Gebruik deze verklarende woordenlijst om te leren over de verschillende elementen die worden gebruikt voor het maken van animaties.

Symbolen

Een symbool is een afbeelding, knop of filmclip die u eenmaal maakt in de Animate CC-ontwerpomgeving of door de klassen SimpleButton (AS 3.0) en MovieClip te gebruiken. U kunt het symbool vervolgens in uw document of in andere documenten hergebruiken.

Een symbool kan een illustratie bevatten die u vanuit een andere toepassing kunt importeren. Elk symbool dat u maakt, wordt automatisch onderdeel van de bibliotheek voor het huidige document.

Een instantie is een kopie van een symbool in het werkgebied of genest in een ander symbool. Een instantie kan van het bovenliggende symbool verschillen in kleur, grootte en functie. Wanneer u het symbool bewerkt, worden alle bijbehorende instanties bijgewerkt, maar wanneer u effecten op een instantie van een symbool toepast, wordt alleen die betreffende instantie bijgewerkt.

Filmclips

Gebruik filmclipsymbolen om herbruikbare stukken animatie in Adobe Animate CC te maken. Filmclips hebben een eigen tijdlijn met meerdere frames die onafhankelijk is van de hoofdtijdlijn. U kunt ze beschouwen als minitijdlijnen die zijn genest binnen een hoofdtijdlijn die interactieve besturingselementen, geluiden en zelfs andere filmclipinstanties kunnen bevatten.

U kunt ook filmclipinstanties binnen de tijdlijn van een knopsymbool plaatsen om bewegende knoppen te maken. Bovendien zijn filmclips scriptbaar met ActionScript.

Voor meer informatie over filmclips leest u het artikel Werken met scènes in Animate CC en bekijkt u de videozelfstudie over het maken van 2D-animaties.

Grafische afbeeldingen

Een grafisch symbool is een verzameling van frames dat wordt gebruikt in animaties of de modus van één frame. Een bewegend grafisch symbool is gebonden aan de tijdlijn van het document waarin het symbool is geplaatst.

Een filmclip heeft daarentegen een eigen, onafhankelijke tijdlijn. Bewegende grafische symbolen geven hun animatie weer in documentbewerkingsmodus, omdat zij dezelfde tijdlijn gebruiken als het hoofddocument. 

Gebruik grafische symbolen voor statische afbeeldingen en om herbruikbare stukken animatie te maken die gebonden zijn aan de hoofdtijdlijn. Interactieve besturingselementen en geluiden werken niet in de animatiereeks van een grafisch symbool. Grafische symbolen voegen minder toe aan de FLA-bestandsgrootte dan knoppen of filmclips, omdat ze geen tijdlijn hebben.

Klik op de koppeling voor meer informatie over 3D-afbeeldingen in Animate CC.

Knop

Knopsymbolen zijn een speciaal type interactieve filmclips met vier frames in Adobe Animate CC. Wanneer u het knoptype selecteert wanneer u een symbool maakt, maakt Animate een tijdlijn met vier frames. De eerste drie frames geven de drie mogelijke standen van de knop weer: Omhoog, Boven en Omlaag. Het vierde frame bepaalt het actieve gebied van de knop.

De tijdlijn van het knopsymbool wordt niet lineair afgespeeld zoals een normale tijdlijn, maar reageert op de bewegingen en handelingen van de muisaanwijzer door naar het juiste frame te springen. Om een knop interactief te maken, plaatst u een instantie van het knopsymbool in het werkgebied en wijst u handelingen aan de instantie toe.

U wijst de handelingen toe aan de hoofdtijdlijn van het Animate-bestand. Als de knop zich binnen een filmclip bevindt, kunt u de handelingen toevoegen aan de tijdlijn van de filmclip. Voeg geen handelingen toe aan de tijdlijn van het knopsymbool.

Voor meer informatie over knoppen raadpleegt u Knoppen maken met Animate CC.

Basisvormen

Met de gereedschappen Ovaal en Rechthoek kunt u deze geometrische basisvormen maken en streken en vullingen toepassen en afgeronde hoeken opgeven. Naast de samenvoegtekenmodus en de objecttekenmodus bieden de gereedschappen Ovaal en Rechthoek ook de Primitieve objecttekenmodus.

Wanneer u rechthoeken of ovalen tekent met de gereedschappen Rechthoek primitief of Ovaal primitief, worden de vormen als gescheiden objecten getekend in Animate. Deze vormen zijn anders dan de vormen die u tekent in de objecttekenmodus. Met de gereedschappen voor primitieve vormen kunt u de hoekstraal van rechthoeken opgeven met behulp van de besturingselementen in de Eigenschapcontrole.

Als u wilt weten hoe u basislijnen en -vormen kunt maken, raadpleegt u Lijnen en vormen tekenen met Animate CC en Objecten tekenen en maken in Animate CC.

Tekenobjecten

Wanneer u vectorafbeeldingen in Adobe Animate CC tekent als de objecttekenmodus onder aan het deelvenster Gereedschappen is ingeschakeld, maakt u vormen, ook tekenobjecten genoemd. Dit zijn afzonderlijke grafische objecten die niet automatisch worden samengevoegd als ze overlappen met andere objecten.

Door de objecttekenmodus te kiezen, kunt u vormen op dezelfde laag overlappen zonder dat de weergave ervan wordt gewijzigd als u vormen van elkaar wegschuift, de positie ervan wijzigt of de weergave ervan opnieuw rangschikt.

In een objecttekenmodus maakt Animate elke vorm als een afzonderlijk object dat individueel kan worden gemanipuleerd, net als wanneer objecten worden gegroepeerd. Wanneer u een tekengereedschap in de objecttekenmodus gebruikt, zijn de vormen die u tekent op zichzelf staande vormen. De streek en de vulling van de vorm zijn dan geen afzonderlijke elementen. Vormen die elkaar overlappen, wijzigen elkaar niet. Wanneer u een vorm selecteert die is gemaakt met de objecttekenmodus, wordt ter indicatie een rechthoekig selectiekader om de vorm toegevoegd.

Zie Objecten tekenen en maken in Animate CC en Lijnen en vormen tekenen met Animate CC voor gedetailleerde informatie over tekenobjecten.

Bitmap

Bitmapafbeeldingen worden over het algemeen gebruikt om fotografische inhoud, zoals afbeeldingen die met een digitale camera zijn vastgelegd, weer te geven. Deze bestanden geven afzonderlijke pixels weer die unieke kleurwaarden bevatten. Wanneer ze samen worden weergegeven, vormen de pixels de foto of afbeelding.

Bitmapafbeeldingen mogen niet worden geschaald. Als u bitmapafbeeldingen in Animate CC wilt importeren, gebruikt u een beeldbewerkingsprogramma om deze te vergroten of te verkleinen en te optimaliseren voordat u deze importeert. Wanneer u bitmapafbeeldingen schaalt, verliest u pixelgegevens en kan de kwaliteit van de afbeelding negatief worden beïnvloed. Zet geïmporteerde bitmapafbeeldingen om in symbolen om de prestaties in Animate te verbeteren.

U kunt het gereedschap Emmertje gebruiken om een vectorobject met de pixels van een geïmporteerde bitmap te vullen. De bestandsindeling die het meest met bitmapafbeeldingen wordt gekoppeld, is JPEG.

Om te weten hoe u bitmaps in Animate CC kunt importeren en gebruiken, raadpleegt u Bitmaps importeren in Animate CC.

Video

Wanneer u video insluit in Adobe Animate CC, worden alle videobestandsgegevens aan het Animate-bestand toegevoegd. Hierdoor krijgt u een veel groter Animate-bestand en daaropvolgend SWF-bestand. De video wordt geplaatst in de tijdlijn waarin u de afzonderlijke videoframes kunt bekijken die worden weergegeven in de tijdlijnframes. Aangezien elk videoframe wordt weergegeven door een frame in de tijdlijn, moet de framesnelheid van de filmclip gelijk zijn aan de framesnelheid van het SWF-bestand.

Als u verschillende framesnelheden gebruikt voor het SWF-bestand en de ingesloten videoclip, verloopt het afspelen niet consistent. Ingesloten video werkt het beste voor kleinere videoclips, met een afspeeltijd van maximaal 10 seconden. Als u videoclips gebruikt met langere afspeeltijden, kunt u beter progressief gedownloade video gebruiken of streaming video met behulp van Flash Media Server.

Aanvullende informatie

Audio

In Adobe Animate kunt u geluid op verschillende manieren toepassen. U kunt geluiden maken die, onafhankelijk van de tijdlijn, continu worden afgespeeld of de tijdlijn gebruiken om animatie met een geluidsspoor te synchroniseren. U kunt geluiden aan knoppen toevoegen om ze interactiever te maken en geluiden laten in- en uitfaden om een mooier geluidsspoor te maken.

Animate werkt met twee soorten geluid: gebeurtenisgeluiden en streaming geluiden.

  • Een gebeurtenisgeluid moet volledig worden gedownload voordat het wordt afgespeeld en het blijft afspelen totdat het expliciet wordt gestopt.
  • Streaming geluiden worden afgespeeld zodra voldoende gegevens voor de eerste paar frames zijn gedownload. Streaming geluiden worden met de tijdlijn gesynchroniseerd om op een website te worden afgespeeld.

Aanvullende informatie

Groepen

Gebruik groepen om objecten op een logische manier te ordenen voor eenvoudig gebruik. U kunt bijvoorbeeld na het maken van een tekening de elementen van de tekening groeperen, zodat u de tekening als een geheel eenvoudig kunt selecteren en verplaatsen. Wanneer u een groep selecteert, toont de Eigenschapcontrole de x- en y-coördinaten van de groep en zijn pixelafmetingen. U kunt groepen bewerken zonder deze te degroeperen. U kunt ook een afzonderlijk object in een groep selecteren om het te bewerken zonder de groepering van de objecten op te heffen.

Klik op de koppeling om te leren over Stapelen en rangschikken van objecten in Animate CC.

Tekst

U kunt het gereedschap Tekst gebruiken om drie typen tekstvelden in Adobe Animate CC te maken: statisch, dynamisch en invoer. Alle tekstvelden ondersteunen Unicode.

  • Statische tekstvelden geven teksttekens weer die niet dynamisch veranderen
  • Dynamische tekstvelden geven tekst weer die dynamisch wordt bijgewerkt, zoals scores voor een game of gebruikersnamen
  • Invoertekstvelden staan toe dat gebruikers tekst invoeren in formulieren of enquêtes

U kunt horizontale tekst (van links naar rechts) of statische verticale tekst (met een doorloop van rechts naar links of van links naar rechts) maken.

Aanvullende informatie

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid