Lees hoe u kleuren en tinten aanpast in Adobe Camera Raw.

Histogram en de RGB-niveaus

Een histogram is een voorstelling van het aantal pixels van elke luminantiewaarde in een afbeelding. Een histogram waarbij geen enkele luminantiewaarde gelijk is aan nul, geeft een afbeelding aan die de volledige toonschaal benut. Een histogram waarbij geen gebruik wordt gemaakt van het volledige toonbereik, komt overeen met een matte afbeelding met een gebrek aan contrast. Een histogram met een piek aan de linkerkant geeft bijgesneden schaduwen aan; een histogram met een piek aan de rechterkant geeft bijgesneden hooglichten aan.

Opmerking:

Selecteer Schaduwen of Hooglichten om in de voorvertoning te zien welke pixels worden bijgesneden. Zie Bijgesneden hooglichten en schaduwen voorvertonen voor meer informatie.

Bij het aanpassen van een afbeelding moet u de pixelwaarden vaak gelijkmatiger van links naar rechts verspreiden in het histogram, in plaats van ze samen te bundelen aan een van de uiteinden.

Een histogram bestaat uit drie kleurlagen die de rode, groene en blauwe kleurkanalen weergeven. Als de drie kanalen elkaar overlappen, wordt wit weergegeven. Geel, magenta en cyaan worden weergegeven als twee van de RGB-kanalen elkaar overlappen (geel is gelijk aan de som van de rode en de groene kanalen, magenta is gelijk aan de som van de rode en de blauwe kanalen en cyaan is gelijk aan de som van de groene en de blauwe kanalen).

Wanneer u de instellingen in het dialoogvenster Camera Raw wijzigt, wordt het histogram automatisch gewijzigd.

De RGB-waarden van de pixel onder de aanwijzer (in de voorvertoning) worden onder het histogram weergegeven.

Opmerking:

U kunt ook het Kleurenpipet  gebruiken om maximaal negen kleurenpipetten in de voorvertoning te plaatsen. De RGB-waarden worden weergegeven boven de voorvertoning. Als u een kleurenpipet wilt verwijderen, klikt u op het kleurenpipet terwijl u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt. Als u de kleurenpipetten wilt wissen, klikt u op Pipetten wissen.

RGB-waarden weergeven
In het dialoogvenster Camera Raw ziet u de RGB-waarden van de pixel onder de aanwijzer.

Bijgesneden hooglichten en schaduwen voorvertonen

Bijsnijden gebeurt als de kleurwaarden van een pixel hoger zijn dan de hoogste waarde of lager dan de laagste waarde die kan worden weergegeven op de afbeelding. Te heldere waarden worden bijgesneden naar witte uitvoer en te donkere waarden naar zwarte uitvoer. Het gevolg is een verlies van afbeeldingsdetails.

  • Als u niet alleen de voorvertoningsafbeelding, maar ook de bijgesneden pixels wilt zien, selecteert u de optie Schaduwen of Hooglichten boven het histogram. Of druk op U om de bijgesneden schaduwen te bekijken, en op O om de bijgesneden hooglichten te bekijken.
  • Als u alleen de pixels wilt weergeven die worden bijgesneden, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u de schuifregelaar Belichting, Herstel of Zwarte tinten versleept.

De afbeelding wordt zwart als u de schuifregelaars Belichting en Herstel gebruikt, terwijl bijgesneden gebieden wit lijken. Als u de schuifregelaar Zwarte tinten gebruikt, wordt de afbeelding wit en ogen bijgesneden gebieden zwart. Gekleurde gebieden geven aan dat er sprake is van bijgesneden gebieden in één kleurkanaal (rood, groen, blauw) of twee kleurkanalen (cyaan, magenta, geel).

Opmerking:

In bepaalde gevallen wordt bijsnijden toegepast omdat de kleurruimte waarin u werkt, een te kleine kleuromvang heeft. Als uw kleuren worden bijgesneden, kunt u het beste in een kleurruimte met een grote kleuromvang werken, zoals ProPhoto RGB.

Besturingselementen voor witbalans

Als u de witbalans wilt aanpassen, moet u eerst bepalen welke objecten in de afbeelding neutraal (wit of grijs) gekleurd moeten zijn. Vervolgens moet u de kleuren in de afbeelding aanpassen om deze objecten een neutrale kleur te geven. Een wit of grijs object in een scène krijgt de kleurzweem van het omgevingslicht of de flitser die wordt gebruikt om de foto te maken. Als u Witbalans  gebruikt om een object aan te geven dat wit of grijs moet zijn, kan Camera Raw de kleur bepalen van het licht waarin de scène is gefotografeerd en op basis daarvan de foto automatisch aanpassen.

De kleurtemperatuur (in Kelvin) wordt gebruikt als maat voor de scènebelichting. Natuurlijke lichtbronnen en gloeilampen geven namelijk licht af in een voorspelbare distributie die overeenkomt met hun temperatuur.

Met een digitale camera wordt de witbalans ten tijde van de belichting opgeslagen in de metagegevens. De Camera Raw-plug-in leest deze waarde en gebruikt deze als aanvankelijke instelling wanneer u het bestand opent in het dialoogvenster Camera Raw. Met deze instelling krijgt u gewoonlijk de juiste of bijna de juiste kleurtemperatuur. U kunt de witbalans aanpassen als deze niet juist is.

Opmerking:

Niet alle kleurzwemen zijn het resultaat van een onjuiste witbalans. Gebruik de DNG Profile Editor om een kleurzweem die achterblijft nadat de witbalans is aangepast, te corrigeren. Zie Kleurweergave voor uw camera aanpassen in Camera Raw.

Het tabblad Standaard in het dialoogvenster Camera Raw bevat drie besturingselementen waarmee u een kleurzweem in een afbeelding kunt corrigeren:

Witbalans

Camera Raw past een witbalansinstelling toe en wijzigt de eigenschappen voor temperatuur en kleur op het tabblad Standaard dienovereenkomstig. Gebruik deze besturingselementen om de kleurbalans nauwkeurig af te stellen.

Als opname

Hierbij wordt gebruikgemaakt van de witbalansinstellingen van de camera, indien beschikbaar.

Automatisch

Hierbij wordt de witbalans berekend op basis van de afbeeldingsgegevens.

Camera Raw- en DNG-bestanden hebben de volgende instellingen voor witbalans: Daglicht, Bewolkt, Schaduw, Kunstlicht, Tl-licht en Flitslicht.

Opmerking:

Als Camera Raw de witbalansinstelling van de camera niet herkent, krijgt u met de optie Als opname hetzelfde resultaat als met de optie Automatisch.

Temperatuur

Hiermee stelt u de witbalans in op een aangepaste kleurtemperatuur. Verlaag de temperatuur om een foto te corrigeren die met een lagere kleurtemperatuur van het licht is genomen. De kleuren van de afbeelding worden met de Camera Raw-plug-in blauwer gemaakt ter compensatie van de lagere kleurtemperatuur (geelachtig) van het omgevingslicht. Omgekeerd kunt u de temperatuur verhogen om een foto te corrigeren die met een hogere kleurtemperatuur van het licht is genomen. De kleuren van de afbeelding worden warmer (geelachtig) gemaakt ter compensatie van de hogere kleurtemperatuur (blauwachtig) van het omgevingslicht.

Opmerking:

Het bereik en de eenheden voor de besturingselementen Temperatuur en Kleur zijn anders als u een afbeelding aanpast die geen Camera Raw-afbeelding is, zoals een TIFF- of JPEG-afbeelding. Camera Raw bevat bijvoorbeeld een aanpassingsregelaar voor de ware temperatuur van Raw-bestanden tussen 2000 en 50.000 Kelvin. Voor JPEG- of TIFF-bestanden probeert Camera Raw een andere kleurtemperatuur of witbalans te benaderen. Omdat de oorspronkelijke waarde al is gebruikt voor het wijzigen van de pixelgegevens in het bestand, levert Camera Raw niet de ware Kelvin-temperatuurschaal. In deze gevallen wordt bij benadering een schaal van -100 tot 100 gebruikt in plaats van de temperatuurschaal.

De witbalans corrigeren
De witbalans corrigeren

A. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar rechts om een foto te corrigeren die bij een hogere kleurtemperatuur van het licht is genomen B. Sleep de schuifregelaar Temperatuur naar links om een foto te corrigeren die bij een lagere kleurtemperatuur van het licht is genomen C. Foto na aanpassing van de kleurtemperatuur 

Kleur

Hiermee stelt u de witbalans in ter compensatie van een groene of een magenta kleur. Stel een lagere kleurwaarde in om groen aan de afbeelding toe te voegen. Stel een hogere kleurwaarde in om magenta toe te voegen.

Opmerking:

U kunt de witbalans snel corrigeren door Witbalans  te selecteren en vervolgens te klikken op een gebied in de voorvertoning dat een neutrale grijstint moet hebben. De eigenschappen Temperatuur en Kleur worden aangepast om de geselecteerde kleur exact neutraal te maken (indien mogelijk). Als u op wit klikt, kiest u een hooglicht met duidelijke witte details en niet een gebied met spiegelend wit. U kunt dubbelklikken op het gereedschap Witbalans om Witbalans opnieuw in te stellen op Als opname.

Kleurtint aanpassen

U kunt het toonbereik van de afbeelding aanpassen met de besturingselementen voor kleurtinten op het tabblad Standaard.

Als u op Automatisch klikt boven aan de sectie met de besturingselementen voor kleurtinten op het tabblad Standaard, analyseert Camera Raw de afbeelding en worden er automatisch aanpassingen aangebracht in de besturingselementen voor kleurtinten.

U kunt de automatische instellingen ook afzonderlijk toepassen op de individuele besturingselementen voor kleurtinten. Druk op Shift en dubbelklik op de schuifregelaar als u een automatische aanpassing wilt toepassen op een afzonderlijk besturingselement, bijvoorbeeld Belichting of Contrast. Dubbelklik op de desbetreffende schuifregelaar als u de oorspronkelijke waarde van een besturingselement wilt herstellen.

Als u de kleurtint automatisch aanpast, worden in Camera Raw de aanpassingen die eerder op andere tabbladen zijn aangebracht (zoals de nauwkeurige afstemming van de kleurtint op het tabblad Kleurtintcurve), genegeerd. Als u automatische kleurtintaanpassingen wilt toepassen, kunt u dat het beste als eerste doen om een benadering van de beste instellingen voor uw afbeelding te krijgen. Als u bij het maken van foto's zorgvuldig te werk gaat en bewust verschillende belichtingen hebt gebruikt, wilt u uw werk waarschijnlijk niet tenietdoen door automatische aanpassingen toe te passen. Aan de andere kant kunt u natuurlijk altijd op Automatisch klikken en de aanpassingen ongedaan maken als ze u niet bevallen.

Voor voorvertoningen in Adobe Bridge worden de standaardafbeeldingsinstellingen gebruikt. Als u wilt dat de standaardafbeeldingsinstellingen automatische kleurtintaanpassingen bevatten, selecteert u Kleurtintaanpassingen automatisch toepassen in het gedeelte voor standaardafbeeldingsinstellingen van de Camera Raw-voorkeuren.

Opmerking:

Als u afbeeldingen vergelijkt op basis van voorvertoningen in Adobe Bridge, moet u Kleurtintaanpassingen automatisch toepassen niet inschakelen. Dit is de standaardinstelling. Anders vergelijkt u afbeeldingen die al zijn aangepast.

Terwijl u aanpassingen aanbrengt, dient u rekening te houden met de eindpunten van het histogram of de voorvertoningen van het bijsnijden van schaduwen en hooglichten te gebruiken.

Opmerking:

Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u de schuifregelaars van de besturingselementen voor kleurtint versleept om een voorvertoning te bekijken van de bijgesneden hooglichten of schaduwen. Beweeg de schuifregelaar tot het bijsnijden begint en draai de aanpassing vervolgens enigszins terug. (Zie Bijgesneden hooglichten en schaduwen voorvertonen voor meer informatie.)

  • Als u een besturingselement voor kleurtinten handmatig wilt aanpassen, versleept u de schuifregelaar, typt u een waarde in het vak of selecteert u de waarde in het vak en klikt u op de pijl omhoog of omlaag.
  • Als u de standaardwaarde wilt herstellen, dubbelklikt u op de schuifregelaar.

Opmerking:

De beschikbare besturingselementen voor kleurtint in het deelvenster Standaard zijn afhankelijk van de procesversie die u gebruikt (PV2012, PV2010 of PV2003), zoals eerder aangegeven.

Belichting (Alles)

Hiermee past u de algehele helderheid van de afbeelding aan. Pas de schuifregelaar aan tot de foto goed eruitziet en de afbeelding de gewenste helderheid heeft. De belichtingswaarden worden aangepast in stappen die overeenkomen met de waarden voor de lensopening (f‑stops) op een camera. Een aanpassing van +1,00 komt overeen met het vergroten van de lensopening met 1 stop. En een aanpassing van ‑1,00 komt dus overeen met het verkleinen van de lensopening met 1 stop.

Contrast (Alles)

Hiermee wordt het afbeeldingscontrast verhoogd of verlaagd. Dit heeft hoofdzakelijk invloed op de middentonen. Als u het contrast verhoogt, worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot donkere kleur donkerder en worden de afbeeldingsgebieden met een gemiddelde tot lichte kleur lichter. Als u het contrast verlaagt, heeft dit een omgekeerd effect op de kleurtinten van de afbeelding.

Hooglichten (PV2012)

Hiermee past u de heldere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om hooglichten donkerder te maken en verwijderde details van hooglichten te herstellen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de hooglichten helderder te maken en het bijsnijden te minimaliseren.

Schaduwen (PV2012)

Hiermee past u de donkere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om de schaduwen donkerder te maken en het bijsnijden te minimaliseren. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de schaduwen helderder te maken en schaduwdetails te herstellen.

Witte tinten (PV2012)

Hiermee past u het bijsnijden voor witte tinten aan. Sleep de schuifregelaar naar links om het bijsnijden van hooglichten te verlagen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om het bijsnijden van hooglichten te verhogen. (Het verhogen van het bijsnijden kan gewenst zijn voor spiegelende hooglichten, zoals metallic oppervlakken.)

Zwarte tinten (PV2012)

Hiermee past u het bijsnijden voor zwarte tinten aan. Sleep de schuifregelaar naar links om het bijsnijden van zwarte tinten te verhogen (zuiver zwart toewijzen aan meer schaduwen). Sleep de schuifregelaar naar rechts om het bijsnijden van schaduwen te verlagen.

Zwarte tinten (PV2010 en PV2003)

Hiermee geeft u aan welke afbeeldingswaarden worden toegewezen aan zwart. Als u de schuifregelaar naar rechts sleept, worden meer gedeelten zwart, waardoor het lijkt alsof het contrast in de afbeelding wordt vergroot. De grootste effect treedt op bij de schaduwen. De middentonen en hooglichten worden veel minder gewijzigd.

Herstel (PV2010 en PV2003)

Hiermee wordt geprobeerd om de details van de hooglichten te herstellen. Camera Raw reconstrueert sommige details van gebieden waarin één of twee kleurkanalen in wit zijn bijgesneden.

Lichtopvulling (PV2010 en PV2003)

Hiermee wordt geprobeerd details in de schaduwen te herstellen, zonder dat zwarte tinten lichter worden. Camera Raw reconstrueert sommige details van gebieden waarin één of twee kleurkanalen in zwart zijn bijgesneden. Het gebruik van de optie Lichtopvulling komt overeen met het gebruik van het schaduwgedeelte van het filter Schaduw/Hooglicht van Photoshop of het effect Shadow/Highlight (Schaduw/Hooglicht) van After Effects.

Helderheid (PV2010 en PV2003)

Hiermee maakt u de afbeelding helderder of donkerder, net zoals met de eigenschap Belichting. In plaats van de hooglichten of de schaduwen van de afbeelding bij te snijden, comprimeert Helderheid echter de hooglichten en worden de schaduwen uitgebreid als u de schuifregelaar naar rechts verplaatst. Als u dit besturingselement gebruikt, kunt u vaak het beste de algemene toonschaal instellen door eerst Belichting, Herstel en Zwarte tinten in te stellen en daarna pas Helderheid in te stellen. Grote aanpassingen van Helderheid kunnen invloed hebben op het bijsnijden van de schaduwen of de hooglichten. Het kan dus zijn dat u Belichting, Herstel of Zwarte tinten opnieuw moet aanpassen nadat u Helderheid hebt aangepast.

Meer informatie: Bekijk de zelfstudievideo's Nieuwe functies in Camera Raw van Matt Kloskowski en Waarom u Photoshop zo moet instellen dat JPG-bestanden worden geopend in Adobe Camera RAW van Terry White.

Kleurtintcurven nauwkeurig afstellen

Gebruik de besturingselementen op het tabblad Kleurtintcurve voor het bijstellen van afbeeldingen nadat u kleurtoonaanpassingen hebt uitgevoerd op het tabblad Standaard. De kleurtintcurven geven de wijzigingen weer die zijn aangebracht in de toonschaal van een afbeelding. De horizontale as geeft de oorspronkelijke toonwaarden van de afbeelding (invoerwaarden) weer, met zwart aan de linkerkant en geleidelijk lichtere waarden naar rechts. De verticale as geeft de gewijzigde kleurtintwaarden (uitvoerwaarden) aan, met zwart aan de onderkant en overgaand naar wit aan de bovenkant.

Als een punt op de curve stijgt, is de uitvoer een lichtere tint; als een punt daalt, is de uitvoer een donkerdere tint. Een rechte lijn van 45 graden geeft aan dat de kleurtintresponscurve niet is gewijzigd: de oorspronkelijke invoerwaarden komen exact overeen met de uitvoerwaarden.

Gebruik de kleurtintcurve op het geneste tabblad Parametrisch om de waarden in specifieke kleurtintbereiken in de afbeelding aan te passen. Welke gebieden van de curve door de regio-eigenschappen (Hooglichten, Lichte tinten, Donkere tinten of Schaduwen) worden beïnvloed, is afhankelijk van waar u de splitsbesturingselementen aan de onderkant van de grafiek instelt. De regio-eigenschappen in het midden (Donkere tinten en Lichte tinten) hebben vooral invloed op het middelste gedeelte van de curve. De eigenschappen Hooglicht en Schaduwen hebben vooral invloed op de uiteinden van de toonreeks.

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk om de kleurtintcurven aan te passen:
    • Sleep de schuifregelaar Hooglichten, Lichte tinten, Donkere tinten of Schaduwen op het geneste tabblad Parametrisch. U kunt de curveregio's die door de schuifregelaars worden beïnvloed, uitbreiden of inkrimpen door de besturingselementen van de regioverdeler langs de horizontale as van de grafiek te slepen.
    • Versleep een punt op de curve op het geneste tabblad Punt. Terwijl u het punt versleept, worden de in- en uitvoertintwaarden onder de kleurtintcurve weergegeven.
    • Kies een optie in het menu Curve op het geneste tabblad Punt. De instelling die u kiest, wordt weergegeven op het tabblad Punt, maar niet bij de instellingen op het tabblad Parametrisch. Normaal contrast is de standaardinstelling.
    • Selecteer het gerichte aanpassingsgereedschap voor Parametrische curve  in de werkbalk en sleep in de afbeelding. Met het gerichte aanpassingsgereedschap voor Parametrische curve past u het gebied in de curve voor hooglichten, lichte kleuren, donkere kleuren of Schaduwen aan op basis van de waarden op de plaats in de afbeelding waar u klikt.

    Opmerking:

    Het gerichte aanpassingsgereedschap heeft geen invloed op puntcurven.

Besturingselementen voor Lokaal contrast, Verzadiging en Levendigheid

U kunt de kleurverzadiging van alle kleuren wijzigen door de besturingselementen voor Lokaal contrast, Levendigheid en Verzadiging op het tabblad Standaard aan te passen. (Als u de verzadiging voor een specifieke kleurbereik wilt aanpassen, gebruikt u de besturingselementen op het tabblad HSL / Grijswaarden.)

Lokaal contrast

Hiermee voegt u diepte toe aan een afbeelding door het plaatselijke contrast te verhogen. Dit beïnvloedt vooral de middentonen. Deze instelling lijkt op het instellen van een onscherp masker met een grote straal. Als u deze instelling gebruikt, kunt u het beste inzoomen op 100% of meer. U versterkt het effect door de instelling te verhogen totdat u stralenkransen ziet bij de randdetails van de afbeelding, en de instelling daarna enigszins te verlagen.

Levendigheid

Hiermee past u de verzadiging aan, zodat zo weinig mogelijk kleuren worden bijgesneden naarmate de kleuren volledig verzadigd raken. Met deze instelling wijzigt u de verzadiging van alle kleuren met weinig verzadiging. Deze instelling heeft minder effect op meer verzadigde kleuren. Levendigheid voorkomt ook dat huidinten oververzadigd worden.

Verzadiging

Hiermee wordt de verzadiging van alle afbeeldingskleuren gelijkmatig aangepast, van -100 (zwart-wit) tot +100 (dubbele verzadiging).

Besturingselementen voor HSL / Grijswaarden

U kunt de besturingselementen op het tabblad HSL / Grijswaarden gebruiken om afzonderlijke kleurbereiken aan te passen. Als een rood object er bijvoorbeeld te scherp uitziet en afleidt, kunt u de waarden van Rode tinten op het geneste tabblad Verzadiging verlagen.

De volgende geneste tabbladen bevatten besturingselementen om een kleurcomponent voor een specifiek kleurbereik aan te passen:

Kleurtoon

Hiermee wordt de kleur gewijzigd. U kunt bijvoorbeeld een blauwe hemel (en alle andere blauwe objecten) van cyaan veranderen in paars.

Verzadiging

Hiermee wordt de levendigheid of zuiverheid van de kleur gewijzigd. U kunt bijvoorbeeld een blauwe hemel van grijs in hoog verzadigd blauw veranderen.

Luminantie

Hiermee wordt de helderheid van het kleurbereik gewijzigd.

Als u Omzetten in grijswaarden selecteert, ziet u slechts één genest tabblad:

Grijswaardenmix

Gebruik de besturingselementen op dit tabblad om het aandeel van elk kleurbereik in de grijswaardenversie van de afbeelding op te geven.

De kleur of tint aanpassen met het gerichte aanpassingsgereedschap

Met het gerichte aanpassingsgereedschap kunt u kleuren en tinten corrigeren door rechtstreeks in een foto te slepen. Met het gerichte aanpassingsgereedschap kunt u bijvoorbeeld omlaag slepen in een blauwe lucht om de verzadiging te verminderen of omhoog slepen over een rood jasje om de kleurtoon te versterken.

  1. Als u kleuren wilt aanpassen met het gerichte aanpassingsgereedschap  klikt u op het gereedschap in de werkbalk en kiest u het gewenste type correctie: Kleurtoon, Verzadiging, Luminantie of Grijswaardenmix. Sleep vervolgens in de afbeelding.

    U verhoogt de waarden wanneer u omhoog of naar rechts sleept en verlaagt de waarden wanneer u naar links of omlaag sleept. Het is mogelijk dat schuifregelaars voor meerdere kleuren worden gewijzigd wanneer u met het gerichte aanpassingsgereedschap sleept. Als u het gerichte aanpassingsgereedschap voor Grijswaardenmix selecteert, wordt de afbeelding omgezet in grijswaarden.

  2. Als u de kleurtintcurve wilt aanpassen met het gerichte aanpassingsgereedschap , klikt u op het gereedschap in de werkbalk en kiest u Parametrische curve. Sleep vervolgens in de afbeelding.

    Met het gerichte aanpassingsgereedschap voor Parametrische curve past u het gebied in de curve voor hooglichten, lichte kleuren, donkere kleuren of schaduwen aan op basis van de waarden op de plaats in de afbeelding waar u klikt.

    Opmerking:

    Met de sneltoets T schakelt u naar het laatst gebruikte gerichte aanpassingsgereedschap.

Kleur toepassen op een grijswaardenafbeelding

Gebruik de besturingselementen op het tabblad Gesplitste tinten om een grijswaardenafbeelding in te kleuren. U kunt één kleur in het hele toonbereik toevoegen, zoals een sepiaweergave, of een gesplitst-tintresultaat maken, waarin verschillende kleuren worden gebruikt voor de schaduwen en de hooglichten. De uiterste schaduwen en hooglichten blijven zwart en wit.

U kunt ook speciale behandelingen op een kleurenafbeelding toepassen, zoals een crossprocessing-effect.

  1. Selecteer een grijswaardenafbeelding. (Dit kan een afbeelding zijn die u naar grijswaarden hebt geconverteerd door Omzetten in grijswaarden te selecteren op het tabblad HSL /Grijswaarden.)

  2. Pas op het tabblad Gesplitste tinten de eigenschappen Kleurtoon en Verzadiging aan voor de hooglichten en de schaduwen. Met Kleurtoon wordt de kleur van de tint ingesteld; met Verzadiging wordt de helderheid van het resultaat ingesteld.
  3. Pas het besturingselement Balans aan om de invloed tussen de besturingselementen Hooglicht en Schaduw in evenwicht te houden. Positieve waarden verhogen de invloed van het besturingselement Hooglicht; negatieve waarden verhogen de invloed van de besturingselementen Schaduw.

HDR-afbeeldingen bewerken in Camera Raw

In Camera Raw 7.1 of hoger kunt u werken met 16-, 24- en 32-bits zwevende-komma-afbeeldingen. Deze afbeeldingen worden vaak HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range; hoog dynamisch bereik) genoemd. In Camera Raw kunt u HDR-afbeeldingen in de TIFF- en DNG-indelingen openen. Zorg dat de afbeeldingen procesversie 2012 gebruiken. (Zie Procesversies in Camera Raw.)

U kunt HDR-afbeeldingen bewerken met de besturingselementen op het tabblad Standaard. Als u met HDR-afbeeldingen werkt, heeft het besturingselement Belichting op het tabblad Standaard een groter bereik (+10 tot -10).

Als u klaar bent met bewerken, klikt u op Gereed of Afbeelding openen om de afbeelding te openen in Photoshop. De afbeelding wordt geopend als 16-bits of 8-bits afbeeldingen, afhankelijk van de workflowopties die u hebt ingesteld.

U opent als volgt een HDR-afbeelding in Camera Raw:

  1. Selecteer de afbeelding in Bridge en kies Bestand > Openen in Camera Raw. Klik in Mini Bridge met de rechtermuisknop op de afbeelding (Mac: Ctlr ingedrukt houden en klikken) en kies Openen met > Camera Raw.

Create and edit HDR images in Photoshop and Lightroom 4.1

Create and edit HDR images in Photoshop and Lightroom 4.1
Julieanne Kost laat zien hoe u een 32-bits bestand van meerdere belichtingen maakt in Photoshop en vervolgens de kleur en tonaliteit van de afbeelding verfijnt in Lightroom 4.1.
Julieanne Kost

Voor meer informatie over HDR-afbeeldingen raadpleegt u HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range) in de Help van Photoshop.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid