In- en uitzoomen

Met de tool Zoomen of de zoomopdrachten kunt u een document groter of kleiner weergeven.

In- of uitzoomen

  • Als u wilt inzoomen, selecteert u de tool Zoomen en klikt u op het gebied dat u wilt vergroten. Bij elke muisklik wordt de weergave met het vooraf ingestelde percentage vergroot. De plaats waar u klikt, is hierbij als het midden van de vergroting. Bij de maximale vergroting is het midden van de tool Zoomen leeg. Als u wilt uitzoomen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op het gebied dat u wilt verkleinen. Elke keer dat u klikt, wordt de weergave verkleind.
  • Als u de weergave wilt vergroten tot het volgende vooraf ingestelde percentage, activeert u het venster dat u wilt weergeven en klikt u op Weergave > Inzoomen. Als u de weergave tot het vorige vooraf ingestelde percentage wilt verkleinen, kiest u Weergave > Uitzoomen.
  • Als u een vergrotingsniveau wilt instellen, typt of kiest u een niveau in het vak Zoomniveau op de toepassingsbalk.

Opmerking:

In Mac OS kunt u het zoompercentage op de statusbalk weergeven door de toepassingsbalk te verbergen (Venster > Toepassingsbalk). In Windows kunt u de toepassingsbalk niet verbergen.

  • Als u wilt in- of uitzoomen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u het muiswieltje of de muisaanwijzer gebruikt.
  • Als u een gebied wilt vergroten door te slepen, selecteert u de tool Zoomen en sleept u om het gebied dat u wilt vergroten.

Extra sterk zoomen gebruiken

Met Extra sterk zoomen kunt u snel door documentpagina's bladeren. Met het handje kunt u in- of uitzoomen en door het volledige document bladeren. Deze functie is vooral handig bij documenten met veel pagina's.

U kunt Extra sterk zoomen alleen gebruiken in de layoutweergave.

  1. Klik op het handje .

    U kunt het handje ook activeren door in de tekstmodus de spatiebalk of Alt/Option ingedrukt te houden.

  2. Als het handje geactiveerd is, klikt u en houdt u de muisknop ingedrukt.

    U zoomt nu uit op het document zodat u een groter deel van de spread zichtbaar wordt. Het weergavegebied wordt aangegeven met een rood vak.

  3. Houd de muisknop ingedrukt en sleep het rode vak om door de pagina's van het document te bladeren. Druk op de pijltoetsen of gebruik het muiswieltje om het rode vak groter of kleiner te maken.
  4. Laat de muisknop los om in te zoomen op het nieuwe gedeelte van het document.

    Het oorspronkelijke zoompercentage van het documentvenster of het oorspronkelijk formaat van het rode vak wordt hersteld.

In-/uitzoomen op ware grootte

  • Dubbelklik op de tool Zoomen.
  • Kies Weergave > Ware grootte.
  • Typ of kies 100 als vergrotingsniveau in het vak Zoomniveau op de toepassingsbalk.

De weergave aanpassen

Focus op het gewenste gedeelte van uw document door pagina's en spreads passend te maken in het actieve venster en door de weergave te verschuiven.

De pagina, spread of het plakbord in zijn geheel in het huidige venster weergeven

  • Kies Weergave > Pagina in venster passen.
  • Kies Weergave > Spread in venster passen.
  • Kies Weergave > Geheel plakbord.

De weergave opschuiven

U kunt op eenvoudige wijze de mate instellen waarmee pagina's of objecten worden gecentreerd in het documentvenster. Deze technieken kunt u ook gebruiken bij het bladeren door pagina's.

  1. Ga als volgt te werk:
    • Selecteer in de toolset de tool Handje  en klik en sleep vervolgens in het documentvenster. Als u de toets Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt en op de spatiebalk drukt, wordt de tool Handje tijdelijk geactiveerd.

    • Klik op de horizontale of verticale schuifbalk of sleep het schuifblokje.

    • Druk op Page Up of Page Down.

    • Schuif omhoog of omlaag met het muiswieltje of de muisaanwijzer. Om naar links of rechts te schuiven drukt u op Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) terwijl u het muiswieltje of de muisaanwijzer gebruikt.

Pagina's omslaan

In InDesign kunt u heel gemakkelijk naar een andere pagina in een document gaan. Net zoals u bijvoorbeeld in elke webbrowser met de knoppen Vorige en Volgende door de bezochte pagina's kunt navigeren, wordt in InDesign bijgehouden in welke volgorde u de documentpagina's hebt geopend.

  1. Ga als volgt te werk:
    • Als u pagina's wilt doorbladeren in de volgorde waarin u deze hebt weergegeven tijdens de huidige sessie, kiest u Layout > Terug of Naar voren.
    • Als u naar de volgende of vorige pagina wilt gaan, klikt u op de knop Volgende pagina  of Vorige pagina  onder aan het documentvenster. U kunt ook Layout > Volgende pagina of Vorige pagina kiezen.

    Opmerking:

    De besturingselementen voor paginanavigatie zijn afhankelijk van R- of L-binding. Als het document bijvoorbeeld van rechts naar links wordt gelezen, wordt  de knop Volgende pagina en wordt  de Knop Vorige pagina.

    • Als u naar de eerste of laatste pagina wilt gaan, klikt u op de knop Eerste spread of Laatste spread  linksonder in het  documentvenster. U kunt ook Layout > Eerste pagina of Laatste pagina kiezen.

    • Als u naar een bepaalde pagina wilt gaan, kiest u Layout > Ga naar pagina. Geef het paginanummer op en klik op OK. U kunt ook klikken op Pijl-omlaag rechts naast het paginavak en een pagina kiezen.

    Pagina kiezen in het paginavak
    Kies een pagina in het paginavak om naar een bepaalde pagina te gaan

    • Als u naar een stramienpagina wilt gaan, klikt u in het paginavak linksonder in het documentvenster. Typ de eerste letters van de naam van de stramienpagina en druk op Enter (Windows) of Return (Mac OS). U kunt ook dubbelklikken op een stramienpaginapictogram in het deelvenster Pagina's.

Werken met extra vensters

U kunt voor hetzelfde document of voor andere InDesign-documenten extra vensters openen. Met extra vensters kunt u verschillende spreads tegelijkertijd vergelijken, wat vooral handig is bij spreads die niet naast elkaar liggen. U kunt ook verschillende vergrotingen van dezelfde pagina weergeven, zodat u details kunt wijzigen en kunt zien hoe de algehele opmaak door deze wijzigingen verandert. Bovendien kunt u een stramienpagina in één venster weergeven, en de pagina's die zijn gebaseerd op deze stramienpagina in andere vensters. Zo kunt u zien hoe de bewerkingen op de stramienpagina de diverse delen van het document beïnvloeden.

Als u het document opent, wordt alleen het laatst gebruikte venster geopend.

  • Als u een nieuw venster voor hetzelfde document wilt maken, kiest u Venster > Schikken > Nieuw venster.
  • Als u vensters trapsgewijs of naast elkaar wilt plaatsen, kiest u Venster > Schikken > Trapsgewijs. Alle vensters worden in een stapel geschikt, waarbij elk venster iets verschuift ten opzichte van het vorige venster. U kunt ook Venster > Schikken > Naast elkaar kiezen om alle vensters even groot en zonder overlapping naast elkaar weer te geven.
  • Als u een venster wilt activeren, klikt u op de tab van het venster of op de titelbalk. U kunt ook de naam van de desbetreffende weergave kiezen in het menu Venster. Meerdere vensters voor een document worden genummerd in de volgorde waarin ze zijn gemaakt.
  • Als u alle vensters voor een actief document wilt sluiten, drukt u op Shift+Ctrl+W (Windows) of Shift+Command+W (Mac OS).
  • Als u alle vensters voor alle geopende documenten wilt sluiten, drukt u op Shift+Ctrl+Alt+W (Windows) of Shift+Command+Option+W (Mac OS).

Anti-aliasing gebruiken voor vloeiende randen

Bij anti-aliasing worden de gekartelde randen van tekst en bitmapafbeeldingen vloeiend gemaakt door de kleurovergang tussen de pixels aan de rand en van de achtergrond geleidelijk in elkaar te laten overlopen. Omdat alleen de randpixels worden gewijzigd, gaat er geen detail verloren.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Weergaveprestaties (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Weergaveprestaties (Mac OS).
  2. Kies in het menu Weergave-instellingen aanpassen de instelling waarvoor u anti-aliasing wilt inschakelen.

    U kunt anti-aliasing voor elke weergave-instelling in- of uitschakelen. U kunt bijvoorbeeld anti-aliasing inschakelen voor de weergave Hoge kwaliteit en uitschakelen voor de weergave Snel.

  3. Selecteer Anti-aliasing inschakelen.

Tekstsimulatie

Als kleine tekst niet kan worden weergegeven vanwege beperkingen in de weergave, wordt de tekst weergeven als een grijze balk. Dit wordt tekstsimulatie genoemd. Elke tekst van of onder de opgegeven tekengrootte wordt op het scherm vervangen door niet-lettervormen die als plaatsaanduiding fungeren.

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Weergaveprestaties (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Weergaveprestaties (Mac OS).
  2. Kies in het menu Weergave-instellingen aanpassen de instelling waarvoor u de tekstsimulatie wilt wijzigen.

    Voor elke weergave-instelling kunt u een verschillende tekstsimulatie opgeven.

  3. Typ een waarde bij Tekstsimulatie onder en klik op OK.

Als u wilt instellen of tekst en afbeeldingen worden gesimuleerd wanneer u door een document bladert, opent u het gedeelte Interface van het dialoogvenster Voorkeuren en sleept u de schuifregelaar van de tool Handje naar het gewenste prestatieniveau ten opzichte van het kwaliteitsniveau en klikt u op OK.

Waarden in deelvensters en dialoogvensters berekenen

U kunt in elk numeriek bewerkvak een berekening uitvoeren. Als u bijvoorbeeld een geselecteerd object met de huidige maateenheid 3 eenheden naar rechts wilt verplaatsen, hoeft u niet de nieuwe horizontale positie te berekenen, maar alleen maar +3 te typen na de waarde in het deelvenster Transformeren.

Bij deelvensters wordt het maatstelsel gebruikt dat in het dialoogvenster Voorkeuren is geselecteerd, maar u kunt waarden in een andere maateenheid opgeven.

  1. Ga als volgt te werk in een tekstvak waarin u numerieke waarden kunt invoeren:
    • Als u de gehele huidige waarde wilt vervangen door een wiskundige uitdrukking, selecteert u de gehele actieve waarde.

    • Als u de huidige waarde als onderdeel van een wiskundige uitdrukking wilt gebruiken, klikt u voor of na deze waarde.

  2. Typ een eenvoudige rekenkundige uitdrukking met een rekenkundige operator, zoals + (plus), - (min), * (vermenigvuldigen), / (delen) of % (procent).

    Bijvoorbeeld 0p0+3 of 5mm + 4.

  3. Druk op Enter of Return om de berekening toe te passen.

Opmerking:

In het regelpaneel en het deelvenster Transformeren kunt u het geselecteerde object dupliceren en de berekening op de kopie in plaats van op het origineel toepassen. Voer de berekening in en druk op Alt+Enter (Windows) of Option+Return (Mac OS).

Waarden in deelvensters en dialoogvensters invoeren

Deelvensters en dialoogvensters gebruiken de maateenheden en toenamen die u hebt gedefinieerd via Bewerken > Voorkeuren > Eenheden en toenamen (Windows) of InDesign > Voorkeuren > Eenheden en toenamen (Mac OS). U kunt echter te allen tijde waarden met de ondersteunde maateenheden opgeven door de huidige voorkeurinstellingen tijdelijk te overschrijven.

  1. Ga als volgt te werk:
    • Typ een waarde in het vak X en druk op Enter of Return.

    • Sleep de schuifregelaar.

    • Sleep de wijzer.

    • Klik op de pijlknoppen in het deelvenster om de waarde te wijzigen.

    • Klik in het vak en druk op de pijltoetsen op het toetsenbord om de waarde te wijzigen.

    • Selecteer een waarde in het menu van het vak.

Opmerking:

De waarden worden direct toegepast als u de pijltoetsen, pijlknoppen of pop‑upmenu's gebruikt.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid