Opmerking: (alleen Animate CC) De functie TLF (Text Layout Framework) is verouderd en niet beschikbaar in Animate CC. Als een FLA-bestand TLF-tekst bevat die eerder is opgeslagen met een oudere versie van Animate en vervolgens wordt geopend met Animate CC, dan wordt de TLF-tekst omgezet naar klassieke tekst. 

In Flash Professional CS5 kunt u voor het eerst tekst aan een FLA-bestand toevoegen met behulp van een nieuwe tekstengine met de naam Text Layout Framework (TLF). TLF ondersteunt een groter aantal functies voor het opmaken van tekst en het beheren van tekstkenmerken. Met TLF-tekst hebt u meer controle over tekst dan met de eerdere tekstengine die nu Klassieke tekst wordt genoemd.

TLF-tekst biedt in vergelijking met klassieke tekst de volgende uitbreidingen:

  • Typografie met drukkwaliteit.

  • Meer tekenstijlen, inclusief regelafstand, ligaturen, kleur, onderstrepen, doorhalen, hoofdletters/kleine letters, cijfertype en meer.

  • Meer alineastijlen, inclusief ondersteuning voor meerdere kolommen met breedte voor tussenruimte, uitvulopties voor laatste regel, marges, inspringingen, alinea-afstand en opvulwaarden voor containers.

  • Beheer van meer Aziatische tekstkenmerken, inclusief Tate Chu Yoko, Mojikumi, Kinsoku Shori Type en regelafstandmodel.

  • U kunt kenmerken toepassen, zoals 3D-rotatie, kleureffecten, overvloeimodi naar TLF-tekst zonder deze in een filmclipsymbool te plaatsen.

  • Tekst kan doorlopen naar meerdere tekstcontainers. Deze containers worden verbonden of gekoppelde tekstcontainers genoemd.

  • De mogelijkheid om tekst van rechts naar links te maken voor Arabische en Hebreeuwse scripts.

  • Ondersteuning voor bidirectionele tekst, waarin tekst van rechts naar links elementen kan bevatten van tekst van links naar rechts. Deze ondersteuning is bijvoorbeeld belangrijk voor het insluiten van Engelse woorden of Arabische cijfers in Arabische/Hebreeuwse tekst.

Aangeraden door Adobe...

Aangeraden door Adobe...
Todd Perkins

TLF-tekst

Voordat u begint

Bij het maken van tekst is het belangrijk dat u de volgende grondbeginselen begrijpt van het werken met tekst in Animate:

  • Er zijn twee typen TLF-tekstcontainers: punttekst en tekstgebied. Hoe groot een container voor punttekst is, hangt uitsluitend af van de tekst die de container bevat. De grootte van een container voor een tekstgebied is niet afhankelijk van de hoeveelheid tekst die de container bevat. Punttekst is de standaardinstelling. Als u een container voor punttekst wilt wijzigen in een container voor een tekstgebied, wijzigt u de grootte met het selectiegereedschap of dubbelklikt u op het cirkeltje in de rechterbenedenhoek van het selectiekader van de container.

  • Bij TLF-tekst is het noodzakelijk dat ActionScript 3.0 en Flash Player 10 of hoger zijn opgegeven in de publicatie-instellingen van uw FLA-bestand. Zie Publicatie-instellingen voor meer informatie.

  • Afhankelijk van het geselecteerde type tekst, heeft de Eigenschapcontrole bij het gebruik van TLF-tekst drie weergavemodi:

    • Modus voor het gereedschap Tekst - Als het gereedschap Tekst is geselecteerd in het deelvenster Gereedschappen en er in het Animate-document geen tekst is geselecteerd.

    • Modus voor tekstobject - Als een heel tekstblok is geselecteerd in het werkgebied.

    • Modus voor tekstbewerking - Als een tekstblok wordt bewerkt.

  • Afhankelijk van hoe u wilt dat de tekst zich tijdens runtime gedraagt, kunt u drie typen tekstblokken met TLF-tekst maken:

    • Alleen-lezen - Bij publicatie als SWF-bestand kan de tekst niet worden geselecteerd of bewerkt.

    • Selecteerbaar - Bij publicatie als SWF-bestand kan de tekst worden geselecteerd en gekopieerd naar het klembord, maar kan niet worden bewerkt. Dit is de standaardinstelling voor TLF-tekst.

    • Bewerkbaar - Bij publicatie als SWF-bestand kan de tekst worden geselecteerd en bewerkt.

  • Anders dan bij klassieke tekst, is er bij TLF-tekst geen ondersteuning voor PostScript Type 1-lettertypen. TLF biedt alleen ondersteuning voor OpenType- en TrueType-lettertypen. Wanneer u met TLF-tekst werkt, zijn er geen PostScript-lettertypen beschikbaar in het menu Tekst > Lettertype. Als u via een van de andere lettertypemenu's een PostScript Type 1-lettertype toepast op een TLF-tekstobject, vervangt Animate in plaats daarvan het apparaatlettertype _sans. Als u met klassieke tekst werkt, zijn alle geïnstalleerde PostScript-lettertypen beschikbaar in de lettertypemenu's.

  • Voor TLF-tekst is een specifieke ActionScript-bibliotheek vereist die tijdens runtime beschikbaar moet zijn voor Flash Player. Als deze bibliotheek nog niet beschikbaar is op de afspeelcomputer, wordt de bibliotheek automatisch door Flash gedownload. Zie SWF-bestanden met TLF-tekst publiceren voor meer informatie.

  • TLF-tekst kan niet worden gebruikt als een laagmasker tijdens het ontwerpen. Als u een masker met tekst wilt maken, maakt u het masker met ActionScript 3.0 of gebruikt u klassieke tekst voor het masker. Zie Weergaveobjecten maskeren in de ActionScript 3.0-ontwikkelaarsgids.

  • Instellingen voor anti-aliasing voor TLF-tekst worden pas weerspiegeld in het werkgebied als het Animate-bestand wordt geëxporteerd als een SWF-bestand. Gebruik de opdracht Besturing > Testen of Bestand > Publiceren om het effect van de anti-aliasinstellingen te zien.

  • Als u trapsgewijze stijlpagina's wilt gebruiken, gebruikt u ActionScript om een stijlpagina toe te passen. Zie Trapsgewijze stijlpagina's toepassen in de ActionScript 3.0-ontwikkelaarsgids voor meer informatie.

  • TLF beschikt over uitgebreide ActionScript API's waarmee u tijdens de runtime tekstflows kunt maken en manipuleren. Met deze API's kunt u nog meer functies inschakelen, zoals tekstdecoratie, inline afbeeldingen, de mogelijkheid om HTML- en TLFMarkup-taal te lezen, en andere functies die handig zijn bij het maken van dynamische inhoud.

Schakelen tussen klassieke tekst en TLF-tekst

Wanneer u een tekstobject converteert van de ene tekstengine naar de andere, blijft de meeste opmaak in Animate behouden. Omdat de mogelijkheden van de tekstengines echter verschillen, kan sommige opmaak iets anders zijn, waaronder letterspatiëring en regelafstand. Controleer de tekst zorgvuldig en pas instellingen die zijn gewijzigd of verloren zijn gegaan, opnieuw toe.

Als u tekst moet converteren van klassiek tekst naar TLF-tekst, kunt u dit het beste maar één keer doen in plaats van de tekst meerdere keren te converteren. Hetzelfde geldt voor het converteren van TLF-tekst naar klassieke tekst.

Wanneer u schakelt tussen TLF-tekst en klassieke tekst, worden teksttypen in Animate als volgt geconverteerd:

  • TLF Alleen-lezen > Klassiek Statisch

  • TLF Selecteerbaar > Klassiek Statisch

  • TLF Bewerkbaar > Klassiek Invoer

SWF-bestanden met TLF-tekst publiceren

Alle TLF-tekstobjecten maken om goed te kunnen functioneren gebruik van een specifieke TLF ActionScript-bibliotheek, ook wel een Runtime Shared Library of RSL genoemd. Aangezien de bibliotheek vrij staat van uw gepubliceerde SWF-bestand, blijft het SWF-bestand zo klein mogelijk. Tijdens het ontwerpen levert Animate de bibliotheek. Tijdens runtime, nadat u het gepubliceerde SWF-bestand naar een webserver hebt geüpload, wordt de bibliotheek op de volgende manieren aangeboden:

  1. Via de lokale computer. Flash Player zoekt naar een exemplaar van de bibliotheek op de lokale computer waarop het programma wordt uitgevoerd. Als het SWF-bestand niet het eerste bestand is dat TLF-tekst op die computer gebruikt, bevindt zich al een lokaal exemplaar van de bibliotheek op de computer in de cache van Flash Player. Als TLF-tekst eenmaal op internet wordt gebruikt, zullen de meeste eindgebruikers een lokaal exemplaar van het bibliotheekbestand op hun computer hebben staan. Eindgebruikers van Flash Player kunnen deze functie echter wel uitschakelen op hun computer.

  2. Via Adobe.com. Als er geen lokaal exemplaar beschikbaar is, gaat Flash Player op de servers van Adobe zoeken naar een exemplaar van de bibliotheek. De bibliotheek hoeft per computer maar één keer te worden gedownload. Als de bibliotheek eenmaal is gedownload, zullen alle volgende SWF-bestanden die op de computer worden afgespeeld het reeds gedownloade exemplaar van de bibliotheek gebruiken.

  3. Via uw webserver. Als de servers van Adobe om de een of andere reden niet beschikbaar zijn, zoekt Flash Player naar de bibliotheek in de webservermap waarin het SWF-bestand zich bevindt. Als u er op deze manier voor wilt zorgen dat er een reserve-exemplaar van de bibliotheek beschikbaar is, moet u het bibliotheekbestand samen met het SWF-bestand handmatig uploaden naar de webserver. U kunt ook een alternatief pad voor de bibliotheek op uw server opgeven, zodat meerdere SWF-bestanden in verschillende locaties wijzen naar een enkel exemplaar van de bibliotheek. Hieronder vindt u meer informatie over het bibliotheekbestand.

Wanneer u een SWF-bestand publiceert dat gebruikmaakt van TLF-tekst, maakt Animate een extra bestand met de naam textLayout_X.X.X.XXX.swz (waarbij de X'en worden vervangen door het versienummer) naast uw SWF-bestand. U kunt er ook voor kiezen om dit bestand samen met het SWF-bestand naar uw computer te uploaden. U kunt de bestanden dan gebruiken in het zeldzame geval dat de servers van Adobe niet beschikbaar zijn.

U kunt er ook voor zorgen dat Flash Player het TLF-bibliotheekbestand niet apart hoeft te downloaden, door dit te compileren in uw SWF-bestand. Dit kunt u doen aan de hand van de ActionScript-instellingen van uw FLA-bestand. Houd er rekening mee dat uw gepubliceerde SWF-bestand hierdoor aanzienlijk groter wordt. Neem de bibliotheek dan ook alleen op wanneer grote bestanden zonder problemen kunnen worden gedownload. Deze functie is ook nuttig als er geen Adobe-servers beschikbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer u SWF-bestanden implementeert op gesloten netwerken of privénetwerken waarbij de toegang tot externe URL's wordt beperkt.

De TLF-ActionScript-elementen compileren in gepubliceerde SWF-bestanden

  1. Kies Bestand > Publicatie-instellingen.

  2. Klik op de Animate-tab.

  3. Klik naast het menu Script op de knop Instellingen.

  4. Klik op het tabblad Bibliotheekpad.

  5. Selecteer in het menu Standaardkoppeling de optie Samengevoegd in code.

Hier volgen aanbevelingen voor het gebruik van de TLF-bibliotheek voor verschillende implementatiescenario's.

  • SWF-bestanden op het web tonen het standaardgedrag door Flash Player toe te staan om indien nodig de RSL te downloaden.

  • SWF-bestand dat is gebaseerd op AIR: compileer de RSL in het SWF-bestand. Op deze manier komt de tekstfunctionaliteit van AIR-toepassing niet in gevaar als de toepassing offline is.

  • SWF-bestanden die zijn gebaseerd op iPhone: het wordt niet aangeraden TLF te gebruiken op de iPhone om de prestaties niet nadelig te beïnvloeden. Als u dat wel doet, moet u de TLF-code in het SWF-bestand compileren omdat de iPhone geen RSL's kan laden.

Wanneer de TLF ActionScript-bibliotheekbestanden niet worden ingesloten of niet beschikbaar zijn op de lokale computer waarop ze worden afgespeeld, kan er een kleine vertraging optreden bij het afspelen van SWF terwijl Flash Player de elementen downloadt. U kunt het type SWF-bestand van voorlader selecteren die Flash Player weergeeft tijdens het downloaden van de elementen. U kunt de voorlader selecteren door de voorladermethode in te stellen in de ActionScript 3.0-instellingen.

De voorladermethode instellen:

  1. Kies Bestand > Publicatie-instellingen.

  2. Klik op het tabblad Animate op de knop ActionScript 3.0-instellingen.

  3. Selecteer in het dialoogvenster Geavanceerde ActionScript 3.0-instellingen een methode in het menu Voorladermethode. De beschikbare methoden zijn:

    • SWF-bestand van voorlader: dit is de standaardinstelling. Animate sluit een klein SWF-bestand van de voorlader in uw gepubliceerde SWF-bestand in. Deze voorlader geeft een voortgangsbalk weer terwijl de elementen worden geladen.

    • Aangepaste voorladerloop: gebruik deze instelling als u uw eigen SWF-bestand voor de voorlader wilt gebruiken.

    De instelling Voorladermethode is alleen beschikbaar als de Standaardkoppeling is ingesteld op Gezamenlijke bibliotheek bij uitvoering (RSL).

Lesbestanden en video's

De grootte van SWF-bestanden beperken met TLF-tekst (alleen CS5.5)

Bij de meeste TLF-tekst is het een vereiste dat een specifieke ActionScript -bibliotheek wordt meegecompileerd in uw SWF-bestand. Deze bibliotheek voegt 20 kB toe aan de bestandsgrootte.

Als u het bestand zo klein mogelijk moet houden, kunt u ervoor zorgen dat de ActionScript-bibliotheek niet wordt opgenomen. Hiertoe moet u het gebruik van TLF-tekst als volgt beperken:

  • Gebruik alleen de TLF-teksttypen Selecteerbaar of Alleen-lezen.

  • Geef geen instantienaam op voor de TLF-tekstinstanties in het deelvenster Eigenschappen. Dit betekent dat de tekst niet kan worden bewerkt met ActionScript.

Zelfs met deze beperkingen beschikt u nog steeds over de mogelijkheden voor tekstopmaak van TLF-bestanden.

Werken met tekenstijlen

Tekenstijlen zijn kenmerken die van toepassing zijn op één enkel teken of op een set tekens, in plaats van op een hele alinea of tekstcontainer. U kunt tekenstijlen instellen in de gedeelten Teken en Geavanceerde opties voor tekens in de Eigenschapcontrole voor tekst.

Het gedeelte Teken van de Eigenschapcontrole bevat opties voor de volgende teksteigenschappen:

Familie

De naam van het lettertype. (Vergeet niet dat TLF-tekst alleen ondersteuning biedt voor OpenType- en TrueType-lettertypen.)

Stijl

Normaal, vet of cursief. De stijlen faux cursief en faux vet zijn niet beschikbaar voor TLF-tekstobjecten. Sommige lettertypen bevatten mogelijk ook meer stijlen, zoals Zwart, VetCursief enzovoort.

Grootte

De tekengrootte in pixels.

Regelafstand

De verticale ruimte tussen tekstregels. Standaard wordt de regelafstand aangegeven als een percentage, maar de afstand kan ook worden aangegeven in punten.

Kleur

De kleur van de tekst.

Tekstspatiëring

De hoeveelheid ruimte tussen de geselecteerde tekens.

Markeren

De markeerkleur.

Tekenspatiëring

Tekenspatiëring: voegt ruimte toe tussen specifieke tekenparen of verwijdert deze. Bij TLF-tekst worden tekens automatisch gespatieerd op basis van de tekenspatiëringsgegevens die in de meeste lettertypen zijn opgenomen.

Als opties voor Aziatische tekst zijn uitgeschakeld, wordt het selectievakje voor automatische tekenspatiëring weergegeven. Als automatische tekenspatiëring is ingeschakeld, worden de tekenspatiëringsgegevens in het lettertype gebruikt. Als automatische tekenspatiëring is uitgeschakeld, worden de tekenspatiëringsgegevens in het lettertype genegeerd en wordt er geen tekenspatiëring toegepast.

Als opties voor Aziatische tekst zijn ingeschakeld, kan tekenspatiëring als volgt worden ingesteld:

  • Automatisch - de tekenspatiëringsgegevens die in het lettertype van Latijnse tekens zijn opgenomen, worden gebruikt. Bij Aziatische tekens wordt alleen tekenspatiëring toegepast op tekens waarin tekenspatiëringsgegevens zijn opgenomen. Aziatische tekens zonder tekenspatiëringsgegevens zijn Kanji, Hiragana en Katakana.

  • Ingeschakeld - Tekenspatiëring is altijd ingeschakeld.

  • Uitgeschakeld - Tekenspatiëring is altijd uitgeschakeld.

Anti-alias

U kunt kiezen uit drie modi voor anti-aliasing:

  • Apparaatlettertypen gebruiken - Geeft aan dat het SWF-bestand de lettertypen die op de lokale computer zijn geïnstalleerd, gebruikt om de lettertypen weer te geven. Apparaatlettertypen zijn gewoonlijk leesbaar in de meeste tekengrootten. Deze optie heeft geen invloed op de grootte van het SWF-bestand. U bent voor de lettertypeweergave echter wel afhankelijk van de lettertypen die op de computer van de gebruiker zijn geïnstalleerd. Wanneer u apparaatlettertypen gebruikt, moet u alleen gangbare geïnstalleerde lettertypefamilies kiezen.

  • Leesbaarheid - Hierdoor zijn lettertypen beter leesbaar, vooral als deze een kleine tekengrootte hebben. Als u deze optie voor een bepaald tekstblok wilt gebruiken, sluit u het lettertype in dat door het tekstobject wordt gebruikt. Zie Lettertypen insluiten voor een consistente tekst voor instructies. (Gebruik deze optie niet als u animatie wilt toepassen op tekst. Gebruik in plaats daarvan de animatiemodus.)

  • Animatie - Maakt een animatie vloeiender door informatie over uitlijning en tekenspatiëring te negeren. Als u deze optie voor een bepaald tekstblok wilt gebruiken, sluit u het lettertype in dat door het tekstblok wordt gebruikt. Zie Lettertypen insluiten voor een consistente tekst voor instructies. Omwille van de leesbaarheid moet u een tekengrootte van 10 punten of groter gebruiken als u deze optie selecteert.

Rotatie

Hiermee kunt u individuele tekens roteren. Rotatie opgeven voor lettertypen die geen gegevens over de verticale lay-out bevatten, kan ongewenste resultaten opleveren.

De rotatie kan als volgt worden ingesteld:

  • 0° - Onderdrukt rotatie voor alle tekens.

  • 270° - Een rotatie van 270° wordt hoofdzakelijk gebruikt voor Romeinse tekst met een verticale richting. Als deze instelling voor andere typen tekst wordt gebruikt, zoals Vietnamees of Thais, kan dit ongewenste resultaten opleveren.

  • Automatisch - Geeft een rotatie van 90 graden linksom aan voor tekens van volledige breedte en voor brede tekens, zoals wordt bepaald door de Unicode-eigenschappen van het teken. Deze instelling wordt doorgaans bij Aziatische tekst gebruikt, zodat alleen de tekens worden geroteerd waarvoor rotatie is vereist. De rotatie wordt alleen toegepast op verticale tekst om tekens van volledige breedte en brede tekens weer in een verticale richting te zetten, zonder dat dit invloed heeft op andere tekens.

Onderstrepen

Er wordt een horizontale lijn onder de tekens geplaatst.

Doorhalen

Er wordt een horizontale lijn door het midden van de tekens gezet.

Superscript

De tekens worden iets boven de normale schrijfhoogte geplaatst en het lettertype wordt kleiner. Superscript kan ook worden toegepast via het menu Verschuiving basislijn in de sectie Geavanceerd teken van Eigenschapcontrole voor TLF-tekst.

Subscript

De tekens worden iets onder de normale schrijfhoogte geplaatst en het lettertype wordt kleiner. Subscript kan ook worden toegepast via het menu Verticale verplaatsing in het gedeelte Geavanceerde opties voor tekens van Eigenschapcontrole voor TLF-tekst.

Het gedeelte Geavanceerde opties voor tekens bevat de volgende eigenschappen:

Koppeling

Gebruik dit veld om een teksthyperlink te maken. Geef de URL op die moet worden geladen als er tijdens runtime op de tekens in het gepubliceerde SWF-bestand wordt geklikt.

Doel

Wordt samen met de koppelingseigenschap gebruikt om aan te geven in welk venster de URL moet worden geladen. Het doel kan als volgt worden ingesteld:

  • _self - Geeft het huidige frame in het huidige venster aan.

  • _blank - Geeft een nieuw venster aan.

  • _parent - Geeft het frame aan dat boven het huidige frame ligt.

  • _top - Geeft het hoogste frame in het huidige venster aan.

  • Aangepast - U kunt elke aangepaste tekenreekswaarde invoeren in het veld Doel. U doet dit als u de aangepaste naam van een browservenster of frame kent dat al geopend is wanneer uw SWF-bestand wordt afgespeeld.

Hoofdletters/kleine letters

Hier kunt u opgeven hoe hoofdletters en kleine letters worden gebruikt. Deze optie kan als volgt worden ingesteld:

  • Standaard - Voor elk teken wordt het standaard typografische hoofdlettergebruik aangehouden.

  • Hoofdletters - Voor alle tekens worden hoofdletterglyphs gebruikt.

  • Kleine letters - Voor alle tekens worden kleine-letterglyphs gebruikt.

  • Hoofdletters naar kleinkapitalen - Voor alle hoofdletters worden kleinkapitaalglyphs gebruikt. Deze optie vereist dat het geselecteerde lettertype glyphs in kleinkapitalen bevat. In Adobe Pro-lettertypen zijn deze glyphs standaard gedefinieerd.

  • Kleine letter naar kleinkapitalen - Voor alle hoofdletters worden glyphs in kleinkapitalen gebruikt. Deze optie vereist dat het geselecteerde lettertype glyphs in kleinkapitalen bevat. In Adobe Pro-lettertypen zijn deze glyphs standaard gedefinieerd.

Bij Hebreeuwse en Perzisch-Arabische scripts, zoals Arabisch, wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters en deze instelling is dan ook niet van invloed op deze scripts.

Cijfertype

Hier kunt u aangeven welke numerieke stijl u wilt toepassen als u werkt met OpenType-lettertypen die zowel cijfers met een lijntype als cijfers in de oude stijl bieden. Het cijfertype kan als volgt worden ingesteld:

  • Standaard - Het standaardcijfertype wordt gebruikt. De resultaten zijn afhankelijk van het lettertype. Tekens gebruiken de instellingen die door de ontwerper van het lettertype zijn opgegeven, zonder dat er functies op worden toegepast.

  • Lijntype - Cijfers met een lijntype (ofwel uitgelijnde cijfers) hebben dezelfde hoogte als hoofdletters en beschikken doorgaans over een vaste spatiëring in teksten, zodat ze in diagrammen verticaal worden uitgelijnd.

  • Oude stijl - Cijfers in de oude stijl hebben een traditioneel, klassiek uiterlijk. Deze stijl is alleen voor bepaalde lettertypen beschikbaar, bijvoorbeeld soms voor de reguliere cijfers van een lettertype maar vaker alleen voor een aanvullend of professioneel lettertype. De cijfers hebben een proportionele spatiëring. Hierdoor ontstaan er geen witruimten, zoals bij cijfers met een lijntype, met name rond het cijfer 1. Cijfers in de oude stijl worden het meest binnen tekst gebruikt. Anders dan cijfers met een lijntype, vloeien cijfers in de oude stijl over zonder dat ze de visuele lijn van de tekst onderbreken. Ook zijn cijfers in de oude stijl uitermate geschikt voor kopteksten, omdat ze niet zo schreeuwerig zijn als cijfers met een lijntype. Veel typografische ontwerpers geven in de meeste gevallen de voorkeur aan cijfers in de oude stijl, behalve voor diagrammen en tabellen.

Breedte cijfer

Hier kunt u aangeven of u proportionele of tabellarische cijfers wilt gebruiken wanneer u werkt met OpenType-lettertypen die zowel cijfers met een lijntype als cijfers in de oude stijl bieden. De cijferbreedte kan als volgt worden ingesteld:

  • Standaard - De standaardcijferbreedte wordt gebruikt. De resultaten zijn afhankelijk van het lettertype. Tekens gebruiken de instellingen die door de ontwerper van het lettertype zijn opgegeven, zonder dat er functies op worden toegepast.

  • Proportioneel - Er worden proportionele cijfers gebruikt. De weergegeven lettertypen bevatten doorgaans proportionele cijfers. De totale tekenbreedte van deze cijfers is gebaseerd op de breedte van het cijfer zelf plus nog een kleine hoeveelheid witruimte aan weerszijden van het cijfer. Het cijfer 8 is bijvoorbeeld breder dan het cijfer 1. Proportionele cijfers kunnen zowel cijfers met een lijntype zijn als cijfers in de oude stijl. Proportionele cijfers kunnen niet verticaal worden uitgelijnd en zijn derhalve niet geschikt voor gebruik in tabellen, diagrammen of andere verticale kolommen.

  • Tabel - Er worden tabellarische cijfers gebruikt. Tabellarische cijfers zijn numerieke tekens die allemaal dezelfde tekenbreedte hebben. De tekenbreedte is de breedte van cijfer zelf plus de witruimte aan weerszijden van het cijfer. Door middel van tabellarische spatiëring (ook wel vaste spatiëring genoemd) kunnen cijfers verticaal worden uitgelijnd in tabellen, financiële documenten en andere kolommen met cijfers. Tabellarische cijfers zijn meestal cijfers met een lijntype, wat betekent dat ze zich op de basislijn bevinden en dezelfde hoogte hebben als hoofdletters.

Dominante basislijn

Alleen beschikbaar wanneer Aziatische opties zijn ingeschakeld in het optiemenu van het deelvenster Eigenschapcontrole voor tekst. Hiermee geeft u de dominante (of primaire) basislijn op voor tekst die u expliciet selecteert (in tegenstelling tot de regelafstandbasis, die de basislijnuitlijning van een hele alinea bepaalt). De dominante basislijn kan als volgt worden ingesteld:

  • Automatisch - De instelling wordt gebaseerd op de geselecteerde locatie. Dit is de standaardinstelling.

  • Romeins - Bij tekst wordt deze waarde bepaald op basis van de lettertypegrootte en de puntgrootte van de tekst. Bij grafische elementen wordt de onderkant van de afbeelding gebruikt om de waarde te bepalen.

  • Stok - Geeft een basislijn voor stokletters aan. Bij tekst wordt deze waarde bepaald op basis van de lettertypegrootte en de puntgrootte van de tekst. Bij grafische elementen wordt de bovenkant van de afbeelding gebruikt om de waarde te bepalen.

  • Staart - Geeft een basislijn voor staartletters aan. Bij tekst wordt deze waarde bepaald op basis van de lettertypegrootte en de puntgrootte van de tekst. Bij grafische elementen wordt de onderkant van de afbeelding gebruikt om de waarde te bepalen.

  • Ideografisch bovenste punt - Hiermee kunt u de kleine tekens op een lijn uitlijnen ten opzichte van de opgegeven positie van het em-vak van het grote teken.

  • Ideografisch middelpunt - Hiermee kunt u de kleine tekens op een lijn uitlijnen ten opzichte van de opgegeven positie van het em-vak van het grote teken.

  • Ideografisch onderste punt - Hiermee kunt u de kleine tekens op een lijn uitlijnen ten opzichte van de opgegeven positie van het em-vak van het grote teken.

Uitlijning basislijn

Alleen beschikbaar wanneer Aziatische opties zijn ingeschakeld in het optiemenu van het deelvenster Eigenschapcontrole voor tekst. Hiermee kunt u een andere basislijn opgeven voor tekst of een grafische afbeelding binnen een alinea. Als u bijvoorbeeld een pictogram in een tekstregel invoegt, kunt u een uitlijning opgeven op basis van de boven- of de onderkant van de afbeelding, ten opzichte van de tekstbasislijn.

  • Dominant gebruiken - Hiermee geeft u op dat voor de uitlijning van de basislijn de instelling voor de dominante basislijn wordt gebruikt.

  • Romeins - Bij tekst wordt deze waarde bepaald op basis van de lettertypegrootte en de puntgrootte van de tekst. Bij grafische elementen wordt de onderkant van de afbeelding gebruikt om de waarde te bepalen.

  • Stok - Geeft een basislijn voor stokletters aan. Bij tekst wordt deze waarde bepaald op basis van de lettertypegrootte en de puntgrootte van de tekst. Bij grafische elementen wordt de bovenkant van de afbeelding gebruikt om de waarde te bepalen.

  • Staart - Geeft een basislijn voor staartletters aan. Bij tekst wordt deze waarde bepaald op basis van de lettertypegrootte en de puntgrootte van de tekst. Bij grafische elementen wordt de onderkant van de afbeelding gebruikt om de waarde te bepalen.

  • Ideografisch bovenste punt - Hiermee kunt u de kleine tekens op een lijn uitlijnen ten opzichte van de opgegeven positie van het em-vak van het grote teken.

  • Ideografisch middelpunt - Hiermee kunt u de kleine tekens op een lijn uitlijnen ten opzichte van de opgegeven positie van het em-vak van het grote teken.

  • Ideografisch onderste punt - Hiermee kunt u de kleine tekens op een lijn uitlijnen ten opzichte van de opgegeven positie van het em-vak van het grote teken. Dit is de standaardinstelling.

Ligaturen

Ligaturen zijn typografische vervangingstekens voor bepaalde letterparen, zoals "fi" en "fl", die bij sommige lettertypen beschikbaar zijn. Ligaturen vervangen doorgaans opeenvolgende tekens die gemeenschappelijke componenten delen. Ze maken onderdeel uit van een meer algemene klasse glyphs met de naam contextuele formulieren. Met contextuele formulieren hangt de specifieke vorm van een letter af van de context, bijvoorbeeld van de omringende letters of de nabijheid van het einde van een regel. De instelling Ligaturen heeft geen invloed op scripts, waarbij ligaturen of verbindingen tussen letters de norm zijn en niet afhankelijk zijn van lettertypen. In deze scripts zijn Perzisch-Arabisch, Devanagari, en een aantal andere opgenomen.

De ligatureneigenschap kan als volgt worden ingesteld:

  • Minimaal - Minimaal gebruik van ligaturen.

  • Gebruikelijke ligaturen - Gebruikelijke of standaardligaturen. Dit is de standaardinstelling.

  • Ongebruikelijke ligaturen - Zeldzame ligaturen.

  • Exotisch - Exotische of historische ligaturen. Slechts beschikbaar in enkele lettertypefamilies.

nf_ligatures_1
A. Geen ligaturen gebruikt B. Minimaal gebruik van ligaturen C. Gebruikelijke ligaturen D. Ongebruikelijke ligaturen E. Exotische ligaturen

nf_ligatures_2a
Een op een script gebaseerd lettertype met minimale ligaturen (boven) en met gebruikelijke ligaturen (onder).

Onderbreking

Gebruikt om te voorkomen dat geselecteerde woorden aan het eind van een regel worden onderbroken, zoals eigennamen of woorden die moeilijk te begrijpen zijn als ze worden afgebroken. De onderbrekingsinstelling wordt eveneens gebruikt om meerdere tekens of woordgroepen bij elkaar te houden, zoals de initialen van een persoon of een voornaam en een achternaam. Deze optie kan als volgt worden ingesteld:

  • Automatisch - Regeleindemogelijkheden zijn gebaseerd op de Unicode-tekeneigenschappen in het lettertype. Dit is de standaardinstelling.

  • Alles - Alle tekens in de selectie worden gezien als verplichte regeleinden.

  • Willekeurige - Alle tekens in de selectie worden gezien als regeleindemogelijkheid.

  • Geen onderbreking - Geen enkel teken in de selectie wordt gezien als regeleindemogelijkheid.

Verticale verplaatsing

Met dit besturingselement kunt u de verticale verplaatsing instellen in procenten of pixels. Met een positieve waarde wordt de basislijn van het teken verlaagd ten opzichte van de basislijn van de rest van de regel. Met een negatieve waarde wordt de basislijn verhoogd. Het kenmerk Superscript of het kenmerk Subscript kan ook vanuit dit menu worden toegepast. De standaardwaarde is 0. Het bereik is +/- 720 punten of procent.

Landinstelling

De geselecteerde landinstelling heeft als tekeneigenschap invloed op de vorming van glyphs via OpenType-functies in een lettertype. Talen zoals het Turks hebben bijvoorbeeld geen ligaturen zoals fi en ff. Een ander voorbeeld is de hoofdletter 'i' in het Turks. Dit is een hoofdletter i met een punt en geen 'I'.

In het gedeelte Container en stroom van Eigenschapcontrole voor TLF-tekst is een afzonderlijke eigenschap voor de landinstelling beschikbaar op stroomniveau. Alle tekens nemen de eigenschap voor de landinstelling van het onderdeel Container en stroom over, tenzij deze eigenschap anders is ingesteld op tekenniveau.

Werken met alineastijlen

U kunt alineastijlen instellen in de gedeelten Alinea en Geavanceerde opties voor alinea's in de Eigenschapcontrole voor tekst.

Het gedeelte Alinea bevat de volgende teksteigenschappen:

Uitlijnen

Deze eigenschap kan worden gebruikt bij horizontale of verticale tekst. Met Uitlijnen op begin wordt de tekst langs de beginrand van de container uitgelijnd (de linkerzijde voor tekst van links naar rechts). Met Uitlijnen op einde wordt de tekst langs de eindrand van de container uitgelijnd (de rechterzijde voor tekst van links naar rechts).

Als de alinearichting van de huidige selectie van rechts naar links is, wordt het uiterlijk van de uitlijningspictogrammen aangepast zodat de juiste richting wordt aangegeven.

Marges: Linkermarge en Rechtermarge

Met deze instellingen kunt u de breedte van de linker- en de rechtermarge in pixels opgeven. De standaardwaarde is 0.

Inspringen

Geeft de inspringing in pixels aan van het eerste woord van de geselecteerde alinea.

Afstand: Spatie voor alinea en Spatie na alinea

Geeft pixelwaarden voor de ruimte voor en na een alinea.

Opmerking: Anders dan bij traditionele toepassingen voor paginalay-out, wordt de verticale ruimte tussen alinea's samengevouwen wanneer waarden overlappen. U hebt bijvoorbeeld twee alinea's, Alinea1, gevolgd door Alinea2. Alinea1 heeft 12 pixels ruimte na de alinea (Spatie na) en Alinea2 heeft 24 pixels voor de alinea (Spatie voor). TLF resulteert in 24 punten tussen de alinea's en geen 36. Als een alinea boven in een kolom begint, wordt geen extra witruimte toegevoegd vóór de alinea. In dit geval kunt u de opties voor eerste basislijnverschuiving van de alinea gebruiken.

Tekst uitvullen

Tekst uitvullen: geeft aan op welke manier uitvulling wordt toegepast op de tekst. Tekst uitvullen kan als volgt worden ingesteld:

  • Letterspatiëring - Uitvulling distribueren tussen letters.

  • Woordspatiëring - Uitvulling distribueren tussen woorden. Dit is de standaardinstelling.

Richting

Geeft de alinearichting aan. Richtingsinstellingen zijn alleen beschikbaar als opties voor tekst die van rechts naar links loopt, zijn ingeschakeld in Voorkeuren. Deze instelling is alleen van toepassing op de alinea die op dat moment is geselecteerd in de tekstcontainer. Er kan een afzonderlijke eigenschap voor de richting voor de container worden ingesteld in het gedeelte Container en stroom van Eigenschapcontrole voor TLF-tekst. De eigenschap kan de volgende waarden hebben:

  • Links naar rechts - De tekst loopt van links naar rechts. Wordt voor de meeste talen gebruikt. Dit is de standaardinstelling.

  • Rechts naar links - De tekst loopt van rechts naar links. Wordt gebruikt voor talen uit het Midden-Oosten, zoals Arabisch en Hebreeuws, en voor talen die zijn gebaseerd op het Arabische script, zoals Farsi en Urdu.

De geavanceerde opties voor alinea's zijn alleen beschikbaar wanneer Aziatische opties zijn ingeschakeld in Voorkeuren of via het menu Opties van Eigenschapcontrole voor TLF-tekst.

Het gedeelte Geavanceerde opties voor alinea's bevat de volgende eigenschappen:

Mojikumi

Deze eigenschap, die soms ook wel uitvullingsregel wordt genoemd, bepaalt hoe alinea's worden uitgevuld. De uitvullingsopties die op basis van deze instelling worden toegepast, zijn van toepassing op de spatiëring tussen leestekens en op de regelafstand. Bij talen in het Romeinse schrift nemen de komma en de Japanse punt de breedte aan van een volledig teken. Bij Oost-Aziatische talen is dat een halve breedte. Bovendien wordt de spatiëring tussen opeenvolgende leestekens compacter, conform de traditionele Oost-Aziatische typografische conventies. Een ander aandachtspunt in het onderstaande voorbeeld is de regelafstand die wordt toegepast op de tweede regel van alle alinea's. Bij de Oost-Aziatische versie worden de laatste twee regels naar links gedrukt. Bij het Romeinse schrift worden de tweede regel en alle volgende regels naar links gedrukt.

Mojikumi kan als volgt worden ingesteld:

  • Automatisch - Uitvulling wordt toegepast op basis van de locatie die is geselecteerd in het gedeelte Container en stroom van de Eigenschapcontrole voor tekst. Dit is de standaardinstelling.

  • Afstand - De Romeinse uitvullingsregels worden gebruikt.

  • Oost-Aziatisch - De Oost-Aziatische uitvullingsregels worden gebruikt.

nf_mojikumi
Alinea's met Romeinse uitvullingsregels (links) en Oost-Aziatische uitvullingsregels (rechts).

Kinsoku Shori-type

Soms wordt deze eigenschap de uitvullingsstijl genoemd. Deze eigenschap geeft aan hoe er moet worden omgegaan met Japanse Kinsoku-tekens, die niet aan het begin of het eind van een regel mogen voorkomen. Het Kinsoku Shori-type kan als volgt worden ingesteld:

  • Automatisch - De instelling wordt vastgesteld op basis van de locatie die is geselecteerd in het gedeelte Container en stroom van de Eigenschapcontrole voor tekst. Dit is de standaardinstelling.

  • Prioriteit kleinste aanpassing - Uitvulling wordt toegepast door de regel te verlengen of in te korten. De mogelijkheid die het dichtst in de buurt van de gewenste breedte komt, wordt gebruikt.

  • Kinsoku induwen - Uitvulling wordt toegepast door kinsoku aan het einde van de regel te comprimeren. Kinsoku wordt uitgebreid als er geen kinsoku voorkomt of als er niet voldoende ruimte aan het einde van de regel is.

  • Alleen uitduwen - Uitvulling wordt toegepast door de regel te verlengen.

Regelafstandmodel

Het regelafstandmodel is een alinea-indeling die is samengesteld uit toegestane combinaties van de regelafstandbasis en de regelafstandrichting.

De regelafstandbasis bepaalt de basislijnen van twee opeenvolgende regels. De regelhoogte moet de afstand tussen deze twee regels aangeven. In een alinea met een Romeinse regelafstandbasis geeft de regelhoogte de afstand aan tussen de Romeinse basislijnen van twee opeenvolgende regels.

De regelafstandrichting geeft aan in welke richting de regelhoogte wordt gemeten. Als de regelafstandrichting de waarde Omhoog heeft, is de regelhoogte de afstand tussen de basislijn van een regel en de basislijn van de vorige regel. Als de regelafstandrichting de waarde Omlaag heeft, is de regelhoogte de afstand tussen de basislijn van een regel en de basislijn van de volgende regel.

Het regelafstandmodel kan als volgt worden ingesteld:

  • Romeins omhoog - Geeft aan dat de basis voor de regelafstand Romeins is en dat de richting omhoog is. In dit geval is de regelhoogte de afstand tussen de Romeinse basislijn van een regel en de Romeinse basislijn van de vorige regel.

  • Ideografisch bovenste punt omhoog - Geeft aan dat de basis voor de regelafstand het ideografische bovenste punt is en dat de regelafstandrichting de waarde Omhoog heeft. In dit geval is de regelhoogte de afstand tussen de ideografische bovenste basislijn van een regel en de ideografische bovenste basislijn van de vorige regel.

  • Ideografisch middelpunt omhoog - Geeft aan dat de basis voor de regelafstand het ideografische middenpunt is en dat de regelafstandrichting de waarde Omhoog heeft. In dit geval is de regelhoogte de afstand tussen de ideografische middelste basislijn van een regel en de ideografische middelste basislijn van de vorige regel.

  • Ideografisch bovenste punt omlaag - Geeft aan dat de basis voor de regelafstand het ideografische bovenste punt is en dat de regelafstandrichting de waarde Omlaag heeft. In dit geval is de regelhoogte de afstand tussen de ideografische bovenste basislijn van een regel en de ideografische bovenste basislijn van de volgende regel.

  • Ideografisch middelpunt omlaag - Geeft aan dat de basis voor de regelafstand het ideografische middelpunt is en dat de regelafstandrichting de waarde Omlaag heeft. In dit geval is de regelhoogte de afstand tussen de ideografische middelste basislijn van een regel en de ideografische middelste basislijn van de volgende regel.

  • Automatisch - Het regelafstandmodel wordt vastgesteld op basis van de locatie die is geselecteerd in het gedeelte Container en stroom van Eigenschapcontrole voor tekst. (Ideografisch bovenste punt omlaag voor Japans en Chinees, en Romeins omhoog voor alle andere talen.) Dit is de standaardinstelling.

Container- en stroomeigenschappen

Werken met container- en stroomeigenschappen

In het gedeelte Container en stroom van Eigenschapcontrole voor TLF-tekst worden de opties beheerd die van invloed zijn op de hele tekstcontainer. Deze eigenschappen bevatten:

Gedrag

Met deze optie geeft u op hoe de container wordt uitgebreid naarmate de tekst groter wordt. Gedrag heeft de volgende opties:

  • Enkele regel

  • Meerdere regels - Deze optie is alleen beschikbaar als de geselecteerde tekst een tekstgebied is. De optie is niet beschikbaar als de geselecteerde tekst punttekst is.

  • Meerdere regels, geen tekstomloop

  • Wachtwoord - Hiermee worden tekens als punten weergegeven in plaats van als letters voor wachtwoordbeveiliging. Deze optie is alleen beschikbaar in het menu als het teksttype Bewerkbaar is (voor punttekst of tekstgebied). De optie is niet beschikbaar voor de teksttypen Alleen-lezen of Selecteerbaar.

Maximum aantal tekens

Het maximum aantal tekens dat in de container is toegestaan. Is alleen ingeschakeld voor tekstcontainers waarvan het type is ingesteld op Bewerkbaar. De maximale waarde is 65535.

Uitlijning

Geeft de uitlijning aan van tekst in de container. De volgende instellingen zijn beschikbaar:

  • Boven - Tekst wordt verticaal van boven naar beneden in de container uitgelijnd.

  • Centreren - Tekstregels worden gecentreerd in de container.

  • Onder - Tekstregels worden verticaal van onder naar boven in de container uitgelijnd.

  • Uitvullen - Tekstregels worden gelijkmatig verticaal tussen de bovenzijde en de onderzijde van de container verdeeld.

Opmerking:

De uitlijningsopties veranderen wanneer de tekstrichting wordt ingesteld op Verticaal.

Aantal kolommen

Geeft het aantal tekstkolommen aan in de container. Deze eigenschap wordt alleen ingeschakeld voor containers voor tekstgebieden. De standaardwaarde is 1. De maximale waarde is 50.

Tussenruimten tussen kolommen

Geeft de tussenruimte aan tussen elke kolom in de geselecteerde container. De standaardwaarde is 20. De maximale waarde is 1000. De maateenheid wordt ingesteld op basis van de liniaaleenheden die in Documentinstellingen zijn opgegeven.

Opvullen

Geeft de breedte van de marges aan tussen de tekst en de geselecteerde container. Opvullen kan worden ingesteld voor alle vier de marges.

Randkleur

De kleur van de lijn rond de buitenzijde van de container. De standaardinstelling is geen rand.

Randbreedte

De breedte van de lijn rond de buitenzijde van de container. Deze optie wordt alleen ingeschakeld wanneer er een randkleur wordt gekozen. De maximale waarde is 200.

Achtergrondkleur

De kleur van de achtergrond achter de tekst. De standaardinstelling is geen kleur.

Verschuiving eerste regel

Geeft de uitlijning aan van de eerste tekstregel met de bovenzijde van de tekstcontainer. U kunt tekst bijvoorbeeld op een bepaalde afstand van de bovenzijde van de container plaatsen. Het verschuiven van de eerste regel wordt vaak ook eerste basislijnverschuiving genoemd als er met Romeinse tekens wordt gewerkt. In dit geval is de basislijn een denkbeeldige lijn waarop de meerderheid van de tekens in een lettertypen staat. Wanneer u met TLF werkt, kan de basislijn verwijzen naar een van de volgende opties die worden gebruikt: Romeins, Stok, Staart, Ideografisch bovenste punt, Ideografisch middelpunt en Ideografisch onderste punt.

Verschuiving eerste regel kan de volgende waarden hebben:

  • pt - Geef de afstand op in punten tussen de basislijn van de eerste tekstregel en de bovenste inzet van het kader. Met deze instelling wordt een veld beschikbaar gemaakt waarin de afstand in punten kan worden opgegeven.

  • Auto - Hiermee wordt de bovenzijde van de lijn op basis van de langste glyph uitgelijnd met de bovenzijde van de container.

  • Stokhoogte - De afstand tussen de bovenste inzet van de tekstcontainer en de basislijn van de eerste tekstregel is de hoogte van de langste glyph in het lettertype (het teken 'd' in Romeinse lettertypen).

  • Lijnhoogte - De afstand tussen de bovenste inzet van de tekstcontainer en de basislijn van de eerste tekstregel is de Regelhoogte (regelafstand) van de lijn.

Richting

Richting wordt gebruikt om de tekstrichting voor tekst van links naar rechts of tekst van rechts naar links op te geven voor de geselecteerde container. Links naar rechts wordt gebruikt voor de meeste talen. Rechts naar links wordt gebruikt voor talen uit het Midden-Oosten, zoals Arabisch en Hebreeuws, en voor talen die zijn gebaseerd op het Arabische script, zoals Farsi en Urdu.

Wanneer deze opties op alineaniveau worden toegepast, bepaalt Richting de tekstrichting voor tekst van links naar rechts of van rechts naar links en de inspringingen en leestekens die door de alinea worden gebruikt. Wanneer deze opties op containerniveau worden toegepast, bepaalt Richting de richting van de kolommen. Alinea's in de container nemen het richtingskenmerk van de container over.

Landinstelling

Hiermee geeft u de eigenschap voor de landinstelling op het stroomniveau op. Zie Werken met tekenstijlen.

Tekst die door meerdere containers loopt

Het verbinden of koppelen van tekstcontainers is alleen mogelijk met TLF-tekst (Text Layout Framework) en is niet van toepassing op blokken met klassieke tekst. Tekstcontainers kunnen van frame tot frame worden verbonden, en binnen symbolen, zolang de verbonden containers zich maar op dezelfde tijdlijn bevinden.

Twee of meer tekstcontainers koppelen:

  1. Gebruik het gereedschap Selecteren of Tekst om een tekstcontainer te selecteren.

  2. Klik op de inpoort of de uitpoort van de geselecteerde tekstcontainer. (De posities van de inpoort en uitpoort op de tekstcontainer worden gebaseerd op de stroomrichting van de container en de instelling verticaal of horizontaal. Als de tekst bijvoorbeeld van links naar rechts loopt en horizontaal, bevindt de inpoort zich linksboven en de uitpoort rechtsonder. Als de tekst van rechts naar links loopt, bevindt de inpoort zich rechtsboven en bevindt de uitpoort zich linksonder.)

    De aanwijzer verandert in het pictogram voor geladen tekst.

  3. Voer vervolgens een van de volgende stappen uit:

    • Als u de tekstcontainer wilt koppelen aan een bestaande tekstcontainer, plaatst u de aanwijzer op de doelcontainer. Klik op de tekstcontainer om de twee containers te koppelen.

    • Als u de tekstcontainer wilt koppelen aan een nieuwe tekstcontainer, klikt of sleept u in een leeg gedeelte van het werkgebied. Als u klikt, wordt er een tekstcontainer van dezelfde grootte en vorm gemaakt. Als u sleept, kunt u een rechthoekige tekstcontainer van elke gewenste grootte maken. U kunt ook een nieuwe container toevoegen tussen twee gekoppelde containers.

    De containers zijn nu gekoppeld en tekst kan nu van de ene naar de andere container lopen.

Als u de koppeling tussen twee containers wilt verbreken, voert u een van de volgende handelingen uit:

  • Plaats de container in de bewerkingsmodus en dubbelklik vervolgens op de inpoort of uitpoort waarvan u de koppeling wilt verbreken. De tekst stroomt weer terug naar de eerste van de twee containers.

  • Verwijder een van de gekoppelde tekstcontainers.

Opmerking:

Nadat u een koppeling hebt gemaakt, neemt de tweede tekstcontainer de tekstrichting en locatie van de eerste container over. Nadat u een koppeling hebt verwijderd, blijven deze instellingen voor de tweede container gehandhaafd. De instellingen worden dus niet teruggezet naar de waarden zoals die bestonden voordat de koppeling werd gemaakt.

Tekst schuifbaar maken

U kunt een TLF-tekstcontainer schuifbaar maken door de component UIScrollBar aan de container toe te voegen. De tekstcontainer moet de volgende instellingen hebben:

  • Het teksttype moet worden ingesteld op Bewerkbaar of Selecteerbaar.

  • Het gedrag van de container en de stroom moet zijn ingesteld op Meerdere regels of Meerdere regels, geen tekstomloop.

Een TLF-tekstcontainer schuifbaar maken:

  • Sleep een instantie van de component UIScrollBar van het deelvenster Componenten naar de tekstcontainer, zo dicht mogelijk bij de containerzijde waar u de component wilt koppelen.

    De component UIScrollBar zet zich vast op de zijde van de tekstcontainer.

Een tekstcontainer horizontaal schuifbaar maken:

  1. Selecteer de component UIScrollBar in het werkgebied.

  2. Stel de richting van de component UIScrollBar in op Horizontaal in de sectie Componentparameters van Eigenschapcontrole.

  3. Sleep de instantie van de component UIScrollBar naar de bovenzijde of onderzijde van de tekstcontainer.

    De component UIScrollBar zet zich vast op de bovenzijde of onderzijde van de tekstcontainer.

Tablinialen gebruiken (alleen CS5.5)

Met tablinialen kunt u tabstops toevoegen aan TLF-tekstcontainers. De tabliniaal wordt weergegeven wanneer een TLF-tekstcontainer wordt bewerkt. De tabliniaal toont de gedefinieerde tabstops voor de alinea's die momenteel zijn geselecteerd. De liniaal toont ook markeertekens voor de alineamarges en voor de inspringing van de eerste regel.

Tabliniaal weergeven of verbergen

Kies Tekst > TLF-tabliniaal.

Het gewenste type tab instellen

Dubbelklik op een markeerteken of houd de Shift-toets ingedrukt en klik op meerdere markeertekens. Selecteer vervolgens het gewenste type in het menu.

Tabstops voor begin, midden of einde van tekst

Hiermee wordt het begin, midden of einde van de tekst uitgelijnd op de tabstop.

Decimale tabstop

Hiermee wordt een teken in de tekst uitgelijnd op de tabstop. Dit teken is meestal een decimale komma (standaard weergegeven in het menu). Als u wilt uitlijnen op een streepje of ander teken, geeft u dat teken op in het menu.

Tabstop toevoegen

Klik in de tabliniaal. Het markeerteken voor tabstops wordt weergegeven op die locatie op de tabliniaal.

Tabstop verplaatsen

Sleep het markeerteken voor tabstops naar een nieuwe locatie. (Als u de tabstop heel nauwkeurig wilt verplaatsen, dubbelklikt u op het markeerteken en geeft u de nieuwe locatie in pixels op.)

Tabstop verwijderen

Sleep het markeerteken van de tabstop die u wilt verwijderen naar beneden van de liniaal af, tot het markeerteken verdwijnt. (Als de tekst verticaal is uitgelijnd, sleept u het markeerteken naar links, in de richting van de tekst, totdat het markeerteken verdwijnt.)

Maateenheid wijzigen

Kies Wijzigen > Document. Selecteer de gewenste maateenheid in het menu Liniaaleenheden van het dialoogvenster.

Aziatische tekst en tekst die van rechts naar links loopt

Aziatische tekst maken

Als u wilt werken met eigenschappen die van toepassing zijn op Aziatische tekst, moet u de opties voor Aziatische tekst inschakelen. Dit kunt u op een van de volgende manieren doen:

  • Zorg ervoor dat er TLF-tekst is geselecteerd in het werkgebied en kies in het optiemenu van het deelvenster Eigenschapcontrole de optie Aziatische opties tonen.

  • Selecteer in Voorkeuren (Bewerken > Voorkeuren) in het gedeelte Tekst de optie Aziatische tekstopties tonen.

De eigenschappen voor Aziatische tekst bevatten onder meer de volgende waarden:

  • Tate Chu Yoko: deze optie wordt gebruikt in combinatie met Aziatische tekst waarbij Romeinse tekens naar een horizontale richting moeten worden gedraaid, zodat ze correct worden weergegeven in een verticale lay-out.

nf_tatechuyoko
Romeinse tekens in verticale tekst zonder Tate Chu Yoko-rotatie (links) en met Tate Chu Yoko-rotatie (rechts)

  • Dominante basislijn

  • Uitlijning basislijn

  • Mojikumi

  • Kinsoku Shori-type

  • Regelafstandmodel

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid