Klik op Uitvoer in de standaardwerkruimte.
Leer hoe je PDF-contactvellen maakt in Adobe Bridge.
In de nieuwe werkruimte Uitvoer in Adobe Bridge kunt u PDF-contactbladen van één of meerdere afbeeldingen maken. In de werkruimte Uitvoer kunt u beginnen met het kiezen van een sjabloon voor uw PDF-contactblad in het deelvenster Uitvoerinstellingen aan de rechterzijde. Vervolgens sleept u afbeeldingen uit het deelvenster Inhoud (onderaan) naar Canvas in het deelvenster Voorvertoning uitvoer (midden). U kunt verschillende uitvoerinstellingen aanpassen: document, raster en marges, kop- en voettekst, watermerk en PDF-eigenschappen. Bovendien kunt u uw aangepaste sjablonen later opnieuw gebruiken. De instellingen die u in het deelvenster Uitvoerinstellingen toepast zijn onmiddellijk te zien in het deelvenster Voorvertoning uitvoer. U kun nu eindelijk een PDF-bestand gaan exporteren.
Werkruimte Uitvoer
Deelvenster Uitvoervoorbeeld
Het deelvenster Voorvertoning uitvoer toont een voorvertoning van het PDF-contactblad waarin uw foto's in rijen en kolommen zijn uitgelijnd. Elke wijziging in het deelvenster Uitvoerinstellingen is onmiddellijk zichtbaar in het deelvenster Voorvertoning uitvoer. U kunt foto's van het deelvenster Inhoud naar de onderkant van het scherm op het canvas in het deelvenster Voorvertoning uitvoer slepen .
Deelvenster Uitvoerinstellingen
U kunt het deelvenster Uitvoerinstellingen gebruiken om een vooraf gedefinieerd sjabloon te kiezen of het sjabloon voor het PDF-contactblad aan te passen. U kunt instellingen aanpassen zoals Document, Raster en marge, Koptekst en voettekst, Watermerk en PDF-eigenschappen. De wijzigingen die u in dit deelvenster maakt, zijn onmiddellijk zichtbaar in het deelvenster Voorvertoning uitvoer.
Een PDF-contactblad maken
Voer in het deelvenster Uitvoerinstellingen een van de volgende handelingen uit:
- Selecteer een vooraf gedefinieerd sjabloon in het vervolgkeuzemenu Sjabloon. Het standaardsjabloon is 2 x 2 cellen.
- Selecteer Aangepast in het vervolgkeuzemenu Sjabloon en geef de instellingen op in de accordeons Document, Raster en marge, Koptekst en voettekst, Watermerk en PDF-eigenschappen.
Als u een vooraf gedefinieerd sjabloon gebruikt en wijzigingen in het deelvenster Uitvoerinstellingen aanbrengt, wordt het sjabloon in Aangepast gewijzigd. De wijzigingen in het deelvenster Uitvoerinstellingen zijn onmiddellijk zichtbaar in het deelvenster Voorvertoning uitvoer.
Sleep afbeeldingen van het Content deelvenster naar het canvas in het Output Preview deelvenster. In een voorvertoningsdocument (Output workspace) met meer dan één media assets kun je één asset of een selectie van assets (zowel aaneengesloten als niet-aaneengesloten) naar een nieuwe locatie binnen het voorvertoningsdocument slepen.Tijdens het slepen voor een nieuwe volgorde verschijnt er een kleurmarkering die de nieuwe locatie aangeeft. U kunt de selectie bovenaan of onderaan de pagina neerzetten of tussen andere mediamiddelen.
(Optioneel) In het canvas kunt u het volgende doen:
- Een afbeelding roteren: Om een afbeelding te roteren, klik je op een afbeelding en vervolgens op het pictogram of .
- Een afbeelding verwijderen: Als u een afbeelding wilt verwijderen uit het canvas, klikt u op een afbeelding en daarna op Verwijderen.
- Hulplijnen tonen: Als u hulplijnen wilt zien, markeert u het selectievakje Hulplijnen tonen in het deelvenster Voorvertoning.
- Inhoud herstellen: Als u de inhoud van het contactblad wilt herstellen, klikt u op de knop Herstellen in het deelvenster Voorvertoning uitvoer.
Klik op Exporteren naar PDF in het deelvenster Voorvertoning uitvoer.
Pas de uitvoerinstellingen toe
Sjabloon
U kunt kiezen uit vooraf gedefinieerde sjablonen of uw eigen sjabloon maken om een PDF-contactblad te maken. Je kunt ook een voorgedefinieerd sjabloon kiezen en dit vervolgens aanpassen aan je behoeften.
- Sjabloon: Toont de lijst met voorgedefinieerde en aangepaste sjablonen.
- Sjabloon opslaan : Slaat een aangepast sjabloon op.
- Geselecteerd sjabloon verwijderen: Verwijdert een aangepast sjabloon dat is geselecteerd in de vervolgkeuzelijst Sjabloon.
- Snelle toegang menu voor voorkeur : Toont de snelle toegang tot de output voorkeurenopties.
Document
U kunt de pagina-instellingen van een PDF-contactblad opgeven. De accordeon Document in het deelvenster Uitvoerinstellingen toont de volgende instellingen:
- Paginaformaat: Toont de opties voor het paginaformaat van het PDF-contactblad.
- Breedte/Hoogte: Specificeert de hoogte en breedte van de pagina in pixels, inch, centimeter en millimeter.
- Oriëntatie: Specificeert de pagina-oriëntatie als liggend of staand.
- Achtergrondkleur: Specificeert de achtergrondkleur voor het PDF-contactblad. Je kunt het standaardkleurvak of de Pipet gebruiken om de achtergrondkleur te kiezen.
- Resolutie: Toont de resolutie van het PDF-contactblad in Pixels per inch (PPI).
- Beeldkwaliteit: Specificeert de beeldkwaliteit in het PDF-contactblad.
- Plaatsing miniatuurvoorvertoning: Toont de opties voor het plaatsing van de afbeelding in het PDF-contactblad. U kunt de afbeeldingen over rijen (van links naar rechts) of kolommen (van boven naar beneden) plaatsen.
- Miniatuurvoorvertoning roteren voor beste pasvorm: Roteert de miniatuur van de afbeelding zodat ie in een cel past.
- Eén foto per pagina herhalen: Behoudt één afbeelding per pagina in het PDF-contactblad.
- Inclusief bestandsnaam: Neemt de bestandsnaam van de afbeelding mee in het PDF-contactblad.
- Inclusief bestandsextensie: Neemt de extensie van de afbeelding mee in het PDF-contactblad.
- Bestandsnaam tekenopmaak: Specificeert de tekenopmaak zoals lettertype, letterkleur, lettergrootte en letterstijl.
Raster en marges
U kunt de lay-out van uw contactblad opgeven door rijen en kolommen op te geven. De accordeon Raster en marges in het deelvenster Uitvoerinstellingen toont de volgende instellingen:
- Rasterlay-out: Hiermee kunt u de rasterlay-out voor het contactblad instellen. U kunt het aantal rijen en kolommen opgeven.
- Celtussenruimte: Hiermee kunt u de ruimte tussen twee cellen opgeven. U kunt de verticale en horizontale ruimte tussen twee cellen opgeven.
- Celgrootte: Hiermee specificeert u de grootte van de cellen in centimeter. U kunt met automatische tussenruimte Adobe Bridge de ruimte tussen twee cellen laten instellen.
- Marges: Hiermee specificeert u de linker-, rechter-, boven- en ondermarges voor de cellen in het contactblad. Je kunt op het pictogram klikken om de marge van rechts/links en boven/onder te koppelen.
Koptekst en voettekst
U kunt een koptekst, voettekst en paginanummer aan uw contactblad toevoegen. De accordeon Koptekst en voettekst in het deelvenster Uitvoerinstellingen toont de volgende instellingen:
- Koptekstinstellingen:
- Inclusief koptekst: Schakelt de instelling koptekst voor het contactblad in.
- Tekst: Voer de tekst in die u in de koptekst van de PDF wilt weergeven.
- Tekstuitlijning: Gebruik de pictogrammen links , midden en rechts om de tekstpositie in de koptekst aan te passen.
- Tekstopmaak: Selecteer het lettertype, de lettergrootte en letterstijl van de koptekst in de bijbehorende vervolgkeuzelijsten. Je kunt de lettertypekleur kiezen uit het standaardkleurvak of de Pipet gebruiken om een kleur te kiezen.
- Grootte koptekst: Sleep de schuifregelaar voor de koptekstgrootte om het gedeelte voor de koptekst aan te passen onder Voorvertoning document.
- Grootte scheiding: Sleep de schuifregelaar Scheidingsgrootte om de breedte van de scheiding aan te passen die in het koptekstgedeelte verschijnt. Je kunt elke Waarde van 0 pt tot 5 pt instellen.Scheidingskleur: Kies een kleur voor de scheiding uit het kleurvak of gebruik de Pipet om een kleur te kiezen.
- Voettekstinstellingen:
- Inclusief voettekst: Schakelt de instelling voettekst voor het contactblad in.
- Tekst: Voer de tekst in die u in de voettekst van de PDF wilt weergeven.
- Tekstuitlijning: Gebruik de pictogrammen links, midden en rechts om de tekstpositie in de voettekst aan te passen.
- Tekstopmaak: Selecteer het lettertype, de lettergrootte en letterdikte van de voettekst in de bijbehorende vervolgkeuzelijsten. Je kunt de letterkleur kiezen uit het standaard kleurvak of de Pipet gebruiken om een kleur te kiezen.
- Grootte voettekst: Sleep de schuifregelaar voor de voettekstgrootte om het gedeelte voor de voettekst aan te passen onder Voorvertoning document.
- Grootte scheiding: Sleep de schuifregelaar Scheidingsgrootte om de breedte van de scheiding aan te passen die in het voettekstgedeelte verschijnt. U kunt waarden van 0 pt tot 5 pt gebruiken.
- Scheidingskleur: Kies een kleur voor de scheidingslijn uit het kleurvak of gebruik de pipet om een kleur te kiezen.
- Paginanummer:
- Inclusief paginanummer: Schakelt de instelling paginanummering voor het contactblad in.
- Locatie: Selecteer een van de opties uit de vervolgkeuzelijst Locatie om het paginanummer weer te geven: koptekst links, koptekst midden, koptekst rechts, voettekst links, voettekst midden, voettekst rechts.
- Tekstopmaak: Selecteer het lettertype, de lettergrootte en letterdikte van de paginanummering in de bijbehorende vervolgkeuzelijsten. Je kunt de letterkleur kiezen uit het standaard kleurvak of de Pipet gebruiken om een kleur te kiezen.
Watermerk
U kunt tekst of een afbeeldingswatermerk aan uw contactblad toevoegen. De accordeon Watermerk in het deelvenster Uitvoerinstellingen toont de volgende instellingen:
- Geen watermerk: Standaard is het keuzerondje Geen watermerk geselecteerd.
- Tekstwatermerk: Selecteer het keuzerondje Tekstwatermerk om een tekstwatermerk aan het contactblad toe te voegen.
- Tekst: Voer de tekst in die u in het watermerk wilt weergeven.
- Tekstopmaak: Selecteer het lettertype, de lettergrootte en letterdikte van het watermerk in de bijbehorende vervolgkeuzelijsten.
- Afbeeldingswatermerk: Selecteer het keuzerondje Afbeeldingswatermerk om een afbeeldingswatermerk aan het contactblad toe te voegen. Klik op Bestand selecteren en upload een afbeelding.
- Plaatsing: Elke plaatsingsinstelling die u kiest, wordt in het tekstwatermerk of afbeeldingswatermerk toegepast, afhankelijk van het keuzerondje dat u hebt geselecteerd.
- Type: In de vervolgkeuzelijst Type selecteert u of u het tekst- of afbeeldingswatermerk op de mediamiddelen wilt plaatsen die op dat moment aan het voorvertoningsdocument zijn toegevoegd of op elke pagina van het voorvertoningsdocument.
- Rotatie: In het tekstveld Rotatie voert u een waarde tussen 0 en 359 in. Het tekst- of afbeeldingswatermerk roteert met de opgegeven graden in Voorvertoning document.
- Positie: In het veld Positie kiest u een optie in het ankerwidget om het tekst- of afbeeldingswatermerk op de mediamiddelen of in Voorvertoning document te plaatsen.
- Marges: gebruik de schuifregelaar Horizontale marge of Verticale marge om het tekst- of afbeeldingswatermerk horizontaal of verticaal te verschuiven.
- Schaal: Schaling kan alleen bij afbeeldingswatermerken gebruikt worden. Gebruik de schuifregelaar Schaal om de schaling van het afbeeldingswatermerk aan te passen.
- Dekking: Gebruik de Dekking schuifregelaar om de Dekking van het Watermerk aan te passen
PDF-eigenschappen
U kunt uw PDF-contactblad beveiligen en de weergave-instellingen specificeren. De accordeon PDF-eigenschappen in het deelvenster Uitvoerinstellingen toont de volgende instellingen voor beveiliging en weergave:
- Beveiliging:
- Wachtwoord voor Openen: Als deze optie is ingeschakeld, moet de ontvanger dit wachtwoord invoeren om het aangemaakte PDF-contactblad te kunnen openen.
- Wachtwoord voor machtigingen: Als deze optie is ingeschakeld, moet de ontvanger dit wachtwoord invoeren om de machtigingsinstellingen in de aangemaakte PDF aan te passen. Dit wachtwoord is niet vereist om het document in Reader of Acrobat te openen. Dit wachtwoord is alleen vereist om de beperking te wijzigen die u hebt aangebracht.
- Afdrukken uitschakelen: Indien geselecteerd, kan de aangemaakte PDF niet worden afgedrukt. Om de machtigingsinstelling voor afdrukken te wijzigen, heeft de ontvanger een wachtwoord voor machtigingen nodig. Deze optie wordt alleen ingeschakeld als u een wachtwoord voor machtigingen instelt.
- Afspelen:
- Openen in modus Volledig scherm: Opent de aangemaakte PDF in de modus voor volledig scherm. De PDF vult het volledige scherm. De menubalk, taakbalk en de vensterknoppen van Acrobat zijn onzichtbaar.
- Automatisch verder naar de volgende pagina: Indien geselecteerd, wordt er in de modus Volledig scherm automatisch na het aantal seconden verder gebladerd dat u in het veld Duur (seconden) hebt opgegeven.
- Duur: Duur van de weergave voor elke pagina in seconden.
- Herhalen na laatste pagina: Indien geselecteerd, gaan de PDF-documentpagina's continu door en keren terug naar de eerste pagina na de laatste.
- Overgang: Selecteer een overgangseffect bij het bekijken van de PDF in de modus Volledig scherm. Als u geen overgangseffecten wilt gebruiken, kiest u Geen in de vervolgkeuzelijst. De velden Richting en Snelheid zijn uitgeschakeld wanneer je Overgang instelt als Geen.
- Richting: Hiermee bepaalt u de richting van de geselecteerde pagina-overgang op het scherm, zoals Omlaag, Links, Horizontaal, enzovoort. Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijk van de overgang.
- Snelheid: Selecteer de gewenste snelheidsoptie voor het overgangseffect dat je hebt geselecteerd.
De tool Pipet gebruiken om kleuren te kiezen
U kunt de tool Pipet gebruiken om overal op het scherm een kleurmonster te nemen.
Klik op de tool Pipet naast een kleurinstelling.
Houd de muisknop ingedrukt en sleep de cursor naar een plek op het scherm. Het kleurselectievak verandert dynamisch terwijl je sleept.
Laat de muisknop los om de kleur te kiezen.
Een aangepast sjabloon opslaan
U kunt uw eigen instellingen opgeven in het deelvenster Uitvoerinstellingen en als sjabloon opslaan.
Voer een van de volgende handelingen uit:
- Selecteer een vooraf gedefinieerd sjabloon in het vervolgkeuzemenu Sjabloon.
- Selecteer Aangepast uit de vervolgkeuzelijst Sjabloon .
Pas de gewenste instellingen toe in het deelvenster Uitvoerinstellingen. Wanneer je een vooraf gedefinieerd sjabloon kiest en wijzigingen aanbrengt in Output Settings, wordt het sjabloon gewijzigd naar Aangepast. Voor informatie over de Instellingen, zie Output Settings toepassen.
Klik op het pictogram naast de vervolgkeuzelijst Sjabloon.
Voer de naam van het sjabloon in en klik op Opslaan.
Je kunt een aangepast sjabloon selecteren uit de vervolgkeuzelijst Sjabloon en het vervolgens verwijderen door op het pictogram te klikken.
Uitvoersvoorkeuren
Voer een van de volgende handelingen uit:
- (Windows) Klik op Bewerken > Voorkeuren > Uitvoer. U kunt ook op Ctrl+K drukken.
- (macOS) Klik op Adobe Bridge > Voorkeuren >Uitvoer. U kunt ook op Command+K drukken.
Je kunt het menu Snelle toegang gebruiken in het deelvenster Output Settings om snel de voorkeuren in te stellen.
Stel de volgende voorkeuren in:
- PDF na exporteren weergeven: Indien geselecteerd, wordt de geëxporteerde PDF na het opslaan automatisch in Acrobat of Reader geopend.
- Ingesloten kleurprofiel behouden: Indien geselecteerd, wordt het kleurprofiel behouden dat in de afbeelding is ingesloten, indien mogelijk. Wanneer het profiel niet wordt ondersteund in JPEG, zet de Adobe Output Module het profiel om in sRGB.
- Solo-modus gebruiken voor gedrag Output-deelvenster: Regelt het open/sluit-gedrag van de accordeons in het deelvenster Output Settings - Document, Raster en marge, Koptekst en voettekst, Watermerk en PDF-eigenschappen.Als deze optie is geselecteerd, blijft slechts één accordion tegelijk open. Als deze optie niet is geselecteerd, kun je meerdere accordions tegelijk openen.
- Voorkeur geven aan celgrootte boven afstand tussen cellen bij het wijzigen van marges:Wanneer geselecteerd, verandert de afstand tussen cellen terwijl de celgrootte behouden blijft bij het vergroten of verkleinen van de marges. (Standaardoptie) Wanneer niet geselecteerd, verandert de celgrootte terwijl de afstand tussen cellen behouden blijft bij het vergroten of verkleinen van de marges.
Klik op OK.
Je creatieve wereld ordenen met Bridge
Bekijk en beheer al je digitale assets.