Handboek Annuleren

Tekenen in 3D

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
    8. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en Adobe-services
    1. Photoshop en Adobe Stock
    2. Creative Cloud Libraries
    3. Creative Cloud Libraries in Photoshop
    4. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    5. Werken met illustraties van Illustrator in Photoshop
    6. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
    7. Raster en hulplijnen
    8. Handelingen maken
    9. Ongedaan maken en historie
    10. Standaardsneltoetsen
    11. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
  4. Photoshop voor de iPad
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Documenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werk met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werk met tekstlagen
    16. Werk met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Afbeeldingsgrootte bewerken
    23. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    24. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    25. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop
    26. Werken met Camera Raw-bestanden
    27. Slimme objecten maken en ermee werken
    28. De belichting in uw afbeeldingen aanpassen met Tegenhouden en Doordrukken
  5. Photoshop op internet (bèta)
    1. Veelgestelde vragen | Photoshop op internet (bèta) 
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop op internet (bèta)
    4. Sneltoetsen | Photoshop op internet (bèta)
    5. Ondersteunde bestandstypen | Photoshop op internet (bèta)
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Samenwerken met belanghebbenden
    8. Beperkte bewerkingen toepassen op uw clouddocumenten
  6. Clouddocumenten
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Toegang delen en uw clouddocumenten bewerken
    9. Bestanden delen en opmerkingen in de app
  7. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Documenten maken
    3. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    4. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Photoshop
    5. Toolgalerieën
    6. Prestatievoorkeuren
    7. Tools gebruiken
    8. Aanraakbewegingen
    9. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    10. Technology Previews
    11. Metagegevens en notities
    12. Snel uw creaties delen
    13. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    14. Voorkeuren
    15. Standaardsneltoetsen
    16. Linialen
    17. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    18. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    19. Ongedaan maken en historie
    20. Deelvensters en menu's
    21. Bestanden plaatsen
    22. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    23. Plaatsen met de liniaal
    24. Voorinstellingen
    25. Sneltoetsen aanpassen
    26. Raster en hulplijnen
  8. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  9. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  10. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
    26. Laag
    27. Afvlakken
    28. Samengesteld
    29. Achtergrond
  11. Selecties
    1. Werkruimte Selecteren en maskeren
    2. Snelle selecties maken
    3. Aan de slag met selecties
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lasso’s
    6. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    7. Pixelselecties aanpassen
    8. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    9. Basisbegrippen voor kanalen
    10. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    11. Een tijdelijk snelmasker maken
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
    16. Selectie
    17. Selectiekader
  12. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Perspectief verdraaien
    2. Vervaging door camerabeweging verminderen
    3. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    4. Kleur-opzoektabellen exporteren
    5. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    6. Kleuraanpassingen
    7. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    8. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    9. Aanpassing Niveaus
    10. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    11. Levendigheid aanpassen
    12. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    13. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    14. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    15. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    16. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    17. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    18. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    19. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    20. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    21. Aanpassings- en opvullagen
    22. Aanpassing Curven
    23. Overvloeimodi
    24. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    25. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    26. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    27. Filter
    28. Vervagen
    29. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    30. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
    31. Objectkleuren vervangen
  13. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Niet-destructieve bewerkingen uitvoeren in Camera Raw
    10. Radiaalfilter in Camera Raw
    11. Camera Raw-instellingen beheren
    12. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    13. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    14. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    15. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    16. Functieoverzicht | Adobe Camera Raw | 2018-versies
    17. Overzicht van nieuwe functies
    18. Procesversies in Camera Raw
    19. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  14. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  15. Afbeeldingen transformeren
    1. Objecten transformeren
    2. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    3. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    4. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    5. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    6. Perspectiefpunt
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
    10. Verdraaien
    11. Transformeren
    12. Panorama
  16. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Interpolatie met verloop
    14. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    15. Tekenen met de pentools
    16. Patronen maken
    17. Een patroon maken met de Patroonmaker
    18. Paden beheren
    19. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    20. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    21. Structuurpenselen maken
    22. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    23. Verloop
    24. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    25. Tekenen met een patroon
    26. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
  17. Tekst
    1. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    2. Tekens opmaken
    3. Alinea's opmaken
    4. Teksteffecten maken
    5. Tekst bewerken
    6. Regelafstand en tekenspatiëring
    7. Arabische en Hebreeuwse tekst
    8. Lettertypen
    9. Problemen met lettertypen oplossen
    10. Aziatische tekst
    11. Tekst maken
    12. Tekstenginefout met Typegereedschap in Photoshop | Windows 8
    13. World-Ready composer voor Aziatische scripts
    14. Tekst toevoegen en bewerken in Photoshop
  18. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  19. Filters en effecten
    1. Het filter Uitvloeien gebruiken
    2. De galerie Vervagen gebruiken
    3. Basisbeginselen van filters
    4. Overzicht van de filtereffecten
    5. Belichtingseffecten toevoegen
    6. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    7. Het filter Olieverf gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  20. Opslaan en exporteren
    1. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    2. Bestanden exporteren in Photoshop
    3. Ondersteunde bestandsindelingen
    4. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    5. Ontwerpen verplaatsen tussen Photoshop en Illustrator
    6. Video en animaties opslaan en exporteren
    7. PDF-bestanden opslaan
    8. Digimarc-copyrightbescherming
  21. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Duotonen
    8. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    9. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    10. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  22. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  23. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    7. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    8. Kleuren controleren
  24. Content Authenticity
    1. Meer informatie over inhoudreferenties
    2. Identiteit en herkomst voor NFT's
    3. Accounts verbinden voor creatieve toewijzing
  25. 3D-beelden en technische beeldverwerking
    1. Photoshop 3D | Veelgestelde vragen over 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn
    2. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    3. 3D-objecten afdrukken
    4. Tekenen in 3D
    5. Verbeteringen in het 3D-deelvenster | Photoshop
    6. De belangrijkste 3D-concepten en -tools
    7. 3D renderen en opslaan
    8. 3D-objecten en -animaties maken
    9. Afbeeldingsstapels
    10. 3D-workflow
    11. Metingen
    12. DICOM-bestanden
    13. Photoshop en MATLAB
    14. Objecten in een afbeelding tellen
    15. 3D-objecten combineren en omzetten
    16. Structuren bewerken in 3D
    17. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    18. Instellingen van het 3D-deelvenster
Belangrijk

Belangrijk:

De 3D-functies van Photoshop worden in toekomstige updates verwijderd. Gebruikers die met 3D werken wordt aangeraden om de nieuwe Substance 3D-collectie van Adobe te verkennen, de volgende generatie 3D-tools van Adobe.

Hier vindt u meer informatie over het beëindigen van de 3D-functies van Photoshop: Photoshop 3D | Algemene vragen over de 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn.

 

U kunt met elke tekentool van Photoshop rechtstreeks op een 3D-model tekenen, net zoals op een 2D-laag. Gebruik de selectietools om bepaalde delen van een model te kiezen of laat de gebieden waarin kan worden getekend, door Photoshop opzoeken en markeren. Met 3D-menuopdrachten kunt u gebieden van een model wissen en zo de delen in een model of verborgen delen zichtbaar maken. Vervolgens kunt u op die delen gaan tekenen.

Wanneer u rechtstreeks op een model tekent, kunt u kiezen op welke onderliggende structuurafbeelding de verf moet worden aangebracht. Verf wordt doorgaans toegepast op de diffuse structuurafbeelding, waardoor het materiaal van een model zijn kleureigenschappen krijgt. U kunt ook tekenen op andere structuurafbeeldingen, zoals een reliëfafbeelding of een dekkingsafbeelding. Als u op een gedeelte van het model tekent dat niet het type structuurafbeelding heeft waarop u tekent, wordt er automatisch een structuurafbeelding gemaakt.

Beschikbare methoden voor tekenen in 3D

De verschillende tekenmethoden zijn geschikt voor verschillende manieren van gebruik. Photoshop biedt de volgende methoden voor tekenen in 3D:

Actief tekenen in 3D: (standaardinstelling in Photoshop) De penseelstreken die in de 3D-model- of -structuurweergave worden aangebracht, worden in real-time weerspiegeld in de andere weergave. Deze manier van tekenen in 3D zorgt voor uitstekende prestaties en minimale vervorming.


Tekenen met laagprojectie: De tool Verloop en de filters gebruiken deze tekenmethode. Bij de methode voor tekenen met laagprojectie wordt een getekende laag samengevoegd met de onderliggende 3D-laag. Tijdens de samenvoeging wordt de verf automatisch op de desbetreffende doelstructuren geprojecteerd.


Projectietekenen: (standaardinstelling in Photoshop Extended CS6) Projectietekenen is geschikt voor het tegelijkertijd tekenen van meerdere structuren of voor het tekenen van de naad tussen twee structuren. Deze methode leidt echter over het algemeen tot minder goede prestaties en er kunnen barsten ontstaan als u complexe 3D-objecten tekent.

Structuur tekenen: U kunt de tweedimensionale structuur openen en er direct op tekenen.

Photoshop - Actief tekenen in 3D
Actief tekenen in 3D

Enkele tips voor het tekenen van 3D-modellen

  • Als het desbetreffende gedeelte van het model is verborgen, kunt u tijdelijk gebieden aan het oppervlak verwijderen om het verborgen gedeelte zichtbaar te maken. Zie Tekenoppervlakken onthullen.
  • Als u tekent op een gebogen of onregelmatig oppervlak, kunt u voordat u gaat tekenen, visuele feedback krijgen over de gebieden waarop u het beste kunt tekenen. Zie Gebieden identificeren waarop kan worden getekend. U kunt ook de hoek voor het wegvallen van verf opgeven. Hiermee bepaalt u hoeveel verf er op de oppervlakken met een hoek wordt aangebracht. Zie De wegvalhoek van verf instellen.
  • Tijdens het tekenen van structuurnaden wordt één penseelstempel slechts op één zijde van de naad toegepast. Verplaats het midden van het penseel over de naad om de andere kant te tekenen.

Een object tekenen in de modus Actief tekenen in 3D

  1. Open het 3D-model in de 3D-modelweergave.
  2. Open het structuurdocument dat u wilt tekenen. Dubbelklik hiertoe op de naam van de structuur in het deelvenster Lagen.
  3. Selecteer Venster > Rangschikken > Naast elkaar om de 3D-modelweergave en het structuurdocument naast elkaar weer te geven.
  4. Met de tool Penseel tekent u het 3D-model of het structuurdocument. De penseelstreken worden automatisch weerspiegeld in de andere weergave.

Overschakelen naar de modus Tekenen met projectie

  1. Maak of open een 3D-model.
  2. Selecteer 3D > Tekenen met projectie gebruiken.
  3. Teken het 3D-model.
Opmerking:

In het 3D-hoofddocument wordt standaard de methode Tekenen met projectie gebruikt voor tekenbewerkingen.

UV’s van een 3D-model uitpakken

Photoshop biedt een optie waarmee u UV-structuren voor uw 3D-model automatisch kunt laten uitpakken.

  1. Open het 3D-model.
  2. Selecteer 3D > UV's genereren.
  3. De waarschuwing Wanneer u UV's genereren gebruikt, worden de structuren van alle netmaterialen samengevoegd wordt weergegeven. Klik op OK om door te gaan.
  4. Kies in het dialoogvenster UV’s genereren de volgende opties voor materialen en uitpakken:

Materialen samenvoegen

Wanneer een net meerdere structuren heeft, bijvoorbeeld onscherpe en reliëfstructuren, combineert u deze tot één structuur.

Voorbeeld: Combineer twee verschillende diffuse structuren tot één diffuse structuur.

Als er meerdere netten zijn, heeft elk net nog steeds een eigen structuur. Als u bijvoorbeeld drie afzonderlijke netten hebt met drie diffuse structuren, hebt u nog steeds drie afzonderlijke diffuse structuren voor elk net.

Vorm

Hiermee blijven, naar best vermogen, de vormgeving en structuren van het 3D-model behouden bij het genereren van nieuwe UV’s. Als u deze optie niet inschakelt, blijven de huidige structuren niet behouden.

Grootte UV-structuur

Selecteer het gewenste formaat voor de gegenereerde UV-structuren (pixels x pixels). U kunt kiezen uit 128, 256, 512, 1024, 2048 of 4096.

Minimale vervorming

Met deze optie blijft het structuurpatroon beter intact, maar kunnen er meer naden op het oppervlak van het model verschijnen.

Minder naden

Hiermee wordt het aantal naden op het model tot het minimum beperkt. Hierdoor kan, afhankelijk van het model, de structuur wel meer worden uitgerekt of geknepen.

  1. Klik op OK.
  2. U kunt de gegenereerde UV’s bekijken onder het gedeelte Diffuus in het deelvenster Lagen.
Opmerking:

Nadat de UV’s voor een Fuse-model zijn gegenereerd, wordt het model van de oorspronkelijke positie verplaatst. Dit is verwacht gedrag in de meeste rigged modellen, omdat de rigged positie verschilt van de positie van het net. Het model wordt verplaatst naar de netpositie omdat het rig verwijderd wordt bij het genereren van UV’s voor dat model.

Opmerking:

U kunt een voorvertoning van de gegenereerde UV-structuren weergeven door de cursor op het laagitem te houden in het deelvenster Lagen. Als u de UV-structuur in een apart venster wilt openen, dubbelklikt u op het desbetreffende laagitem.

Een structuurtype voor tekenen kiezen

U kunt acht verschillende structuurtypen kiezen om te tekenen:

  1. Open het 3D-model en selecteer 3D > Verf op doelstructuur.
  2. Kies het structuurtype dat u wilt tekenen.
Opmerking:

In 3D-modellen met meerdere structuren wordt alleen getekend op de structuur die u hebt geopend en waarop u bent begonnen te tekenen.

Verf op doelstructuur kiezen in menu in Photoshop
Op een type doelstructuur tekenen

Tekenen in de modus Niet verlicht

U kunt ervoor kiezen uw 3D-objecten te tekenen in de modus Niet verlicht. Deze modus negeert alle belichting in de scène en laat onbewerkte structuurgegevens van het juiste type rond de 3D-objecten lopen. Door in de modus Niet verlicht te tekenen, kunt u met grotere kleurprecisie en zonder schaduwen tekenen.

Voer de volgende stappen uit:

  1. Selecteer in het deelvenster 3D de optie Scène.
  2. Selecteer in het deelvenster Eigenschappen de optie Oppervlak.
  3. Selecteer Niet belichte structuur in het pop-upmenu Stijl.

Tekenoppervlakken onthullen

Voor meer complexe modellen met binnengebieden of verborgen gebieden kunt u delen van het model verbergen, zodat u gemakkelijker bij de oppervlakken kunt waarop u wilt tekenen. Als u bijvoorbeeld op het dashboard van een automodel tekent, kunt u tijdelijk het dak en de voorruit verwijderen en vervolgens inzoomen op de auto voor een onbelemmerd zicht op het dashboard.

  1. Selecteer met een selectietool, zoals de tool Lasso of Selectiekader, het deel van het model dat u wilt verwijderen.

  2. Gebruik een van de volgende 3D-menuopdrachten om delen van het model weer te geven of te verbergen:

    Naaste oppervlak verbergen

    Hiermee verbergt u de eerste laag van modelveelhoeken in de 2D-selectie. U verwijdert snel oppervlakken van het model door deze opdracht meerdere keren binnen het geselecteerde gedeelte te gebruiken.

    Opmerking:

    Tijdens het verbergen van oppervlakken draait u, indien nodig, het model om om oppervlakken zodanig te plaatsen dat ze loodrecht op de huidige weergave staan.

    Alleen ingesloten veelhoeken verbergen

    Wanneer de opdracht Naaste oppervlak verbergen is geselecteerd, heeft deze opdracht alleen gevolgen voor veelhoeken die volledig binnen de selectie vallen. Als deze optie niet is geselecteerd, wordt elke veelhoek verborgen die is geselecteerd, ook als die veelhoek maar gedeeltelijk is geselecteerd.

    Zichtbare oppervlakken omkeren

    Hiermee maakt u zichtbare oppervlakken onzichtbaar en vice versa.

    Alle oppervlakken onthullen

    Hiermee maakt u alle onzichtbare oppervlakken weer zichtbaar.

De wegvalhoek voor verf instellen

Wanneer u op een model tekent, bepaalt de wegvalhoek van de verf hoeveel verf er wordt aangebracht op een oppervlak dat uit het zicht verdwijnt. De wegvalhoek wordt berekend op basis van een standaardlijn of rechte lijn die tevoorschijn komt uit het gedeelte van het modeloppervlak dat naar u is toe gekeerd. In bijvoorbeeld een bolvormig model, zoals een voetbal, is de wegvalhoek met het exacte midden van de bal dat naar u is toe gericht, 0 graden. Als het oppervlak van de bal rond is, wordt de wegvalhoek groter tot 90 graden aan de randen van de bal.

Wegvalhoek van verf instellen in Photoshop

A. Hoek van oog/camera B. Minimale hoek C. Maximale hoek D. Begin van vervagen van verf E. Einde van vervagen van verf 

  1. Kies 3D > Wegvallen van 3D-verf.

  2. Stel de minimale en maximale hoek in.

    • Het maximale bereik voor het wegvallen van verf is 0-90 graden. Bij 0 graden wordt er alleen verf aangebracht op het oppervlak als dat naar voren is gericht zonder wegvalhoek. Bij 90 graden kan een gebogen oppervlak, zoals een bol, tot aan de zichtbare randen worden ingekleurd. Bij 45 graden is het tekenbare gebied beperkt tot de gebieden van de bol die niet wegbuigen in een hoek groter dan 45 graden.

    • De minimale wegvalhoek stelt een bereik in waarbinnen de verf geleidelijk aan vervaagt als het de maximale wegvalhoek bereikt. Als de maximale wegvalhoek bijvoorbeeld 45 graden is en de minimale wegvalhoek is 30 graden, neemt de verfdekking van 100 procent bij een wegvalhoek van 30 graden af tot 0 procent bij een wegvalhoek van 45 graden.

Gebieden identificeren waarop kan worden getekend

Door alleen naar een 3D-model te kijken kunt u niet goed bepalen of u op bepaalde gebieden kunt tekenen. Aangezien de modelweergave geen natuurgetrouwe weergave van de 2D-structuur is, verschilt het rechtstreeks toepassen van verf op het model van het rechtstreeks tekenen op een 2D-structuurafbeelding. Wat bij een model een klein penseel is, kan in verhouding tot de structuur veel groter blijken te zijn. Dat is afhankelijk van de resolutie van de structuur of hoe dicht u bij het model bent wanneer u tekent.

Goede tekenbare gebieden zijn gebieden waar u met het meest consistente en voorspelbare effect verf of andere aanpassingen aan het modeloppervlak kunt aanbrengen. In andere gebieden kan verf worden onder- of overgesampeld vanwege de hoek of de afstand vanaf het modeloppervlak.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Kies 3D > Voor tekenen geschikte gebieden selecteren. Een selectiekader markeert de beste gebieden voor het tekenen op het model.

    • Kies in de sectie Scène van het deelvenster 3D de optie Tekenmasker in het menu Voorinstelling.

      In de modus Tekenmasker zijn de witte gebieden de gebieden waarin goed kan worden getekend, wordt in blauwe gebieden de verf ondergesampeld en in rode gebieden overgesampeld. (Om op het model te kunnen tekenen, moet u de rendermodus Tekenmasker afsluiten en een andere modus kiezen die tekenen ondersteunt, zoals Effen.)

Opmerking:

De gebieden die zijn geselecteerd door Voor tekenen geschikte gebieden selecteren en de voor tekenen geschikte gebieden die in de modus Tekenmasker worden getoond, worden gedeeltelijk bepaald door de huidige instelling voor het wegvallen van verf. Bij een hogere instelling is het tekenbare gebied groter en bij een lagere instelling is het tekengebied kleiner. Zie De wegvalhoek van verf instellen.

Verwante informatie

Adobe-logo

Aanmelden bij je account