Wanneer u grafische elementen automatisch met elkaar wilt uitlijnen, kunt u magnetische uitlijning gebruiken. In Animate kunt u op drie manieren objecten in het werkgebied uitlijnen:

  • Met magnetische objectuitlijning kunt u objecten direct met andere objecten langs de randen uitlijnen.
  • Met magnetische pixeluitlijning kunt u objecten direct op afzonderlijke pixels of lijnen van pixels in het werkgebied uitlijnen.
  • Met magnetische uitlijning kunt u objecten uitlijnen aan de hand van een opgegeven tolerantie voor magnetisch uitlijnen. Dit is een voorinstelling voor de grens tussen objecten onderling of tussen objecten en de rand van het werkgebied.
  • Met de optie Bitmaps uitlijnen op pixels worden bitmaps tijdens het ontwerpen uitgelijnd op de dichtstbijzijnde pixels, zodat de bitmaps scherper worden weergegeven op het canvas.

Opmerking: u kunt ook op het raster of op hulplijnen uitlijnen.

 

Magnetische objectuitlijning in- of uitschakelen

U kunt magnetische objectuitlijning inschakelen met de optie Objecten magnetisch voor het gereedschap Selecteren of de opdracht Objecten magnetisch in het menu Weergave.

Als de optie Objecten magnetisch voor het gereedschap Selecteren is ingeschakeld, wordt een kleine zwarte ring onder de aanwijzer weergegeven wanneer u een element sleept. De kleine ring wordt een grotere ring wanneer het object zich binnen de uitlijningsafstand van een ander object bevindt.

  1. Selecteer Weergave > Magnetisch uitlijnen > Objecten magnetisch. Wanneer de opdracht is ingeschakeld, wordt naast de opdracht een vinkje weergegeven.

    Wanneer u een object verplaatst of omvormt, geeft de positie van het gereedschap Selecteren bij het object een referentiepunt aan voor de uitlijningsring. Wanneer u bijvoorbeeld een gevulde vorm verplaatst door deze nabij het midden te slepen, wordt het middelpunt uitgelijnd op andere objecten. Dit is met name nuttig bij het uitlijnen van vormen op bewegingspaden voor animatie.

    Opmerking:

    voor betere plaatsing van objecten tijdens het magnetisch uitlijnen, begint u vanuit een hoek of middelpunt te slepen.

Bitmaps uitlijnen op pixels

Als u bitmaps magnetisch wilt uitlijnen, gebruikt u de opdracht Bitmaps uitlijnen op pixels in het menu Weergave. Dit zorgt ervoor dat bitmaps in gehele-getalposities worden geplaatst (zonder breukwaarden) bij het ontwerpen van inhoud.

  1. Selecteer Weergave > Magnetisch uitlijnen > Bitmaps uitlijnen op pixels.

  2. Het vinkje naast deze optie geeft aan dat de functie is ingeschakeld. Wanneer het selectievak is uitgeschakeld (geen vinkje), kunt u de bitmaps op elke gewenste locatie plaatsen.

    Bitmaps uitlijnen op pixels tijdens het ontwerp

Toleranties magnetische objectuitlijning aanpassen

  1. Selecteer Bewerken > Voorkeuren (Windows) of Animate > Voorkeuren (Macintosh) en klik op Tekenen.

  2. Pas de instelling Lijnen verbinden bij Tekeninstellingen aan.

Magnetische pixeluitlijning gebruiken

U kunt magnetische pixeluitlijning inschakelen met de opdracht Pixels magnetisch in het menu Weergave. Wanneer Pixels magnetisch is ingeschakeld, wordt een pixelraster weergegeven wanneer de vergrotingsweergave is ingesteld op 400% of hoger. Het pixelraster vertegenwoordigt de afzonderlijke pixels die in de Animate-toepassing worden weergegeven. Wanneer u een object maakt of verplaatst, wordt het tot het pixelraster beperkt.

Wanneer u een vorm maakt waarvan de randen tussen pixelgrenzen vallen, bijvoorbeeld een streek met een breedte in fracties (zoals 3,5 pixels), lijnt de functie Pixels magnetisch magnetisch uit op pixelgrenzen en niet op de rand van de vorm.

  • Selecteer Weergave > Magnetisch uitlijnen > Pixels magnetisch wanneer u het magnetisch uitlijnen op pixels wilt inschakelen of uitschakelen. Wanneer de vergroting op 400% of hoger is ingesteld, wordt een pixelraster weergegeven. Wanneer de opdracht is ingeschakeld, wordt naast de opdracht een vinkje weergegeven.

  • Als u magnetische pixeluitlijning tijdelijk in of uit wilt schakelen, drukt u op de C-toets. Wanneer u de C-toets loslaat, werkt magnetische pixeluitlijning weer hetzelfde als u had ingesteld bij Weergave > Magnetisch uitlijnen > Pixels magnetisch.

  • Druk op de toets X om het pixelraster tijdelijk te verbergen. Wanneer u de X-toets loslaat, wordt het pixelraster weer weergegeven.

 

Magnetische uitlijning bewerken

Wanneer u instellingen voor magnetische uitlijning selecteert, kunt u de tolerantie voor magnetisch uitlijnen tussen horizontale en verticale objectranden en tussen de objectranden en de grens van het werkgebied instellen. U kunt magnetische uitlijning ook tussen het horizontale en verticale midden van objecten inschakelen. Alle instellingen voor magnetische uitlijning worden in pixels gemeten.

  1. Selecteer Weergave > Magnetisch uitlijnen > Magnetische uitlijning bewerken.
  2. Selecteer in het dialoogvenster Magnetische uitlijning bewerken de typen objecten waarmee magnetisch moet worden uitgelijnd. Selecteer Standaardwaarde opslaan om de opgegeven instellingen in het .fla-bestand op te slaan. De opgeslagen instellingen van het actieve document wordt toegepast op het nieuwe document.

    Magnetische uitlijning bewerken

    Selecteer in het dialoogvenster Magnetische uitlijning bewerken de typen objecten waarmee magnetisch moet worden uitgelijnd.
  3. Klik op de knop Geavanceerd en ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Wanneer u de magnetische tolerantie tussen objecten en de rand van het werkgebied wilt instellen, voert u een waarde in voor Rand werkgebied.

    • Wanneer u de magnetische tolerantie tussen de horizontale of verticale randen van objecten wilt instellen, voert u een waarde in voor Horizontaal en/of Verticaal.

    • Wanneer u Horizontaal centreren en/of Verticaal centreren wilt inschakelen, selecteert u Horizontaal centreren, Verticaal centreren of beide.

Magnetische uitlijning inschakelen

Wanneer magnetische uitlijning is ingeschakeld, worden stippellijnen in het werkgebied weergegeven wanneer een object naar de opgegeven tolerantie voor magnetisch uitlijnen wordt gesleept. Als u de magnetische tolerantie Horizontaal op 18 pixels hebt ingesteld (standaardinstelling), wordt een stippellijn weergegeven langs de rand van het object dat u sleept, wanneer het precies 18 pixels van een ander object is verwijderd. Wanneer u Horizontaal centreren hebt ingeschakeld, wordt een stippellijn weergegeven langs het horizontale midden van de hoekpunten van twee objecten, wanneer u de hoekpunten exact uitlijnt.

  1. Selecteer Weergave > Magnetisch uitlijnen > Magnetische uitlijning. Wanneer de opdracht is ingeschakeld, wordt naast de opdracht een vinkje weergegeven.

Geleidelagen maken

Bij het tekenen en uitlijnen van objecten zijn hulplijnlagen handig om de objecten in andere lagen uit te lijnen op de objecten die u op de hulplijnlagen maakt. Hulplijnlagen worden niet geëxporteerd en worden niet in een gepubliceerd SWF-bestand weergegeven. Elke laag kan als hulplijnlaag worden gebruikt. Hulplijnlagen worden aangeduid met een hulplijnpictogram links van de naam van de laag.

  1. Selecteer de laag en klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd de Control-toets ingedrukt en klik (Macintosh) en selecteer Hulplijn in het contextmenu. Selecteer nogmaals Hulplijn om de laag weer in een normale laag te veranderen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid