12 maart 2013. Welkom bij Flash Player 11.6 en AIR 3.6. Dit is een geplande maandelijkse update van de oorspronkelijke release van 12 februari 2013. Deze release bevat beveiligings- en softwarecorrecties.

Opgeloste problemen

  • Het laden van telemetry.cfg zorgt voor prestatieproblemen bij het vernieuwen van de pagina (3506936)
  • Opera-browser loopt vast (3488141)
  • Flash Player loopt vast door overflow positieve gehele getallen (3475889)

Nieuwe functies

Nieuwe functies in deze release:
  • Intrinsieke geheugenwaarden: besturingscodes voor AVM2 Fast Memory
    • Fast Memory is nu beschikbaar via het pakket avm2.intrinsics.memory

De volgende functies zijn beschikbaar vanaf de Flash Player-release van 12 februari 2013.

  • Query op grafische gegevens
  • Betere interface voor toegang tot toetsenbord op volledig scherm
  • Ondersteuning voor meerdere SWF-bestanden (iOS)
  • Apparaatspecifieke resolutie voor Retina-display instellen (iOS)
  • API voor bestandssysteem is bijgewerkt in overeenkomst met richtlijnen van de App store (iOS)
  • HiDpi-ondersteuning voor FlashPro

Voor een volledige lijst met eigenschappen in Flash Player en AIR, zoals eigenschappen die in vorige releases werden geïntroduceerd, raadpleegt u het document hier.

Opmerking: AIR Desktop StageWebView gebruikt nu de systeembrowser in plaats van de ingesloten webkit 

Uitgebrachte versies

Product Uitgebrachte versie
Flash Player Desktop (Windows®, Mac)  11.6.602.180
 AIR Desktop, Mobile  3.6.0.6090
 AIR SDK  3.6.0.6090
 AIR SDK & Compiler  3.6.0.6090

Bekende problemen

  • Onder bepaalde omstandigheden worden alleen-audiobestanden niet afgespeeld wanneer ze worden gestreamd via pRTMP (3330232)
  • Op iOS biedt CameraRoll.addBitmapData in AIR geen ondersteuning voor transparante bitmapgegevens(3295239)
  • Wanneer de camera-invoer wordt overgeschakeld naar netstream, stopt de videostream(3311600)
  • Wanneer een videostream wordt afgespeeld en de weergave wordt gewijzigd van Staand in Liggend, wordt de video op bepaalde mobiele apparaten op onjuist formaat weergegeven (3344041)
  • Wanneer AIR programmatisch op volledig scherm wordt weergegeven op MAC OSX 10.7.3 en later, wordt het app-venster vóór het werkgebied weergegeven (3310530)
  • Er treedt audiovertraging op wanneer de microfoonsnelheid in iOS is ingesteld op 5 of 8 KHz (3357306)
  • StageVideo kan de status voor hardwarerendering niet behouden wanneer een camera wordt aangesloten(3359992)
  • Video wordt onder bepaalde omstandigheden niet gerenderd op Mac-computers als de video wordt weergegeven op volledig scherm en het volledige scherm wordt gesloten (3362055)
  • Systeemlettertypen kunnen op Android niet worden geladen in AIR(3474762)

Verbeterde beveiliging

Beveiligingsbulletin Betrokken producten
 APSB13-09  Flash Player Desktop Windows® & Mac

 Flash Player AndroidTM

Nieuwe functies: gebruiksrichtlijnen

Ondersteuning voor Mac Retina-display (hiDPI) voor Adobe AIR-toepassingen

Deze functie biedt ondersteuning voor het opnemen in pakketten van AIR-toepassingen voor Retina-display (hiDPI) op ondersteunde Macs.Voeg het volgende element toe aan de toepassingsdescriptor om de Retina-display in te schakelen.
Deze tag is momenteel alleen van toepassing op Mac OS. Er komt een tag met dezelfde naam <requestedDisplayResolution> voor in de <iPhone>-sectie voor iOS AIR-toepassingen.

</initialWindow>
.. omitted…
               <requestedDisplayResolution>high</requestedDisplayResolution> -->
      … omitted ….
     </initialWindow>

Werk de naamruimte in de toepassingsdescriptor bij naar 3.6 en neem de toepassing op in een nieuw pakket. (Als u het element <requestedDisplayResolution> instelt op 'standard' of als u dit element helemaal weglaat, wordt de ondersteuning voor Retina-display uitgeschakeld.)

Deze functie kent enkele beperkingen:

1. Geen ondersteuning voor inhoud die wordt weergegeven via HTMLLoader. (Gebruik in plaats daarvan StageWebView om HTML-inhoud weer te geven in een Retina-display.)
2. Bestaande toepassingen die zijn ontworpen met 3.5 of eerder kunnen niet worden weergegeven bij een Retina-resolutie. 

Ondersteuning voor meerdere SWF-bestanden

Deze functie biedt ondersteuning voor het opnemen in pakketten en laden van meerdere SWF-bestanden in de AOT-modus in iOS. Met deze functie kunnen gebruikers aan de hand van de klasse Loader meerdere SWF-bestanden gebruiken in een AIR iOS-toepassing. Er gelden enkele beperkingen voor het gebruik van deze functie in iOS:

1) Het secundaire SWF-bestand dat moet worden geladen door het SWF-hoofdbestand dient hetzelfde toepassingsdomein te hebben als het SWF-hoofdbestand. Anders leidt het laden van het secundaire SWF-bestand tot de volgende fout:
Fout 3747: meerdere toepassingsdomeinen worden niet ondersteund op dit besturingssysteem. Dit is de juiste manier om een secundair SWF-bestand te laden:

var aLoader:Loader = new Loader();
var url:URLRequest = new URLRequest("swfs/SecondarySwf.swf");
var loaderContext:LoaderContext = new LoaderContext(false, ApplicationDomain.currentDomain, null);
aLoader.load(url, loaderContext); // load the SWF file

2) De methoden unload() en loadBytes() van de klasse Loader werken niet op iOS.
3) Het aantal SWF-bestanden dat in een toepassing in een pakket kan worden opgenomen, is afhankelijk van de mogelijkheden van het apparaat. Het is namelijk mogelijk dat er onvoldoende geheugen is tijdens het verpakken van de IPA, zodat dit proces mislukt met een geheugenfout.


Query op grafische gegevens

Met deze functie kunt u een query uitvoeren op elk DisplayObject en er een representatie van weergeven via GraphicsData-objecten. Dit is erg handig tijdens het toepassen/opheffen van serienummerering op een DisplayObject, het maken van aangepaste exporters (spritesheets, SVG-bestanden, enz.).

Meer informatie over deze functie vindt u op: http://www.bytearray.org/?p=4893

Apparaten uitsluiten van de tag requestedDisplayResolution

Het nieuwe kenmerk ‘excludeDevices’ is toegevoegd aan de tag <requestedDisplayResolution> tag in de toepassingsdescriptor. Met dit kenmerk kunnen ontwikkelaars de opgegeven weergaveresolutie op een of meerdere iOS-apparaten expliciet uitschakelen. De naamruimte 3.6 of hoger is vereist in de toepassingsdescriptor om deze functie te gebruiken. Deze functie wordt niet ondersteund op de AIR-simulator. Een ontwikkelaar kan bijvoorbeeld het volgende uitsluiten:

Een bepaald apparaat door precies de juiste modelnaam te vermelden. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display alleen uitgeschakeld op iPads met het model iPad3,1.

<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPad3,1”>high</requestedDisplayResolution>

Meerdere apparaten door een lijst met exacte modelnamen op te stellen waarin de modelnamen met een spatie van elkaar worden gescheiden. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display alleen uitgeschakeld op iPads met de modelnamen iPad3,1 of iPad4,1.

<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPad3,1 iPad4,1”>high</requestedDisplayResolution>

Alle varianten van een bepaald model. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display uitgeschakeld op alle varianten van een 'iPad3', zoals iPad3,1 en iPad3,2.

<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPad3”>high</requestedDisplayResolution>

Een bepaalde groep apparaten. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display uitgeschakeld op alle iPhones (ongeacht het model).

<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPhone”>high</requestedDisplayResolution>

De Retina-modus kan ook worden ingeschakeld voor bepaalde apparaten door deze niet op te nemen in de lijst als requestedDisplayResolution als standaard is opgegeven in de toepassingsdescriptor. In het volgende voorbeeld wordt de Retina-display alleen ingeschakeld op iPhones (alle modellen). Op andere apparaten worden apps gewoon in de standaardweergaveresolutie uitgevoerd.

<requestedDisplayResolution excludeDevices=”iPhone”>standard</requestedDisplayResolution>

Opmerking.U kunt de modelnaam van het apparaat ophalen met de eigenschap flash.system.Capabilities.os. In de volgende tabel worden de modelnamen van veel gebruikte apparaten met iOS vermeld:

Apparaat Modelnaam
iPod Touch Fourth Generation iPod4,1
iPod Touch Fifth Generation iPod5,1
iPhone 3GS iPhone2,1
iPhone 4 iPhone3,1
iPhone 4 CDMA iPhone3,2
iPhone 4S iPhone4,1
iPhone 5 iPhone5,1
iPad iPad1,1
iPad 2 iPad2,1
iPad 2 (GSM) iPad2,2
iPad met Retina-display (A5) (CDMA) iPad2,3
iPad met Retina-display (A5) (CDMAS) iPad2,4
iPad Mini (Wifi) iPad2,5
iPad met Retina-display (A5) (Wifi) iPad3,1
iPad met Retina-display (A5) (CDMA) iPad3,2
iPad met Retina-display (A5) GSM iPad3,3
iPad met Retina-display (A6X) (Wifi) iPad3,4

Wijziging in de API voor het bestandssysteem voor compatibiliteit met App store

De API voor het bestandssysteem heeft nu twee nieuwe eigenschappen:
1) File.cacheDirectory
Dit is een statische eigenschap die naar de map <APPLICATION_HOME>/Library/Caches verwijst op apparaten met Mac OSX en iOS. File.cacheDirectory verwijst naar de bovenliggende map die op Windows en Android wordt gebruikt door File.createTempDirectory. Apple raadt aan deze map te gebruiken voor de opslag van gegevens die opnieuw kunnen worden gedownload of gegenereerd. Er wordt geen back-up gemaakt in iCloud van bestanden die in deze map zijn opgeslagen. U kunt bijvoorbeeld de volgende bestanden opnemen in de map Caches: databasecachebestanden en downloadbare inhoud die bijvoorbeeld wordt gebruikt door tijdschrift-, krant- en kaarttoepassingen.

2) File.preventBackup
U kunt deze eigenschap zodanig instellen dat bestanden worden uitgesloten van back-ups in iCloud. De standaardwaarde voor deze eigenschap is op alle platformen ''false'' en kan alleen op iOS worden ingesteld op ''true''. Als de eigenschap voor een map in iOS wordt ingesteld op ''true'', wordt er geen back-up gemaakt van de bestanden in de desbetreffende map. Deze eigenschap werkt in apparaten met iOS 5.1 en later, maar niet in de iOS Simulator. Er wordt geen back-up gemaakt van bestanden in de map APP_HOME/tmp/ of APP_HOME/Library/Caches, ongeacht de waarde die voor deze eigenschap is ingesteld. Wanneer een query wordt uitgevoerd op de waarde van preventBackup voor een bepaald File-object, wordt de laatst ingestelde waarde van preventBackup of ''false'' (de standaardwaarde) geretourneerd op iOS. Alle andere platformen blijven ''false'' retourneren, ook als de waarde expliciet is ingesteld op ''true''.

De naamruimte 3.6 voor de toepassingsdescriptor en SWF-versie 19 of hoger zijn vereist om deze functie te gebruiken.


Ontwerprichtlijnen

Ontwerpen voor Flash Player 11.6

Als u de nieuwe Flash Player wilt gebruiken, moet u SWF-versie 19 gebruiken door een extra compilerargument door te geven aan de Flex-compiler: - swf-version=19. De aanwijzingen vindt u hieronder. Als u de Adobe Flex SDK gebruikt:

  • Download de nieuwe playerglobal.swc voor Flash Player 11.6
  • Download Flex 4.5.1 SDK (4.5.1.21328) van de Flex 4.5 SDK-tabel.
  • Installeer de build in uw ontwikkelomgeving
  • In Flash Builder maakt u een nieuw ActionScript-project: Bestand -> Nieuw -> ActionScript-project.
  • Open de het deelvenster Eigenschappen van het project (klik met de rechtermuisknop en selecteer "Eigenschappen"). Selecteer ActionScript Compiler in de lijst aan de linkerkant.
  • Gebruik de optie "Flex SDK's configureren" in de rechterbovenhoek om het project te richten naar Flex-build 21328. Klik op OK.
  • Uw project configureren om SWF-versie 19 te gebruiken
  • Open de het deelvenster Eigenschappen van het project (klik met de rechtermuisknop en selecteer "Eigenschappen"). Selecteer ActionScript Compiler in de lijst aan de linkerkant.
  • Voeg het volgende toe aan de invoer "Aanvullende compilerargumenten": - swf-version=19. Dit zorgt ervoor dat de SWF-uitvoer SWF-versie 18 gebruikt. Als u op de opdrachtregel en niet in Flash Builder compileert, moet u hetzelfde compilerargument toevoegen.
  • Controleer of u de nieuwe Flash Player 11.6-build in uw browser hebt geïnstalleerd.

Ontwerpen voor AIR 3.6 Bijwerken naar de AIR 3.6-naamruimte

U moet uw toepassingsdescriptor bijwerken naar de 3.6-naamruimte om toegang te krijgen tot de nieuwe API's en functies van AIR 3.6. Als uw toepassing de nieuwe API's en functies van AIR 3.6 niet vereist, hoeft u de naamruimte niet bij te werken. Wij raden echter alle gebruikers aan de AIR 3.6-naamruimte te gebruiken, zelfs als u de nieuwe 3.6-mogelijkheden nog niet gebruikt. Als u de naamruimte wilt bijwerken, wijzigt u het xmlns-attribuut in uw toepassingsdescriptor in: <application xmlns="http://ns.adobe.com/air/application/3.6">

Een probleem melden

Hebt u een probleem gevonden? Stuur dan een foutmelding voor Flash Player en Adobe AIR naar de database met fouten.

Flash Player en AIR gebruiken uw grafische hardware om H.264-video te decoderen en af te spelen. Er zijn mogelijk videoproblemen die alleen kunnen worden gereproduceerd met uw specifieke grafische hardware en stuurprogramma. Wanneer u een videoprobleem rapporteert, is het essentieel dat u ook uw type grafische hardware en het bijbehorende stuurprogramma opgeeft, samen met uw besturingssysteem en browser (wanneer u Flash Player gebruikt), zodat we het probleem kunnen reproduceren en onderzoeken. Zorg ervoor dat u de informatie opneemt die wordt beschreven in Instructies voor het rapporteren van problemen bij het afspelen van video. Opmerking: vanwege het grote aantal e-mailberichten dat we ontvangen, kunnen we niet op elk verzoek reageren.

Bedankt dat u hebt gekozen voor Adobe® Flash Player® en AIR® en voor uw feedback!

Systeemvereisten

Voor de nieuwste Flash Player-systeemvereisten raadpleegt u het document hier

Voor de nieuwste AIR-systeemvereisten raadpleegt u het document hier

Geschiedenis van runtimeversie(s)


 Releasedatum Runtimeversie Verbeterde beveiliging
 26 februari 2013 Flash Player for Desktop (Windows, Mac): 11.6.602.171  APSB13-08
12 februari 2013 Flash Player for Desktop (Windows): 11.6.602.168
Flash Player voor Desktop (Mac): 11.6.602.167
AIR Windows, Mac, Android, iOS: 3.6.0.597
AIR SDK en Compiler: 3.6.0.599
 APSB13-05
7 februari 2013 Flash Player voor desktop (Windows, Mac): 11.5.502.149  APSB13-04
8 januari 2013 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.5.502.146
AIR (Windows, Mac, Mobile): 3.5.0.1060
AIR SDK: 3.5.0.1060
 APSB13-01
11 december 2012 Flash Player Desktop Windows: 11.5.502.135
Flash Player Desktop Mac: 11.5.502.136
AIR Windows, Android: 3.5.0.880
AIR Mac: 3.5.0.890
 APSB12-27
6 november 2012 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.5.502.110
AIR (Windows, Mac, Mobile): 3.5.0.600
AIR SDK: 3.5.0.600
 APSB12-24
8 oktober 2012 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.4.402.287
AIR (Windows, Mac, Mobile): 3.4.0.2710
AIR SDK: 3.4.0.2710
 APSB12-22
21 augustus 2012 Flash Player Desktop (Windows, Mac): 11.4.402.265
AIR (Windows, Mac, Mobile): 3.4.0.2540
AIR SDK: 3.4.0.2540
 APSB12-19

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid