Foto's retoucheren en repareren

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
    8. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en Adobe-services
    1. Photoshop en Adobe Stock
    2. Creative Cloud Libraries
    3. Creative Cloud Libraries in Photoshop
    4. Raster en hulplijnen
    5. Handelingen maken
    6. Ongedaan maken en historie
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    9. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    10. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
  4. Photoshop voor de iPad
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Clouddocumenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werk met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werk met tekstlagen
    16. Werk met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Systeemvereisten 1.x | Photoshop op de iPad
    23. Systeemvereisten 2.x | Photoshop op de iPad
    24. Afbeeldingsgrootte bewerken
    25. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    26. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    27. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop
  5. Photoshop op internet
    1. Photoshop op internet | Veelgestelde vragen    
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop op internet
    4. Sneltoetsen | Photoshop op internet
    5. Ondersteunde bestandstypen | Photoshop op internet
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Samenwerken met belanghebbenden
    8. Beperkte bewerkingen toepassen op uw clouddocumenten
  6. Clouddocumenten
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Toegang delen en uw clouddocumenten bewerken
  7. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Documenten maken
    3. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    4. Ondersteuning voor Microsoft Surface Dial in Photoshop
    5. Toolgalerieën
    6. Prestatievoorkeuren
    7. Tools gebruiken
    8. Aanraakbewegingen
    9. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    10. Technology Previews
    11. Metagegevens en notities
    12. Snel uw creaties delen
    13. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    14. Voorkeuren
    15. Standaardsneltoetsen
    16. Linialen
    17. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    18. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    19. Ongedaan maken en historie
    20. Deelvensters en menu's
    21. Bestanden plaatsen
    22. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    23. Plaatsen met de liniaal
    24. Voorinstellingen
    25. Sneltoetsen aanpassen
    26. Raster en hulplijnen
  8. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Bestanden exporteren in Photoshop
    4. Apparaatvoorvertoning
    5. CSS kopiëren uit lagen
    6. Webpagina’s segmenteren
    7. HTML-opties voor segmenten
    8. De segmentlay-out wijzigen
    9. Werken met webafbeeldingen
    10. Webfotogalerieën maken
  9. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  10. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
    26. Laag
    27. Afvlakken
    28. Samengesteld
    29. Achtergrond
  11. Selecties
    1. Werkruimte Selecteren en maskeren
    2. Snelle selecties maken
    3. Aan de slag met selecties
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lasso’s
    6. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    7. Pixelselecties aanpassen
    8. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    9. Basisbegrippen voor kanalen
    10. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    11. Een tijdelijk snelmasker maken
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
    16. Selectie
    17. Selectiekader
  12. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Perspectief verdraaien
    2. Vervaging door camerabeweging verminderen
    3. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    4. Kleur-opzoektabellen exporteren
    5. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    6. Kleuraanpassingen
    7. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    8. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    9. Aanpassing Niveaus
    10. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    11. Levendigheid aanpassen
    12. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    13. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    14. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    15. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    16. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    17. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    18. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    19. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    20. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    21. Aanpassings- en opvullagen
    22. Aanpassing Curven
    23. Overvloeimodi
    24. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    25. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    26. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    27. Filter
    28. Vervagen
    29. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    30. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
    31. Objectkleuren vervangen
  13. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Niet-destructieve bewerkingen uitvoeren in Camera Raw
    10. Radiaalfilter in Camera Raw
    11. Camera Raw-instellingen beheren
    12. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    13. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    14. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    15. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    16. Functieoverzicht | Adobe Camera Raw | 2018-versies
    17. Overzicht van nieuwe functies
    18. Procesversies in Camera Raw
    19. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  14. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  15. Afbeeldingen transformeren
    1. Objecten transformeren
    2. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    3. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    4. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    5. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    6. Perspectiefpunt
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
    10. Verdraaien
    11. Transformeren
    12. Panorama
  16. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    14. Tekenen met de pentools
    15. Patronen maken
    16. Een patroon maken met de Patroonmaker
    17. Paden beheren
    18. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    19. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    20. Structuurpenselen maken
    21. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    22. Verloop
    23. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    24. Tekenen met een patroon
    25. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
  17. Tekst
    1. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    2. Tekens opmaken
    3. Alinea's opmaken
    4. Teksteffecten maken
    5. Tekst bewerken
    6. Regelafstand en tekenspatiëring
    7. Arabische en Hebreeuwse tekst
    8. Lettertypen
    9. Problemen met lettertypen oplossen
    10. Aziatische tekst
    11. Tekst maken
    12. Tekstenginefout met Typegereedschap in Photoshop | Windows 8
    13. World-Ready composer voor Aziatische scripts
    14. Tekst toevoegen en bewerken in Photoshop
  18. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  19. Filters en effecten
    1. Het filter Uitvloeien gebruiken
    2. De galerie Vervagen gebruiken
    3. Basisbeginselen van filters
    4. Overzicht van de filtereffecten
    5. Belichtingseffecten toevoegen
    6. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    7. Het filter Olieverf gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  20. Opslaan en exporteren
    1. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    2. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    3. Bestandsindelingen
    4. Video en animaties opslaan en exporteren
    5. PDF-bestanden opslaan
    6. Digimarc-copyrightbescherming
  21. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Duotonen
    8. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    9. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    10. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  22. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  23. 3D-beelden en technische beeldverwerking
    1. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    2. 3D-objecten afdrukken
    3. Tekenen in 3D
    4. Verbeteringen in het 3D-deelvenster | Photoshop
    5. De belangrijkste 3D-concepten en -tools
    6. 3D renderen en opslaan
    7. 3D-objecten en -animaties maken
    8. Afbeeldingsstapels
    9. 3D-workflow
    10. Metingen
    11. DICOM-bestanden
    12. Photoshop en MATLAB
    13. Objecten in een afbeelding tellen
    14. 3D-objecten combineren en omzetten
    15. Structuren bewerken in 3D
    16. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    17. Instellingen van het 3D-deelvenster
  24. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Werken met kleurprofielen
    5. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    7. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    8. Kleuren controleren

Photoshop bevat verschillende tools waarmee u oneffenheden kunt wegwerken, tanden witter kunt maken, rode ogen kunt corrigeren en vele andere onvolkomenheden in uw afbeeldingen kunt repareren.

Opmerking:

Photoshop biedt geen ondersteuning voor het openen of bewerken van afbeeldingen van bankbiljetten. Zie Counterfeit Deterrence System (CDS).

Informatie over het deelvenster Bron klonen

Het deelvenster Bron klonen (Venster > Bron klonen) bevat opties voor de tools Kloonstempel of Retoucheerpenseel. U kunt maximaal vijf verschillende monsterbronnen instellen en snel de gewenste bron selecteren zonder steeds opnieuw een monster te hoeven nemen als u een andere bron wilt gebruiken. U kunt een bedekking van uw monsterbron weergeven waarmee u de bron gemakkelijker op een specifieke locatie kunt klonen. U kunt de monsterbron ook schalen of roteren en deze zo aan de grootte en richting van de kloonbestemming aanpassen.

Bij tijdlijnanimaties bevat het deelvenster Bron klonen ook opties waarmee u de frameverhouding vastlegt tussen het video- of animatieframe van de monsterbron en het frame van de doelvideo of animatie. Zie ook Inhoud klonen in video- en animatieframes.

Retoucheren met de tool Kloonstempel

Met de tool Kloonstempel  tekent u één deel van een afbeelding over een ander deel van dezelfde afbeelding of over een ander deel van een ander geopend document met dezelfde kleurmodus. U kunt ook een deel van een laag over een andere laag tekenen. De tool Kloonstempel is handig voor het dupliceren van objecten of het verwijderen van een fout in een afbeelding.

Met de tool Kloonstempel kunt u ook inhoud tekenen op video- of animatieframes. Zie ook Inhoud klonen in video- en animatieframes.

Met de tool Kloonstempel stelt u een monsterpunt in van het gebied waarvan u de pixels wilt kopiëren (klonen) en past u dit toe op een ander gebied. Schakel de optie Uitgelijnd in als u wilt tekenen met het meest recente monsterpunt wanneer u het tekenen hebt onderbroken en weer wilt hervatten. Schakel de optie Uitgelijnd uit als u het tekenen steeds vanaf het eerste monsterpunt wilt starten, ongeacht het aantal keren dat u het tekenen stopt en hervat.

Omdat u voor de tool Kloonstempel elk gewenst penseeluiteinde kunt gebruiken, kunt u de grootte van het gebied dat u kloont helemaal aan uw wensen aanpassen. U kunt de wijze waarop het tekenen wordt toegepast op het gekloonde gebied ook bepalen met de instellingen voor dekking en overvloeiing.

Een afbeelding wijzigen met de tool Kloonstempel
Afbeeldingen wijzigen met Kloonstempel

  1. Selecteer de tool Kloonstempel  .
  2. Kies een penseeluiteinde en stel op de optiebalk penseelopties in voor overvloeimodus, dekking en stroom.
  3. Stel op de optiebalk een of meerdere van de volgende opties in om aan te geven hoe u de pixelmonsters wilt uitlijnen en hoe u monsters wilt nemen uit de lagen in uw document:

    Uitgelijnd

    Schakel Uitgelijnd in om doorlopend pixelmonsters te nemen, zonder dat het huidige monsterpunt verloren gaat, zelfs als u de muis loslaat. Schakel Uitgelijnd uit als u de pixelmonsters vanaf het eerste monsterpunt steeds wilt hergebruiken als u het tekenen onderbreekt en hervat.

    Monster

    Hiermee neemt u monsters uit de door u opgegeven lagen. Kies Huidige laag en onderliggende lagen als u monsters wilt nemen uit de actieve laag en de onderliggende zichtbare lagen. Als u alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag, kiest u Huidige laag. Als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen, kiest u Alle lagen. Als u monsters wilt nemen van alle lagen met uitzondering van aanpassingslagen, kiest u Alle lagen en klikt u op het pictogram Aanpassingslagen negeren rechts van het pop‑upmenu Monster.

  4. Stel het monsterpunt in door de aanwijzer in een geopende afbeelding te zetten en Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt te houden en te klikken.
    Opmerking:

    Controleer of u niet in een aanpassingslaag werkt. De tool Kloonstempel werkt niet op aanpassingslagen.

  5. (Optioneel) Klik in het deelvenster Bron klonen op een knop voor een kloonbron  en stel een extra monsterpunt in.

    U kunt maximaal vijf verschillende monsterbronnen instellen. De monsterbronnen worden in het deelvenster Bron klonen bewaard totdat u het document sluit.

  6. (Optioneel) Voer in het deelvenster Bron klonen een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Voer een waarde in voor B (breedte) of H (hoogte), of voer het aantal graden voor rotatie  in om de bron die u kloont te schalen of te roteren.
    • Als u de richting van de bron wilt omkeren (bijvoorbeeld als u ogen wilt spiegelen), klikt u op de knop Horizontaal omdraaien of Verticaal omdraaien .
    • Als u een bedekking wilt weergeven van de bron die u kloont, selecteert u Bedekking tonen en stelt u de bedekkingsopties in.
    Opmerking:

    Selecteer Uitgesneden om de bedekking bij te snijden naar het penseelformaat.

  7. Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt wijzigen.

Monsterbronnen voor klonen en retoucheren instellen

Met de tool Kloonstempel of Retoucheerpenseel kunt u monsters nemen uit het huidige document of uit geopende documenten in Photoshop.

Bij het klonen van video of animatie kunt u monsterpunten in het frame instellen waarop u tekent of in monsterbronnen in een ander frame, ook als het frame zich in een andere videolaag of in een ander geopend document bevindt.

U kunt per keer maximaal vijf verschillende monsterbronnen opgeven in het deelvenster Bron klonen. De monsterbronnen worden in het deelvenster Bron klonen bewaard totdat u het document sluit.

  1. Als u video- of animatieframes wilt klonen, opent u het deelvenster Animatie. (Sla stap 2 over als u geen video- of animatieframes kloont.) Selecteer de optie voor tijdlijnanimatie en verplaats de huidige-tijdindicator naar het frame met de bron waaruit u een monster wilt nemen.

  2. Selecteer de tool Kloonstempel en houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klik in een geopend documentvenster om het monsterpunt in te stellen.
  3. (Optioneel) Als u nog een monsterpunt wilt instellen, klikt u op een andere knop voor een kloonbron  in het deelvenster Bron klonen.

    U kunt de monsterbron voor een kloonbronknop wijzigen door een ander monsterpunt in te stellen.

De monsterbron schalen of roteren

  1. Selecteer de tool Kloonstempel of Retoucheerpenseel en stel een of meerdere bronmonsters in.
  2. Selecteer een kloonbron in het deelvenster Bron klonen en voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Typ een percentage in het vak B (breedte) of H (hoogte) als u de monsterbron wilt schalen. Standaard worden de verhoudingen van de afbeelding behouden. Als u de afzonderlijke instellingen wilt aanpassen of als u de optie voor het beperken van de verhoudingen wilt herstellen, klikt u op de knop Verhoudingen beperken .
    • Als u de monsterbron wilt roteren, geeft u een waarde in graden op of houdt u de aanwijzer boven het pictogram De kloonbron roteren .
    • Als u de oorspronkelijke grootte en richting van de monsterbron weer wilt instellen, klikt u op de knop Transformatie opnieuw instellen .

De bedekkingsopties voor de monsterbron wijzigen

Pas de opties voor de monsterbronbedekking aan, zodat u de bedekking en de onderliggende afbeeldingen beter kunt zien bij het tekenen met de tool Kloonstempel en Retoucheerpenseel.

Opmerking:

Als u de bedekking tijdens het tekenen met de tool Kloonstempel tijdelijk wilt weergeven, drukt u op Alt+Shift (Windows) of Option+Shift (Mac OS). Het penseel neemt tijdelijk de vorm aan van de tool voor het verplaatsen van de bronbedekking. Sleep de bedekking naar een andere locatie.

  1. Selecteer Bedekking tonen in het deelvenster Bron klonen en voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer Automatisch verbergen als u de bedekking wilt verbergen terwijl u de penseelstreken aanbrengt.
    • Schakel de optie voor uitknippen in als u de bedekking wilt uitknippen tot de penseelgrootte.
    • Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen.
    • Kies Normaal, Donkerder, Lichter of Verschil in het pop-upmenu onder aan het deelvenster Bron klonen om de vormgeving van de bedekking op te geven.
    • Selecteer Omkeren als u de kleuren in de bedekking wilt omkeren.
    Opmerking:

    U kunt identieke gebieden in de bronbedekking en de onderliggende afbeelding beter uitlijnen als u de dekking instelt op 50%, de optie Omkeren selecteert en de optie Bijgesneden uitschakelt. Uitgelijnde identieke gebieden in afbeeldingen worden effen en grijs weergegeven.

De kloonbronverschuiving opgeven

Met de tool Kloonstempel of Retoucheerpenseel kunt u overal in de doelafbeeldingen tekenen met de monsterbron. Met de bedekkingsopties kunt u visualiseren waar u wilt tekenen. Als u echter op een specifieke locatie tekent ten opzichte van het monsterpunt, kunt u de horizontale en verticale pixelverschuiving instellen.

  1. Selecteer de gewenste bron in het deelvenster Bron klonen en geef een waarde op in het vak X en Y bij de optie Verschuiving.

Retoucheren met de tool Retoucheerpenseel

Opmerking: Vanaf de Photoshop CC 2015.5-versie kunt u gebruikmaken van een optie om de oude Photoshop CC 2014-functionaliteit van de tool Retoucheerpenseel te herstellen. Selecteer Voorkeuren > Tools > Verouderd retoucheeralgoritme voor het retoucheerpenseel gebruiken. Zie het Overzicht van nieuwe functies voor meer informatie over de verschillende versies van Photoshop.

Met de tool Retoucheerpenseel kunt u onvolkomenheden corrigeren door ze te laten opgaan in het omringende gedeelte van de afbeelding. Net als bij de kloontools kunt u het Retoucheerpenseel gebruiken voor het tekenen met pixelmonsters van een afbeelding of patroon. Bij het Retoucheerpenseel komen echter ook de structuur, de belichting, de transparantie en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met pixels die moeten worden hersteld. Dit heeft tot gevolg dat de gerepareerde pixels naadloos overlopen in de rest van de afbeelding.

De tool Retoucheerpenseel kan worden gebruikt voor video- of animatieframes. Zie Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel in Photoshop voor tips en voorbeelden van het gebruik van het Retoucheerpenseel.

Pixelmonsters en herstelde afbeelding
Pixelmonsters en herstelde afbeelding

  1. Selecteer de tool Retoucheerpenseel  .
  2. Klik op het penseelvoorbeeld in de optiebalk en stel de penseelopties in het pop-updeelvenster in:
    Opmerking:

    Als u een drukgevoelig digitaal tekentablet gebruikt, kiest u een optie in het menu Grootte om de grootte van het Retoucheerpenseel te variëren gaandeweg de penseelstreek. Kies Pendruk om de variatie op de pendruk te baseren. Kies Pendrukschijf om de variatie te baseren op de positie van de draaischijf van de pen. Selecteer Uit als u geen variatie wilt aanbrengen in de grootte.

    Modus

    Hiermee geeft u de overvloeimodus op. Kies Vervangen om ruis, filmkorrel en structuur aan de randen van een penseelstreek te behouden wanneer u een penseel met zachte randen gebruikt.

    Bron

    Hiermee geeft u de bron op die u wilt gebruiken voor het repareren van pixels. Selecteer Monster om pixels van de huidige afbeelding te gebruiken of Patroon om pixels van een patroon te gebruiken. Als u Patroon kiest, selecteert u een patroon in het pop-updeelvenster Patroon.

    Uitgelijnd

    Schakel Uitgelijnd in om doorlopend pixelmonsters te nemen, zonder dat het huidige monsterpunt verloren gaat, zelfs als u de muis loslaat. Schakel Uitgelijnd uit als u de pixelmonsters vanaf het eerste monsterpunt steeds wilt hergebruiken als u het tekenen onderbreekt en hervat.

    Monster

    Hiermee neemt u monsters uit de door u opgegeven lagen. Kies Huidige laag en onderliggende lagen als u monsters wilt nemen uit de actieve laag en de onderliggende zichtbare lagen. Als u alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag, kiest u Huidige laag. Als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen, kiest u Alle lagen. Als u monsters wilt nemen van alle lagen met uitzondering van aanpassingslagen, kiest u Alle lagen en klikt u op het pictogram Aanpassingslagen negeren rechts van het pop‑upmenu Monster.

    Diffusie

    Hiermee stelt u in hoe snel het geplakte gebied wordt aangepast aan de omringende afbeelding. Selecteer een lagere waarde voor afbeeldingen met een korreleffect of kleine details, of een hogere waarde voor vloeiende afbeeldingen.

  3. Stel het monsterpunt in door de aanwijzer op een gebied in een afbeelding te zetten en Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt te houden en te klikken.
    Opmerking:

    U kunt pixelmonsters alleen in een andere afbeelding toepassen als beide afbeeldingen dezelfde kleurmodus hebben, tenzij een van de afbeeldingen de Grijswaardenmodus heeft.

  4. (Optioneel) Klik in het deelvenster Bron klonen op een knop voor een kloonbron  en stel een extra monsterpunt in.

    U kunt maximaal vijf verschillende monsterbronnen instellen. De monsterbronnen worden in het deelvenster Bron klonen bewaard totdat u het document dat u bewerkt, sluit.

  5. (Optioneel) Klik op een knop voor een kloonbron in het deelvenster Bron klonen om de gewenste monsterbron te selecteren.
  6. (Optioneel) Voer in het deelvenster Bron klonen een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Voer een waarde in voor B (breedte) of H (hoogte), of voer het aantal graden voor rotatie  in om de bron die u kloont te schalen of te roteren.
    • Als u een bedekking wilt weergeven van de bron die u kloont, selecteert u Bedekking tonen en stelt u de bedekkingsopties in.
  7. Sleep in de afbeelding.

    Telkens als u de muisknop loslaat, worden de pixelmonsters samengesmolten met de bestaande pixels.

Opmerking:

Als er een sterk contrast is bij de randen van het gebied dat u wilt retoucheren, maakt u een selectie voordat u het Retoucheerpenseel gebruikt. De selectie moet groter zijn dan het gebied dat u wilt retoucheren en dient nauwkeurig de grenzen van de contrasterende pixels te volgen. Als u tekent met het Retoucheerpenseel, voorkomt u met de selectie dat kleuren van buiten naar binnen aflopen.

Retoucheren met de tool Snel retoucheerpenseel

Met de tool Snel retoucheerpenseel kunt u snel vlekken en andere onvolkomenheden uit de foto's verwijderen. De tool Snel retoucheerpenseel werkt op soortgelijke wijze als het Retoucheerpenseel: het tekent met pixelmonsters uit een afbeelding of patroon, waarbij de structuur, de belichting, de transparantie en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeenkomen met de pixels die moeten worden hersteld. In tegenstelling tot het Retoucheerpenseel hoeft u bij Snel retoucheerpenseel geen monsterpunt op te geven. Met het Snel retoucheerpenseel neemt u automatisch monsters rondom het geretoucheerde gebied.

Snel retoucheerpenseel
Snel retoucheerpenseel gebruiken om een vlek te verwijderen

Opmerking:

Als u een groot gebied wilt retoucheren of meer controle wilt hebben over het nemen van monsters van de bronpixels, kunt u het Retoucheerpenseel gebruiken in plaats van het Snel retoucheerpenseel.

  1. Selecteer de tool Snel retoucheerpenseel  in de toolset. Indien nodig klikt u op de tool Retoucheerpenseel, Reparatie of Rode ogen verwijderen om de verborgen tools weer te geven en een selectie te maken.
  2. Kies een penseelgrootte op de optiebalk. Een penseel dat iets groter is dan het gebied dat u wilt herstellen, werkt het beste: u kunt dan het gehele gebied met één klik omvatten.
  3. (Optioneel) Kies een overvloeimodus in het pop-updeelvenster Modus op de optiebalk. Kies Vervangen om ruis, filmkorrel en structuur aan de randen van een penseelstreek te behouden wanneer u een penseel met zachte randen gebruikt.
  4. Kies een optie bij Type op de optiebalk:

    Locatie afstemmen

    Zoekt in de pixels aan de rand van de selectie naar een gebied dat voor de reparatie kan worden gebruikt.

    Structuur maken

    Gebruikt de pixels in de selectie om een structuur te maken. Als de structuur niet werkt, probeert u nogmaals door het gebied te slepen.

    Inhoud behouden

    Vergelijkt de inhoud van een nabijgelegen afbeelding om de selectie naadloos te vullen, waarbij belangrijke details zoals schaduwen en objectranden op realistische wijze behouden blijven.

    Opmerking:

    Gebruik de opdracht Bewerken > Vullen om een grotere of preciezere selectie te kunnen maken voor de optie Inhoud behouden. (Zie Vullen met historie, inhoud behouden of patronen.)

  5. Schakel Monster nemen van alle lagen op de optiebalk in als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen. Schakel Monster nemen van alle lagen op de optiebalk uit als u alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag.
  6. Klik op het gebied dat u wilt corrigeren of klik en sleep om onvolkomenheden in een groter gebied te corrigeren.

Video | Auto's retoucheren in Photoshop

Leer hoe u afbeeldingen van auto's kunt retoucheren in Photoshop

Scott Kelby

Een gebied repareren

Met de tool Reparatie kunt u een geselecteerd gebied repareren met pixels van een ander gebied of een patroon. Evenals bij het Retoucheerpenseel komen ook bij de tool Reparatie de structuur, de belichting en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met de bronpixels. Met de tool Reparatie kunt u ook geïsoleerde gebieden van een afbeelding klonen. De tool Reparatie werkt in afbeeldingen met 8 of 16 bits per kanaal.

Opmerking:

Selecteer bij repareren met pixels uit de afbeelding een klein gebied. Zo krijgt u het beste resultaat.

Zie Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud voor informatie over het gebruik van de opties voor de tool Reparatie met behoud van inhoud.

Tool Reparatie
Pixels vervangen met de tool Reparatie

Gerepareerde afbeelding
Gerepareerde afbeelding

Een gebied repareren met behulp van pixelmonsters

  1. Selecteer de tool Reparatie  .
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep in de afbeelding om het gebied te selecteren dat u wilt repareren en selecteer Bron op de optiebalk.
    • Sleep in de afbeelding om het gebied te selecteren waarvan u een pixelmonster wilt nemen en selecteer Doel op de optiebalk.
    Opmerking:

    U kunt ook een selectie maken voordat u de tool Reparatie selecteert.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit om de selectie te corrigeren:
    • Houd Shift ingedrukt en sleep in de afbeelding om aan de bestaande selectie toe te voegen.
    • Houd Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleep in de afbeelding om uit de bestaande selectie te verwijderen.
    • Houd Alt-Shift (Windows) of Option-Shift (Mac OS) ingedrukt en sleep in de afbeelding om een gebied te selecteren dat een doorsnede is van de bestaande selectie.
  4. Selecteer Transparant om de structuur met een transparante achtergrond te onttrekken aan het monstergebied. Schakel deze optie uit als u het doelgebied volledig wilt vervangen door het monstergebied.
    Opmerking:

    De optie Transparant is het meest geschikt voor effen achtergronden of achtergronden met een verloop en duidelijk herkenbare structuren, zoals een vogel tegen een blauwe lucht.

  5. Stel met de schuifregelaar Diffusie in hoe snel het geplakte gebied wordt aangepast aan de omringende afbeelding. Selecteer een lagere waarde voor afbeeldingen met een korreleffect of kleine details, of een hogere waarde voor vloeiende afbeeldingen.

  6. Plaats de aanwijzer binnen de selectie en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Wanneer Bron is geselecteerd op de optiebalk, sleept u het selectiekader naar het gebied waarvan u een monster wilt nemen. Wanneer u de muisknop loslaat, wordt het oorspronkelijk geselecteerde gebied gerepareerd met het pixelmonster.
    • Wanneer Doel is geselecteerd op de optiebalk, sleept u het selectiekader naar het gebied dat u wilt repareren. Wanneer u de muisknop loslaat, wordt het nieuw geselecteerde gebied gerepareerd met het pixelmonster.

Een gebied repareren met behulp van een patroon

  1. Selecteer de tool Reparatie  .
  2. Sleep in de afbeelding om het gebied te selecteren dat u wilt repareren.
    Opmerking:

    U kunt ook een selectie maken voordat u de tool Reparatie selecteert.

  3. Voer desgewenst de hierboven vermelde stap 3 en 4 uit om de selectie aan te passen en de patroonstructuur toe te passen met een transparante achtergrond.
  4. Selecteer een patroon in het deelvenster Patroon op de optiebalk en klik op Patroon gebruiken.

Rode ogen verwijderen

Video | Rode ogen verwijderen en tanden witter maken

In deze aflevering van Photoshop Playbook leert Principal Product Manager van Photoshop Bryan O'Neil Hughes u hoe u rode ogen kunt verwijderen en tanden er witter uit kunt laten zien.

Gebruik de tool Rode ogen verwijderen om rode ogen te verwijderen in foto's van personen of dieren die met een flits zijn genomen.

  1. Selecteer de tool Rode ogen verwijderen  in de RGB-kleurmodus. (De tool Rode ogen verwijderen bevindt zich in dezelfde groep als de tool Snel retoucheerpenseel  . Houd een tool ingedrukt om de aanvullende tools in de groep weer te geven.)
  2. Klik in het rode oog. Is het resultaat niet naar wens, dan kunt u de correctie ongedaan maken, een of meer van de volgende opties op de optiebalk instellen, en nogmaals op het rode oog klikken:

    Pupilgrootte

    Hiermee vergroot of verkleint u het gebied waarop de tool Rode ogen betrekking heeft.

    Hoeveelheid donkerder

    Hiermee stelt u in hoe donker de pupil wordt.

Opmerking:

Rode ogen worden veroorzaakt doordat de flits van de camera wordt weerspiegeld in het netvlies van het onderwerp. U ziet dit vooral bij foto's die zijn genomen in een donkere ruimte, omdat de iris dan vergroot is. Ter voorkoming van rode ogen gebruikt u de camerafunctie voor het verminderen van rode ogen. Nog beter is het om een afzonderlijke flitser te gebruiken die u op enige afstand van de cameralens kunt aansluiten op de camera.

Video | Licht corrigeren en ongewenste objecten verwijderen

Photoshop Principal Product Manager Bryan O'Neil Hughes legt uit hoe u ongewenste objecten kunt verwijderen en op penseel gebaseerd kleur tegenhouden kunt gebruiken om de luminantie en kleurtemperatuur van onderwerpen te egaliseren.

Adobe Photoshop

Adobe-logo

Aanmelden bij je account