Manieren waarop afbeeldingen en tekst opnieuw kunnen worden gebruikt

In InDesign kunt u afbeeldingen en tekst op verschillende manieren opnieuw gebruiken.

Fragmenten

Een fragment is een bestand waarin objecten staan en beschrijft de locatie van die objecten ten opzichte van elkaar op een pagina of spread met pagina's (Zie Fragmenten gebruiken.)

Objectbibliotheken

Een objectbibliotheek is een handige plaats voor het opslaan van elementen zoals logo's, zijbalken, pull-quotes en andere herhaalde elementen (Zie Objectbibliotheken gebruiken.)

Sjablonen

Een sjabloon is een document dat plaatsaanduidingstekst en afbeeldingen bevat (Zie Documentsjablonen gebruiken.)

Fragmenten gebruiken

Een fragment is een bestand waarin objecten staan, en beschrijft de locatie van die objecten ten opzichte van elkaar op een pagina of spread met pagina's. Met fragmenten kunt u paginaobjecten op een makkelijke manier hergebruiken en plaatsen. U maakt een fragment door objecten in een fragmentbestand op te slaan. Fragmentbestanden hebben de extensie .idms (in oudere versies van InDesign hadden deze bestanden de extensie .inds). Wanneer u het fragmentbestand in InDesign plaatst, kunt u bepalen of de objecten op hun originele plaats komen te staan of op de plaats waar u klikt. U kunt fragmenten in de objectbibliotheek, in Adobe Bridge en op de vaste schijf van uw computer opslaan.

De laagkoppelingen binnen fragmenten blijven behouden wanneer u die fragmenten plaatst. Wanneer een fragment brondefinities bevat en deze definities komen ook voor in het document waarnaar u het fragment hebt gekopieerd, gebruikt het fragment de brondefinities uit het document.

Fragmenten die u in InDesign CS5 maakt, kunnen worden geopend in InDesign CS4, maar niet in versies van InDesign die ouder zijn dan CS4.

Fragmenten maken

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Selecteer een of meer objecten met een van de selectietools en kies vervolgens Bestand > Exporteren. Kies InDesign-fragment bij Opslaan als type (Windows) of Structuur (Mac OS). Voer een naam in voor het bestand en klik op Opslaan.

    • Selecteer een of meer objecten met een van de selectietools en sleep de selectie naar uw bureaublad. Er wordt een fragmentbestand gemaakt. Geef het bestand een nieuwe naam.

    • Selecteer een of meerdere objecten en sleep de selectie naar het deelvenster Mini Bridge. Er wordt een fragmentbestand gemaakt. Geef het bestand een nieuwe naam.

    • Sleep een item vanuit de structuurweergave naar uw bureaublad.

Fragmenten aan een document toevoegen

  1. Kies Bestand > Plaatsen.
  2. Selecteer een of meer fragmentbestanden (*.idms of *.inds).
  3. Klik met de geladen fragmentcursor op de gewenste locatie voor de linkerbovenhoek van het fragmentbestand.

    Als u het invoegpunt in een tekstkader hebt geplaatst, wordt het fragment in de tekst geplaatst als een verankerd object.

    Alle objecten blijven geselecteerd nadat u het fragment hebt geplaatst. U kunt de positie van de objecten wijzigen door deze te slepen.

  4. Als u meerdere fragmenten hebt geselecteerd, klikt u met de fragmentcursor daar waar u de andere fragmenten wilt plaatsen.

Opmerking:

U kunt een fragmentbestand vanaf het bureaublad naar het InDesign-document slepen en klikken op de plaats waar de linkerbovenhoek van het fragment moet komen.

Kiezen hoe fragmenten moeten worden geplaatst

In plaats van dat u fragmentobjecten plaatst waar u klikt, kunt u ze ook op hun originele plaats neerzetten. Een tekstkader dat bijvoorbeeld in het midden van een pagina stond toen het tekstkader als onderdeel van een fragment werd gemaakt, kan op dezelfde plaats worden neergezet wanneer u dat tekstkader als een fragment plaatst.

  1. Kies in de voorkeuren onder Bestandsafhandeling de optie Originele locatie in het menu Positie bij om de originele locaties van de objecten in fragmenten te behouden. Kies Cursorlocatie in het menu Positie bij als u fragmenten wilt plaatsen op het punt op een pagina waar u klikt.

Opmerking:

U kunt op Alt (Windows) of Option (Mac) drukken om de positie-instelling te overschrijven die u voor het verwerken van fragmenten hebt geselecteerd. Als u bijvoorbeeld de optie Positie bij cursorlocatie hebt geselecteerd, maar u wilt de fragmentobjecten op hun originele locatie plaatsen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac) ingedrukt wanneer u met de fragmentcursor op de pagina klikt.

Objectbibliotheken gebruiken

Met objectbibliotheken kunt u de afbeeldingen, tekst en pagina's indelen die u het meeste gebruikt. U kunt ook liniaalhulplijnen, rasters, getekende vormen en gegroepeerde afbeeldingen aan een bibliotheek toevoegen. Het aantal bibliotheken is onbeperkt. U kunt bijvoorbeeld aparte objectbibliotheken per project of klant maken.

Het aantal bibliotheken dat u tijdens een werksessie kunt openen, is afhankelijk van het systeemgeheugen. Objectbibliotheken kunnen op servers en allerlei platforms worden gebruikt, maar per keer kan er maar één gebruiker de bibliotheek openen. Als een objectbibliotheek tekstbestanden bevat, controleert u of de lettertypen beschikbaar en actief zijn op alle systemen die de bibliotheek zullen gebruiken.

Wanneer u een pagina-element zoals een afbeelding aan een objectbibliotheek toevoegt, blijven alle geïmporteerde of toegepaste kenmerken behouden. Als u bijvoorbeeld een afbeelding uit een InDesign-document aan een bibliotheek toevoegt, is de kopie in de bibliotheek een duplicaat van het origineel, inclusief de koppelingsinformatie van het origineel, zodat u de afbeelding kunt bijwerken wanneer het bestand op de schijf wordt gewijzigd.

Verwijdert u het object uit het InDesign-document, dan blijft de miniatuur van het object in het deelvenster Bibliotheek staan en blijven de koppelingsgegevens intact. Als u het originele object verplaatst of verwijdert, wordt het pictogram voor ontbrekende koppelingen naast de naam van het object weergegeven in het deelvenster Koppelingen wanneer u het object vanaf het deelvenster Bibliotheek in een document plaatst.

Binnen elke objectbibliotheek kunt u items opzoeken op titel, op datum waarop ze aan de bibliotheek zijn toegevoegd, en op sleutelwoorden. Ook kunt u de weergave van een objectbibliotheek vereenvoudigen door de items in de bibliotheek te sorteren en hun subsets weer te geven. U kunt bijvoorbeeld alle items behalve EPS-bestanden verbergen.

Objectbibliotheek in het deelvenster Bibliotheek
Objectbibliotheek in het deelvenster Bibliotheek

A. Miniatuur en naam van object B. Knop Informatie bibliotheekitem C. Knop Bibliotheeksubset tonen D. Knop Nieuw bibliotheekitem E. Knop Bibliotheekitem verwijderen 

Wanneer u een item aan een objectbibliotheek toevoegt, worden in InDesign alle pagina-, tekst- en afbeeldingskenmerken opgeslagen. De relaties tussen bibliotheekobjecten en andere pagina-elementen blijven op de volgende manieren behouden:

  • Elementen die gegroepeerd waren toen ze naar het deelvenster Bibliotheek werden gesleept, blijven gegroepeerd als u ze uit het deelvenster Bibliotheek sleept.

  • De opmaak van de tekst blijft behouden.

  • Alinea-, teken- en objectstijlen die dezelfde naam hebben als de stijlen in het doeldocument, worden omgezet naar de stijlen van het doeldocument. Stijlen met een andere naam worden aan het document toegevoegd.

  • Als de optie Lagen behouden bij plakken in het menu van het deelvenster Lagen is geselecteerd, blijven de originele lagen van een object behouden.

Een objectbibliotheek maken

Een objectbibliotheek wordt als een gewoon bestand op schijf opgeslagen. Wanneer u een objectbibliotheek maakt, moet u opgeven waar u deze wilt opslaan. Als u een bibliotheek opent, wordt deze weergegeven als een deelvenster dat u met andere deelvensters kunt groeperen. De bestandsnaam van de objectbibliotheek staat op het tabblad van het deelvenster. Sluit u een objectbibliotheek, dan wordt deze uit de huidige sessie verwijderd. Het bestand wordt echter niet verwijderd.

U kunt objecten, geselecteerde pagina-elementen of een gehele pagina met elementen aan een objectbibliotheek toevoegen of eruit verwijderen. U kunt ook bibliotheekobjecten toevoegen of van de ene bibliotheek naar een andere verplaatsen.

  1. Kies Bestand > Nieuw > Bibliotheek.
  2. In het dialoogvenster CC-bibliotheken kunt u ervoor kiezen om verder te werken met de objectbibliotheken van InDesign, of u kunt CC-bibliotheken gebruiken om al uw creatieve elementen te ordenen, te bekijken en te openen. Zie voor meer informatie Creative Cloud Libraries: Samenwerken, middelen synchroniseren en delen.

  3. Geef een locatie en naam voor de bibliotheek op en klik op Opslaan. De naam die u opgeeft, wordt de naam van het tabblad van het deelvenster Bibliotheek.

Een bestaande bibliotheek openen

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Als u al een bibliotheek hebt geopend in de huidige sessie (en nog niet hebt gesloten), kiest u het bibliotheekbestand in het menu Venster.

    • Als u nog geen bibliotheek hebt geopend, kiest u Bestand > Openen en selecteert u een of meer bibliotheken. In Windows hebben bibliotheekbestanden de extensie .indl. Bibliotheken uit vorige versies van InDesign die in de nieuwe versie van InDesign worden geopend, worden omgezet naar de nieuwe bestandsindeling en u wordt gevraagd deze bibliotheken onder een andere naam op te slaan.

Een bibliotheek sluiten

  1. Klik op het tabblad van de bibliotheek die u wilt sluiten.
  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Kies Bibliotheek sluiten in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

    • Kies de naam van het bibliotheekbestand in het menu Venster.

Een bibliotheek verwijderen

  1. Sleep in de Verkenner (Windows) of de Finder (Mac OS) een bibliotheekbestand naar de prullenmand. In Windows hebben bibliotheekbestanden de extensie INDL.

Een object of pagina aan een bibliotheek toevoegen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep een of meer objecten van een documentvenster naar een geopend deelvenster van een objectbibliotheek.

    • Selecteer een of meer objecten in een documentvenster en klik op de knop Nieuw bibliotheekitem in het deelvenster Objectbibliotheek.

    • Selecteer een of meer objecten in een documentvenster en kies Item toevoegen in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

    • Kies in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek de optie Items op pagina [nummer] toevoegen als afzonderlijke objecten om alle objecten als afzonderlijke bibliotheekobjecten toe te voegen.

    • Kies Items op pagina [nummer] toevoegen in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek als u alle objecten als één bibliotheekobject wilt toevoegen.

    • Sleep een element vanuit het deelvenster Structuur naar een geopend deelvenster van een objectbibliotheek.

Opmerking:

Als u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt houdt wanneer u deze opdrachten uitvoert, wordt het venster Item-informatie weergegeven wanneer het item aan de bibliotheek is toegevoegd.

Een object uit een bibliotheek aan het document toevoegen

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Sleep een object vanuit het deelvenster Objectbibliotheek naar een documentvenster.

    • Selecteer een object in het deelvenster Objectbibliotheek en kies Item(s) plaatsen in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek. Bij deze methode wordt het object op de originele locatie (X- en Y-coördinaten) geplaatst.

    • Sleep een XML-element naar een bovenliggend element in het deelvenster Structuur of naar de pagina.

Bibliotheekobjecten beheren

Gebruik het deelvenster Objectbibliotheek voor het beheren van objecten.

Een bibliotheekobject bijwerken met een nieuw item

  1. Selecteer in het documentvenster het item dat u wilt toevoegen aan het deelvenster Bibliotheek.
  2. Selecteer in het deelvenster Bibliotheek het object dat u wilt vervangen, en kies vervolgens Bibliotheekitem bijwerken in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

Een object van de ene bibliotheek naar een andere bibliotheek kopiëren of verplaatsen

  1. Sleep het deelvenstertabblad van een bibliotheek uit de deelvenstergroep Objectbibliotheek om de bibliotheken te scheiden, zodat u ze allebei tegelijk ziet.
  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Om een object van de ene bibliotheek naar een andere te kopiëren, sleept u een item van het ene tabblad van het deelvenster Bibliotheek naar een ander tabblad.

    • Om een object van de ene bibliotheek naar een andere te verplaatsen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt terwijl u het object van het ene bibliotheektabblad naar een ander bibliotheektabblad in het deelvenster sleept.

Een object uit een objectbibliotheek verwijderen

  1. Selecteer een object in het deelvenster Objectbibliotheek en ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Klik op de knop Bibliotheekitem verwijderen.

    • Sleep het item naar de knop Bibliotheekitem verwijderen.

    • Kies Item(s) verwijderen in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

De weergave van objectbibliotheken wijzigen

In de objectbibliotheek worden objecten als miniaturen of als een tekstlijst weergegeven. U kunt de miniaturen of lijst sorteren op naam, leeftijd en type. De lijstweergave en sorteeropties werken het beste als u de objecten hebt gecatalogiseerd.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Om objecten als miniaturen weer te geven, kiest u Miniatuurweergave of Grote miniatuurweergave in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

    • Om objecten als een tekstlijst weer te geven, kiest u Lijstweergave in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

    • Om de objecten te sorteren kiest u Items sorteren in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek en selecteert u vervolgens een sorteermethode.

Alle objecten weergeven

  1. Kies Alles tonen in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

Bibliotheekgegevens weergeven, toevoegen of bewerken

Als u grote of een groot aantal objectbibliotheken gebruikt, kunt u de bibliotheekgegevens catalogiseren op naam, objecttype of woorden in een beschrijving.

  1. Ga in het deelvenster Objectbibliotheek op een van de volgende manieren te werk:
    • Dubbelklik op een object.

    • Selecteer een object en klik op de knop Informatie bibliotheekitem.

    • Selecteer een object en kies Item-informatie in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

  2. Bekijk of wijzig de opties Itemnaam, Objecttype of Beschrijving en klik op OK.

Objecten zoeken in een bibliotheek

Wanneer u objecten zoekt, worden alle objecten behalve de resultaten van de zoekactie verborgen. U kunt met de zoekfunctie ook specifieke objectcategorieën tonen of verbergen. Zo kunt u bijvoorbeeld alleen objectitems met het woord "ster" in de naam weergeven.

  1. Kies Subset tonen in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek of klik op de knop Bibliotheeksubset weergeven.
  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Om alle objecten in de bibliotheek te zoeken, selecteert u Gehele bibliotheek doorzoeken.

    • Om alleen te zoeken in de objecten die in de bibliotheek worden weergegeven (een vorige zoekactie verfijnen) selecteert u Getoonde items zoeken.

  3. Kies een categorie in het eerste menu onder Parameters.
  4. Geef in het tweede menu aan of de gekozen categorie uit het eerste menu moet worden opgenomen in de zoekactie.
  5. Rechts van het tweede menu typt u een of meer woorden waarnaar u in de opgegeven categorie wilt zoeken.
  6. Met Grotere keuze kunt u maximaal vijf zoekcriteria toevoegen. Elke muisklik voegt één zoekterm toe. Door te klikken op Kleinere keuze verwijdert u een zoekcriterium. Met elke muisklik verwijdert u één zoekterm.
  7. Selecteer Weergeven wanneer alle overeenkomen om alleen de objecten weer te geven die voldoen aan alle zoekcriteria. Selecteer Weergeven wanneer één overeenkomt om objecten weer te geven die aan een van de criteria voldoen.
  8. Klik op OK om de zoekactie te starten.

Opmerking:

U geeft opnieuw alle objecten weer door Alles tonen te kiezen in het menu van het deelvenster Objectbibliotheek.

Elementen in objectbibliotheken migreren naar CC-bibliotheken

Met Creative Cloud-bibliotheken kunt u creatieve elementen ordenen, zoeken en openen. In InDesign kunt u CC-bibliotheken gebruiken als alternatief voor objectbibliotheken.

Opmerking:

InDesign blijft objectbibliotheken ondersteunen.

In InDesign kunt u elementen uit uw objectbibliotheken migreren naar uw CC-bibliotheken.

  1. In het dialoogvenster Objectbibliotheek klikt u op de knop Migreren om alle elementen van de huidige bibliotheek te migreren.

    U kunt ook meerdere elementen in de bibliotheek selecteren, met de rechtermuisknop klikken en de optie kiezen om de geselecteerde elementen te migreren.

  2. In het dialoogvenster Element migreren kiest u de optie om de elementen naar een nieuwe of bestaande CC-bibliotheek te migreren.

Zie voor meer informatie over CC Libraries Creative Cloud Libraries: Samenwerken, middelen synchroniseren en delen.

Creative Cloud Libraries: Samenwerken en middelen synchroniseren en delen
Creative Cloud Libraries: Samenwerken en middelen synchroniseren en delen
Creative Cloud Libraries: Samenwerken en middelen synchroniseren en delen

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid