Handboek Annuleren

Video en animaties opslaan en exporteren

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
    8. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en Adobe-services
    1. Photoshop en Adobe Stock
    2. Creative Cloud Libraries
    3. Creative Cloud Libraries in Photoshop
    4. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    5. Werken met illustraties van Illustrator in Photoshop
    6. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
    7. Raster en hulplijnen
    8. Handelingen maken
    9. Ongedaan maken en historie
    10. Standaardsneltoetsen
    11. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
  4. Photoshop voor de iPad
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Documenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werk met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werk met tekstlagen
    16. Werk met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Afbeeldingsgrootte bewerken
    23. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    24. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    25. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop
    26. Werken met Camera Raw-bestanden
    27. Slimme objecten maken en ermee werken
    28. De belichting in uw afbeeldingen aanpassen met Tegenhouden en Doordrukken
  5. Photoshop op internet (bèta)
    1. Veelgestelde vragen | Photoshop op internet (bèta) 
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop op internet (bèta)
    4. Sneltoetsen | Photoshop op internet (bèta)
    5. Ondersteunde bestandstypen | Photoshop op internet (bèta)
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Samenwerken met belanghebbenden
    8. Beperkte bewerkingen toepassen op uw clouddocumenten
  6. Clouddocumenten
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Toegang delen en uw clouddocumenten bewerken
    9. Bestanden delen en opmerkingen in de app
  7. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Documenten maken
    3. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    4. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Photoshop
    5. Toolgalerieën
    6. Prestatievoorkeuren
    7. Tools gebruiken
    8. Aanraakbewegingen
    9. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    10. Technology Previews
    11. Metagegevens en notities
    12. Snel uw creaties delen
    13. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    14. Voorkeuren
    15. Standaardsneltoetsen
    16. Linialen
    17. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    18. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    19. Ongedaan maken en historie
    20. Deelvensters en menu's
    21. Bestanden plaatsen
    22. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    23. Plaatsen met de liniaal
    24. Voorinstellingen
    25. Sneltoetsen aanpassen
    26. Raster en hulplijnen
  8. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  9. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  10. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
    26. Laag
    27. Afvlakken
    28. Samengesteld
    29. Achtergrond
  11. Selecties
    1. Werkruimte Selecteren en maskeren
    2. Snelle selecties maken
    3. Aan de slag met selecties
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lasso’s
    6. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    7. Pixelselecties aanpassen
    8. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    9. Basisbegrippen voor kanalen
    10. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    11. Een tijdelijk snelmasker maken
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
    16. Selectie
    17. Selectiekader
  12. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Perspectief verdraaien
    2. Vervaging door camerabeweging verminderen
    3. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    4. Kleur-opzoektabellen exporteren
    5. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    6. Kleuraanpassingen
    7. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    8. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    9. Aanpassing Niveaus
    10. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    11. Levendigheid aanpassen
    12. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    13. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    14. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    15. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    16. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    17. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    18. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    19. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    20. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    21. Aanpassings- en opvullagen
    22. Aanpassing Curven
    23. Overvloeimodi
    24. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    25. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    26. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    27. Filter
    28. Vervagen
    29. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    30. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
    31. Objectkleuren vervangen
  13. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Niet-destructieve bewerkingen uitvoeren in Camera Raw
    10. Radiaalfilter in Camera Raw
    11. Camera Raw-instellingen beheren
    12. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    13. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    14. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    15. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    16. Functieoverzicht | Adobe Camera Raw | 2018-versies
    17. Overzicht van nieuwe functies
    18. Procesversies in Camera Raw
    19. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  14. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  15. Afbeeldingen transformeren
    1. Objecten transformeren
    2. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    3. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    4. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    5. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    6. Perspectiefpunt
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
    10. Verdraaien
    11. Transformeren
    12. Panorama
  16. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Interpolatie met verloop
    14. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    15. Tekenen met de pentools
    16. Patronen maken
    17. Een patroon maken met de Patroonmaker
    18. Paden beheren
    19. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    20. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    21. Structuurpenselen maken
    22. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    23. Verloop
    24. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    25. Tekenen met een patroon
    26. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
  17. Tekst
    1. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    2. Tekens opmaken
    3. Alinea's opmaken
    4. Teksteffecten maken
    5. Tekst bewerken
    6. Regelafstand en tekenspatiëring
    7. Arabische en Hebreeuwse tekst
    8. Lettertypen
    9. Problemen met lettertypen oplossen
    10. Aziatische tekst
    11. Tekst maken
    12. Tekstenginefout met Typegereedschap in Photoshop | Windows 8
    13. World-Ready composer voor Aziatische scripts
    14. Tekst toevoegen en bewerken in Photoshop
  18. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  19. Filters en effecten
    1. Het filter Uitvloeien gebruiken
    2. De galerie Vervagen gebruiken
    3. Basisbeginselen van filters
    4. Overzicht van de filtereffecten
    5. Belichtingseffecten toevoegen
    6. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    7. Het filter Olieverf gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  20. Opslaan en exporteren
    1. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    2. Bestanden exporteren in Photoshop
    3. Ondersteunde bestandsindelingen
    4. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    5. Ontwerpen verplaatsen tussen Photoshop en Illustrator
    6. Video en animaties opslaan en exporteren
    7. PDF-bestanden opslaan
    8. Digimarc-copyrightbescherming
  21. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Duotonen
    8. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    9. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    10. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  22. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  23. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    7. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    8. Kleuren controleren
  24. Content Authenticity
    1. Meer informatie over inhoudreferenties
    2. Identiteit en herkomst voor NFT's
    3. Accounts verbinden voor creatieve toewijzing
  25. 3D-beelden en technische beeldverwerking
    1. Photoshop 3D | Veelgestelde vragen over 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn
    2. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    3. 3D-objecten afdrukken
    4. Tekenen in 3D
    5. Verbeteringen in het 3D-deelvenster | Photoshop
    6. De belangrijkste 3D-concepten en -tools
    7. 3D renderen en opslaan
    8. 3D-objecten en -animaties maken
    9. Afbeeldingsstapels
    10. 3D-workflow
    11. Metingen
    12. DICOM-bestanden
    13. Photoshop en MATLAB
    14. Objecten in een afbeelding tellen
    15. 3D-objecten combineren en omzetten
    16. Structuren bewerken in 3D
    17. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    18. Instellingen van het 3D-deelvenster
Belangrijk

Belangrijk:

De 3D-functies van Photoshop worden in toekomstige updates verwijderd. Gebruikers die met 3D werken wordt aangeraden om de nieuwe Substance 3D-collectie van Adobe te verkennen, de volgende generatie 3D-tools van Adobe.

Hier vindt u meer informatie over het beëindigen van de 3D-functies van Photoshop: Photoshop 3D | Algemene vragen over de 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn.

 
Opmerking:

Voor eerdere Photoshop-versies dan Photoshop CC is bepaalde functionaliteit die in dit artikel wordt beschreven wellicht alleen beschikbaar als u Photoshop Extended hebt. Photoshop kent geen afzonderlijke Extended-versie. Alle functies van Photoshop Extended maken deel uit van Photoshop.  

Nadat u video- of animatie-inhoud hebt gemaakt in Photoshop, kunt u deze eenvoudig optimaliseren, renderen en exporteren.

Indelingen voor het exporteren van video en animaties

U kunt animaties opslaan als GIF-bestanden om deze via het web te kunnen bekijken. U kunt video's en animaties opslaan als QuickTime-films of PSD-bestanden. Als u uw werk niet op video wilt weergeven, kunt u het bestand het beste opslaan als een PSD-bestand, omdat hierbij de bewerkingen behouden blijven en het bestand wordt opgeslagen in een indeling die wordt ondersteund door Adobe-toepassingen voor digitale video en een groot aantal toepassingen voor het bewerken van bewegende beelden.

Animatieframes optimaliseren

Als u klaar bent met uw animatie, dient u de animatie te optimaliseren om deze goed in een webbrowser te kunnen downloaden. U kunt een animatie op twee manieren optimaliseren:

  • U kunt de frames zo optimaliseren dat deze alleen gebieden bevatten die van frame tot frame anders zijn. Hierdoor wordt de grootte van het geanimeerde GIF-bestand aanzienlijk verminderd.

  • Als u de animatie als GIF-afbeelding opslaat, moet u deze optimaliseren als iedere andere GIF-afbeelding. Er wordt een speciale ditheringtechniek toegepast op animaties, om ervoor te zorgen dat de ditheringpatronen hetzelfde blijven in alle frames en dat de animatie niet schokkerig wordt afgespeeld. Door deze extra optimalisatiefuncties doet u er wellicht langer over om een bewegend GIF-bestand te optimaliseren dan een gewoon GIF-bestand.

Opmerking:

Gebruik voor optimalisatie van kleuren in een animatie het palet Aangepast, Perceptueel of Selectief. Hiermee zorgt u dat de kleuren in alle frames consistent blijven.

  1. Zorg ervoor dat het deelvenster Tijdlijn is geopend in de frameanimatiemodus.

  2. Kies Animatie optimaliseren in het menu van het deelvenster.

  3. Stel de volgende opties in:

    Selectiekader

    Hiermee snijdt u ieder frame bij zodat dit past in het gebied dat sinds het vorige frame is gewijzigd. Animatiebestanden die u met deze optie hebt gemaakt, zijn kleiner, maar niet compatibel met GIF-bewerkingsprogramma’s die deze optie niet ondersteunen. Deze optie is standaard geselecteerd en wordt aanbevolen.

    Overbodige pixels verwijderen

    Hiermee worden alle pixels van een frame die niet zijn gewijzigd ten opzichte van het vorige frame transparant gemaakt. Als de optie Transparantie niet is geselecteerd in het deelvenster Optimaliseren, is deze functie niet beschikbaar. Deze optie is standaard geselecteerd en wordt aanbevolen.

    Opmerking:

    Stel de verwijderingsmethode voor frames in op Automatisch wanneer u de optie Overbodige pixels verwijderen gebruikt. (Zie Een frameverwijderingsmethode kiezen.)

  4. Klik op OK.

Frames samenvoegen tot één laag

Wanneer u frames samenvoegt in lagen, wordt één laag gemaakt voor elk frame in een videolaag. Dit is bijvoorbeeld handig als u de afzonderlijke videoframes als aparte afbeeldingsbestanden exporteert of als u de video van een statisch object in een afbeeldingsstapel wilt gebruiken.

  1. Selecteer de videolaag in het deelvenster Tijdlijn of Lagen.

  2. Kies Frames samenvoegen tot lagen in het menu van het deelvenster Tijdlijn.

Videobestanden of afbeeldingsreeksen exporteren

  1. Kies Bestand > Exporteren > Video renderen.
  2. Geef in het dialoogvenster Video renderen een naam op voor de video of de reeks afbeeldingen.
  3. Klik op de knop Map selecteren en navigeer naar de locatie voor de geëxporteerde bestanden.

    Selecteer de optie Nieuwe submap maken om een map te maken voor het geëxporteerde bestand en geef de submap een naam.

  4. Kies Adobe Media Encoder of Photoshop-afbeeldingsvolgorde in het menu onder het gedeelte Locatie van het dialoogvenster Video renderen. Kies vervolgens een bestandsindeling in het pop-upmenu. Als u Adobe Media Encoder kiest, hebt u de keuze uit de indelingen CPS, H.264 en QuickTime.

  5. (Optioneel) Geef indelingsspecifieke opties op in de menu’s onder het menu Bestandsindeling.

  6. (Optioneel). Als u Beeldvolgorde hebt gekozen in stap 4, geeft u Startnummer en Cijfers op. (Met deze opties bepaalt u het nummeringssysteem voor de geëxporteerde bestanden.) Voer vervolgens zo nodig een of meerdere van de volgende handelingen uit:

    • Geef in het pop-upmenu Grootte de pixelafmetingen op voor de geëxporteerde bestanden.
    • Klik op de knop Instellingen en geef de indelingsspecifieke opties op.
    • Kies een framesnelheid in het menu Framesnelheid.
  7. Selecteer onder Bereik een van de volgende opties:

    Alle frames

    Hiermee worden alle frames in het Photoshop-document gerenderd.

    Beginframe en Eindframe

    Hiermee bepaalt u de volgorde van de frames die worden gerenderd.

    Werkgebied

    Hiermee worden de frames gerenderd die zijn geselecteerd op de werkgebiedbalk in het deelvenster Tijdlijn.

    Beginframe en Eindframe (Photoshop Extended)

    Hiermee bepaalt u de volgorde van de frames die worden gerenderd.

    Momenteel geselecteerde frames (Photoshop Extended)

    Hiermee worden de frames gerenderd die zijn geselecteerd op de werkgebiedbalk in het deelvenster Animatie.

    Opmerking:

    De beschikbare bereikopties zijn afhankelijk van de bestandsindeling die u hebt gekozen.

  8. (Optioneel) Stel renderopties in:

    Alfakanaal

    Hiermee bepaalt u hoe alfakanalen worden gerenderd. (Deze optie is alleen beschikbaar bij indelingen die ondersteuning bieden voor alfakanalen, zoals PSD of TIFF). Selecteer Geen om het alfakanaal te negeren, Direct, zonder basiskleur om het kanaal op te nemen, of een van de opties bij Geïntegreerd om een randkleur te mengen met de kleurkanalen.

    3D-kwaliteit

    Hiermee bepaalt u hoe de oppervlakken worden gerenderd als uw project 3D-objecten bevat. Interactief is geschikt voor videogames en vergelijkbaar gebruik. Concept met raytracering betekent dat snel een video van lage kwaliteit wordt gerenderd. Eindresultaat raytracering betekent dat er een video van hoge kwaliteit wordt gerenderd, maar dat dit enige tijd duurt.

    Framesnelheid

    Hiermee bepaalt u hoeveel frames worden gemaakt voor elke seconde in de video of animatie. De optie Framesnelheid document verwijst naar de framesnelheid in Photoshop. Als u exporteert naar een andere videostandaard (bijvoorbeeld van NTSC naar PAL), kiest u de gewenste framesnelheid in het pop-upmenu.

  9. Klik op Rendering.

Bestandsindelingen voor QuickTime-export (Photoshop Extended)

3G

Een bestandsindeling die is ontwikkeld voor mobiele apparaten van de derde generatie.

FLC

Dit is een animatie-indeling voor het afspelen van op gegenereerde animaties op werkstations, Windows- en Mac OS-computers. Deze indeling wordt ook wel FLI genoemd.

QuickTime-film

Dit is de multimedia-architectuur van Apple Computer, die een aantal codecs bevat. (U dient deze indeling te gebruiken om audio te kunnen exporteren.)

AVI

Audio Video Interleave (AVI) is een standaardindeling voor audio- en videogegevens op Windows-computers.

DV-stream

Dit is een video-indeling met compressie van de intraframes waarbij gebruik wordt gemaakt van FireWire-interface (IEEE 1394) voor de overdracht van video naar niet-lineaire bewerkingssystemen.

Beeldenreeks

Dit is een reeks stilstaande beelden die zich in één map kan bevinden en waarvoor hetzelfde numerieke of alfabetische bestandsnaampatroon wordt gebruikt (bijvoorbeeld Reeks1, Reeks2, Reeks3, enz.).

MPEG-4

Een multimediastandaard voor het leveren van audio- en videostreams via een reeks bandbreedtes.

Opmerking:

Photoshop biedt ook ondersteuning voor andere indelingen van derden, zoals Avid AVR-codecs; hiervoor moeten echter wel de vereiste QuickTime-codecs zijn geïnstalleerd.

Quicktime-keyframes

In QuickTime-terminologie betekent de term keyframes iets anders dan de animatiekeyframes in Photoshop. In QuickTime komen keyframes met regelmatige intervallen voor in een film en worden ze opgeslagen als volledige frames. Elk tussenliggend frame wordt vergeleken met het vorige frame en alleen de gewijzigde gegevens worden opgeslagen. Het gebruik van keyframes verlaagt de omvang van de film aanzienlijk en verhoogt tegelijkertijd enorm het geheugen dat nodig is om een film te bewerken en te renderen. Kortere intervallen tussen keyframes betekenen dat u sneller kunt zoeken en in omgekeerde volgorde kunt afspelen, maar verhogen ook de bestandsgrootte aanzienlijk.

3G-exportinstellingen (Photoshop Extended)

Voor meer informatie over 3G-instellingen zoekt u naar 3G op de website van Apple.

Bestandsindeling

3GPP en 3GPP2 zijn standaarden voor het maken, leveren en afspelen van multimedia via snelle draadloze netwerken van de derde generatie. 3GPP is geschikt voor GSM-netwerken en 3GPP2 is geschikt voor CDMA 2000-netwerken. 3GPP (Mobile MP4), 3GPP2 (EZmovie) en AMC (EZmovie) zijn bestemd voor specifieke netwerken. 3GPP (Mobile MP4) is geschikt voor de i-motion 3G-service van NTT DoCoMo. 3GPP2 (EZmovie) is geschikt voor de 3G-netwerkservice van KDDI. AMC (EZmovie) is geschikt voor KDDI-abonnees met AMC-telefoons.

Video

Kies Video in het pop-upmenu onder het menu Bestandsindeling en geef de volgende instellingen op:

Videoindeling

Hiermee selecteert u de codec die bij het exporteren van de video wordt gebruikt. Als uw bronfilm slechts één videotrack bevat en de film is al gecomprimeerd, kunt u de optie Doorgifte kiezen, zodat de video niet nogmaals wordt gecomprimeerd.

Gegevenssnelheid

Hiermee bepaalt u het aantal kilobits per seconde (kbps) waarmee het bestand wordt afgespeeld. Bij een hoger aantal kbps neemt de afspeelkwaliteit van de film meestal toe; kies echter geen gegevenssnelheid die hoger is dan de beschikbare bandbreedte.

Geoptimaliseerd voor

Hiermee bepaalt u de bedoelde leveringsmethode als u H.264 kiest in het menu Videoindeling, klikt op Video-opties en Hoogste kwaliteit selecteert. Met deze instelling wordt aan de codec doorgegeven in welke mate de gegevenssnelheid boven en onder de geselecteerde gegevenssnelheid kan liggen.

Formaat afbeelding

Hiermee geeft u een standaard op voor het verzenden van het bestand naar een mobiele telefoon. Met de optie Huidig wordt de grootte van het bronmateriaal gehandhaafd en kan het resulterende bestand wellicht niet op een mobiele telefoon worden afgespeeld. Kies Aangepast als u een grootte wilt opgeven die niet in het menu staat.

Verhoudingen handhaven

Hiermee kunt u een optie instellen als u de afbeeldingsgrootte wijzigt en de film moet worden geschaald op basis van de nieuwe afmetingen. Met Letterbox wordt de bron proportioneel geschaald zodat deze past in de lege ruimte. Indien nodig worden zwarte balken boven- en onderaan of links en rechts van de afbeelding toegevoegd. Het midden wordt bijgesneden, de bron wordt geschaald en bijgesneden zodat deze past in de lege ruimte.

Framesnelheid

Hiermee stelt u in met hoeveel frames per seconde (fps) de video wordt afgespeeld. In de meeste gevallen ziet uw video er het mooist uit als u een getal kiest waardoor u uw bron-fps precies kunt delen. Als de bron bijvoorbeeld is vastgelegd met 30 fps, kiest u een framesnelheid van 10 of 15. Kies geen snelheid die hoger is dan die van uw bronmateriaal.

Compleet beeld

Hiermee bepaalt u hoe vaak keyframes worden gemaakt in de geëxporteerde video. Bij een hogere keyframesnelheid (kleiner getal) neemt de kwaliteit van de video toe, maar wordt het bestand groter.

Video-opties

Klik op de knop Video-opties (indien beschikbaar) om het dialoogvenster Geavanceerde 3G-video-instellingen te openen. Afhankelijk van de video kunt u opgeven of u markeringen voor hersynchronisatie wilt toevoegen in de videoframes om bij het streamen verloren pakketten te herstellen. Bij H.264-video kunt u eveneens de compressie versnellen (bijvoorbeeld voor weergavedoeleinden) door Snelle codering (enkele cyclus) te kiezen. Met de standaardoptie Hoogste kwaliteit (meerdere cycli) kan de codec bepalen hoeveel cycli nodig zijn om de gegevens te comprimeren voor de hoogste kwaliteit.

Audio

Alle audio-opties zijn uitgeschakeld, omdat Photoshop Extended geen audio opneemt in geëxporteerde 3G-bestanden.

Tekst

Alle tekstopties zijn uitgeschakeld, omdat Photoshop Extended geen teksttracks opneemt in geëxporteerde 3G-bestanden.

Streaming

Kies Streaming in het pop-upmenu onder het menu Bestandsindeling en geef de volgende instellingen op:

Streaming activeren

Hiermee maakt u een bestand voor RTSP-streaming naar QuickTime Player. Met deze optie wordt een track met hints gemaakt (instructies voor het streamen van een bestand).

Voor server optimaliseren

Hiermee kan de server het bestand sneller verwerken. Het bestand wordt dan wel groter.

Geavanceerd

Kies Geavanceerd in het pop-upmenu onder het menu Bestandsindeling en geef de volgende instellingen op:

Distributie beperken

Hiermee geeft u op hoe vaak het bestand op de telefoon kan worden afgespeeld nadat het is gedownload. U geeft hiermee eveneens opties voor het verlopen van het bestand op: stel het aantal dagen in waarna het bestand verlopen is of voer een datum waarop het bestand verlopen is. Als u een bestand in de indeling Mobile MP4 of EZmovie gebruikt, kunt u de distributie ervan zodanig beperken dat het niet kan worden doorgestuurd of gekopieerd nadat het op de telefoon is ontvangen.

Film in fragmenten verdelen

Hiermee kan het bestand in kleine delen worden gedownload via HTTP, zodat het eerder kan worden afgespeeld en grotere bestanden op de telefoon kunnen worden afgespeeld (alleen het fragment, niet de volledige film, moet per keer op de telefoon passen).

FLC-exportinstellingen (Photoshop Extended)

In het dialoogvenster FLC-exportinstellingen zijn de volgende opties beschikbaar:

Kleurtabel

Hiermee bepaalt u of in de geëxporteerde film gebruik wordt gemaakt van Kleurtabel Windows-systeem of Kleurtabel Mac OS-systeem.

Weergave

Hiermee stelt u de framesnelheid voor het afspelen in.

AVI-exportinstellingen opgeven (Photoshop Extended)

  1. Selecteer Export QuickTime in het dialoogvenster Video renderen en kies AVI in het pop-upmenu.
  2. Klik op de knop Instellingen.
  3. Zorg ervoor dat Video is geselecteerd in het dialoogvenster AVI-instellingen.
    Opmerking:

    Geluidsopties zijn uitgeschakeld, omdat Photoshop Extended geen audio opneemt in geëxporteerde AVI-bestanden.

  4. Klik op de knop Instellingen onder Video en geeft de volgende instellingen op:

    Compressietype

    Hiermee kiest u de videocompressor (codec) voor het comprimeren van uw video.

    Beelden per seconde

    Hiermee geeft u het aantal afzonderlijke beelden op dat per seconde wordt weergegeven. NTSC is de standaardvideo-indeling in de VS., met een framesnelheid van 29,97 fps. De video-indeling PAL wordt gebruikt in Europa en heeft een framesnelheid van 25 fps. De standaardinstelling voor film is 24 fps. QuickTime-films worden soms gemaakt met een lagere framesnelheid om de benodigde hoeveelheid bandbreedte en CPU-vereisten te beperken.

    Bij films met hogere framesnelheden is de weergave beter, maar zijn de bestanden groter. Als u een framesnelheid kiest die lager is dan de framesnelheid die voor de film is ingesteld, worden frames verwijderd. Als u een framesnelheid instelt die hoger is dan de framesnelheid van de film, worden bestaande frames gedupliceerd (dit wordt niet aangeraden omdat hierbij de bestanden groter worden zonder dat de kwaliteit toeneemt). In de meeste gevallen ziet uw video er het mooist uit als u een getal kiest waardoor u uw bron-fps precies kunt delen. Als de bron bijvoorbeeld is vastgelegd met 30 fps, kiest u een framesnelheid van 10 of 15. Kies geen snelheid die hoger is dan die van uw bronmateriaal.

    Compleet beeld na elke

    Hiermee bepaalt u de keyframefrequentie. Bij een hogere keyframesnelheid (kleiner getal) neemt de kwaliteit van de video toe, maar wordt het bestand groter. Bij sommige compressiemethoden wordt automatisch een extra keyframe ingevoegd wanneer een afbeelding bij de overgang van het ene frame naar het volgende te veel is gewijzigd. Meestal is één keyframe na elke 5 seconden (vermenigvuldig het aantal frames per seconde met vijf) voldoende. Als u een bestand voor RTSP-streaming maakt en u weet niet zeker hoe betrouwbaar het netwerk is waarmee het bestand wordt geleverd, kunt u wellicht de keyframefrequentie verhogen tot één keyframe na elke seconde of na elke 2 seconden.

    Max. gegevenssnelheid

    Hiermee bepaalt u het aantal kilobits per seconde (kbps) waarmee het bestand wordt afgespeeld. Bij een hoger aantal kbps neemt de afspeelkwaliteit van de film meestal toe; kies echter geen gegevenssnelheid die hoger is dan de beschikbare bandbreedte.

    Diepte

    Hiermee stelt u het aantal kleuren in dat u wilt opnemen in de video die u exporteert. Dit menu is niet beschikbaar wanneer de geselecteerde codec alleen ondersteuning biedt voor één kleurdiepte.

    Kwaliteit

    Sleep de schuifregelaar (indien aanwezig) of voer een waarde in om de beeldkwaliteit van de video die u wilt exporteren, aan te passen. Het formaat van het videobestand wordt daardoor ook gewijzigd. Als u bij het exporteren de codec gebruikt die ook bij het vastleggen van de bron is gebruikt, en u hebt voorvertoningen gerenderd van een beeldreeks, kunt u tijd bij het renderen besparen door de instelling voor de exportkwaliteit overeen te laten komen met de kwaliteitsinstelling voor de bron. Bij een kwaliteitsinstelling die hoger is dan de kwaliteit van het origineel, wordt de kwaliteit niet hoger, maar kan het renderen meer tijd in beslag nemen.

    Scanmodus

    Hiermee geeft u op of de geëxporteerde film velden (Interlaced) of geen velden (Progressief) heeft.

    Verhouding

    Hiermee stelt u de verhouding 4:3 of 16:9 in voor de geëxporteerde film.

    Opties

    (Alleen beschikbaar bij Intel Indeo® Video 4.4) Hiermee stelt u opties in voor compressie, transparantie en toegang voor de codec Intel Indeo® Video 4.4.

DV-stream-exportinstellingen (Photoshop Extended)

In het dialoogvenster DV-exportinstellingen zijn de volgende opties beschikbaar:

DV-indeling

Hiermee stelt u de indeling DV- of DVCPRO in voor uw geëxporteerde video.

Videoindeling

Kies NTSC of PAL als de standaard voor videouitzending.

Scanmodus

Hiermee stelt u in of de geëxporteerde film velden (Interlaced) of geen velden (Progressief) heeft.

Verhouding

Hiermee stelt u de verhouding 4:3 of 16:9 in.

Verhoudingen handhaven

Hiermee kunt u een optie instellen als de film moet worden geschaald naar nieuwe pixelafmetingen. Met Balken boven en onder wordt de bron proportioneel geschaald zodat deze past in de lege ruimte. Indien nodig worden zwarte balken boven- en onderaan of links en rechts van de afbeelding toegevoegd. Het midden wordt bijgesneden, de bron wordt geschaald en bijgesneden zodat deze past in de lege ruimte.

Opmerking:

Hoewel het dialoogvenster DV-exportinstellingen opties bevat voor audio-indeling, exporteert Photoshop Extended geen audio in DV-bestanden.

Afbeeldingsvolgorde-instellingen voor QuickTime-export (Photoshop Extended)

QuickTime wordt meestal gebruikt voor het exporteren van videobestanden. U kunt echter ook Afbeeldingsvolgorde selecteren in het pop-upmenu Export QuickTime. Klik op Instellingen voor toegang tot de volgende opties:

Indeling

Hiermee kiest u een bestandsindeling voor de geëxporteerde afbeeldingen.

Beelden per seconde

Hiermee stelt u de framesnelheid in voor de reeks beelden.

Spatie invoegen voor nummer

Hiermee voegt u een spatie in tussen de naam en het gegenereerde nummer in de naam van het afbeeldingsbestand.

Opties

Klik, indien beschikbaar, op de knop Opties en stel indelingsspecifieke opties in.

Zie ook Afbeeldingen opslaan en exporteren en Bestandsindelingen voor meer informatie over de specifieke bestandsindelingen en de daarbij behorende opties.

MPEG4-exportinstellingen opgeven (Photoshop Extended)

  1. Selecteer Export QuickTime in het dialoogvenster Video renderen en kies MPEG-4 in het pop-upmenu. Klik vervolgens op Instellingen.
  2. Kies in het dialoogvenster MPEG-4-exportinstellingen de optie MP4 of MP4 (ISMA) in het menu Bestandsindeling. Met de indeling MP4 (ISMA) bent u ervan verzekerd dat uw video compatibel is met apparaten die door ISMA-leden zijn gemaakt.
  3. Geef onder Video de volgende instellingen op:

    Videoindeling

    Kies de codec voor het comprimeren van uw video. Voor de hoogste kwaliteit met de laagste gegevenssnelheid (of het kleinste bestand), kunt u het beste het compressietype H.264 gebruiken. Als het bestand moet worden afgespeeld op een apparaat dat ondersteuning biedt voor MPEG-4-video, kiest u MPEG-4 (basis) of MPEG-4 (verbeterd), afhankelijk van het doelapparaat. Als de videotrack van uw bronfilm al gecomprimeerd is, kunt u Doorgifte kiezen, zodat de video niet nogmaals wordt gecomprimeerd.

    Gegevenssnelheid

    Hiermee bepaalt u het aantal kilobits per seconde (kbps) waarmee het bestand wordt afgespeeld. Bij een hoger aantal kbps neemt de afspeelkwaliteit van de film meestal toe; kies echter geen gegevenssnelheid die hoger is dan de beschikbare bandbreedte.

    Geoptimaliseerd voor

    Hiermee geeft u op in welke mate de gegevenssnelheid boven en onder de geselecteerde gegevenssnelheid kan liggen. Deze optie wordt beschikbaar gesteld als u MP4 kiest in het menu Bestandsindeling, H.264 kiest in het menu Video-indeling, op Video-opties klikt en Hoogste kwaliteit selecteert.

    Afbeeldingsgrootte

    Hiermee geeft u de pixelafmetingen voor uw geëxporteerde video op. Met Huidig wordt het formaat van het bronmateriaal behouden. Kies Aangepast als u een formaat wilt opgeven dat niet in het menu Formaat afbeelding staat.

    Verhoudingen handhaven

    Hiermee kunt u een optie instellen als de film moet worden geschaald naar de nieuwe pixelafmetingen. Met Balken boven en onder wordt de bron proportioneel geschaald zodat deze past in de lege ruimte. Indien nodig worden zwarte balken boven- en onderaan of links en rechts van de afbeelding toegevoegd. Met Uitsnijden wordt de bron geschaald en bijgesneden zodat deze past in de lege ruimte. Met Passend maken in formaat wordt de bron aangepast aan het formaat van het doelbestand door de langste zijde passend te maken en de bron, indien nodig, te schalen.

    Framesnelheid

    Hiermee geeft u de framesnelheid op waarmee uw geëxporteerde video wordt afgespeeld. In de meeste gevallen wordt uw video beter weergegeven als u een waarde kiest die precies kan worden gedeeld door het aantal frames per seconde (fps) dat is ingesteld voor de bron. Als de bron bijvoorbeeld is vastgelegd met 30 fps, kiest u een framesnelheid van 10 of 15. Kies geen frequentie die hoger is dan die van uw bronmateriaal.

    Compleet beeld

    Hiermee stelt u in dat keyframes automatisch worden gegenereerd, of hoe vaak keyframes worden gemaakt in de geëxporteerde video. Bij een hogere keyframesnelheid (kleiner getal) neemt de kwaliteit van de video toe, maar wordt het bestand groter.

  4. (Alleen bij de bestandsindeling MP4) Klik op de knop Video-opties en geef de volgende instellingen op:

    Markeringen opnieuw synchroniseren

    (Alleen bij MPEG-4 [basis] en MPEG-4 [verbeterd]) Schakel deze optie in als u markeringen voor hersynchronisatie wilt gebruiken in de videobitstream. Hiermee kan synchronisatie worden hersteld bij verzendfouten.

    Profiel(en) beperken tot

    (Alleen bij H.264) Hiermee selecteert u profielen voor het afspelen van videobestanden op een apparaat dat voldoet aan een of meerdere profielen van de standaard.

    Coderingsmodus

    (Alleen bij H.264) Hiermee kunt u kiezen tussen hoogste kwaliteit of snellere codering.

QuickTime-filminstellingen opgeven (Photoshop Extended)

  1. Selecteer Export QuickTime in het dialoogvenster Video renderen en kies QuickTime-film in het pop-upmenu.
  2. Klik op de knop Instellingen.
  3. Zorg ervoor dat Video is geselecteerd in het dialoogvenster Filminstellingen.
    Opmerking:

    Hoewel het dialoogvenster Filminstellingen geluidsopties bevat, kunt u de huidige geluidsinstellingen niet aanpassen. Zie Voorbeeld van audio voor videolagen voor het opnemen van audio in geëxporteerde bestanden.

  4. Klik onder Video op de betreffende knop om het volgende in te stellen:

    Instellingen

    Hiermee opent u het dialoogvenster Standaardinstellingen voor videocompressie, waarin u de videocompressie en de daarbij behorende opties kunt instellen.

    Filter

    Hiermee opent u het dialoogvenster Videofilter kiezen, waarin u geïntegreerde QuickTime-video-effecten kunt toepassen.

    Grootte

    Hiermee opent u het dialoogvenster Exportgrootte, waarin u pixelafmetingen voor uw geëxporteerde video kunt instellen.

  5. (Optioneel) Als uw film via internet wordt verstuurd, selecteert u Gereedmaken voor internetstreaming en stelt u een of meer van de volgende opties in:

    Snelstarten

    Met deze optie wordt het afspelen van de film gestart vanaf een webserver voordat de film volledig is gedownload naar de vaste schijf van de computer van de gebruiker.

    Snelstarten - Gecomprimeerde header

    Met deze optie wordt de header van de film zonder gegevensverlies gecomprimeerd en wordt het afspelen van de film gestart vanaf een webserver voordat de film volledig is gedownload naar de vaste schijf van de computer van de gebruiker.

    Streaming met hints

    Met deze optie wordt de film stroomsgewijs verzonden door een QuickTime-streamingserver.

QuickTime-standaardinstellingen voor videocompressie (Photoshop Extended)

In het dialoogvenster Standaardinstellingen voor videocompressie zijn de volgende opties beschikbaar:

Compressietype

Kies de codec die moet worden toegepast bij het exporteren van een bestand.

Weergave

Geef de framesnelheid op voor uw video door het aantal frames per seconde (fps) te kiezen. Sommige codecs bieden ondersteuning voor een specifieke set framesnelheden. Bij een hogere framesnelheid is de weergave mogelijk vloeiender (afhankelijk van de oorspronkelijke framesnelheden van de bronclips), maar de video neemt dan wel meer schijfruimte in beslag. Geef indien mogelijk op hoe vaak de keyframes moeten worden gegenereerd. (Zie QuickTime-keyframes.)

Gegevenssnelheid

Selecteer Beperken tot (indien beschikbaar voor het geselecteerde compressietype) en geef een gegevenssnelheid op om een bovengrens in te stellen voor de hoeveelheid videogegevens die tijdens het afspelen door de geëxporteerde video wordt geproduceerd.

Compressiemethode

Stel de compressieopties in voor de geselecteerde codec. Klik op de knop Optie (indien beschikbaar) om verdere compressieopties in te stellen. Als het menu Diepte beschikbaar is, kiest u het aantal kleuren dat u in de geëxporteerde video wilt opnemen. (Dit menu is niet beschikbaar wanneer de geselecteerde codec alleen ondersteuning biedt voor één kleurdiepte.)

Sleep de schuifregelaar voor de kwaliteit (indien beschikbaar) onder Compressiemethode of voer een waarde in om de beeldkwaliteit van de geëxporteerde video aan te passen. Het formaat van het videobestand wordt daardoor ook gewijzigd. Als u bij het exporteren de codec gebruikt die ook bij het vastleggen van de bron is gebruikt, en u hebt voorvertoningen gerenderd van een beeldreeks, kunt u tijd bij het renderen besparen door de instelling voor de exportkwaliteit overeen te laten komen met de kwaliteitsinstelling voor de bron. Bij een kwaliteitsinstelling die hoger is dan de kwaliteit van het origineel, wordt de kwaliteit niet hoger, maar kan het renderen meer tijd in beslag nemen.

Opmerking:

de opties voor de compressiemethode zijn niet beschikbaar voor de codec Component Video.

QuickTime-instellingen voor filmgrootte (Photoshop Extended)

In het dialoogvenster Exportgrootte zijn de volgende opties beschikbaar:

Afmetingen

Hiermee stelt u de framegrootte in voor uw geëxporteerde film. Als u een framegrootte wilt opgeven die niet in het menu Dimensies is opgenomen, kiest u Aangepast en voert u een waarde in voor de breedte en de hoogte.

Verhoudingen handhaven

Hiermee kunt u een optie opgeven als de film wordt geschaald naar een nieuwe framegrootte. Met Balken boven en onder wordt de bron proportioneel geschaald zodat deze past in de lege ruimte. Indien nodig worden zwarte balken boven- en onderaan of links en rechts van de afbeelding toegevoegd. Met Uitsnijden wordt de bron geschaald en bijgesneden zodat deze past in de lege ruimte. Met de optie Passend maken in formaat wordt de bron aangepast aan het formaat van het doelbestand door de langste zijde passend te maken en de bron, indien nodig, te schalen.

Interlacing van bronvideo opheffen

Met deze optie wordt de interliniëring van twee velden in elk geïnterlinieerd videoframe opgeheven.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account