Werken met de tool Lijn

Maak lijnen en pijlen met behulp van de tool Lijn in Photoshop.

Bekijk de korte video hieronder voor meer informatie over het tekenen van lijnen en pijlen in Photoshop.

Lees het volledige artikel voor meer informatie over de verschillende stappen. Begin met het kiezen van een van de volgende onderwerpen voor meer informatie:

Een lijn tekenen

Met de tool Lijn kunt u een lijn tussen twee punten tekenen op het canvas. Lijnen kunnen als vectorvormen, paden of pixels worden getekend. Kies de Vorm-modus als u een niet-destructieve, schaalbare lijn wilt maken die u op een later tijdstip kunt bewerken. Kies de Pixels-modus wanneer u met gerasterde inhoud werkt, zoals pixel-illustraties.

Voer de volgende snelle stappen uit om een lijn te tekenen:

  1. De tool Lijn selecteren

    Klik op de werkbalk op het groepspictogram voor de tool Vorm () en houd dit ingedrukt om de verschillende opties voor vormen weer te geven. Selecteer de tool Lijn.

    Werken met de tool Lijn

  2. De breedte van de lijn instellen

    Vormmodus:

    Stel de breedte van een vormlijn in met de instellingen voor Dikte in de optiebalk. U krijgt het beste resultaat als u Uitlijnen in de opties voor Omlijning instelt op Centreren of Buitenkant. De dikte van de omlijning wordt niet weergegeven als voor uitlijning de optie Binnenkant is geselecteerd.

    Stel in de optiebalk de kleur en dikte van de omlijning in. U kunt de breedte van de lijn ook zonder omlijning instellen.

    Omlijningsdikte en lijnbreedte instellen in Photoshop
    Omlijningsdikte en lijnbreedte instellen

    A. Dikte omlijning instellen B. Lijnbreedte instellen 

    opties voor uitlijnen van omlijning
    Kies Centreren of Buitenkant van de opties voor uitlijnen van omlijning

    Modus Pad of Pixels:

    Stel de breedte van de pixellijn in de optiebalk in door Dikte in te stellen.

    Opmerking:

    De Pixel-modus en Dikte zijn niet beschikbaar voor de tool Lijn in Photoshop versie 22.0-22.2

  3. Klikken en slepen 

    Klik op het canvas, sleep en laat los om een lijn te maken. Als u de hoek van de lijn wilt beperken tot een veelvoud van 45°, houdt u Shift ingedrukt tijdens het slepen van de lijn.

Opties voor de vormmodus

Opties voor de tool Lijn

A. Stel verschillende kenmerken en eigenschappen in met de tool lijn door te klikken op de opties voor omlijning B. Meer opties 

Lijnmodus

  • Als u een vectorlijn wilt maken, kiest u Vorm.  

Vulkleur         

  • Selecteer een kleur in de lijst of klik op de kleurkiezer om een kleur te selecteren. U kunt ook klikken op het kleurstaal in het gedeelte Weergave van het deelvenster Eigenschappen om een kleur te kiezen. Deze wordt gebruikt om het midden van de pijlpunt te vullen.

Omlijningskleur         

  • Selecteer een kleur in de lijst of klik op de kleurkiezer om een kleur te selecteren. U kunt ook klikken op het kleurstaal in het gedeelte Weergave van het deelvenster Eigenschappen om een kleur te kiezen. Hiermee worden de lijn en de buitenkant van de pijlpunt gekleurd.

Omlijningsdikte        

  • Voer de streekdikte in pixels in.

Dikte        

  • Voer de lijndikte in pixels in.

Meer opties    

  • Voorinstelling: kies tussen ononderbroken lijn, onderbroken lijn, stippellijn of klik op Meer opties om een aangepaste voorinstelling voor een lijn te maken.
  • Uitlijnen: selecteer Centreren of Buitenkant. Lijndikte wordt niet weergegeven als de uitlijnoptie Binnen is geselecteerd.
  • Lijnuiteinden: u kunt kiezen uit drie vormen voor lijnuiteinden: Hoekig, Rond of Vierkant. Met de vormen voor lijnuiteinden bepaalt u de vorm van het beginpunt en het eindpunt van de lijn.  
  • Onderbroken lijn: pas de weergave van de onderbroken lijn aan door getallen in te voeren voor het aantal streepjes en tussenruimten in het herhalingspatroon.

Opties voor de pixelmodus

Lijnmodus

  • Kies Pixels om een lijn van pixels te maken.

Modus

  • Selecteer de gewenste overvloeimodus. De standaardoptie is Normaal.

Dekking  

  • Stel de dekkingswaarde in van 1-100%.

Dikte

  • Stel de gewenste lijnbreedte in pixels in.

Aanvullende instellingen

Klik op het tandwielpictogram () op de optiebalk van de tool Lijn en selecteer Bedieningselementen voor actieve vormen om de bedieningselementen voor canvastransformatie in te schakelen. Hiermee kunt u lijnen van het canvas draaien en het formaat ervan wijzigen. Hiermee kunt u ook de pijlpunten schalen.

De instellingen voor de transformatie en weergave kunnen ook worden ingesteld via het deelvenster Eigenschappen. U kunt deze optie inschakelen in het hoofdmenu van Venster > Eigenschappen.

Het deelvenster Eigenschappen
Het deelvenster Eigenschappen

Een pijl tekenen

Als u een pijl wilt maken, voegt u gewoon pijlpunten toe aan een lijn. Nadat u een lijn hebt gemaakt en de lijnkleur en -dikte hebt ingesteld, klikt u op het tandwielpictogram () op de optiebalk van de tool Lijn. Als u een pijl aan het begin van uw lijn wilt toevoegen, schakelt u Start in. Als u een pijl aan het einde van uw lijn wilt toevoegen, schakelt u Einde in. Als u aan beide uiteinden een pijl wilt toevoegen, schakelt u zowel Start als Einde in.

  • Stel de Breedte en de Lengte van de pijlpunt in pixels in. In versie 22.0 en hoger worden pijlpunten gedefinieerd in absolute pixels, niet in het percentage van de lijndikte.
  • Stel de Holling in. Dit is de hoeveelheid kromming op het breedste deel van de pijlpunt, waar deze de lijn raakt. Voer een waarde voor Holling in tussen -50% en +50%.
Pijlpunten
Klik op het tandwielpictogram in de optiebalk voor meer opties.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account