Voer een upgrade uit naar Adobe Connect 10.1 en de bijbehorende onderdelen zoals Evenementenmodule, AEM, telefonieadapters en database via het installatieprogramma.

U kunt uw bestaande ondersteunde Adobe Connect-installatie bijwerken door het installatieprogramma uit te voeren. Raadpleeg Migratie voorbereiden om een migratie vanaf een eerdere versie voor te bereiden en voor de beschikbare opties voor het uitvoeren van een upgrade.

  1. Controleer of de computer verbonden is met internet.

  2. Meld u op de computer aan als beheerder. Het installatieprogramma van Adobe Connect vereist standaard een andere lokale beheerdersaccount dan de account waarmee u zich hebt aangemeld. Houd de gegevens van een lokale beheerdersaccount bij de hand waarmee u Adobe Connect wilt upgraden.

  3. Sluit alle toepassingen.

  4. Pak de bestanden in het ESD-bestand voor Adobe Connect uit op een locatie op de vaste schijf. [extractiemap] duidt deze locatie aan.

  5. Dubbelklik op het bestand install.exe. Het installatiebestand van Adobe Connect 10.1 is beschikbaar via [extractiemap]\Connect\10.1.0.0\Disk1\InstData\VM\install.exe. Dubbelklik in geval van een dvd op het bestand install.exe in [dvd-station]\Connect\10.1.0.0\Disk1\InstData\VM\.

  6. Selecteer een taal en klik op OK om door te gaan.

  7. Klik in het scherm Introductie op Volgende om door te gaan.

  8. Lees de tekst in het scherm met de licentieovereenkomst, geef aan dat u akkoord gaat met de licentieovereenkomst en klik op Volgende.

  9. Upload een nieuw licentie.txt-bestand met een licentie wanneer u hierom wordt gevraagd. Zorg ervoor dat de licentie voor Adobe Connect 10.1 is bijgewerkt.

  10. In het scherm Implementatieopties selecteert u Adobe Connect implementeren om Adobe Connect te installeren. Geef de gegevens op van een andere lokale beheerdersaccount dan de account waarmee u zich hebt aangemeld, om Adobe Connect te installeren.

    Opmerking:

    Controleer of de lokale beheerdersaccount de rechten heeft om services te installeren. Zie Het recht Aanmelden als service toevoegen aan een account voor meer informatie.

  11. Selecteer Pre-implementatietaken op de achtergrond uitvoeren zonder dat dit invloed heeft op de live server. Als u deze optie selecteert, worden Adobe Connect en andere geselecteerde componenten geïnstalleerd maar niet geïmplementeerd. Als u ze wilt implementeren, voert u het installatieprogramma later opnieuw uit en selecteert u Adobe Connect implementeren. Indien nodig kunt u beide opties selecteren en het installatieprogramma uitvoeren.

  12. Selecteer in het scherm Producten kiezen als volgt een of meer producten:

    • Selecteer Adobe Connect Server om Adobe Connect Server vanaf een eerdere versie bij te werken naar 9.x.

    • Als u een bestaande installatie van AEM-auteurserver wilt bijwerken of een nieuw exemplaar van AEM-auteurserver wilt installeren, selecteert u AEM-auteurserver.

    • Als u een bestaande installatie van AEM-publicatieserver wilt bijwerken of een nieuw exemplaar van AEM-publicatieserver wilt installeren, selecteert u AEM-publicatieserver.

    • Selecteer de benodigde adapter als u een telefonieadapter wilt installeren.

  13. In het scherm Bestaande installatie bijwerken wordt de bestaande installatiemap automatisch geïdentificeerd. Maak een back-up van uw database en klik op het selectievakje om te bevestigen.

  14. Geef in het scherm Database verbinden de gegevens van de database en de gegevens van de databasebeheerder op. Klik op Volgende.

    Opmerking:

    Als u gebruikmaakt van een eerdere versie van de ingesloten database (Microsoft SQL Server Express Edition), wordt er een upgrade uitgevoerd naar een latere versie van de ingesloten database. Het installatieprogramma van Adobe Connect voert geen upgrade uit voor een externe database. Als u een externe database gebruikt die niet wordt ondersteund, werkt u deze afzonderlijk bij naar de ondersteunde versie.

  15. Als u AEM-server wilt bijwerken, wordt het scherm Adobe Connect-beheerinstellingen weergegeven. Dit scherm is niet van toepassing wanneer AEM-server voor het eerst wordt geïnstalleerd. Geef de URL van de host en de poort van de bestaande Adobe Connect-installatie op.

  16. Ga als volgt te werk als u AEM-servers wilt bijwerken. Deze stappen zijn niet vereist wanneer een AEM-server voor het eerst wordt geïnstalleerd.

    1. Geef in het scherm Externe hostinstellingen AEM de URL en de poort van de AEM-server en het cookie-voorvoegsel op. Geef voor een cluster achter een taakverdelingsmechanisme de URL van het taakverdelingsmechanisme op. Dit scherm is alleen van toepassing wanneer de AEM-server tijdens het bijwerken van Adobe Connect wordt bijgewerkt.

    2. Geef in het scherm AEM-beheerinstellingen de gegevens van de beheerder van de AEM-server op als u de AEM-server wilt bijwerken.

      Opmerking:

      Als u de gegevens van de beheerder van de AEM-server niet bij de hand hebt, klikt u op Wachtwoordverificatie overslaan om het upgraden van de AEM-server over te slaan. Als u de AEM-server later wilt upgraden, volgt u de instructies in dit artikel.

  17. Volg stap 22-26 van Adobe Connect installeren met het installatieprogramma als u AEM-servers voor het eerst installeert.

  18. Geef de gegevens van de geselecteerde telefonieadapters op als u telefonieadapters wilt installeren.

  19. Als de bestanden in uw bestaande installaties worden aangepast, wordt in het scherm Migratie een lijst met de bestanden weergegeven, met informatie of deze bestanden al dan niet worden gemigreerd. Hef de selectie op van de bestanden die u niet wilt migreren. Klik op Volgende.

  20. Controleer in het scherm Pre-installatieoverzicht de wijzigingen die u hebt geselecteerd. Klik wanneer deze juist zijn op Installeren. Klik op Vorige als u instellingen wilt wijzigen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid