Opmerking:

U bekijkt Help voor Photoshop Lightroom Classic CC (voorheen Lightroom CC).
Niet uw versie? Bekijk Help voor Photoshop Lightroom CC.

Filmstrip

In de filmstrip worden de foto's waaraan u werkt weergegeven, terwijl u wisselt tussen de verschillende modules. De filmstrip bevat foto's uit de momenteel geselecteerde map, verzameling of trefwoordenset in Bibliotheek. U kunt tussen de foto's in de filmstrip wisselen met de toetsen Pijl-links en Pijl-rechts of door een andere bron te kiezen in het pop-upmenu van de bronindicator in de filmstrip, rechts van de navigatieknoppen.

Filmstripweergave in Lightroom Classic CC

De filmstrip tonen of verbergen

  • Klik onder aan de filmstrip op het pictogram Filmstrip tonen/verbergen .
  • Kies Venster > Deelvensters > Filmstrip tonen/verbergen.

De foto's wijzigen die in de filmstrip worden weergegeven

  • Kies een item in een deelvenster links van de module Bibliotheek of selecteer criteria in de bibliotheekfilterbalk, in het deelvenster Trefwoordenlijst of in het deelvenster Metagegevens om foto's te kiezen.
  • Klik op de bronindicator in de filmstrip en kies een nieuwe bron in het pop-upmenu. U kunt kiezen uit Alle foto's, Snelle verzameling, Vorige import of een eerder weergegeven bron. Eerder weergegeven filmstripbronnen worden weergegeven, tenzij u Onlangs geopende bronnen wissen kiest.

Nadat u een of meerdere bronnen hebt gekozen, worden in de rasterweergave ook de foto's getoond die in de filmstrip worden weergegeven. Als u meerdere mappen of verzamelingen selecteert, verschijnt de aanduiding Meerdere bronnen in de bronindicator.

Opmerking:

Als in de rasterweergave niet alle foto's worden weergegeven wanneer u meerdere bronnen hebt geselecteerd, kiest u Filters uitgeschakeld in de bibliotheekfilterbalk.

De grootte van filmstripminiaturen wijzigen

  • Plaats de muisaanwijzer op de bovenste rand van de filmstrip. Wanneer de aanwijzer in een dubbele pijl  verandert, sleept u de rand van de filmstrip omhoog of omlaag.
  • Dubbelklik op de bovenste rand van de filmstrip om te wisselen tussen de laatste twee miniatuurgroottes.

Door foto's in de filmstrip bladeren

  • Versleep de schuifbalk onder aan de filmstrip, klik op de pijlen aan de zijkant of versleep de bovenste rand van een miniatuurframe.
  • Druk op de toetsen Pijl-links en Pijl-rechts om door miniaturen in de filmstrip te navigeren.

Classificaties en selecties tonen in filmstripminiaturen

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren (Windows) of Lightroom Classic CC > Voorkeuren (Mac OS) en klik op het tabblad Interface. Selecteer Classificaties en selectie tonen in het gebied Filmstrip.

De volgorde van miniaturen in de filmstrip en de rasterweergave wijzigen

  1. Selecteer een verzameling of map die geen submappen bevat en sleep vervolgens een miniatuur naar een nieuwe locatie.

Loepweergave

In- of uitzoomen op een afbeelding

U kunt het deelvenster Navigator in de module Bibliotheek of de module Ontwikkelen gebruiken om het vergrotingsniveau in te stellen voor een afbeelding in de loepweergave. Het niveau dat u het laatst hebt gebruikt, wordt opgeslagen en u kunt wisselen tussen dat niveau en het huidige niveau wanneer u met de aanwijzer op de foto klikt. U kunt ook schakelen tussen vier niveaus met behulp van de opdrachten Inzoomen en Uitzoomen.

De instellingen blijven van kracht totdat u een ander zoomniveau selecteert in het deelvenster Navigator of een nieuwe opdracht kiest in het menu Weergave.

Opmerking:

Als u twee afbeeldingen weergeeft in de vergelijkingsweergave van de module Bibliotheek en een zoomniveau instelt in het deelvenster Navigator of een zoomopdracht kiest, wordt de geselecteerde afbeelding automatisch weergegeven in de loepweergave.

De zoomniveaus voor de aanwijzer instellen

  1. Selecteer in het deelvenster Navigator Passend of Vullen voor het eerste zoomniveau.
  2. Selecteer voor het tweede zoomniveau 1:1 (een 100% weergave van de daadwerkelijke pixels) of kies een optie in het pop-upmenu.

Opmerking:

zoomniveaus voor de aanwijzer zijn ook beschikbaar in het tweede venster.

Wisselen tussen zoomniveaus

  • Als u wilt wisselen tussen de twee zoomniveaus die u hebt ingesteld in het deelvenster Navigator, klikt u met de aanwijzer op de foto of drukt u op de spatiebalk. De aanwijzer verandert in de zoomtool wanneer het mogelijk is om in te zoomen. U kunt ook op de foto klikken om te wisselen tussen zoomniveaus in het tweede venster.
  • Als u wilt wisselen tussen vier zoomniveaus, drukt u op Ctrl-+ of Ctrl-- (Windows) of op Command-+ of Command-- (Mac OS). Als u een zoomopdracht in het menu Weergave kiest, wisselt het niveau tussen de vier instellingen in het deelvenster Navigator (Passend, Vullen, 1:1 en de gekozen menuoptie).

Opmerking:

Als u wilt inzoomen op het punt van de foto waarop u klikt, selecteert u Gecentreerd inzoomen op punt waarop wordt geklikt in het tabblad Interface van het venster Voorkeuren.

De afbeelding pannen

Als de foto is ingezoomd en bepaalde delen niet zichtbaar zijn, gebruikt u de tool Handje op de foto of de aanwijzer in het deelvenster Navigator om verborgen gebieden zichtbaar te maken. In het deelvenster Navigator wordt altijd de gehele afbeelding weergegeven met een frame-overlay die de randen van de hoofdweergave aangeeft.

Opmerking:

Pannen wordt gesynchroniseerd in de weergaven Voor en Na van de module Ontwikkelen.

  • Versleep het handje in de loepweergave om de afbeelding te verplaatsen. U kunt ook pannen met de tool Handje in de loepweergave in het tweede venster.
  • Versleep de aanwijzer in het deelvenster Navigator om de afbeelding te verplaatsen in de loepweergave.
  • Klik op de aanwijzer in het deelvenster Navigator om de afbeelding te verplaatsen naar die locatie in de loepweergave.

Tijdelijk inzoomen om de afbeelding te pannen

  • Houd de spatiebalk ingedrukt om tijdelijk in te zoomen.
  • Houd de middelste muisknop ingedrukt en klik omlaag om in te zoomen en versleep de aanwijzer vervolgens in de foto of in het deelvenster Navigator om de foto te pannen.

De info-overlay weergeven op een foto

U kunt informatie over een foto weergeven in de loepweergave in de Bibliotheek, in de loepweergave of de weergaven Voor en Na in de module Ontwikkelen, en in de loepweergave in het tweede venster. U kunt twee sets metagegevens weergeven en aanpassen welke informatie in elke set wordt weergegeven.

  1. Kies Weergave > Info over loep > Info-overlay tonen of kies de specifieke infoset die u wilt weergeven. U kunt ook op de toets I drukken om de infosets weer te geven, te verbergen en te doorlopen.

De info wijzigen die wordt weergegeven in de info-overlay

  1. Kies Weergave > Weergaveopties in de module Bibliotheek of Ontwikkelen.
  2. Als u in de module Bibliotheek werkt, zorg dan dat de loepweergave is geselecteerd.
  3. Kies in de velden Loepinformatie de opties die u wilt weergeven voor elke set in de menu's.

Rasterweergave

Foto's tonen in de rasterweergave en de filmstrip

In Lightroom Classic CC kunt u op verschillende manieren specifieke foto's weergeven in de rasterweergave en de filmstrip. Welke methode u gebruikt, is afhankelijk van de foto's die u wilt zien. In het deelvenster Catalogus kunt u direct alle foto's in de catalogus of de snelle verzameling weergeven, plus de foto's die u onlangs hebt geïmporteerd.

Opmerking:

U kunt foto's in de rasterweergave en de filmstrip ook weergeven door mappen, verzamelingen of trefwoorden te selecteren, of door naar foto's te zoeken. U kunt een selectie verfijnen door gebruik te maken van de opties in de bibliotheekfilterbalk.

  1. Selecteer in het deelvenster Catalogus een of meer van de volgende opties:

    Alle foto's

    Hiermee worden alle foto's in de catalogus getoond.

    Alle gesynchroniseerde foto's

    Hiermee worden alle foto's getoond die zijn gesynchroniseerd met andere mobiele Adobe Photoshop Lightroom CC-clients. Ga voor meer informatie naar Werken met de verzameling Alle gesynchroniseerde foto's.

    Snelle verzameling

    Hiermee worden de foto's weergegeven die deel uitmaken van de snelle verzameling. Zie Werken met de snelle verzameling voor meer informatie over het groeperen van foto's in de snelle verzameling.

    Vorige import

    Hiermee worden de laatst geïmporteerde foto's getoond.

Mogelijk worden er ook andere categorieën getoond in het deelvenster Catalogus, zoals Vorige bewerking Exporteren als catalogus.

In de module Bibliotheek navigeert u tussen afbeeldingen door de vorige of volgende foto te selecteren.

  1. Ga in de module Bibliotheek op een van de volgende manieren te werk in een van de weergaven:
    • Als u de vorige foto wilt selecteren, drukt u op de toets Pijl-links, klikt u op het pictogram Vorige foto selecteren  op de werkbalk of kiest u Bibliotheek > Vorige geselecteerde foto.

    • Als u de volgende foto wilt selecteren, drukt u op de toets Pijl-rechts, klikt u op het pictogram Volgende foto selecteren  op de werkbalk of kiest u Bibliotheek > Volgende geselecteerde foto.

      Opmerking: Zorg ervoor dat Navigeren is gekozen in het werkbalkmenu, zodat de pictogrammen Vorige foto selecteren en Volgende foto selecteren worden weergegeven.

De volgorde van foto's in de rasterweergave wijzigen

  1. Als u de volgorde van foto's in het raster wilt wijzigen, voert u een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Klik op het pictogram Sorteerrichting  op de werkbalk.

    • Kies een sorteeroptie in het pop-upmenu Sorteren op de werkbalk.

    • Als u een normale verzameling of de laagste map in een mappenhiërarchie hebt geselecteerd, sleept u vanaf het midden van een miniatuur om in een willekeurige volgorde te sorteren.

    Opmerking:

    Als u een slimme verzameling of een map met submappen hebt geselecteerd, is Gebruikersvolgorde niet beschikbaar in het pop-upmenu Sorteren en kunt u foto's niet in een bepaalde volgorde sorteren door ze te slepen.

Raw- en JPEG-foto's weergeven

Sommige camera's maken Raw- en JPEG-versies van foto's. Als u de JPEG-versie van een foto wilt kunnen weergeven en bewerken, moet u Lightroom Classic CC de JPEG-versie laten importeren en herkennen als een zelfstandig bestand. Ga naar Voorkeuren voor importeren instellen.

De miniatuurgrootte in de rasterweergave wijzigen

  1. Kies Miniatuurgrootte in het werkbalkmenu van de rasterweergave.

    De schuifregelaar Miniaturen is alleen beschikbaar als u deze optie hebt geselecteerd.

  2. Versleep de regelaar Miniaturen.

Schakelen tussen de raster-, loep-, vergelijkings- en beoordelingsweergaven

In de module Bibliotheek kunt u kiezen voor de weergave van miniaturen in de rasterweergave, een enkele foto in de loepweergave, twee foto's in de vergelijkingsweergave, of twee of meer foto's in de beoordelingsweergave.

  1. Voer in de module Bibliotheek een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de werkbalk op het pictogram Rasterweergave , Loepweergave , Vergelijkingsweergave  of Beoordelingsweergave .

    • Kies Weergave > Raster, Loep, Vergelijken of Beoordeling.

    • Kies Weergave en vervolgens Loepweergave in-/uitschakelen of Zoomweergave in-/uitschakelen om te wisselen tussen de gekozen weergave en de vorige weergave.

    • Als u wilt overschakelen naar de loepweergave terwijl u een of meerdere foto's in de rasterweergave hebt geselecteerd, kiest u Foto > Openen in loepweergave. Als u meer dan één foto hebt geselecteerd, wordt de actieve foto geopend in de loepweergave. Gebruik de toetsen Pijl-rechts en Pijl-links om door de geselecteerde foto's te bladeren in de loepweergave.

Zie Comparing similar photos (Engelstalig) van Adobe Digital Imaging How-Tos voor meer informatie over het vergelijken van foto's in Lightroom 3 en Lightroom 4.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid