Ontdek hoe u Connect Edge Server kunt implementeren om de beveiliging te verbeteren, latentie te verlagen, taakverdeling te verbeteren en een failover in te stellen.

De installatieworkflow van Adobe Connect Edge Server

Ontwerp Edge-serverzones.

U kunt Edge-servers of clusters van Edge-servers instellen op verschillende locaties, ofwel zones, om de toegang tot Adobe Connect toe te wijzen en evenwichtig te verdelen. U kunt bijvoorbeeld een Edge-server instellen in Groningen voor gebruikers in het noorden van Nederland en een Edge-server in Maastricht voor gebruikers in het zuiden van het land.

Adobe Connect Edge Server installeren.

Installeer Adobe Connect Edge Server op elke computer in elke zone. Als u bijvoorbeeld een cluster met Edge-servers in een zone hebt ingesteld, installeert u Adobe Connect Edge Server op elke computer in de cluster. Zie Adobe Connect Edge Server installeren.

Pas de DNS-server aan voor elke zone.

Wijs de volledig gekwalificeerde domeinnaam (FQDN) van de oorspronkelijke Adobe Connect-server toe aan het statische IP-adres van Adobe Connect Edge Server in elke zone. Zie Adobe Connect Edge Server implementeren.

Configureer de Edge-server.

Voeg configuratieparameters toe aan het bestand custom.ini op elke Adobe Connect Edge Server. Zie Adobe Connect Edge Server implementeren.

Configureer de oorspronkelijke server.

Voeg configuratieparameters toe aan het bestand custom.ini op elke Adobe Connect Server. Daarnaast moet u in de toepassingsbeheerconsole op de oorspronkelijke server de externe naam van de Edge-server instellen. Zie Adobe Connect Edge Server implementeren.

Stel een toepassing voor taakverdeling in.

Wanneer u meerdere Edge-servers instelt in een zone, moet u een taakverdelingstoepassing gebruiken voor een evenwichtige verdeling van de taken over Edge-servers. Configureer de toepassing zodanig dat deze poort 80 bewaakt. De Edge-servers bewaken poort 8080. Raadpleeg de documentatie van de leverancier van de taakverdelingstoepassing voor meer informatie.

Adobe Connect Edge Server gebruiken

Voordat u Edge-servers gaat implementeren, moeten Adobe Connect en eventuele extra functies (bijvoorbeeld SSL, integratie met een directoryservice, Single Sign-On of gedeelde opslag) correct worden uitgevoerd.

  1. Wijs op uw DNS-server de FQDN van de oorspronkelijke server toe aan het statische IP-adres van de Edge-server. Als u Edge-servers installeert in meerdere zones, dient u deze stap voor elke zone uit te voeren.

    Opmerking:

    u kunt ook een hostsbestand gebruiken; in dat geval moet elke client een hostsbestand hebben dat het statische IP-adres van de Edge-server verwijst naar de volledig gekwalificeerde domeinnaam van de oorspronkelijke server.

  2. Open in Adobe Connect Edge Server het bestand [basisinstallatiemap]\edgeserver\win32\conf\HttpCache.xml en vervang de computernaam in de tag HostName door de FQDN van de Edge-servercomputer, bijvoorbeeld edge1.mijnbedrijf.nl.
    <!-- The real name of this host. -->          
    <HostName>edge1.yourcompany.com</HostName>
  3. Maak in de Adobe Connect Edge Server het bestand [basisinstallatiemap]\edgeserver\custom.ini en geef de volgende parameters en waarden op.

    FCS_EDGE_HOST

    De FQDN van de Edge-server, bijvoorbeeld FCS_EDGE_HOST=edge1.yourcompany.com.

    FCS_EDGE_REGISTER_HOST

    De volledig gekwalificeerde domeinnaam van de oorspronkelijke Adobe Connect-server, bijvoorbeeld FCS_EDGE_REGISTER_HOST=connect.yourcompany.com.

    FCS_EDGE_CLUSTER_ID

    De naam van de cluster. Elke Edge-servercluster moet een unieke id hebben. Elke computer in de cluster moet dezelfde id hebben. De aanbevolen notatie is bedrijfsnaam-clusternaam, bijvoorbeeld FCS_EDGE_CLUSTER_ID=yourcompany-us. Configureer deze parameter ook als u slechts één Adobe Connect Edge-server implementeert.

     

    FCS.HTTPCACHE_BREEZE_SERVER_NORMAL_PORT

    Het IP-adres of de domeinnaam en het poortnummer van de computer waarop Adobe Connect is geïnstalleerd, bijvoorbeeld FCS.HTTPCACHE_BREEZE_SERVER_NORMAL_PORT=connect.yourcompany.com:80. Dit is de locatie waar Adobe Connect Edge Server verbinding maakt met de oorspronkelijke Adobe Connect-server.

    FCS_EDGE_PASSWORD

    (Optioneel) Een wachtwoord voor de Edge-server. Als u een waarde voor deze parameter instelt, moet u voor elke Edge-server en elke oorspronkelijke server dezelfde waarde instellen.

    FCS_EDGE_EXPIRY_TIME

    (Optioneel) Het aantal milliseconden waarbinnen de Edge-server zich bij de oorspronkelijke server moet registreren voordat een time-out voor de cluster optreedt en het systeem een andere Edge-server gebruikt. Begin met de standaardwaarde, FCS_EDGE_EXPIRY_TIME=60000.

    FCS_EDGE_REG_INTERVAL

    (Optioneel) Het interval, in milliseconden, tussen pogingen van de Edge-server om zich bij de oorspronkelijke server te registreren. Deze parameter bepaalt hoe vaak de Edge-server voor de oorspronkelijke server beschikbaar is. Begin met de standaardwaarde, FCS_EDGE_REG_INTERVAL=30000.

    DEFAULT_FCS_HOSTPORT

    (Optioneel) Voeg de volgende regel toe om de Edge-serverpoorten te configureren: DEFAULT_FCS_HOSTPORT=:1935,80,‑443.

    Het minteken (‑) vóór 443 geeft poort 443 aan als een veilige poort die alleen RTMPS-verbindingen accepteert. Wanneer u probeert een RTMPS-verbinding tot stand te brengen voor poort 1935 of 80, mislukt de verbinding. Ook een onveilige RTMP-verbinding voor poort 443 mislukt.

    Wanneer uw Edge-server gebruik maakt van een externe hardwareversneller, hoeft u poort 443 niet te configureren als een veilige poort.

    Hier volgen voorbeeldwaarden voor het bestand config.ini: FCS_EDGE_HOST=edge.yourcompany.com FCS_EDGE_REGISTER_HOST=connect.yourcompany.com FCS_EDGE_CLUSTER_ID=yourcompany-us FCS.HTTPCACHE_BREEZE_SERVER_NORMAL_PORT=connect.yourcompany.com:80

    FCS_EDGE_HOST=edge.yourcompany.com 
    FCS_EDGE_REGISTER_HOST=connect.yourcompany.com 
    FCS_EDGE_CLUSTER_ID=yourcompany-us 
    FCS.HTTPCACHE_BREEZE_SERVER_NORMAL_PORT=connect.yourcompany.com:80
  4. Start de Edge-server opnieuw op.
  5. Open op de oorspronkelijke Adobe Connect-server het bestand [basisinstallatiemap]\custom.ini in een teksteditor en wijs de waarde van de parameter FCS_EDGE_CLUSTER_ID toe aan een zone-id. De syntaxis is edge.FCS_EDGE_CLUSTER_ID = zone-id. Ook als u slechts één Edge-server inzet, moet u de cluster-id aan een zone-id toewijzen.

    Elke Edge-servercluster moet een zone-id hebben. Een zone-id kan een willekeurig geheel getal zijn, dat groter is dan nul. U kunt bijvoorbeeld drie clusters hebben, die zijn toegewezen aan zone 1 - 3:

    edge.yourcompany‑us=1 
    edge.yourcompany‑apac=2 
    edge.yourcompany‑emea=3

    Hier volgt een voorbeeld van het bestand custom.ini voor de oorspronkelijke server: DB_HOST=localhost DB_PORT=1433 DB_NAME=breeze DB_USER=sa DB_PASSWORD=#V1#4cUsRJ6oeFwZLnQPpS4f0w== # DEBUG LOGGING SETTINGS HTTP_TRACE=yes DB_LOG_ALL_QUERIES=yes # EDGE SERVER SETTINGS edge.yourcompany-us=1

    DB_HOST=localhost                                                                              
    DB_PORT=1433                                                                             
    DB_NAME=breeze                                                                             
    DB_USER=sa                                                                             
    DB_PASSWORD=#V1#4cUsRJ6oeFwZLnQPpS4f0w==                                                                            
    # DEBUG LOGGING SETTINGS                                                                            
    HTTP_TRACE=yes                                                                            
    DB_LOG_ALL_QUERIES=yes 
    # EDGE SERVER SETTINGS 
    edge.yourcompany-us=1

    Opmerking:

    Als u de parameter FCS_EDGE_PASSWORD instelt in het bestand config.ini op de Edge-server, dient u hetzelfde wachtwoord in te stellen voor het bestand custom.ini op de oorspronkelijke server.

  6. Start de oorspronkelijke server opnieuw op.
  7. Open de toepassingsbeheerconsole op de oorspronkelijke server (Start > Programma's > Adobe Connect Server > Adobe Connect Server configureren). Ga naar het tabblad Toepassingsinstellingen, selecteer Serverinstellingen en voer in het gedeelte Hosttoewijzingen de externe naam van de Edge-server in. De externe naam moet gelijk zijn aan de waarde die is ingesteld voor de parameter FCS_EDGE_HOST op de Edge-server.
  8. Configureer op de oorspronkelijke server de Windows-firewall zodanig dat de Edge-servers toegang hebben tot poort 8506.
  9. Herhaal stap 2-4 voor elke Edge-server in elke zone.
  10. Herhaal stap 5 - 7 voor elke oorspronkelijke server in elke zone.

Neem voor hulp bij het implementeren van Edge-servers via www.adobe.com/support/programs/connect contact op met de ondersteuning van Adobe.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid