Opmerking:

De Patroonmaker is een optionele plug-in die u kunt downloaden voor Windows of Mac OS.

Het filter Patroonmaker verdeelt een afbeelding in segmenten en brengt deze weer samen om een patroon te genereren. De Patroonmaker werkt op twee manieren:

  • Vult een laag of selectie met een patroon. Het patroon kan ontstaan uit een grote tegel of meerdere herhaalde tegels.

  • Hiermee maakt u tegels die u kunt opslaan als vooraf ingesteld patroon. Deze kunt u vervolgens met andere afbeeldingen gebruiken.

    U kunt meerdere patronen genereren uit hetzelfde voorbeeld tot u het gewenste patroon hebt gevonden.

  1. Patroonmaker is een optionele plug-in. Download en installeer de plug-in voor Windows of Mac OS.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer de laag die het gebied bevat waarop u het patroon wilt baseren. Aangezien de laag die u selecteert, wordt vervangen door het gegenereerde patroon, is het aan te raden eerst een kopie van de laag te maken.

    • Als u een patroon wilt genereren in een nieuwe laag of in een nieuw bestand, maakt u een rechthoekige selectie van de afbeelding die u gebruikt om het patroon te maken. Vervolgens kiest u Bewerken > Kopiëren. Vervolgens voegt u een laag aan de afbeelding toe of maakt u een nieuw bestand met de gewenste afmetingen voor de uiteindelijke afbeelding.

  3. Kies Filter > Patroonmaker.
  4. Geef de bron van het patroon op.
    • Selecteer Klembord als voorbeeld, als u de inhoud wilt gebruiken die u naar het klembord hebt gekopieerd voordat u de Patroonmaker opende.

    • Maak een selectie in het voorvertoningsgebied met het selectiekader van de patroonmaker . U verplaatst het selectiekader door het naar een andere locatie te slepen.

    Opmerking:

    U kunt ook de tools Zoomen en Handje gebruiken om door het voorvertoningsgebied te navigeren. Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt in combinatie met de tools Zoomen om de afbeelding uit te zoomen. Het vergrotingspercentage wordt onder aan het dialoogvenster weergegeven.

  5. Geef de grootte van de tegel op.
    • Geef de afmetingen in pixels op in de vakken Breedte en Hoogte.

    • Klik op Afbeeldingsgrootte gebruiken om een patroon te maken met een tegel die de laag helemaal vult.

  6. Klik op Genereren. Klik op Esc om te annuleren.

    Het gegenereerde patroon wordt in tegels weergegeven in het voorvertoningsgebied.

    • Als u wilt schakelen tussen de gegenereerde voorvertoning en de bronafbeelding, kiest u een optie in het menu Tonen.

    • Als u de randen wilt zien van de afzonderlijke tegels, klikt u op Tegelgrenzen.

    • Als u de tegels in het gegenereerde patroon wilt verschuiven, kiest u een richting in het pop-upmenu Verschuiving. Vervolgens geeft u een afstand voor de verschuiving op in het tekstvak Hoeveelheid. De verschuiving is een percentage van de tegelafmeting waarmee de tegels in de opgegeven richting worden verschoven. De verschuiving is niet van invloed op opgeslagen vooraf ingestelde tegelpatronen.

  7. Klik op Opnieuw genereren om meer patronen te genereren met dezelfde opties of wijzig de opties en klik vervolgens op Opnieuw genereren.

    Vloeiendheid

    Hiermee kunt u de scherpe randen in het patroon aanpassen. Als u de vloeiendheid verhoogt, worden de randen minder scherp.

    Details voorbeeld

    Hiermee kunt u de grootte van de segmenten van het patroon in de tegel opgeven. Door een hoge waarde in te voeren behoudt u meer van de oorspronkelijke details in het patroon. Een lagere waarde maakt gebruik van kleinere segmenten in de tegel. Het genereren van een tegel duurt langer naarmate u een hogere waarde invoert.

  8. Navigeer door de gegenereerde tegels in het deelvenster Tegelhistorie en selecteer de tegel die u wilt gebruiken om de laag te vullen of om op te slaan als voorinstelling voor een patroon.
    • Gebruik de knoppen Eerste tegel, Vorige tegel, Volgende tegel en Laatste tegel om de gegenereerde tegels te doorlopen. Typ het nummer van de patroonvoorvertoning die u wilt bekijken en druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS).

    • Als u in het voorvertoningsgebied wilt zien hoe de tegel eruitziet als deze in een patroon wordt herhaald, moet Patroonvoorbeeld bijwerken ingeschakeld zijn. Als de voorvertoning van de tegel traag verloopt, kunt u deze optie uitschakelen, de gewenste tegel zoeken en de optie selecteren.

    • Als u de voorvertoning van een tegel en een patroon wilt verwijderen, gaat u naar de tegel die u wilt verwijderen en klikt u op de knop met de prullenbak.

    • Als u de tegel als vooraf ingesteld patroon wilt opslaan, gaat u naar de tegel die u wilt opslaan en klikt u op de knop Voorinstellingen patroon opslaan. Typ een naam voor de voorinstelling en klik op OK. Wanneer u een tegel opslaat als vooraf ingesteld patroon, wordt slechts één tegel opgeslagen en niet het volledige gegenereerde patroon.

    Photoshop - Historieknoppen
    Tegelhistorie-knoppen

    A. Voorinstellingen patroon opslaan B. Eerste tegel C. Vorige tegel D. Volgende tegel E. Laatste tegel F. Pictogram Verwijderen 
  9. Als de patroonvoorvertoning naar wens is en u de tegels hebt opgeslagen die u in de toekomst wellicht weer wilt gebruiken, klikt u op OK om de laag of selectie te vullen.

    Als u de vooraf ingestelde patronen alleen aan het genereren bent, klikt u Annuleren om het dialoogvenster te sluiten zonder de laag te vullen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid