U kunt met elke tekentool van Photoshop rechtstreeks op een 3D-model tekenen, net zoals op een 2D-laag. Gebruik de selectietools om bepaalde delen van een model te kiezen of laat de gebieden waarin kan worden getekend, door Photoshop opzoeken en markeren. Met 3D-menuopdrachten kunt u gebieden van een model wissen en zo de delen in een model of verborgen delen zichtbaar maken. Vervolgens kunt u op die delen gaan tekenen.

Wanneer u rechtstreeks op een model tekent, kunt u kiezen op welke onderliggende structuurafbeelding de verf moet worden aangebracht. Verf wordt doorgaans toegepast op de diffuse structuurafbeelding, waardoor het materiaal van een model zijn kleureigenschappen krijgt. U kunt ook tekenen op andere structuurafbeeldingen, zoals een reliëfafbeelding of een dekkingsafbeelding. Als u op een gedeelte van het model tekent dat niet het type structuurafbeelding heeft waarop u tekent, wordt er automatisch een structuurafbeelding gemaakt.

Video | Tekenen in 3D - een niveau hoger

Video | Tekenen in 3D - een niveau hoger
Corey Barker vergelijkt het tekenen met laagprojectie en projectietekenen...
Corey Barker

Beschikbare methoden voor tekenen in 3D

De verschillende tekenmethoden zijn geschikt voor verschillende manieren van gebruik. Photoshop biedt de volgende methoden voor tekenen in 3D:

Actief tekenen in 3D: (standaardinstelling in Photoshop CC) De penseelstreken die in de 3D-model- of -structuurweergave worden aangebracht, worden in real-time weerspiegeld in de andere weergave. Deze manier van tekenen in 3D zorgt voor uitstekende prestaties en minimale vervorming.


Tekenen met laagprojectie: De tool Verloop en de filters gebruiken deze tekenmethode. Bij de methode voor tekenen met laagprojectie wordt een getekende laag samengevoegd met de onderliggende 3D-laag. Tijdens de samenvoeging wordt de verf automatisch op de desbetreffende doelstructuren geprojecteerd.


Projectietekenen: (standaardinstelling in Photoshop Extended CS6) Projectietekenen is geschikt voor het tegelijkertijd tekenen van meerdere structuren of voor het tekenen van de naad tussen twee structuren. Deze methode leidt echter over het algemeen tot minder goede prestaties en er kunnen barsten ontstaan als u complexe 3D-objecten tekent.

Structuur tekenen: U kunt de tweedimensionale structuur openen en er direct op tekenen.

Actief tekenen in 3D
Actief tekenen in 3D

Enkele tips voor het tekenen van 3D-modellen

  • Als het desbetreffende gedeelte van het model is verborgen, kunt u tijdelijk gebieden aan het oppervlak verwijderen om het verborgen gedeelte zichtbaar te maken. Zie Tekenoppervlakken onthullen.
  • Als u tekent op een gebogen of onregelmatig oppervlak, kunt u voordat u gaat tekenen, visuele feedback krijgen over de gebieden waarop u het beste kunt tekenen. Zie Gebieden identificeren waarop kan worden getekend. U kunt ook de hoek voor het wegvallen van verf opgeven. Hiermee bepaalt u hoeveel verf er op de oppervlakken met een hoek wordt aangebracht. Zie De wegvalhoek van verf instellen.
  • Tijdens het tekenen van structuurnaden wordt één penseelstempel slechts op één zijde van de naad toegepast. Verplaats het midden van het penseel over de naad om de andere kant te tekenen.

Een object tekenen in de modus Actief tekenen in 3D | Photoshop CC

  1. Open het 3D-model in de 3D-modelweergave.
  2. Open het structuurdocument dat u wilt tekenen. Dubbelklik hiertoe op de naam van de structuur in het deelvenster Lagen.
  3. Selecteer Venster > Rangschikken > Naast elkaar om de 3D-modelweergave en het structuurdocument naast elkaar weer te geven.
  4. Met de tool Penseel tekent u het 3D-model of het structuurdocument. De penseelstreken worden automatisch weerspiegeld in de andere weergave.

Overschakelen naar de modus Projectietekenen | Photoshop CC

  1. Maak of open een 3D-model.
  2. Selecteer 3D > Tekenen met projectie gebruiken.
  3. Teken het 3D-model.

Opmerking:

In het 3D-hoofddocument wordt standaard de methode Tekenen met projectie gebruikt voor tekenbewerkingen.

UV’s van een 3D-model uitpakken

Photoshop CC biedt een optie waarmee u UV-structuren voor uw 3D-model automatisch kunt laten uitpakken.

  1. Open het 3D-model.
  2. Selecteer 3D > UV's genereren.
  3. De waarschuwing Wanneer u UV's genereren gebruikt, worden de structuren van alle netmaterialen samengevoegd wordt weergegeven. Klik op OK om door te gaan.
  4. Kies in het dialoogvenster UV’s genereren de volgende opties voor materialen en uitpakken:

Materialen samenvoegen

Wanneer een net meerdere structuren heeft, bijvoorbeeld onscherpe en reliëfstructuren, combineert u deze tot één structuur.

Voorbeeld: Combineer twee verschillende diffuse structuren tot één diffuse structuur.

Als er meerdere netten zijn, heeft elk net nog steeds een eigen structuur. Als u bijvoorbeeld drie afzonderlijke netten hebt met drie diffuse structuren, hebt u nog steeds drie afzonderlijke diffuse structuren voor elk net.

Vorm

Hiermee blijven, naar best vermogen, de vormgeving en structuren van het 3D-model behouden bij het genereren van nieuwe UV’s. Als u deze optie niet inschakelt, blijven de huidige structuren niet behouden.

Grootte UV-structuur

Selecteer het gewenste formaat voor de gegenereerde UV-structuren (pixels x pixels). U kunt kiezen uit 128, 256, 512, 1024, 2048 of 4096.

Minimale vervorming

Met deze optie blijft het structuurpatroon beter intact, maar kunnen er meer naden op het oppervlak van het model verschijnen.

Minder naden

Hiermee wordt het aantal naden op het model tot het minimum beperkt. Hierdoor kan, afhankelijk van het model, de structuur wel meer worden uitgerekt of geknepen.

  1. Klik op OK.
  2. U kunt de gegenereerde UV’s bekijken onder het gedeelte Diffuus in het deelvenster Lagen.

Opmerking:

Nadat de UV’s voor een Fuse CC-model zijn gegenereerd, wordt het model van de oorspronkelijke positie verplaatst. Dit is verwacht gedrag in de meeste rigged modellen, omdat de rigged positie verschilt van de positie van het net. Het model wordt verplaatst naar de netpositie omdat het rig verwijderd wordt bij het genereren van UV’s voor dat model.

Opmerking:

U kunt een voorvertoning van de gegenereerde UV-structuren weergeven door de cursor op het laagitem te houden in het deelvenster Lagen. Als u de UV-structuur in een apart venster wilt openen, dubbelklikt u op het desbetreffende laagitem.

Een 3D-modelstructuur tekenen | CS6

  1. Gebruik de 3D-plaatsingtool om het model zo te plaatsen dat het gebied waarin u wilt tekenen, naar u toe is gericht.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk om de structuurafbeelding waarop moet worden getekend, in te stellen:

    • Kies 3D > 3D-verfmodus en selecteer een toewijzingstype.

    • Selecteer in het deelvenster 3D het deelvenster Scène. Kies een toewijzingstype in het menu Tekenen op.

  3. (Optioneel) U kunt met elke selectietool een selectie in het 3D-model maken om het gebied te beperken waarop u wilt tekenen.

  4. Breng verf aan met de tool Penseel. U kunt ook elke andere tool uit de tweede sectie van het deelvenster Tools gebruiken, zoals Emmertje, Natte vinger, Tegenhouden, Doordrukken en Vervagen.

Tijdens het tekenen (na het maken van een lijn) kunt u het effect daarvan op de structuurafbeelding zelf bekijken. Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Dubbelklik in het deelvenster Lagen op de structuurafbeelding om deze te openen.

  • Selecteer in de sectie Materialen van het deelvenster 3D het materiaal voor het gebied waarop u tekent. Klik in de onderste sectie van het deelvenster op het menupictogram  voor de structuurafbeelding waarop u tekent, en kies Structuur openen.

Een structuurtype voor tekenen kiezen | Photoshop CC

U kunt acht verschillende structuurtypen kiezen om te tekenen:

  1. Open het 3D-model en selecteer 3D > Verf op doelstructuur.
  2. Kies het structuurtype dat u wilt tekenen.

Opmerking:

In 3D-modellen met meerdere structuren wordt alleen getekend op de structuur die u hebt geopend en waarop u bent begonnen te tekenen.

Verf op doelstructuur kiezen in menu
Op een type doelstructuur tekenen

Tekenen in de modus Niet belicht | Photoshop CC

U kunt ervoor kiezen uw 3D-objecten te tekenen in de modus Niet verlicht. Deze modus negeert alle belichting in de scène en laat onbewerkte structuurgegevens van het juiste type rond de 3D-objecten lopen. Door in de modus Niet verlicht te tekenen, kunt u met grotere kleurprecisie en zonder schaduwen tekenen.

Voer de volgende stappen uit:

  1. Selecteer in het deelvenster 3D de optie Scène.
  2. Selecteer in het deelvenster Eigenschappen de optie Oppervlak.
  3. Selecteer Niet belichte structuur in het pop-upmenu Stijl.

Tekenoppervlakken onthullen

Voor meer complexe modellen met binnengebieden of verborgen gebieden kunt u delen van het model verbergen, zodat u gemakkelijker bij de oppervlakken kunt waarop u wilt tekenen. Als u bijvoorbeeld op het dashboard van een automodel tekent, kunt u tijdelijk het dak en de voorruit verwijderen en vervolgens inzoomen op de auto voor een onbelemmerd zicht op het dashboard.

  1. Selecteer met een selectietool, zoals de tool Lasso of Selectiekader, het deel van het model dat u wilt verwijderen.

  2. Gebruik een van de volgende 3D-menuopdrachten om delen van het model weer te geven of te verbergen:

    Naaste oppervlak verbergen

    Hiermee verbergt u de eerste laag van modelveelhoeken in de 2D-selectie. U verwijdert snel oppervlakken van het model door deze opdracht meerdere keren binnen het geselecteerde gedeelte te gebruiken.

    Opmerking:

    Tijdens het verbergen van oppervlakken draait u, indien nodig, het model om om oppervlakken zodanig te plaatsen dat ze loodrecht op de huidige weergave staan.

    Alleen ingesloten veelhoeken verbergen

    Wanneer de opdracht Naaste oppervlak verbergen is geselecteerd, heeft deze opdracht alleen gevolgen voor veelhoeken die volledig binnen de selectie vallen. Als deze optie niet is geselecteerd, wordt elke veelhoek verborgen die is geselecteerd, ook als die veelhoek maar gedeeltelijk is geselecteerd.

    Zichtbare oppervlakken omkeren

    Hiermee maakt u zichtbare oppervlakken onzichtbaar en vice versa.

    Alle oppervlakken onthullen

    Hiermee maakt u alle onzichtbare oppervlakken weer zichtbaar.

De wegvalhoek voor verf instellen

Wanneer u op een model tekent, bepaalt de wegvalhoek van de verf hoeveel verf er wordt aangebracht op een oppervlak dat uit het zicht verdwijnt. De wegvalhoek wordt berekend op basis van een standaardlijn of rechte lijn die tevoorschijn komt uit het gedeelte van het modeloppervlak dat naar u is toe gekeerd. In bijvoorbeeld een bolvormig model, zoals een voetbal, is de wegvalhoek met het exacte midden van de bal dat naar u is toe gericht, 0 graden. Als het oppervlak van de bal rond is, wordt de wegvalhoek groter tot 90 graden aan de randen van de bal.

Wegvalhoek van verf instellen
A. Hoek van oog/camera B. Minimale hoek C. Maximale hoek D. Begin van vervagen van verf E. Einde van vervagen van verf 
  1. Kies 3D > Wegvallen van 3D-verf.

  2. Stel de minimale en maximale hoek in.

    • Het maximale bereik voor het wegvallen van verf is 0-90 graden. Bij 0 graden wordt er alleen verf aangebracht op het oppervlak als dat naar voren is gericht zonder wegvalhoek. Bij 90 graden kan een gebogen oppervlak, zoals een bol, tot aan de zichtbare randen worden ingekleurd. Bij 45 graden is het tekenbare gebied beperkt tot de gebieden van de bol die niet wegbuigen in een hoek groter dan 45 graden.

    • De minimale wegvalhoek stelt een bereik in waarbinnen de verf geleidelijk aan vervaagt als het de maximale wegvalhoek bereikt. Als de maximale wegvalhoek bijvoorbeeld 45 graden is en de minimale wegvalhoek is 30 graden, neemt de verfdekking van 100 procent bij een wegvalhoek van 30 graden af tot 0 procent bij een wegvalhoek van 45 graden.

Gebieden identificeren waarop kan worden getekend

Door alleen naar een 3D-model te kijken kunt u niet goed bepalen of u op bepaalde gebieden kunt tekenen. Aangezien de modelweergave geen natuurgetrouwe weergave van de 2D-structuur is, verschilt het rechtstreeks toepassen van verf op het model van het rechtstreeks tekenen op een 2D-structuurafbeelding. Wat bij een model een klein penseel is, kan in verhouding tot de structuur veel groter blijken te zijn. Dat is afhankelijk van de resolutie van de structuur of hoe dicht u bij het model bent wanneer u tekent.

Goede tekenbare gebieden zijn gebieden waar u met het meest consistente en voorspelbare effect verf of andere aanpassingen aan het modeloppervlak kunt aanbrengen. In andere gebieden kan verf worden onder- of overgesampeld vanwege de hoek of de afstand vanaf het modeloppervlak.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Kies 3D > Voor tekenen geschikte gebieden selecteren. Een selectiekader markeert de beste gebieden voor het tekenen op het model.

    • Kies in de sectie Scène van het deelvenster 3D de optie Tekenmasker in het menu Voorinstelling.

      In de modus Tekenmasker zijn de witte gebieden de gebieden waarin goed kan worden getekend, wordt in blauwe gebieden de verf ondergesampeld en in rode gebieden overgesampeld. (Om op het model te kunnen tekenen, moet u de rendermodus Tekenmasker afsluiten en een andere modus kiezen die tekenen ondersteunt, zoals Effen.)

Opmerking:

De gebieden die zijn geselecteerd door Voor tekenen geschikte gebieden selecteren en de voor tekenen geschikte gebieden die in de modus Tekenmasker worden getoond, worden gedeeltelijk bepaald door de huidige instelling voor het wegvallen van verf. Bij een hogere instelling is het tekenbare gebied groter en bij een lagere instelling is het tekengebied kleiner. Zie De wegvalhoek van verf instellen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid