Toegankelijke PDF's maken

Het is van groot belang dat inhoud toegankelijk is voor de grootst mogelijke doelgroep en voldoet aan toegankelijkheidsnormen en -voorschriften, zoals WCAG 2.0 en sectie 508 van Rehabilitation Act van de Verenigde Staten. Een 'toegankelijk' elektronisch document is een document dat is geoptimaliseerd voor schermlezers en andere hulpmiddelen die worden gebruikt door personen met een handicap. Het creëren van toegankelijke inhoud speelt ook een belangrijke rol bij het optimaliseren van PDF-documenten, zodat ze correct kunnen worden geïndexeerd door zoekmachines op internet.

Voor dit type toegankelijkheid moet alle inhoud van het document worden gelabeld op basis van de hiërarchische structuur (koppen, alinea's, lijsten, tabellen enzovoort) en op een lineaire manier van begin tot eind worden geordend. Een extra vereiste voor toegankelijke documenten is dat niet-tekstuele inhoud, zoals afbeeldingen en illustraties, moet worden aangegeven in de context en dat moet worden beschreven wat er wordt weergegeven.

InDesign biedt een directe en eenvoudige workflow die ervoor zorgt dat het aanzienlijk minder tijd en moeite kost om toegankelijke PDF-documenten te maken op basis van een InDesign-layout. De meeste taken worden uitgevoerd in InDesign, waarbij slechts enkele laatste stappen moeten worden uitgevoerd in Adobe Acrobat. Daardoor is het mogelijk dat hiërarchische en structurele gegevens worden opgeslagen in het InDesign-bestand, waardoor u dit sneller en gemakkelijker kunt bijwerken wanneer u een herzien toegankelijk PDF-document moet genereren.

Vereisten

Als u een toegankelijke PDF wilt maken, hebt u het volgende nodig:

  • InDesign om een document voor te bereiden dat kan worden geëxporteerd als een toegankelijke PDF met de stappen die in dit artikel worden beschreven.
  • Acrobat om het toegankelijkheidsproces af te ronden. U kunt deze stappen niet uitvoeren met de gratis Adobe Reader-applicatie.

Workflow voor het maken van toegankelijke PDF's

Workflow voor het maken van toegankelijke PDF's

U kunt het meeste werk dat nodig is om een document op de juiste wijze te structureren en voor te bereiden, rechtstreeks in InDesign uitvoeren, zodat u na het exporteren slechts enkele stappen hoeft uit te voeren in Acrobat U kunt de structurele hiërarchie van het document en de volgorde van de inhoud opgeven in het InDesign-document, waarbij deze structuur behouden blijft mocht u het document later moeten wijzigen en een nieuwe PDF moeten exporteren.

Vereiste stappen in InDesign

Alineastijlen consistent gebruiken in het hele document

Een consistent gebruik van InDesign-alineastijlen in het hele document is van essentieel belang om de inhoud correct en efficiënt te kunnen exporteren naar PDF. Baseer stijlen op hun hiërarchische structuur (hoofdtitel, secundaire koppen, subkoppen enzovoort) en pas deze op de juiste wijze toe op alinea's op basis van hun hiërarchische rol in het document.

Relaties tussen exportlabels instellen voor InDesign-stijlen en PDF-codes

Wanneer u InDesign-stijlen maakt, dient u Exportlabels (in het dialoogvenster Opties voor alineastijl) voor elke stijl in te stellen op basis van de rol ervan in het PDF-document, zoals alinea (P), kopniveau 1 tot en met 6 (H1-H6) of artefact. Tabellen en lijsten met opsommingstekens en nummering worden tijdens het exporteren automatisch herkend en op de juiste wijze gelabeld.

Afbeeldingen verankeren in de inhoud

Afbeeldingen in een afdruklayout kunnen overal in een spread voorkomen en ziende gebruikers kunnen tijdens het lezen het verband leggen tussen de afbeelding en de relevante tekst. Schermlezers verwerken inhoud op een lineaire manier. Omdat schermlezers tekst-naar-spraak-functies gebruiken om afbeeldingen te beschrijven, moeten afbeeldingen zo dicht mogelijk worden geplaatst bij de tekst die betrekking heeft op die afbeelding. Doordat u in InDesign objecten kunt verankeren door ze te verslepen, kunt u de verwijzing naar de afbeelding eenvoudig op de juiste locatie plaatsen zonder dat dit van invloed is op de afdruklayout.

Alternatieve tekst voor afbeeldingen toevoegen

Schermlezers kunnen alleen aangeven dat er een afbeelding aanwezig is. Om ervoor te zorgen dat ze de inhoud van de afbeelding kunnen overbrengen, moet u alternatieve tekst (alt-tekst) opgeven. Met behulp van Exportopties voor object in InDesign kunt u alt-tekst opgeven in de metagegevens van een afbeeldingsbestand of eigen alt-tekst toevoegen aan elke afbeelding, illustratie of groep objecten in een layout.

Mechanismen voor interne documentnavigatie opnemen

In een toegankelijke PDF kunnen inhoudsopgaven, bladwijzers, hyperlinks en kruisverwijzingen worden gebruikt om te navigeren naar de inhoud waarnaar wordt verwezen. Gebruikers van schermlezers kunnen ook efficiënt door het document navigeren met behulp van de koppelingen die deze mechanismen creëren.

De volgorde van inhoud instellen in het deelvenster Artikelen

De labelingsvolgorde van een PDF-document is van essentieel belang voor de leesbaarheid ervan. In het deelvenster Artikelen in InDesign kunt u nauwkeurig definiëren welke inhoud in uw document wordt gelabeld en in welke volgorde. U kunt inhoud toevoegen door kaders en objecten naar het deelvenster Artikelen te slepen en ze vervolgens in de gewenste leesvolgorde te rangschikken. U kunt de inhoud ook opsplitsen in kleine artikelen zonder dat dit van invloed is op de paginalayout.

Een documenttitel en een beschrijving opgeven als metagegevens

Voor toegankelijkheid en voor zoekmachineoptimalisatie moet een PDF-bestand een documenttitel en een beschrijving van de inhoud hebben. Wanneer u deze gegevens opslaat in het dialoogvenster Bestandsgegevens in InDesign, worden ze automatisch overgebracht naar Acrobat als vereiste metagegevens.

Exporteren als PDF met instellingen die zijn geoptimaliseerd voor toegankelijkheid

Wanneer u de opties voor PDF-export van InDesign (afdrukken of interactief) gebruikt, worden de labels, volgorde en bladwijzers die in de layout zijn ingesteld, gebruikt voor de labelingstructuur, de volgorde en het navigatieschema van het resulterende PDF-document.

Vereiste stappen in Acrobat

De taal instellen in Documenteigenschappen

Het is niet mogelijk om de taal van het document in te stellen in InDesign. U moet de taal opgeven bij de geavanceerde opties in het dialoogvenster Documenteigenschappen in Acrobat.

Weergavenaam wijzigen van bestandsnaam in documenttitel

In Acrobat wordt naam van het PDF-bestand standaard weergegeven in de titelbalk van het documentvenster. Voor toegankelijkheidsdoeleinden moet dit worden vervangen door de documenttitel die is opgegeven in het dialoogvenster Bestandsgegevens van InDesign. Kies hiervoor Documenttitel in plaats van Bestandsnaam bij de opties voor Weergave bij openen in het dialoogvenster Documenteigenschappen van Acrobat.

De tabvolgorde instellen op het gebruik van de documentstructuur in het deelvenster Paginaminiaturen

De structuur die is ingesteld in het deelvenster Artikelen in InDesign, wordt opgeslagen in het geëxporteerde PDF-bestand, maar u moet Acrobat de opdracht geven om deze structuur te handhaven. Als u de volgorde wilt gebruiken die is opgegeven in de structuur van het InDesign-document, selecteert u alle pagina's in het deelvenster Paginaminiaturen van Acrobat, kiest u Pagina-eigenschappen in het menu Opties en selecteert u vervolgens Documentstructuur gebruiken voor de tabvolgorde.

De toegankelijkheidscontrole van Acrobat uitvoeren

Nadat deze stappen zijn voltooid, controleert u of het document geen fouten bevat door Volledige controle te kiezen bij de toegankelijkheidsopties van Acrobat.

Een toegankelijke PDF maken

Instructies voor exportlabels toevoegen aan alineastijlen

Wanneer u exportlabels (codes genoemd in Acrobat) in een alineastijl definieert, wordt er een koppeling gemaakt tussen de tekst die die stijl gebruikt en de rol ervan in de semantische structuur van het PDF-document. U kunt elke alineastijl instellen op een van de acht PDF-basislabels.

PDF-tag

Toegepast op

<P>

Een standaardalinea met tekst die geen kop is

<H1> tot en met <H6>

Een kop die de organisatiehiërarchie van het document aangeeft

<Artifact>

Pagina-inhoud die de schermlezer moet negeren

Als u geen exportlabels toewijst, worden alle stijlen standaard ingesteld op Automatisch. De instelling Automatisch handhaaft alle stijl-naar-XML-labels die mogelijk zijn ingesteld in een oudere XML-workflow. Als er geen stijl-naar-XML-relaties zijn ingesteld, zet de instelling Automatisch ze om in de code P in Acrobat. Het document wordt niet geparseerd om een structuur voor koppen te bepalen. Vanwege deze standaardmanier van werken is het expliciet toewijzen van exportlabels aan alineastijlen een essentiële toegankelijkheidsstap.

U stelt de opties voor exportlabels voor een stijl in via het gedeelte Exportlabel van het dialoogvenster Opties alineastijl. Als u de functie Opsommingstekens en nummering van InDesign gebruikt, worden lijsten met opsommingstekens en nummering gelabeld als respectievelijk ongeordende en geordende lijsten en automatisch geconverteerd, afhankelijk van de opties die tijdens het exportproces zijn geselecteerd. Handmatig gemaakte lijsten worden niet als lijstitems herkend.

Exportlabels

Met de instellingen voor Exportlabels van InDesign kunt u twee verschillende labelingschema's toepassen. De opties voor EPUB en HTML hebben geen invloed op de opties voor PDF, die afzonderlijk moeten worden ingesteld. Hoewel de rol die aan een bepaalde alinea is toegewezen, in beide gevallen waarschijnlijk vergelijkbaar is, biedt PDF minder opties en zijn er geen opties voor aangepaste labels.

Als een project al stijlen bevat, kunt u alle stijlen in het document in één stap toewijzen door Alle exportlabels bewerken te kiezen in het menu van het deelvenster Alineastijlen. In het dialoogvenster dat verschijnt, selecteert u de optie PDF en wijst u PDF-labels uit de vervolgkeuzelijsten in de rechterkolom toe aan de namen van de alineastijlen in de linkerkolom.

De roltoewijzing in Acrobat toont de koppelingen tussen de InDesign-koptekststijl en het H1-label en tussen de sectiekopstijl en het H2-label die beide zijn toegewezen in de opties voor exportlabels voor de desbetreffende stijlen in InDesign.

Alternatieve tekst toevoegen met Exportopties voor object

Voor afbeeldingen in een toegankelijk PDF-document is alternatieve tekst nodig, zodat de afbeelding kan worden beschreven door een schermlezer of ander hulpmiddel. U kunt alt-tekst voor een afbeelding toevoegen via het deelvenster XML-structuur of via Exportopties voor object (Object > Exportopties voor object). Dit dialoogvenster is niet-modaal, zodat het geopend kan blijven terwijl u in het document werkt en u snel van de ene naar de andere afbeelding kunt gaan en metagegevens kunt toewijzen zonder het dialoogvenster telkens te moeten sluiten en openen.

Het dialoogvenster Exportopties voor object heeft drie tabbladen: Alt-tekst, Gelabelde PDF en EPUB en HTML. Alt-tekst is van toepassing op zowel de PDF-workflow als de EPUB/HTML-workflow. U kunt de alt-tekst genereren op basis van de XML-structuur van het document (indien aanwezig) of de XMP-metagegevens van de afbeelding (indien aanwezig). Of u kunt de alt-tekst rechtstreeks toevoegen aan de specifieke instantie van de afbeelding in de layout door Aangepast te selecteren in de vervolgkeuzelijst Bron van alt-tekst.

De XMP-metagegevens voor een afbeelding zijn beschikbaar als mogelijke alt-tekst in InDesign. Alternatieve tekst opgeven op basis van XMP-metagegevens is in de meeste gevallen de beste keuze omdat de koppeling tussen de alt-tekst en de metagegevens in het bestand dynamisch is. Als de metagegevens veranderen, wordt de alt-tekst bijgewerkt wanneer u de afbeeldingskoppeling in uw InDesign-document bijwerkt. Als u geen alt-labels toevoegt voor alle afbeeldingen, leidt dit tot fouten verderop in de workflow wanneer u de toegankelijkheidcontrole van Acrobat uitvoert.

In het uiteindelijke PDF-document wordt de alt-tekst weergegeven als knopinfo wanneer de gebruiker de muisaanwijzer op een afbeelding plaatst. De alt-tekst wordt ook gelezen als beschrijving van de afbeelding wanneer de functie Hardop lezen van Acrobat wordt gebruikt of wanneer de PDF wordt gelezen door schermleessoftware of een ander hulpmiddel.
 

Afbeeldingen verankeren in de tekst

Wanneer u afbeeldingen op een pagina in een afdruklayout plaatst, hoeft u ze niet per se te plaatsen naast de tekst die naar de afbeelding verwijst. Voor ziende gebruikers is het niet vreemd als tekst verwijzingen bevat naar een afbeelding elders in het document. Als u echter een inhoudsstroom instelt voor een toegankelijk PDF-document, moeten deze afbeeldingen worden beschreven op het juiste punt binnen de stroom. In InDesign kunt u een voor computers leesbare verwijzing naar de afbeelding in de tekst plaatsen door het afbeeldingskader met die afbeelding te verankeren aan een geschikte locatie binnen het tekstkader.

In InDesign wordt op de bovenrand van elk kader en elke objectgroep een klein blauw vierkantje weergegeven. Als u een object op een toegankelijke locatie in de tekststroom wilt verankeren zonder de oorspronkelijke positie van het object te wijzigen, klikt u op het blauwe vierkantje en sleept u dit naar de gewenste locatie in de tekst. Het blauwe vierkantje verandert in een ankerpictogram om aan te geven dat het object is verankerd.

Als u een object wilt verankeren, sleept u het blauwe vierkantje van een kader (links) naar de gewenste locatie in de tekst. Als het object is verankerd (rechts), verandert het blauwe vierkantje in een ankerpictogram.

In het PDF-bestand wordt de code Figure voor de verankerde afbeelding weergegeven binnen de desbetreffende <body_copy>-code in het hoofdartikel en wordt hiernaar verwezen met de alt-tekst op dat punt.

Een leesvolgorde instellen met het deelvenster Artikelen

In het deelvenster Artikelen van InDesign kunt u de leesvolgorde voor de inhoud van een document voor Acrobat helemaal instellen in InDesign zonder het deelvenster XML-structuur te gebruiken. Acrobat begrijpt deze volgorde en volgt deze in het geëxporteerde PDF-bestand nadat u Acrobat hiertoe opdracht hebt gegeven.

Als u de leesvolgorde wilt instellen in InDesign, opent u het deelvenster Artikelen (Venster > Artikelen) en klikt u op het gewenste object of de objecten op de pagina die u wilt opnemen in het artikel. Sleep de objecten naar het deelvenster Artikelen en laat de muisknop los. Objecten worden weergegeven in de volgorde waarin u erop hebt geklikt. Geef het artikel een naam wanneer u hierom wordt gevraagd of behoud de standaardnaam Artikel 1. U kunt ook de optie Alles selecteren (Cmd/Ctrl-A) gebruiken en op de knop Nieuw artikel onderin het deelvenster Artikelen klikken om in één stap alle geselecteerde objecten toe te voegen en een nieuw artikel te maken. (U kunt de naam later wijzigen.) Objecten krijgen standaardnamen op basis van het type en de inhoud van het object. Als er al een naam is opgegeven voor een object in het deelvenster Lagen, blijft die naam behouden in het deelvenster Artikelen.

Nieuw artikel maken

Wanneer u een nieuw artikel toevoegt in het deelvenster Artikelen in InDesign, moet u Opnemen bij exporteren (de standaardinstelling) selecteren, zodat het artikel correct wordt gelabeld en in de juiste volgorde in het PDF-bestand wordt gezet.

Orden uw inhoud in het deelvenster Artikelen door een item in een artikel omhoog of omlaag te slepen totdat alle items in de gewenste volgorde staan. De leesvolgorde is van boven naar beneden. Als u de volgorde van items in het deelvenster Artikelen wijzigt, heeft dit geen invloed op de positie of weergave van de items op de InDesign-pagina. U kunt ook elementen uit verschillende delen van uw layout toevoegen aan een bestaand artikel door ze van de layout naar het deelvenster Artikelen te slepen of door ze te selecteren en Selectie aan geselecteerde artikelen toevoegen te kiezen in het menu van het deelvenster Artikelen. Als u de structuur van de inhoud op een geschikte manier wilt opsplitsen, kunt u meerdere artikelen maken.

Bladwijzers, kruisverwijzingen en hyperlinks voor navigatie toevoegen

Kruisverwijzingen, hyperlinks en bladwijzers zijn handig voor ziende lezers, maar ze vormen ook belangrijke navigatiefuncties voor visueel gehandicapten. Met behulp van deze navigatiemethoden kunnen gebruikers met een handicap door een document navigeren en een overzicht krijgen van de inhoud en de manier waarop die inhoud is geordend. Een inhoudsopgave die in InDesign is gegenereerd, kan automatisch bladwijzers toevoegen wanneer de optie PDF-bladwijzers maken is geselecteerd in het dialoogvenster Inhoudsopgave. U kunt ook aangepaste bladwijzers, onafhankelijk van een dynamische inhoudsopgave, toevoegen in het deelvenster Bladwijzers (Venster > Interactief > Bladwijzers). U kunt bladwijzers koppelen aan tekstankers (bladwijzers die worden gemaakt wanneer een specifieke doeltekst wordt geselecteerd) of pagina's (bladwijzers die worden gemaakt wanneer een pagina in InDesign wordt weergegeven zonder dat er tekst is geselecteerd).

U kunt bladwijzers hiërarchisch rangschikken in het deelvenster Bladwijzers van InDesign, maar u kunt ook specifieke bladwijzers nesten onder algemenere categoriebladwijzers, zodat u de afzonderlijke secties van een document duidelijker kunt aangeven. Wanneer u exporteert naar PDF met de juiste instellingen, worden de InDesign-bladwijzers en de bijbehorende organisatiestructuur exact afgestemd in het deelvenster Bladwijzers van Acrobat en werken ze als klikbare koppelingen naar de juiste inhoud.

Hyperlinks (naar externe locaties zoals websites of locaties in het document zoals tekstankers) bieden aanvullende navigatiepunten op microniveau die mogelijk niet geschikt of noodzakelijk zijn in de bladwijzerstructuur van het document. Tijdens het exporteren worden PDF-hyperlinks gemaakt voor koppelingen die zijn gemaakt in het deelvenster Hyperlinks in InDesign en voor kruisverwijzingen die zijn ingesteld met de InDesign-functie voor kruisverwijzingen. Kruisverwijzingen die in InDesign zijn gemaakt, worden automatisch omgezet in hyperlinks in het geëxporteerde PDF-document.

Interactieve formulierelementen toevoegen

De formulierfuncties van InDesign ondersteunen het toevoegen van labels voor bepaalde interactieve elementen, zoals formuliervelden en knoppen. Een geëxporteerd InDesign-formulier bevat de benodigde <Annot>-codes (notities) om het document toegankelijk te maken in het uiteindelijke PDF-document.
In InDesign kunnen selectievakjes, keuzelijsten met en zonder invoervak, keuzerondjes, tekstvelden en handtekeningvelden worden gemaakt, allemaal in het deelvenster Knoppen en formulieren (Venster > Interactief > Knoppen en formulieren). Elk formulierelement heeft zowel een naam als een beschrijving die deel moet uitmaken van de definitie. De beschrijving is van essentieel belang voor de toegankelijkheid, omdat deze fungeert als knopinfo en als alternatieve tekst voor het formulieritem. Het formulier kan ook een zichtbaar tekstlabel (zoals Naam, Bedrijf of Telefoon) op de pagina hebben, maar als een gebruiker met Tab van veld naar veld of van vak naar vak springt, worden alleen de gegevens voorgelezen die aan het formulierelement zijn toegewezen en niet de aangrenzende tekst.

Het is van essentieel belang ervoor te zorgen dat de tabvolgorde van de verschillende formulierelementen (inclusief verzendknoppen) correct is ingesteld voordat u het formulier exporteert. Zo zorgt u ervoor dat wanneer de gebruiker met Tab of een ander hulpmiddel door de formuliervelden en opties navigeert, elke stap in de juiste volgorde wordt doorlopen. Nadat u het formulier hebt ontworpen en de functionaliteit hebt gedefinieerd in het deelvenster Knoppen en formulieren, gebruikt u het dialoogvenster Tabvolgorde (Object > Interactief > Tabvolgorde instellen) om te controleren of alle formulierelementen in de juiste volgorde staan. U kunt de benodigde aanpassingen of correcties aanbrengen met de knoppen Omhoog en Omlaag. U kunt uw formulierelementen ook in de juiste tabvolgorde toevoegen aan het deelvenster Artikelen, maar het is aan te raden de volgorde nog steeds te controleren in het dialoogvenster Tabvolgorde. De elementen in het dialoogvenster Tabvolgorde worden weergegeven in de volgorde waarin een gebruiker van boven naar beneden door een formulier navigeert met Tab of een hulpmiddel.

Metagegevens toevoegen aan het InDesign-document

Voor toegankelijke PDF-documenten is op zijn minst een documenttitel en een korte beschrijving van de inhoud nodig. Deze gegevens worden opgeslagen in de metagegevens van het bestand, die u kunt openen via het dialoogvenster Documenteigenschappen in Acrobat. De metagegevens kunnen (en moeten) afkomstig zijn van het dialoogvenster Bestandsgegevens van het InDesign-document (Bestand > Bestandsgegevens), waar ze gemakkelijk kunnen worden gewijzigd en bewaard telkens wanneer een nieuw PDF-document wordt gemaakt.

Exporteren voor toegankelijkheid

Nadat u het document in InDesign hebt voorbereid voor toegankelijkheid, kunt u dit exporteren (Bestand > Exporteren) naar PDF met de indelingsoptie Adobe PDF (interactief) of Adobe PDF (afdrukken). Welk type PDF-bestand u kiest, hangt af van het feit of uw document interactieve elementen zoals formulieren, knoppen, audio of video bevat. Hoewel de indeling hetzelfde is voor beide PDF-typen, bieden ze verschillende opties in de desbetreffende dialoogvensters.. De indeling Adobe PDF (afdrukken) exporteert bladwijzers en hyperlinks, maar geen knoppen, audio, video of animatie. U kunt enkel kiezen of u deze interactieve elementen wilt weergeven (zonder functionaliteit) of ze helemaal niet wilt opnemen.

Voor de juiste toegankelijkheid moet de geëxporteerde PDF zijn gelabeld, dus zorg ervoor dat u voor elk PDF-type de optie Gelabelde PDF maken selecteert in het dialoogvenster Exporteren. Selecteer in het dialoogvenster Exporteren als interactieve PDF de optie Structuur gebruiken voor tabvolgorde, zodat u die stap later in Acrobat kunt overslaan. Als u bladwijzers, hyperlinks, kruisverwijzingen en knoppen wilt activeren, stelt u de optie Formulieren en media in op Alles opnemen. Alle andere instellingen in het dialoogvenster zijn optioneel en afhankelijk van uw vereisten of voorkeuren. Als u wilt dat het PDF-document automatisch wordt geopend zodra het exporteren is voltooid, selecteert u de optie Na exporteren weergeven. Vervolgens kunt u de laatste paar vereiste stappen in Acrobat uitvoeren.

Het geëxporteerde PDF-bestand controleren in Acrobat

Net als bij elk gepubliceerd document is het altijd een goed idee om de definitieve versie te controleren op mogelijk onverwachte resultaten. Als u de labelstructuur bekijkt in het deelvenster Codes in Acrobat, krijgt u beter inzicht in het verband tussen het voorbereide InDesign-document en het uiteindelijke PDF-document.
Het deelvenster Volgorde in Acrobat komt mogelijk niet overeen met de volgorde die u hebt ingesteld in het deelvenster Artikelen in InDesign en weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de leesvolgorde die wordt gebruikt door ondersteunende technologieën en de functie voor hardop lezen van Acrobat. Alleen de volgorde in het deelvenster Codes, die wordt bepaald door de rangschikking van inhoud in het deelvenster Artikelen in InDesign, geeft de leesvolgorde van de PDF-inhoud aan, ongeacht de volgorde die wordt weergegeven in het deelvenster Volgorde of in de modus Opnieuw plaatsen van Acrobat.

Een documenttaal toewijzen in Acrobat

Nadat u het PDF-bestand hebt gemaakt, kunt u naar Acrobat gaan om de overige stappen te voltooien die nodig zijn om het PDF-document toegankelijk te maken. De eerste stap is het instellen van de documenttaal op het tabblad Geavanceerd van het dialoogvenster Bestandseigenschappen (Bestand > Eigenschappen). InDesign heeft geen overeenkomstige instelling, dus u moet de taal instellen in Acrobat. Het wordt ook aanbevolen het document zodanig in te stellen dat de titel wordt weergegeven in de titelbalk van het documentvenster in plaats van de bestandsnaam. U kunt deze wijziging aanbrengen in de opties voor Weergave bij openen in het dialoogvenster Documenteigenschappen.

De tabvolgorde opgeven

De structuur die u hebt gemaakt in het deelvenster Artikelen van InDesign, wordt geëxporteerd naar het PDF-bestand, maar wordt niet automatisch ingesteld als de volgorde die wordt gebruikt wanneer u zich met Tab verplaatst door interactieve elementen, zoals hyperlinks en formuliervelden. U moet de tabvolgorde instellen in het deelvenster Paginaminiaturen van Acrobat (Weergave > Tonen/verbergen > Navigatievensters >Paginaminiaturen). Markeer de miniaturen van alle documentpagina's en kies vervolgens Pagina-eigenschappen in het menu Opties van het deelvenster Paginaminiaturen. In het gedeelte Tabvolgorde van het dialoogvenster Pagina-eigenschappen wijzigt u de volgorde van de inhoud van Niet opgegeven in Documentstructuur gebruiken.

Als u uw document hebt geëxporteerd als interactief PDF-bestand en de optie Structuur gebruiken voor tabvolgorde hebt geselecteerd, kunt u deze stap overslaan. Omdat de afdrukversie van het dialoogvenster Adobe PDF exporteren van InDesign deze optie niet biedt, moet u deze selecteren in Acrobat.

De toegankelijkheidscontrole van Acrobat uitvoeren

Vouw in het deelvenster Gereedschappen van Acrobat de toegankelijkheidsopties uit (Weergave > Gereedschappen > Toegankelijkheid) en selecteer volledige controle. Zorg dat de optie Toegankelijkheidsrapport maken is geselecteerd. Deze optie geeft aan of het document foutloos is en vermeldt de problemen als dat niet het geval is.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account