voor de nieuwste AIR-systeemvereisten raadpleegt u het document hier

Geschiedenis van runtimeversie(s)

 

 Releasedatum Runtimeversie Verbeterde beveiliging
8 januari 2013 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.5.502.146
AIR Windows, Mac, Android, iOS: 3.5.0.1060
AIR SDK: 3.5.0.1060
 APSB13-01
11 december 2012 Flash Player Desktop Windows: 11.5.502.135
Flash Player Desktop Mac: 11.5.502.136
AIR Windows, Android: 3.5.0.880
AIR Mac: 3.5.0.890
 APSB12-27
6 november 2012 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.5.502.110
AIR (Windows, Mac, Mobile): 3.5.0.600
AIR SDK: 3.5.0.600
 APSB12-24
8 oktober 2012 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.4.402.287
AIR (Windows, Mac, Mobile): 3.4.0.2710
AIR SDK: 3.4.0.2710
 APSB12-22
21 augustus 2012 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.4.402.265
AIR (Windows, Mac, Mobile): 3.4.0.2540
AIR SDK: 3.4.0.2540
 APSB12-19

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid