Gebruik de opties in de categorie voor pagina-eigenschappen voor Titel/codering om het coderingstype van het document op te geven dat specifiek is voor de taal waarin u uw webpagina's hebt geschreven in Adobe Dreamweaver.

Met de opties Titel/codering in Pagina-eigenschappen kunt u het documentcoderingstype opgeven dat specifiek is voor de taal die wordt gebruikt voor het schrijven van uw webpagina's. Ook kunt u met de opties voor Titel/codering opgeven welke UNF moet worden gebruikt met dat coderingstype.

  1. Klik op Venster > Pagina-eigenschappen en klik op Pagina-eigenschappen in de eigenschappencontrole voor tekst.

  2. Selecteer in het deelvenster Pagina-eigenschappen, Titel/Codering. U kunt de volgende opties configureren:

    • Titel: geeft de paginatitel aan die wordt weergegeven in de titelbalk van het documentvenster en de meeste browservensters.
    • Documenttype (DTD): geeft de definitie van een documenttype aan. U kunt een HTML-document bijvoorbeeld XHTML-compatibel maken door XHTML 1.0 Transitional of XHTML 1.0 Strict te selecteren in het pop‑upmenu
    • Codering: geeft de codering aan die wordt gebruikt voor tekens in het document. Als u Unicode (UTF-8) selecteert als documentcodering, is eenheidscodering niet nodig, omdat UTF-8 zonder problemen alle tekens kan vertegenwoordigen. Als u een andere documentcodering selecteert, hebt u mogelijk eenheidscodering nodig voor het vertegenwoordigen van bepaalde tekens. Zie www.w3.org/TR/REC-html40/sgml/entities.html voor meer informatie over tekenentiteiten.
    • Opnieuw laden: converteert het bestaande document of opent het opnieuw met de nieuwe codering.
    • Unicode-formulier: is alleen beschikbaar als u UTF-8 hebt geselecteerd als documentcodering. Er zijn vier Unicode-formulieren. De belangrijkste is Normalization Form C, omdat dit het meest algemeen wordt gebruikt in het Character Model voor het World Wide Web. Voor de volledigheid biedt Adobe de drie andere UNF's ook aan. Unicode bevat enkele tekens die visueel gelijk zijn maar die binnen het document op verschillende manieren worden opgeslagen. De letter 'ë' (e-umlaut) kan bijvoorbeeld worden vertegenwoordigd door één teken, de e-umlaut, of door twee tekens, de normale Latijnse 'e' plus de umlaut. Een Unicode-combinatieteken is een teken dat samen met het voorgaande teken wordt gebruikt. In dit geval zou de umlaut dus worden weergegeven boven de Latijnse 'e'. Beide vormen hebben dezelfde visuele typografie als resultaat, maar voor elke vorm wordt iets anders opgeslagen in het bestand. Normalisatie is het proces waarbij wordt gecontroleerd of alle tekens die in verschillende vormen kunnen worden opgeslagen, allemaal in dezelfde vorm zijn opgeslagen. In dit geval betekent dat dat alle 'ë'-tekens in een document zijn opgeslagen als één e-umlaut of als 'e' plus de umlaut en dat niet beide vormen in één document zijn opgeslagen. Meer informatie over Unicode-normalisatie en de specifieke vormen die kunnen worden gebruikt, vindt u op de Unicode-website op www.unicode.org/reports/tr15.
    • Unicode-handtekening (BOM) opnemen: neemt een Byte Order Mark (BOM) op in het document. Een BOM bestaat uit 2 tot 4 bytes aan het begin van een tekstbestand waarmee een bestand wordt aangeduid als Unicode en, als dat het geval is, de bytevolgorde van de volgende bytes. Omdat UTF-8 geen bytevolgorde heeft, is het toevoegen van een UTF-8 BOM optioneel. Voor UTF-16 en UTF-32 is het verplicht.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid