Opties voor het afdrukken van afbeeldingen

Kies in het gedeelte Grafisch van het dialoogvenster Afdrukken een van de volgende opties voor de verwerking van afbeeldingen tijdens de uitvoer.

Gegevens verzenden

Bepaalt hoeveel afbeeldingsgegevens in geplaatste bitmapafbeeldingen worden verzonden naar de printer of het bestand.

Alles

Verzendt gegevens met maximale resolutie, geschikt voor afdrukken met hoge resolutie of voor het afdrukken van grijstinten of kleurenafbeeldingen met een hoog contrast, zoals bij zwart-wittekst met één steunkleur. Voor deze optie is de meeste schijfruimte nodig.

Geoptimaliseerde subsampling

Verzendt precies voldoende afbeeldingsgegevens om de afbeelding af te drukken met de optimale resolutie voor het uitvoerapparaat. (Een printer met hoge resolutie heeft meer gegevens nodig dan een desktopmodel met lage resolutie.) Selecteer deze optie wanneer u met afbeeldingen met hoge resolutie werkt, maar drukproeven maakt met een desktopprinter.

Opmerking:

InDesign voert geen subsample uit op EPS- of PDF-afbeeldingen, zelfs niet als de optie Geoptimaliseerde subsampling is ingeschakeld.

Proxy

Verzendt schermresolutieversies (72 dpi) van geplaatste bitmapafbeeldingen, waardoor er sneller wordt afgedrukt.

Geen

Verwijdert tijdelijk alle afbeeldingen bij het afdrukken en vervangt deze door afbeeldingskaders met een kruis erin, waardoor het afdrukken sneller verloopt. Afbeeldingskaders hebben dezelfde afmetingen als de geïmporteerde afbeeldingen en de knippaden worden behouden zodat u nog steeds de grootte en positie kunt controleren. Geïmporteerde afbeeldingen drukt u niet af wanneer u bijvoorbeeld tekstproefafdrukken wilt maken voor editors of proeflezers. Afdrukken zonder afbeeldingen is ook nuttig wanneer u de oorzaak van een afdrukprobleem probeert vast te stellen.

Opties voor het downloaden van lettertypen naar een printer

Printerlettertypen zijn lettertypen die zijn opgeslagen in het geheugen van de printer of op een vaste schijf die op de printer is aangesloten. Type 1- en TrueType-lettertypen kunnen op de printer of op de computer worden opgeslagen. Bitmaplettertypen worden alleen op de computer opgeslagen. InDesign downloadt lettertypen wanneer dat nodig is, mits deze op de vaste schijf van de computer zijn geïnstalleerd.

Kies in het gedeelte Grafisch van het dialoogvenster Afdrukken uit de volgende opties om te bepalen hoe lettertypen naar de printer worden gedownload.

Geen

Neemt in het PostScript-bestand een verwijzing naar het lettertype op, waardoor de RIP of een postprocessor weet waar het lettertype moet worden opgenomen. Selecteer deze optie als de lettertypen zich in de printer bevinden. Gebruik een van de andere opties voor het downloaden van lettertypen, zoals Subset of PPD-lettertypen downloaden om ervoor te zorgen dat lettertypen correct worden geïnterpreteerd.

Volledig

Downloadt aan het begin van de afdruktaak alle lettertypen die nodig zijn voor het document. Alle glyphs en tekens in het lettertype worden opgenomen, ook als zij niet in het document worden gebruikt. InDesign vervangt automatisch lettertypen waarin meer dan het maximumaantal glyphs (tekens) is opgenomen dan in het dialoogvenster Voorkeuren is opgegeven.

Subset

Downloadt alleen de in het document gebruikte tekens (glyphs). Glyphs worden één keer per pagina gedownload. Met deze optie wordt doorgaans sneller afgedrukt en zijn PostScript-bestanden kleiner bij documenten van één pagina of bij korte documenten met weinig tekst.

PPD-lettertypen downloaden

Downloadt alle lettertypen die in het document worden gebruikt, ook als deze in de printer zijn geïnstalleerd. Gebruik deze optie om te zorgen dat InDesign de lettertypecontouren op de computer gebruikt voor het afdrukken van veelgebruikte lettertypen, zoals Helvetica en Times. Met deze optie kunt u versieproblemen met lettertypen oplossen, zoals niet-overeenkomende tekensets op de computer en de printer, of contourvariaties bij overvulling. U hoeft deze optie echter niet te gebruiken voor het afdrukken van concepten, tenzij u regelmatig uitgebreide tekensets gebruikt.

De afdrukopties van PostScript

Kies in het deelvenster Grafisch van het dialoogvenster Afdrukken uit de volgende opties om te bepalen hoe PostScript-informatie naar de printer moet worden verzonden.

PostScript

Definieert het niveau van compatibiliteit met de interpreters in PostScript-uitvoerapparatuur.

Gegevensindeling

Geeft aan hoe InDesign de afbeeldingsgegevens van de computer naar een printer verzendt. ASCII wordt als ASCII-tekst verzonden, die compatibel is met oudere netwerken en parallelle printers, en doorgaans de beste keuze is voor afbeeldingen die op meerdere platforms worden gebruikt. Met Binair exporteert u als binaire code, die compacter is dan ASCII maar niet met alle systemen compatibel is.

Opmerking:

InDesign kan de gegevensindeling die door grafische EPS- of DCS-bestanden wordt gebruikt, niet altijd veranderen. Als u problemen hebt met het binair verzenden van gegevens, kunt u in de brontoepassing een andere gegevensindeling voor de grafische EPS- of DCS-bestanden proberen.

Opties voor het weglaten van afbeeldingen

Met de OPI-opties in het gedeelte Geavanceerd kunt u specifieke soorten geïmporteerde afbeeldingen weglaten wanneer u afbeeldingsgegevens naar een printer of een bestand verzendt, waarbij alleen de OPI-koppelingen (opmerkingen) voor latere verwerking door een OPI-server overblijven.

Vervanging OPI-afbeelding

InDesign kan EPS-proxy's met lage resolutie bij het uitvoeren vervangen door afbeeldingen met hoge resolutie. Het vervangen van OPI-afbeeldingen werkt alleen als het EPS-bestand OPI-opmerkingen bevat die de proxy-afbeelding met lage resolutie koppelen aan de afbeelding met hoge resolutie. InDesign moet toegang hebben tot de afbeeldingen waaraan de OPI-opmerkingen zijn gekoppeld. Als de versies met hoge resolutie niet beschikbaar zijn, worden de OPI-koppelingen behouden en de proxy's met lage resolutie opgenomen in het exportbestand. Schakel deze optie uit als u de OPI-gekoppelde afbeeldingen later in de workflow wilt laten vervangen door een OPI-server.

Weglaten voor OPI

Hiermee kunt u specifieke typen geïmporteerde afbeeldingen (EPS, PDF en bitmapafbeeldingen) weglaten wanneer u afbeeldingsgegevens naar een printer of een bestand verzendt, waarbij alleen de OPI-koppelingen (opmerkingen) voor latere verwerking door een OPI-server overblijven. De opmerkingen bevatten de informatie die nodig is om een afbeelding met een hoge resolutie op een OPI-server te vinden. InDesign neemt alleen de opmerkingen op. Het prepress-bureau moet bij het vervangen toegang hebben tot de oorspronkelijke afbeelding met hoge resolutie op een server. De optie Weglaten voor OPI geldt niet voor ingesloten afbeeldingen.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid