U kunt een masker toevoegen aan een laag om gedeelten van de laag te verbergen, zodat de onderliggende lagen zichtbaar worden. Het maskeren van lagen is bijzonder handig wanneer u verschillende foto's combineert tot één afbeelding, of een persoon of object uit een foto wilt verwijderen.

Video | Een gedeelte van een afbeelding maskeren

Video | Een gedeelte van een afbeelding maskeren
Matthew Pizzi

Videozelfstudie: Een persoon uit de achtergrond verwijderen met maskeren

Videozelfstudie: Een persoon uit de achtergrond verwijderen met maskeren
lynda.com

Informatie over laag- en vectormaskers

Met maskers kunt u gedeelten van een laag verbergen en gedeelten van onderliggende lagen zichtbaar maken. U kunt twee soorten maskers maken:

  • Laagmaskers zijn resolutieafhankelijke bitmapafbeeldingen die worden bewerkt met de teken- of selectietools.

  • Vectormaskers zijn resolutieonafhankelijk en worden gemaakt met een pen- of vormtool.

    Laag- en vectormaskers zijn niet-destructief, dat wil zeggen dat u de maskers later opnieuw kunt bewerken zonder de pixels die ze verbergen te verliezen.

    In het deelvenster Lagen worden laagmaskers en vectormaskers als extra miniaturen rechts naast de laagminiatuur weergegeven. Voor het laagmasker vertegenwoordigt deze miniatuur het grijswaardenkanaal dat is gemaakt toen u het laagmasker toevoegde. De vectormaskerminiatuur vertegenwoordigt een pad waarmee de inhoud van de laag wordt uitgeknipt.

Opmerking:

Als u een laag- of vectormasker op de achtergrondlaag wilt maken, dient u de achtergrond eerst om te zetten in een gewone laag (Laag > Nieuw > Laag uit achtergrond).

Maskerlaag
Maskerlaag

A. Miniatuur van laagmasker B. Miniatuur van vectormasker C. Koppelingspictogram van vectormasker D. Masker toevoegen 

U kunt een laagmasker bewerken als u elementen aan het gemaskerde gebied wilt toevoegen of eruit wilt verwijderen. Een laagmasker is een grijswaardenafbeelding. Gebieden die u zwart maakt zijn verborgen en gebieden in wit zijn zichtbaar. Gebieden in grijswaarden verschijnen met verschillende transparantieniveaus.

Achtergrond getekend met zwart, beschrijvende kaart getekend met grijs, mand getekend met wit
Achtergrond getekend met zwart, beschrijvende kaart getekend met grijs, mand getekend met wit

Met een vectormasker wordt een vorm met scherpe randen op de laag getekend. Vectormaskers zijn met name handig als u ontwerpelementen met duidelijk gedefinieerde randen wilt toevoegen. Wanneer u een laag met een vectormasker hebt gemaakt, kunt u daar een of meer laagstijlen op toepassen en deze indien nodig bewerken. Zo beschikt u in een handomdraai over een bruikbare knop, of een bruikbaar deelvenster of ander ontwerpelement voor het web.

Het deelvenster Eigenschappen biedt extra besturingselementen voor het aanpassen van een masker. U kunt de dekking van een masker wijzigen om meer of minder van de gemaskeerde inhoud weer te geven, u kunt het masker omkeren, of de maskerkaders verfijnen, zoals met een selectiegebied.

Het deelvenster Eigenschappen
Het deelvenster Eigenschappen

A. Laagmasker B. Vectormasker 

Laagmaskers toevoegen

Wanneer u een laagmasker toevoegt, kunt u de hele laag tonen of verbergen of het masker samenstellen op basis van een selectie of transparantie. Later tekent u op het masker, zodat u bepaalde gedeelten van de laag op nauwkeurige wijze verbergt, waardoor de onderliggende lagen zichtbaar worden.

Een masker toevoegen waarmee de volledige laag wordt getoond of verborgen

  1. Controleer of uw afbeelding geen selectie bevat. Kies Selecteren > Deselecteren.
  2. Selecteer de laag of de groep in het deelvenster Lagen.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een vectormasker wilt maken waarmee de volledige laag zichtbaar wordt, klikt u op de knop Laagmasker toevoegen  in het deelvenster Lagen of kiest u Laag > Laagmasker > Alles tonen.
    • Als u een masker wilt maken dat de gehele laag verbergt, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op de knop Laagmasker toevoegen, of kiest u Laag > Laagmasker > Alles verbergen.

Een laagmasker toevoegen waarmee een laag gedeeltelijk wordt verborgen

  1. Selecteer de laag of de groep in het deelvenster Lagen.
  2. Selecteer het gebied in de afbeelding en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Klik op de knop Nieuw laagmasker in het deelvenster Lagen om een masker te maken dat de selectie zichtbaar maakt.
    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de knop Laagmasker toevoegen in het deelvenster Lagen om een masker te maken dat de selectie verbergt.
    • Kies Laag > Laagmasker > Selectie onthullen of Selectie verbergen.

Een masker maken van laagtransparantie

Maak een masker op basis van deze gegevens als u laagtransparantie rechtstreeks wilt bewerken. Deze techniek is handig voor video- en 3D-workflows.

  1. Selecteer de laag in het deelvenster Lagen.
  2. Kies Laag > Laagmasker > Van transparantie.

Photoshop zet transparantie om in een dekkende kleur, verborgen door het zojuist gemaakte masker. De dekkende kleur kan aanzienlijk variëren, afhankelijk van de filters en andere bewerkingen die eerder zijn toegepast op de laag.

Een laagmasker toepassen uit een andere laag

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u het masker naar een andere laag wilt verplaatsen, sleept u het masker naar de andere laag.
    • Als u het masker wilt dupliceren, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleept u het masker naar de andere laag.

Lagen en maskers ontkoppelen

Een laag of een groep is standaard gekoppeld aan het bijbehorende laagmasker of vectormasker, zoals wordt aangegeven door het koppelingspictogram tussen de miniaturen in het deelvenster Lagen. Wanneer u de laag of het bijbehorende masker verplaatst met de tool Verplaatsen , worden zowel de laag als het masker gezamenlijk verplaatst in de afbeelding. Als u de laag en het masker ontkoppelt, kunt u deze onafhankelijk verplaatsen en kunt u de grenzen van het masker afzonderlijk van de laag verschuiven.

  • Klik in het deelvenster Lagen op het koppelingspictogram als u een laag wilt ontkoppelen van het bijbehorende masker.

  • Klik tussen de miniaturen van de laag en het maskerpad in het deelvenster Lagen om de koppeling tussen een laag en het masker te herstellen.

Een laagmasker in- en uitschakelen

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer de laag die het laagmasker bevat dat u wilt uitschakelen of inschakelen en klik op de knop Masker uitschakelen/inschakelen  in het deelvenster Eigenschappen.
    • Houd Shift ingedrukt terwijl u in het deelvenster Lagen op de laagmaskerminiatuur klikt.
    • Selecteer de laag met het laagmasker dat u wilt in- of uitschakelen en kies Laag > Laagmasker > Uitschakelen of Laag > Laagmasker > Inschakelen.

    Als het masker is uitgeschakeld, verschijnt in het deelvenster Lagen boven de maskerminiatuur een rode X. De inhoud van de laag wordt dan zonder maskereffecten weergegeven.

Een laagmasker toepassen of verwijderen

U kunt een laagmasker toepassen om de verborgen gedeelten van een laag definitief te verwijderen. Laagmaskers worden opgeslagen als alfakanalen en dus kunt u met het toepassen en verwijderen van laagmaskers de bestandsgrootte beperkt houden. Het is ook mogelijk een laagmasker te verwijderen zonder de wijzigingen toe te passen.

  1. In het deelvenster Lagen selecteert u de laag die het laagmasker bevat.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Als u het laagmasker wilt verwijderen nadat u het permanent hebt toegepast op de laag, klikt u op het pictogram Masker toepassen  onder aan het deelvenster Eigenschappen.
    • Als u het laagmasker wilt verwijderen zonder het toe te passen op de laag, klikt u op de knop Verwijderen onder in het deelvenster Eigenschappen en klikt u vervolgens op Verwijderen.

    U kunt laagmaskers ook toepassen en verwijderen met het menu Laag.

    Opmerking:

    U kunt een laagmasker niet permanent toepassen op een laag met een slim object wanneer u een laagmasker verwijdert.

Het laagmaskerkanaal selecteren en weergeven

U kunt een laagmasker gemakkelijker bewerken wanneer u het grijswaardenmasker alleen of als een rode bedekking op de laag weergeeft.

  1. Voer in het deelvenster Lagen een van de volgende handelingen uit:

    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik op de laagmaskerminiatuur om alleen het grijswaardenmasker weer te geven. Als u de lagen opnieuw wilt weergeven, houdt u Alt of Option ingedrukt en klikt u op de laagmaskerminiatuur. U kunt ook klikken op het oogpictogram  in het deelvenster Eigenschappen.
    • Houd Alt+Shift (Windows) of Option+Shift (Mac OS) ingedrukt en klik op de laagmaskerminiatuur om het masker boven de laag weer te geven in een rode maskerkleur. Houd Alt+Shift of Option+Shift ingedrukt en klik nogmaals op de miniatuur om de weergave in kleur uit te schakelen.

De rode kleur of dekking van het laagmasker wijzigen

  1. Dubbelklik op het laagmaskerkanaal in het deelvenster Kanalen.

  2. Als u een nieuwe maskerkleur wilt kiezen, klikt u op het kleurstaal in het dialoogvenster Opties voor weergave van laagmasker en kiest u een nieuwe kleur.
  3. Als u de dekking wilt wijzigen, geeft u een waarde tussen 0 en 100% op.

    Zowel de instellingen voor kleur als voor dekking hebben alleen effect op de vormgeving van het masker en niet op de bescherming van de onderliggende gebieden. U kunt deze instellingen bijvoorbeeld wijzigen als u het masker duidelijker wilt laten afsteken tegen de kleuren in de afbeelding.

  4. Klik op OK.

De dekking en randen van een masker aanpassen

Gebruik het deelvenster Eigenschappen om de dekking van een geselecteerd laagmasker of vectormasker aan te passen. Met de schuifregelaar Dichtheid wordt de maskerdekking bestuurd. Met Doezelaar verzacht u de randen van maskers.

Aanvullende opties gelden specifiek voor laagmaskers. Met de optie Omkeren draait u gemaskeerde en niet-gemaskeerde gebieden om. Met de optie Maskerrand beschikt u over een aantal besturingselementen voor het wijzigen van de maskerranden, zoals Vloeiend en Slinken/vergroten. Zie Aanpassings- en opvullagen maken en beperken voor informatie over de optie Kleurbereik.

De maskerdichtheid wijzigen

  1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met het masker dat u wilt bewerken.
  2. Klik in het deelvenster Lagen op de maskerminiatuur. Er verschijnt een rand rond de miniatuur.

  3. Sleep de schuifregelaar Dekking in het deelvenster Eigenschappen om de dekking van het masker aan te passen.

    Bij een dichtheid van 100% is het masker volledig gedekt en wordt elk willekeurig onderliggend gebied van de laag geblokkeerd. Naarmate u de dichtheid verlaagt, wordt een groter gedeelte van het gebied onder het masker zichtbaar.

Randen van doezelaarmasker

  1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met het masker dat u wilt bewerken.
  2. Klik in het deelvenster Lagen op de maskerminiatuur. Er verschijnt een rand rond de miniatuur.

  3. Sleep de schuifregelaar Doezelaar om doezelen toe te passen op de randen van het masker.

    Door doezelen worden de randen van het masker vervaagd en wordt een zachtere overgang gemaakt tussen de gemaskerde en niet-gemaskerde gebieden. Doezelen wordt toegepast vanaf de randen van het masker naar buiten, binnen het pixelbereik dat u instelt met de schuifregelaar.

Maskerranden verfijnen

  1. Selecteer in het deelvenster Lagen de laag met het masker dat u wilt bewerken.
  2. Klik in het deelvenster Lagen op de maskerminiatuur. Er verschijnt een rand rond de miniatuur.

  3. Klik op Maskerrand. U kunt maskerranden wijzigen met de opties in het dialoogvenster Masker verfijnen en het masker bekijken tegen verschillende achtergronden. Zie De randen van selecties verfijnen voor een beschrijving van opties.

  4. Klik op OK om het dialoogvenster Masker verfijnen te sluiten en uw wijzigingen toe te passen op het laagmasker.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid