Gebruik dit artikel om over Werkgebied en Deelvenster gereedschappen te leren wanneer u met grafische inhoud werkt in Animate CC.

Overzicht van welkomstscherm

Wanneer Animate CC (voorheen Flash Professional CC) wordt uitgevoerd en er is geen document geopend, wordt het welkomstscherm getoond. Het welkomstscherm bevat de volgende vier gebieden:

Open een recent object

Hiermee kunt u de meest recente documenten openen (klik op het pictogram Openen).

Nieuw

Hiermee wordt een lijst met Animate-bestandstypen getoond, zoals Animate-documenten en ActionScript®-bestanden.

Maken van sjabloon

Hiermee geeft u een lijst weer van de sjablonen die vaak worden gebruikt om Animate-documenten te maken.

Uitbreiden

Biedt een koppeling naar de Animate Exchange-website, waar u handige toepassingen, extensies en gerelateerde informatie kunt downloaden.

Het welkomstscherm biedt ook snel toegang tot Help-bronnen. U kunt een rondleiding door Animate nemen, informatie bekijken over documentatiebronnen, en zoeken naar opleidingsfaciliteiten die door Adobe zijn geautoriseerd.

  • Selecteer Niet meer weergeven als u het welkomstscherm wilt verbergen.

  • Als u het welkomstscherm wilt weergeven, selecteert u Bewerken > Voorkeuren (Windows®) of Animate > Voorkeuren (Macintosh®). Kies vervolgens de optie Welkomstscherm in het menu Bij starten in de categorie Algemeen.

Werkgebied gebruiken

Het werkgebied is het rechthoekige gebied waarin u grafische inhoud plaatst wanneer u Animate-documenten maakt. Het werkgebied in de ontwerpomgeving vertegenwoordigt de rechthoekige ruimte in Flash Player of in een webbrowservenster waarin het document bij afspelen wordt weergegeven. De standaard (zwarte) contour staat voor de contourweergave van het werkgebied.

U kunt de weergave van het werkgebied tijdens de bewerking wijzigen door in en uit te zoomen. U kunt het raster, de hulplijnen en linialen gebruiken om items op de gewenste locatie in het werkgebied te plaatsen.

De tijdlijn en het werkgebied met inhoud.

Zoomen in het werkgebied

U kunt het gehele werkgebied op het scherm weergeven of een bepaald gedeelte van uw tekening sterk vergroot weergeven door het vergrotingsniveau te wijzigen. De maximale vergroting is afhankelijk van de resolutie van de monitor en de grootte van het document. De minimumwaarde voor uitzoomen in het werkgebied is 8%. De maximumwaarde voor inzoomen in het werkgebied is 2000%.

Opmerking:

U kunt ook bewegingen met meerdere aanraakpunten gebruiken in compatibele apparaten.

  • Gebruik het gereedschap Zoomen in het deelvenster Gereedschappen en klik op een element om erop in te zoomen. U kunt schakelen tussen inzoomen en uitzoomen met de opties Vergroten  en Verkleinen  (in het optiegebied van het deelvenster Gereedschappen wanneer het gereedschap Zoomen is geselecteerd of door) de Alt-toets (Windows) of de Option-toets (Macintosh) ingedrukt te houden en te klikken.

  • Wanneer u wilt inzoomen op een bepaald gedeelte van de tekening om daarmee het venster te vullen, sleept u een rechthoekig selectiekader naar het werkgebied met het gereedschap Zoomen.

  • Selecteer Weergave > Inzoomen of Weergave > Uitzoomen om op het hele werkgebied in te zoomen of uit te zoomen.

  • U kunt met een bepaald percentage in- of uitzoomen door Weergave > Vergroting te selecteren en een percentage te kiezen in het submenu of in het zoombesturingselement rechtsboven in het documentvenster.

  • U kunt het werkgebied ook volledig in het toepassingsvenster weergeven met Weergave > Vergroting > Passend in venster.
  • Als u inhoud die buiten het werkgebied doorloopt wilt bijsnijden, klikt u op het desbetreffende pictogram .
  • U kunt de inhoud van het huidige frame weergeven met Weergave > Vergroting > Alles weergeven of door Alles weergeven te selecteren in het zoombesturingselement rechtsboven in het toepassingsvenster. Wanneer de scène leeg is, wordt het gehele werkgebied weergegeven.

  • U kunt het gehele werkgebied weergeven met Weergave > Vergroting > Frame weergeven of door Frame weergeven te selecteren in het zoombesturingselement rechtsboven in het documentvenster.

  • U kunt de werkruimte rondom het werkgebied of elementen in een scène die gedeeltelijk of helemaal buiten het werkgebied vallen, weergeven met Weergave > Plakbord. Het plakbord wordt lichtgrijs weergegeven. Wanneer u bijvoorbeeld een vogel het frame wilt laten binnen vliegen, plaatst u de vogel eerst buiten het plakbord in de werkruimte en laat u deze vervolgens via animatie het werkgebied inkomen.

Plakbordkleur

Voorheen waren de kleuren van het plakbord gebaseerd op het thema van de gebruikersinterface. Van de versie van januari 2017 kunt u het plakbord dezelfde kleurstelling geven als het werkgebied. Hierdoor beschikt u over een oneindig canvas. 

Opmerking:

Alleen de inhoud van het werkgebied is zichtbaar in de definitieve uitvoer. 

Weergave van het werkgebied verplaatsen

Wanneer het werkgebied is vergroot, ziet u mogelijk niet alles van het werkgebied. U kunt de weergave wijzigen zonder de vergroting aan te hoeven passen door met het handje het werkgebied te verplaatsen.

Opmerking:

U kunt ook bewegingen met meerdere aanraakpunten gebruiken in compatibele apparaten.

  • Selecteer in het deelvenster Gereedschappen het handje en sleep het werkgebied. U kunt tijdelijk schakelen tussen een ander gereedschap en het handje door de spatiebalk ingedrukt te houden en op het gereedschap te klikken in het deelvenster Gereedschappen.

Het werkgebied roteren

Animate CC introduceert het nieuwe gereedschap Roteren waarmee u de weergave van het werkgebied tijdelijk kunt roteren. Zo kunt u gemakkelijk in een bepaalde hoek tekenen en schilderen, zonder dat de objecten op het werkgebied daadwerkelijk worden gedraaid (wat wel het geval is bij het gereedschap Vrije transformatie). U kunt het werkgebied snel roteren, ongeacht welk gereedschap u op dat moment hebt geselecteerd. Houd de toets Shift en de spatiebalk samen ingedrukt en sleep uw muis om de weergave te roteren.

Het werkgebied roteren met het gereedschap Roteren

  1. Kies het gereedschap Roteren (H). Dit bevindt zich in dezelfde groep als het gereedschap Handje (H) of houd de toets Shift en de spatiebalk samen ingedrukt om tijdelijk te schakelen naar het gereedschap Roteren wanneer u met een van de andere gereedschappen werkt, zoals het Penseel.

    Gereedschap Roteren op de werkbalk

  2. Als het gereedschap Roteren is geselecteerd, worden er een draaipunt op het scherm weergegeven. Dit punt wordt aangeduid met een kruisdraadaanwijzer. U kunt de positie van het draaipunt wijzigen door te klikken op de gewenste nieuwe positie.

    Draaipunt en kruisdraadaanwijzer

  3. Nadat u het draaipunt hebt ingesteld, sleept u de muis om de weergave van het werkgebied om het draaipunt te roteren.

    Geroteerd werkgebied

  4. Met het gereedschap Roteren kunt u het werkgebied tijdelijk roteren. De huidige rotatiehoek wordt aangegeven door de rode lijn op de kruisdraadaanwijzer.

  5. Als u de standaardweergave van het werkgebied wilt herstellen, klikt u op de knop Werkgebied centreren .

Inhoud schalen zodat deze past in het werkgebied

Met de optie Inhoud schalen in Eigenschapcontrole kunt u de inhoud van uw werkgebied aanpassen aan de afmetingen van het werkgebied. Wanneer u het werkgebied groter of kleiner maakt terwijl deze optie is geselecteerd, wordt de inhoud proportioneel aangepast aan de nieuwe afmetingen van het werkgebied.

Optie Inhoud schalen in Eigenschapcontrole

Werkgebiedgrootte schalen

De optie Inhoud schalen in de geavanceerde instellingen is nu direct toegankelijk vanuit de Eigenschapcontrole. Wanneer u het werkgebied groter of kleiner maakt terwijl deze optie is geselecteerd, wordt de inhoud proportioneel aangepast aan de nieuwe afmetingen van het werkgebied.

De Eigenschapcontrole en het dialoogvenster Documentinstellingen bevatten een koppelingsoptie waarmee u de afmetingen van het werkgebied proportioneel kunt vergroten. Standaard zijn de hoogte en de breedte van het werkgebied niet gekoppeld. Als u de koppeling inschakelt door op de knop Koppeling te klikken, en vervolgens de hoogte (of breedte) van het werkgebied aanpast, wordt de breedte (of hoogte) proportioneel gewijzigd.

Als u de optie Inhoud schalen selecteert, worden de afmetingen van het werkgebied automatisch gekoppeld en uitgeschakeld. Dit komt omdat het schalen van inhoud handig is wanneer de afmetingen van het werkgebied proportioneel worden gewijzigd.

Knop Koppeling voor het proportioneel schalen van het werkgebied

De transparantie van het canvas instellen

U kunt het canvas instellen op de transparante modus door het alfakleurbereik als percentage in te stellen in uw kleurstalen. Hiertoe selecteert u Canvas > Eigenschappen > Werkgebied > Alfa %.

Werkgebied schalen op basis van geselecteerd ankerpunt

In Documentinstellingen kunt u een ankerpunt selecteren, de hoogte en breedte invoeren, en het werkgebied schalen op basis van de afmetingen. Wanneer de optie Inhoud schalen is uitgeschakeld, wordt het werkgebied uitgebreid in de richting die is gebaseerd op het geselecteerde ankerpunt, zoals in de volgende afbeeldingen wordt getoond.

Ankerpunten op basis waarvan u het werkgebied kunt schalen

Schalen van werkgebied: een voorbeeld

In het volgende voorbeeld wordt een werkgebied van 550 x 400 proportioneel geschaald naar 750 x 600 vanaf het ankerpunt rechtsonder op het werkgebied:

Schaling van werkgebied instellen met de rechterbenedenhoek als ankerpunt

Werkgebied geschaald in de ingestelde richting vanaf het ankerpunt rechtsonder op het scherm

Opmerking:

U kunt ook bewegingen met meerdere aanraakpunten gebruiken in compatibele apparaten.

Linialen gebruiken

Linialen worden aan de bovenkant en linkerkant van het document weergegeven. U kunt de gebruikte maateenheid voor de linialen wijzigen van pixels (standaard) in een andere eenheid. Wanneer u een element in het werkgebied verplaatst met weergegeven linialen, worden de afmetingen van het element op de linialen weergegeven.

  • Selecteer Weergave > Linialen om linialen weer te geven of te verbergen.

  • Selecteer Wijzigen > Document en selecteer een maateenheid in het menu Liniaaleenheden wanneer u de maateenheid voor een document wilt wijzigen.

Hulplijnen gebruiken

Wanneer linialen worden weergegeven (Weergave > Linialen), kunt u horizontale en verticale hulplijnen vanaf de linialen naar het werkgebied slepen.

Wanneer u geneste tijdlijnen maakt, worden alleen hulplijnen in het werkgebied weergegeven wanneer de tijdlijn actief is waarin ze zijn gemaakt.

Met geleidelagen kunt u aangepaste of onregelmatige hulplijnen maken.

  • Selecteer Weergave > Hulplijnen > Hulplijnen weergeven wanneer u de tekenhulplijnen wilt weergeven of verbergen.

    Opmerking: Wanneer het raster zichtbaar is en Raster magnetisch is ingeschakeld wanneer u hulplijnen maakt, worden de hulplijnen op het raster magnetisch uitgelijnd.

     

  • Selecteer Weergave > Magnetisch uitlijnen > Hulplijnen magnetisch wanneer u het magnetisch uitlijnen op hulplijnen wilt inschakelen of uitschakelen.

    Opmerking: Het magnetisch uitlijnen op hulplijnen krijgt voorrang boven het magnetisch uitlijnen op het raster wanneer de hulplijnen tussen rasterlijnen in vallen.

     

  • U kunt een hulplijn verplaatsen door ergens op de liniaal te klikken met het gereedschap Selecteren en de hulplijn naar de gewenste plaats in het werkgebied te slepen.

  • U kunt een (ontgrendelde) hulplijn verwijderen door deze met het gereedschap Selecteren naar de horizontale of verticale liniaal te slepen.

  • U kunt hulplijnen vergrendelen met Weergave > Hulplijnen > Hulplijnen vergrendelen of met de optie Hulplijnen vergrendelen in het dialoogvenster Hulplijnen bewerken (Weergave > Hulplijnen > Hulplijnen bewerken).

  • Selecteer Weergave > Hulplijnen > Hulplijnen wissen wanneer u hulplijnen wilt wissen. In de documentbewerkingsmodus worden dan alle hulplijnen in het document gewist. In de symboolbewerkingsmodus worden alleen de gebruikte hulplijnen in symbolen gewist.

Voorkeuren voor hulplijnen instellen

  1. Selecteer Weergave > Hulplijnen > Hulplijnen bewerken en ga als volgt te werk:

    • Klik op het driehoekje in het kleurvak en selecteer een hulplijnkleur in het palet. De standaardhulplijnkleur is groen.

    • Selecteer Hulplijnen weergeven om hulplijnen weer te geven of hef de selectie ervan op om ze te verbergen.

    • Selecteer Hulplijnen magnetisch of hef de selectie ervan op om magnetisch uitlijnen op hulplijnen in of uit te schakelen.

    • Selecteer Hulplijnen vergrendelen of hef de selectie ervan op.

    • Selecteer een optie in het pop-upmenu om de magnetische nauwkeurigheid in te stellen.

    • Klik op Alles wissen om alle hulplijnen te wissen. Hiermee worden alle hulplijnen van de huidige scène gewist.

    • Klik op Standaardwaarde opslaan om de huidige instellingen als standaardwaarde op te slaan.

  2. Klik op OK.

Raster gebruiken

Het raster wordt in een document weergegeven als een reeks lijnen achter de illustratie in alle scènes.

Tekeningraster weergeven of verbergen

  1. Ga als volgt te werk:

    • Selecteer Weergave > Raster > Raster weergeven.

    • Druk op Ctrl+' (enkel aanhalingsteken) (Windows) of Cmd+' (enkel aanhalingsteken) (Macintosh).

Magnetisch uitlijnen op rasterlijnen in- of uitschakelen

  1. Selecteer Weergave > Magnetisch uitlijnen > Raster magnetisch.

Rastervoorkeuren instellen

  1. Selecteer Weergave > Raster > Raster bewerken en selecteer de gewenste opties.

  2. Klik op Standaardwaarde opslaan om de huidige instellingen als standaardwaarde op te slaan.

Informatie over de hoofdwerkbalk en de bewerkbalk

De menubalk boven in het toepassingsvenster bevat menu's met opdrachten voor functies.

De bewerkbalk boven in het werkgebied bevat besturingselementen en informatie voor het bewerken van scènes en symbolen en het wijzigen van het vergrotingsniveau van het werkgebied.

Deelvenster Gereedschappen gebruiken

Met de gereedschappen in het deelvenster Gereedschappen kunt u illustraties tekenen, schilderen en aanpassen en de weergave van het werkgebied wijzigen. Het deelvenster Gereedschappen bestaat uit vier secties:

 

  • Het gebied met gereedschappen bevat teken-, schilder- en selectiegereedschappen.
  • Het weergavegebied bevat gereedschappen voor zoomen en pannen in het toepassingsvenster.
  • Het kleurgebied bevat opties voor streek- en vulkleuren.
  • Het optiegebied bevat opties voor het momenteel geselecteerde gereedschap. Opties beïnvloeden de schilder- en bewerkmogelijkheden van het gereedschap.

 

Selecteer Venster > Gereedschappen om het deelvenster Gereedschappen weer te geven of te verbergen.

Gereedschappen selecteren

  1. Ga als volgt te werk:

    • Klik op het gereedschap in het deelvenster Gereedschappen. Afhankelijk van het gereedschap dat u selecteert, kan een set opties worden weergegeven in het optiegebied onder in het deelvenster Gereedschappen.

    • Druk op de sneltoets van het gereedschap. Selecteer Bewerken > Sneltoetsen (Windows) of Animate > Sneltoetsen (Macintosh) om de sneltoetsen weer te geven. Op de Mac moet u wellicht de muis bewegen om de nieuwe aanwijzer weer te geven.

    • Wanneer u een gereedschap wilt selecteren dat zich in het pop-upmenu van een zichtbaar gereedschap zoals de rechthoek bevindt, klikt u op het pictogram van het zichtbare gereedschap en selecteert u een ander gereedschap in het pop-upmenu.

Druk en Overhelling met penselen

Animate CC biedt Druk en Overhellingondersteuning voor getekende lijnen met het Penseel. U kunt illustraties en patroonstreken tekenen met een variabele breedte die afhankelijk is van de druk of overhelling op het penseel. Voor verdere verfijning gebruikt u de Breedte-tool om de breedtepunten aan te passen.

Zie Werken met het gereedschap Penseel voor meer informatie. 

Opmerking:

De pictogrammen voor Druk en Overhelling in de werkbalk worden slechts getoond als u een Wacom drukgevoelig tablet op uw computer hebt aangesloten.

Contextmenu's gebruiken

Contextmenu's bevatten relevante opdrachten voor de huidige selectie. Wanneer u bijvoorbeeld een frame selecteert in het tijdlijnvenster, bevat het contextmenu opdrachten voor het maken, verwijderen en wijzigen van frames en hoofdframes. Er zijn contextmenu's voor vele items en besturingselementen op vele locaties, waaronder het werkgebied, de tijdlijn, het deelvenster Bibliotheek en het deelvenster Handelingen.

  1. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd de Control-toets ingedrukt en klik (Macintosh) op een item.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid