Handboek Annuleren

Foto's retoucheren en repareren

Gebruik deze tools van Photoshop om ongewenste gedeelten te verwijderen, oneffenheden weg te werken, tanden witter te maken, rode ogen te corrigeren en onvolkomenheden in uw afbeeldingen te repareren.

Het retoucheren van afbeeldingen is een van de basisstappen tijdens het bewerken van afbeeldingen en maakt uw afbeeldingen uniek en aantrekkelijk. Met retoucheertechnieken kunt u onvolkomenheden uit uw afbeeldingen verwijderen of corrigeren.

Onderwerpen in dit artikel:

Retoucheren met de tool Verwijderen

Bijgewerkt in Photoshop 25.0 (versie van september 2023)

De tool Verwijderen ( ) gebruikt intelligente technologie om ongewenste objecten te verwijderen wanneer een gebruiker eroverheen beweegt. De achtergrond wordt automatisch ingevuld, terwijl de integriteit van objecten en diepte in complexe en gevarieerde achtergronden behouden blijft. Deze functie is met name krachtig bij het verwijderen van grotere objecten, waarbij de grenzen tussen objecten worden aangehouden.

Met deze tool kunt u bijvoorbeeld een geheel gebouw of een auto verwijderen uit een afbeelding met een berglandschap, terwijl u de visuele getrouwheid behoudt in uw berglandschap.

Als u ongewenste delen in uw afbeelding wilt vervangen met de tool Verwijderen, gaat u als volgt te werk:

  1. Selecteer de tool Verwijderen in de groep.

    Opmerking:

    Er verschijnt mogelijk een dialoogvenster over de vereiste componenten die automatisch worden geïnstalleerd wanneer u de tool de eerste keer gebruikt.

  2. Gebruik het veld Grootte in de optiebalk om de penseelgrootte te kiezen. De penseelgrootte moet iets groter zijn dan het gebied dat u wilt corrigeren als u het hele gebied met één beweging wilt bedekken.

  3. (Optioneel) Selecteer de knop Druk voor grootte gebruiken, zodat de druk van de stylus wordt gebruikt om de penseelgrootte te wijzigen.

  4. (Optioneel) Schakel Monster nemen van alle lagen op de optiebalk in als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen.

    Opmerking:

    U kunt een nieuwe laag aanmaken en selecteren en vervolgens Monster nemen van alle lagen inschakelen voor een niet-destructieve workflow. De nieuwe pixels worden aangemaakt op de momenteel geselecteerde laag.

  5. (Optioneel) Schakel Verwijderen na elke lijn uit om meerdere bewegingen van het penseel toe te staan voordat u begint met vullen. Gebruik meerdere lijnen voor grote of ingewikkelde gebieden. Behoud Verwijderen na elke lijn om te vullen zodra u een penseelstreek hebt voltooid.

  6. Sleep het penseel over het gebied dat u wilt verwijderen. Als Verwijderen na elke lijn is uitgeschakeld, selecteert u Toepassen in de optiebalk voor het gewenste resultaat.

Opmerking:

Als u problemen ervaart met de tool Verwijderen, gaat u naar Voorkeuren > Afbeeldingsverwerking > Verwerking van tool Verwijderen en selecteert u Stabieler om de stabiliteit te vergroten. Zie Voorkeuren in Photoshop voor meer informatie.

Aanbevolen minimale hardwareomgeving voor de tool Verwijderen

Windows

 2022 Minimale hardwarevereisten
CPU 8 cores (Intel Rocket Lake CPU of vergelijkbaar model)
GPU Aparte GPU-kaart, zoals NVidia RTX 3060 of hoger, met minstens 8 GB RAM
Geheugen 16 GB
SSD-opslag 512 GB

macOS

  Minimale hardwarevereisten
CPU 8 cores
GPU Aparte GPU-kaart van middenklasse met minstens 8 GB RAM
Geheugen 16 GB
SSD-opslag 512 GB
Versie besturingssysteem 12.6.3
Processor M1 Pro-ARM of gelijkwaardige Intel

Bekende problemen met de tool Verwijderen en de bijbehorende oplossingen

Voor de tool Verwijderen moeten enkele componenten worden gedownload vanaf Adobe-servers. De installatie van deze componenten wordt automatisch geactiveerd na de installatie van Photoshop in de Creative Cloud Desktop. Wanneer dit is voltooid, ziet u dat Toegevoegd wordt aangevinkt voor componenten van de tool Verwijderen door de drie puntjes te selecteren naast de knop Openen voor Photoshop en vervolgens Add-ons te kiezen.

U kunt Photoshop openen nadat of zelfs voordat de installatie is voltooid. Wanneer u de tool Verwijderen selecteert, kunnen de volgende problemen optreden.

Probleem

Resolutie

Crash bij de tool Verwijderen

De tool Verwijderen kan niet worden gebruikt en de Photoshop-app loopt vast.

  1. Zorg ervoor dat uw GPU-Stuurprogramma's up-to-date zijn.
  2. Selecteer de optie Stabieler via Voorkeuren > Afbeeldingsverwerking > Verwerking van tool Verwijderen.

U ziet de foutmelding 'Vereiste componenten worden gedownload. Keer later terug om de tool te gebruiken zodra het downloaden is voltooid.'

Wanneer u de tool Verwijderen selecteert, wordt dit dialoogvenster mogelijk weergegeven om aan te geven dat de download wordt uitgevoerd. De componenten hoeven slechts één keer te worden gedownload. Annuleer de download niet, en selecteer Naar vorige tool.

De foutmelding 'Er is een fout opgetreden bij het downloaden van de componenten' wordt weergegeven.

Er kan een fout optreden bij het downloaden van de componenten vanaf de Adobe-server.

  • Controleer of uw computer is verbonden met internet.
  • Maak schijfruimte vrij en selecteer de tool Verwijderen nogmaals, aangezien er voor de functiecomponenten 0,5 GB tot 1 GB schijfruimte nodig is.
  • Start Photoshop opnieuw op en selecteer de tool Verwijderen nogmaals.

Nieuwe interacties in de tool Verwijderen

Gebruik de tool Verwijderen om een cirkel te tekenen rond een gebied dat u wilt verwijderen in plaats van dat u er helemaal overheen moet vegen.

Bovendien hoeft u de cirkel niet eens te sluiten. Photoshop bepaalt zelf de afstand om de cirkel automatisch te sluiten en te vullen.

Deze functieverbetering maakt het gemakkelijker om grote gebieden te verwijderen door deze te selecteren zonder dat u over het hele gebied hoeft te vegen.

Hiermee vermindert u de kans dat een u een pixel mist als u over een groot gebied veegt dat moet worden verwijderd en zorgt u ervoor dat u het gewenste resultaat bereikt.

Ga als volgt te werk om een gesloten cirkel te maken rond het element dat u wilt laten verdwijnen:

  1. Teken de omtrek van het gebied dat u wilt verwijderen. De eindpunten hoeven niet volledig verbonden te zijn.

    Inhoud onder het penseel en binnen de cirkel wordt verwijderd. Deze interactie verfijnt het gebied op basis van objectdetectie.

  2. Gebruik uw muis of pen of selecteer de knop Toepassen (selectievakje) op de optiebalk als meerdere lijnen zijn ingeschakeld.

    Het overlay-gebied wordt automatisch gevuld.

    Tip:

    Deze interactie kan worden gebruikt als Verwijderen na elke lijn (selectievakje voor meerdere lijnen) is ingeschakeld of uitgeschakeld.

Als u per ongeluk een selectie maakt terwijl u het object omcirkelt, kunt u de penseelstreekmodus wijzigen van Toevoegen naar Verwijderen om een correctie aan te brengen.

Voer de volgende stappen uit om te weten hoe u de modi Toevoegen (+) en Verwijderen (–) gebruikt:

  1. Schakel de optie Verwijderen na elke lijn in de balk met toolopties uit, zodat u de modus voor meerdere lijnen gebruikt.

  2. Maak een penseelstreek om een gebied te identificeren dat u wilt verwijderen.

  3. Selecteer de knop Verwijderen (–) op de balk met toolopties om de toolmodus te wijzigen.

  4. Maak nogmaals een penseelstreek op de afbeelding om enkele delen van het gemarkeerde gebied te verwijderen.

  5. Blijf desgewenst schakelen tussen de modi (+) en (–) en verfijn met het penseel het te verwijderen gebied.

  6. Druk op het vinkje Toepassen nadat u klaar bent met het verfijnen of op de Enter-toets om alle items in het gemarkeerde gebied te verwijderen.

    Tip:

    Gebruik de Option-toets (op uw Mac) of de Alt-toets (op uw Windows-computer) als sneltoets om snel en tijdelijk tussen de modi (+) en (–) te schakelen.

Werken met de tool Snel retoucheerpenseel

Met de tool Snel retoucheerpenseel ( ) kunt u snel vlekken en andere onvolkomenheden uit de foto's verwijderen.

Het werkt op soortgelijke wijze als het Retoucheerpenseel: het tekent met pixelmonsters uit een afbeelding of patroon, waarbij de structuur, de belichting, de transparantie en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeenkomen met de pixels die moeten worden hersteld.

In tegenstelling tot het Retoucheerpenseel, hoeft u bij Snel retoucheren niet automatisch een monsterpunt op te geven: er wordt automatisch een monster gebruikt van het geretoucheerde gebied.

Snel retoucheerpenseel
Snel retoucheerpenseel gebruiken om een vlek te verwijderen

Opmerking:

Als u een groot gebied wilt retoucheren of meer controle wilt hebben over het nemen van monsters van de bronpixels, kunt u het Retoucheerpenseel gebruiken in plaats van het Snel retoucheerpenseel.

  1. Selecteer de tool Snel retoucheerpenseel   in de toolbox. Indien nodig selecteert u de tool Retoucheerpenseel  , Reparatie   of Rode ogen verwijderen   om de verborgen tools weer te geven en een selectie te maken.

  2. Kies een penseelgrootte op de optiebalk. Een penseel dat iets groter is dan het gebied dat u wilt herstellen, werkt het beste: u kunt dan het gehele gebied met één klik omvatten.
  3. (Optioneel) Kies een overvloeimodus in het pop-updeelvenster Modus op de optiebalk. Selecteer Vervangen om ruis, filmkorrel en structuur aan de randen van een penseelstreek te behouden wanneer u een penseel met zachte randen gebruikt.

  4. Kies een optie bij Type op de optiebalk:

    • Locatie afstemmen: zoekt in de pixels aan de rand van de selectie naar een gebied dat voor de reparatie kan worden gebruikt.
    • Structuur maken: gebruikt de pixels in de selectie om een structuur te maken. Als de structuur niet werkt, probeert u nogmaals door het gebied te slepen.
    • Met behoud van inhoud: vergelijkt de inhoud van een nabijgelegen afbeelding om de selectie naadloos te vullen, waarbij belangrijke details zoals schaduwen en objectranden op realistische wijze behouden blijven.
    Opmerking:

    Gebruik de opdracht Bewerken > Vullen om een grotere of preciezere selectie te kunnen maken voor de optie Met behoud van inhoud. (Zie Vullen met historie, inhoud behouden of patronen.)

  5. Schakel Monster nemen van alle lagen op de optiebalk in als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen. Schakel Monster nemen van alle lagen uit als u alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag.

  6. Klik op het gebied dat u wilt corrigeren of klik en sleep om onvolkomenheden in een groter gebied te corrigeren.

Tool Retoucheerpenseel

Met de tool Retoucheerpenseel ( ) kunt u onvolkomenheden corrigeren zodat ze opgaan in de omringende afbeelding. Net als bij de kloontools kunt u het Retoucheerpenseel gebruiken voor het tekenen met pixelmonsters van een afbeelding of patroon.

Pixelmonsters en herstelde afbeelding
Pixelmonsters en herstelde afbeelding

Bij deze tool komen echter ook de structuur, de belichting, de transparantie en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met pixels die moeten worden hersteld.

Dit heeft tot gevolg dat de gerepareerde pixels naadloos overlopen in de rest van de afbeelding.

De tool Retoucheerpenseel kan worden gebruikt voor video- of animatieframes.

Zie Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel in Photoshop voor tips en voorbeelden van deze tool.

  1. Selecteer de tool Retoucheerpenseel  .

  2. Klik op het penseelvoorbeeld in de optiebalk en stel de penseelopties in het pop-updeelvenster in:
    Opmerking:

    Als u een drukgevoelig digitaal tekentablet gebruikt, kiest u een optie in het menu Grootte om de grootte van het Retoucheerpenseel te variëren gaandeweg de penseelstreek. Kies Pendruk om de variatie op de pendruk te baseren. Kies Pendrukschijf om de variatie te baseren op de positie van de draaischijf van de pen. Selecteer Uit als u geen variatie wilt aanbrengen in de grootte.

    • Modus: hermee geeft u de overvloeimodus op. Selecteer Vervangen om ruis, filmkorrel en structuur aan de randen van een penseelstreek te behouden wanneer u een penseel met zachte randen gebruikt.
    • Bron: hiermee geeft u de bron op die u wilt gebruiken voor het repareren van pixels. Selecteer Monster om pixels van de huidige afbeelding te gebruiken of Patroon om pixels van een patroon te gebruiken. Als u Patroon kiest, selecteert u een patroon in het pop-updeelvenster Patroon.
    • Uitgelijnd: neemt doorlopend pixelmonsters, zonder dat het huidige monsterpunt verloren gaat, zelfs als u de muis loslaat. Schakel Uitgelijnd uit als u de pixelmonsters vanaf het eerste monsterpunt steeds wilt hergebruiken als u het tekenen onderbreekt en hervat.
    • Monster: hiermee neemt u monsters uit de door u opgegeven lagen. Kies Huidige laag en onderliggende lagen als u monsters wilt nemen uit de actieve laag en de onderliggende zichtbare lagen. Als u alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag, kiest u Huidige laag. Als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen, kiest u Alle lagen. Als u monsters wilt nemen van alle lagen met uitzondering van aanpassingslagen, kiest u Alle lagen en gebruikt u het pictogram Aanpassingslagen negeren rechts van het pop‑upmenu Monster.
    • Diffusie: hiermee stelt u in hoe snel het geplakte gebied wordt aangepast aan de omringende afbeelding. Selecteer een lagere waarde voor afbeeldingen met een korreleffect of kleine details, of een hogere waarde voor vloeiende afbeeldingen
  3. Stel het monsterpunt in door de aanwijzer op een gebied in een afbeelding te zetten en Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt te houden en te klikken.

    Opmerking:

    U kunt pixelmonsters alleen in een andere afbeelding toepassen als beide afbeeldingen dezelfde kleurmodus hebben, tenzij een van de afbeeldingen de Grijswaardenmodus heeft.

  4. (Optioneel) Klik in het deelvenster Bron klonen op een kloonbronknop  en stel een extra monsterpunt in.

    U kunt maximaal vijf verschillende monsterbronnen instellen. De monsterbronnen worden in het deelvenster Bron klonen bewaard totdat u het document dat u bewerkt, sluit.

  5. (Optioneel) Gebruik een knop voor een kloonbron in het deelvenster Bron klonen om de gewenste monsterbron te selecteren.

  6. (Optioneel) Voer in het deelvenster Bron klonen een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Voer een waarde in voor B (breedte) of H (hoogte), of voer het aantal graden voor rotatie  in om de bron die u kloont te schalen of te roteren.

    Of, 

    • Als u een bedekking wilt weergeven van de bron die u kloont, selecteert u Bedekking tonen en stelt u de bedekkingsopties in.
  7. Sleep in de afbeelding.

    Telkens als u de muisknop loslaat, worden de pixelmonsters samengesmolten met de bestaande pixels.

Opmerking:

Als er een sterk contrast is bij de randen van het gebied dat u wilt retoucheren, maakt u een selectie voordat u het Retoucheerpenseel gebruikt. De selectie moet groter zijn dan het gebied dat u wilt retoucheren en dient nauwkeurig de grenzen van de contrasterende pixels te volgen. Als u tekent met het Retoucheerpenseel, voorkomt u met de selectie dat kleuren van buiten naar binnen aflopen.

Deelvenster Bron klonen

Het deelvenster Bron klonen (Venster > Bron klonen) bevat opties voor de tools Kloonstempel of Retoucheerpenseel.

U kunt maximaal vijf verschillende monsterbronnen instellen en snel de gewenste bron selecteren zonder steeds opnieuw een monster te hoeven nemen als u een andere bron wilt gebruiken. U kunt een bedekking van uw monsterbron weergeven waarmee u de bron gemakkelijker op een specifieke locatie kunt klonen. U kunt de monsterbron ook schalen of roteren en deze zo aan de grootte en richting van de kloonbestemming aanpassen.

Bij tijdlijnanimaties bevat het deelvenster Bron klonen ook opties waarmee u de frameverhouding vastlegt tussen het video- of animatieframe van de monsterbron en het frame van de doelvideo of animatie. Zie ook Inhoud klonen in video- en animatieframes.

Tool Kloonstempel

Met de tool Kloonstempel tekent u één deel van een afbeelding over een ander deel van dezelfde afbeelding of over een ander deel van een ander geopend document met dezelfde kleurmodus. U kunt ook een deel van een laag over een andere laag tekenen. Gebruik deze tool voor het dupliceren van objecten of het verwijderen van een fout in een afbeelding.

Met de tool Kloonstempel kunt u ook inhoud tekenen op video- of animatieframes. Zie ook Inhoud klonen in video- en animatieframes.

Een afbeelding wijzigen met de tool Kloonstempel
Afbeeldingen wijzigen met Kloonstempel

Met de tool Kloonstempel stelt u een monsterpunt in van het gebied waarvan u de pixels wilt kopiëren (klonen) en past u dit toe op een ander gebied.

Schakel de optie Uitgelijnd in als u wilt tekenen met het meest recente monsterpunt wanneer u het tekenen hebt onderbroken en weer wilt hervatten.

Schakel de optie Uitgelijnd uit als u het tekenen steeds vanaf het eerste monsterpunt wilt starten, ongeacht het aantal keren dat u het tekenen stopt en hervat.

Omdat u voor de tool Kloonstempel elk gewenst penseeluiteinde kunt gebruiken, kunt u de grootte van het gebied dat u kloont helemaal aan uw wensen aanpassen. U kunt de wijze waarop het tekenen wordt toegepast op het gekloonde gebied ook bepalen met de instellingen voor dekking en overvloeiing.

  1. Selecteer de tool Kloonstempel  .

  2. Kies een penseeluiteinde en stel op de optiebalk penseelopties in voor overvloeimodus, dekking en stroom.
  3. Stel op de optiebalk een of meerdere van de volgende opties in om aan te geven hoe u de pixelmonsters wilt uitlijnen en hoe u monsters wilt nemen uit de lagen in uw document:
    • Uitgelijnd: neemt doorlopend pixelmonsters, zonder dat het huidige monsterpunt verloren gaat, zelfs als u de muis loslaat. Schakel Uitgelijnd uit als u de pixelmonsters vanaf het eerste monsterpunt steeds wilt hergebruiken als u het tekenen onderbreekt en hervat.
    • Monster: hiermee neemt u monsters uit de door u opgegeven lagen. Kies Huidige laag en onderliggende lagen als u monsters wilt nemen uit de actieve laag en de onderliggende zichtbare lagen. Als u alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag, kiest u Huidige laag. Als u monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen, kiest u Alle lagen. Als u monsters wilt nemen van alle lagen met uitzondering van aanpassingslagen, kiest u Alle lagen en klikt u op het pictogram Aanpassingslagen negeren aan de rechterkant van het pop‑upmenu Monster.
  4. Stel het monsterpunt in door de aanwijzer in een geopende afbeelding te zetten en Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt te houden en te klikken.

    Opmerking:

    Controleer of u niet in een aanpassingslaag werkt. De tool Kloonstempel werkt niet op aanpassingslagen.

  5. (Optioneel) Selecteer in het deelvenster Bron klonen een knop voor een kloonbron  en stel een extra monsterpunt in.

    U kunt maximaal vijf verschillende monsterbronnen instellen. De monsterbronnen worden in het deelvenster Bron klonen bewaard totdat u het document sluit.

  6. (Optioneel) Voer in het deelvenster Bron klonen een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Voer een waarde in voor B (breedte) of H (hoogte), of voer het aantal graden voor rotatie  in om de bron die u kloont te schalen of te roteren.

    Of,

    • Als u de richting van de bron wilt omkeren (bijvoorbeeld als u ogen wilt spiegelen), klikt u op de knop Horizontaal omdraaien of Verticaal omdraaien .

    Of,

    • Als u een bedekking wilt weergeven van de bron die u kloont, selecteert u Bedekking tonen en stelt u de bedekkingsopties in.
    Opmerking:

    Selecteer Uitgesneden om de bedekking bij te snijden naar het penseelformaat.

  7. Sleep over het deel van de afbeelding dat u wilt wijzigen.

Monsterbronnen voor klonen en retoucheren instellen

Neem bronnen in het huidige document of een geopend document in Photoshop met de tool Kloonstempel of Retoucheerpenseel.

Bij het klonen van video of animatie kunt u monsterpunten in het frame instellen waarop u tekent of in monsterbronnen in een ander frame, ook als het frame zich in een andere videolaag of in een ander geopend document bevindt.

U kunt per keer maximaal vijf verschillende monsterbronnen opgeven in het deelvenster Bron klonen. Dit deelvenster bewaart de monsterbronnen totdat u het document sluit.

  1. Als u video- of animatieframes wilt klonen, opent u het deelvenster Animatie. (Sla stap 2 over als u geen video- of animatieframes kloont.) Selecteer de optie voor tijdlijnanimatie en verplaats de huidige-tijdindicator naar het frame met de bron waaruit u een monster wilt nemen.

  2. Selecteer de tool Kloonstempel en houd Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt en klik in een geopend documentvenster om het monsterpunt in te stellen.

  3. (Optioneel) Als u nog een monsterpunt wilt instellen, selecteert u een andere kloonbronknop in het deelvenster Bron klonen.

    U kunt de monsterbron voor een kloonbronknop wijzigen door een ander monsterpunt in te stellen.

De monsterbron schalen of roteren

  1. Selecteer de tool Kloonstempel of Retoucheerpenseel en stel een of meerdere bronmonsters in.
  2. Selecteer een kloonbron in het deelvenster Bron klonen en voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Typ een percentage in het vak B (breedte) of H (hoogte) als u de monsterbron wilt schalen. Standaard worden de verhoudingen van de afbeelding behouden. Als u de afzonderlijke instellingen wilt aanpassen of als u de optie voor het beperken van de verhoudingen wilt herstellen, klikt u op de knop Verhoudingen beperken .
    • Als u de monsterbron wilt roteren, geeft u een waarde in graden op of u houdt de aanwijzer boven de knop De kloonbron roteren  en u stelt een waarde in door de aanwijzer naar links of rechts te bewegen.
    • Als u de oorspronkelijke grootte en richting van de monsterbron weer wilt instellen, klikt u op de knop Transformatie opnieuw instellen .

De bedekkingsopties voor de monsterbron wijzigen

Pas de opties voor de monsterbronbedekking aan, zodat u de bedekking en de onderliggende afbeeldingen beter kunt zien bij het tekenen met de tool Kloonstempel en Retoucheerpenseel.

Opmerking:

Als u de bedekking tijdens het tekenen met de tool Kloonstempel tijdelijk wilt weergeven, drukt u op Alt+Shift (Windows) of Option+Shift (macOS). Het penseel neemt tijdelijk de vorm aan van de tool voor het verplaatsen van de bronbedekking. Sleep de bedekking naar een andere locatie.

  1. Selecteer Bedekking tonen in het deelvenster Bron klonen en voer een of meer van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer Automatisch verbergen als u de bedekking wilt verbergen terwijl u de penseelstreken aanbrengt.
    • Schakel de optie voor uitknippen in als u de bedekking wilt uitknippen tot de penseelgrootte.
    • Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen.
    • Kies Normaal, Donkerder, Lichter of Verschil in het pop-upmenu onderaan het deelvenster Bron klonen om de vormgeving van de bedekking op te geven.
    • Selecteer Omkeren als u de kleuren in de bedekking wilt omkeren.
    Opmerking:

    U kunt identieke gebieden in de bronbedekking en de onderliggende afbeelding beter uitlijnen als u de dekking instelt op 50%, de optie Omkeren selecteert en de optie Bijgesneden uitschakelt. Uitgelijnde identieke gebieden in afbeeldingen worden effen en grijs weergegeven.

De kloonbronverschuiving opgeven

Met de tool Kloonstempel of Retoucheerpenseel kunt u overal in de doelafbeeldingen tekenen met de monsterbron. Met de bedekkingsopties kunt u visualiseren waar u wilt tekenen. Als u echter op een specifieke locatie tekent ten opzichte van het monsterpunt, kunt u de horizontale en verticale pixelverschuiving instellen.

Selecteer de gewenste bron in het deelvenster Bron klonen en geef een waarde op in het vak X en Y bij de optie Verschuiving.

Tool Reparatie

Met de tool Reparatie   kunt u een geselecteerd gebied repareren met pixels van een ander gebied of een patroon. Evenals bij het Retoucheerpenseel komen ook bij de tool Reparatie de structuur, de belichting en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met de bronpixels.

Met de tool Reparatie kunt u ook geïsoleerde gebieden van een afbeelding klonen. Hij werkt in afbeeldingen met 8 of 16 bits per kanaal.

Opmerking:

Selecteer bij repareren met pixels uit de afbeelding een klein gebied. Zo krijgt u het beste resultaat.

Zie Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud voor informatie over het gebruik van de opties voor de tool Reparatie met behoud van inhoud.

Tool Reparatie
Pixels vervangen met de tool Reparatie

Gerepareerde afbeelding
Gerepareerde afbeelding

Een gebied repareren met behulp van pixelmonsters

  1. Selecteer de tool Reparatie .

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Sleep in de afbeelding om het gebied te selecteren dat u wilt repareren en selecteer Bron op de optiebalk.

    Of,

    • Sleep in de afbeelding om het gebied te selecteren waarvan u een pixelmonster wilt nemen en selecteer Doel op de optiebalk.
    Opmerking:

    U kunt ook een selectie maken voordat u de tool Reparatie selecteert.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit om de selectie te corrigeren:
    • Houd Shift ingedrukt en sleep in de afbeelding om aan de bestaande selectie toe te voegen.
    • Houd Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt en sleep in de afbeelding om uit de bestaande selectie te verwijderen.
    • Houd Alt-Shift (Windows) of Option-Shift (macOS) ingedrukt en sleep in de afbeelding om een gebied te selecteren dat een doorsnede is van de bestaande selectie.
  4. Selecteer Transparant om de structuur met een transparante achtergrond te onttrekken aan het monstergebied. Schakel deze optie uit als u het doelgebied volledig wilt vervangen door het monstergebied.

    Opmerking:

    De optie Transparant is het meest geschikt voor effen achtergronden of achtergronden met een verloop en duidelijk herkenbare structuren, zoals een vogel tegen een blauwe lucht.

  5. Stel met de schuifregelaar Diffusie in hoe snel het geplakte gebied wordt aangepast aan de omringende afbeelding. Selecteer een lagere waarde voor afbeeldingen met een korreleffect of kleine details, of een hogere waarde voor vloeiende afbeeldingen.

  6. Plaats de aanwijzer binnen de selectie en voer een van de volgende handelingen uit:
    • Wanneer Bron is geselecteerd op de optiebalk, sleept u het selectiekader naar het gebied waarvan u een monster wilt nemen. Wanneer u de muisknop loslaat, wordt het oorspronkelijk geselecteerde gebied gerepareerd met het pixelmonster.
    • Wanneer Doel is geselecteerd op de optiebalk, sleept u het selectiekader naar het gebied dat u wilt repareren. Wanneer u de muisknop loslaat, wordt het nieuw geselecteerde gebied gerepareerd met het pixelmonster.

Een gebied repareren met behulp van een patroon

  1. Selecteer de tool Reparatie .

  2. Sleep in de afbeelding om het gebied te selecteren dat u wilt repareren.
    Opmerking:

    U kunt ook een selectie maken voordat u de tool Reparatie selecteert.

  3. Voer desgewenst stap 3 en 4 uit (van Een gebied repareren met behulp van pixelmonsters) om de selectie aan te passen en om de patroonstructuur toe te passen met een transparante achtergrond.

  4. Selecteer een patroon in het deelvenster Patroon op de optiebalk en selecteer Patroon gebruiken.

Rode ogen verwijderen

Gebruik de tool Rode ogen verwijderen om rode ogen te verwijderen in foto's van personen of dieren die met een flits zijn genomen.

  1. Selecteer de tool Rode ogen verwijderen   in de RGB-kleurmodus. (De tool Rode ogen verwijderen bevindt zich in dezelfde groep als de tool Snel retoucheerpenseel  . Houd een tool ingedrukt om de aanvullende tools in de groep weer te geven.)

  2. Klik in het rode oog. Is het resultaat niet naar wens, dan kunt u de correctie ongedaan maken, een of meer van de volgende opties op de optiebalk instellen, en nogmaals het rode oog selecteren:

    • Pupilgrootte: hiermee vergroot of verkleint u het gebied waarop de tool Rode ogen verwijderen betrekking heeft.
    • Hoeveelheid donkerder: hiermee stelt u in hoe donker de correctie wordt.
Opmerking:

Rode ogen worden veroorzaakt doordat de flits van de camera wordt weerspiegeld in het netvlies van het onderwerp. U ziet dit vooral bij foto's die zijn genomen in een donkere ruimte, omdat de iris dan vergroot is. Ter voorkoming van rode ogen gebruikt u de camerafunctie voor het verminderen van rode ogen. Nog beter is het om een afzonderlijke flitser te gebruiken die u op enige afstand van de cameralens kunt aansluiten op de camera.

  1. Photoshop Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop
    1. Dream it. Make it.
    2. Nieuwe functies in Photoshop
    3. Uw eerste foto bewerken
    4. Documenten maken
    5. Photoshop | Veelgestelde vragen
    6. Systeemvereisten voor Photoshop
    7. Maak kennis met Photoshop
  3. Photoshop en andere Adobe-producten en -services
    1. Werken met illustraties van Illustrator in Photoshop
    2. Werken met Photoshop-bestanden in InDesign
    3. Substance 3D-materialen voor Photoshop
    4. De Capture-in-app-extensie in Photoshop gebruiken
  4. Photoshop op de iPad (niet beschikbaar op de vasteland van China)
    1. Photoshop op de iPad | Veelgestelde vragen
    2. Kennismaken met de werkruimte
    3. Systeemvereisten | Photoshop voor iPad
    4. Documenten maken, openen en exporteren
    5. Foto's toevoegen
    6. Werken met lagen
    7. Tekenen en schilderen met penselen
    8. Selecties maken en maskers toevoegen
    9. Uw composities retoucheren
    10. Werken met aanpassingslagen
    11. Pas de tonaliteit van uw compositie aan met Curven
    12. Transformatiebewerkingen toepassen
    13. Uw composities uitsnijden en roteren
    14. Canvas roteren, pannen, zoomen en opnieuw instellen
    15. Werken met tekstlagen
    16. Werken met Photoshop en Lightroom
    17. Vind ontbrekende lettertypen in Photoshop op de iPad
    18. Japanse tekens in Photoshop op de iPad
    19. App-instellingen beheren
    20. Aanraaksneltoetsen en bewegingen
    21. Sneltoetsen
    22. Afbeeldingsgrootte bewerken
    23. Livestreamen terwijl u in Photoshop werkt op de iPad
    24. Imperfecties corrigeren met het Retoucheerpenseel
    25. Penselen maken in Capture en gebruiken in Photoshop op de iPad
    26. Werken met Camera Raw-bestanden
    27. Slimme objecten maken en ermee werken
    28. De belichting in uw afbeeldingen aanpassen met Tegenhouden en Doordrukken
    29. Opdrachten voor automatische aanpassing in Photoshop op de iPad
    30. Gebieden uitsmeren in uw afbeeldingen met Photoshop op de iPad
    31. Meer of minder verzadiging van uw afbeeldingen met de tool Spons
    32. Vullen met behoud van inhoud voor iPad
  5. Photoshop op internet (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Algemene vragen
    2. Systeemvereisten
    3. Sneltoetsen
    4. Ondersteunde bestandsindelingen
    5. Kennismaken met de werkruimte
    6. Clouddocumenten openen en bewerken
    7. Generatieve AI-functies
    8. Basisconcepten van bewerken
    9. Snelle handelingen
    10. Werken met lagen
    11. Afbeeldingen retoucheren en onvolkomenheden verwijderen
    12. Snelle selecties maken
    13. Afbeeldingen verbeteringen met Aanpassingslagen
    14. Afbeeldingen verplaatsen, transformeren en uitsnijden
    15. Tekenen en schilderen
    16. Werken met tekstlagen
    17. Met iedereen op het web werken
    18. App-instellingen beheren
    19. Afbeelding genereren
    20. Achtergrond genereren
    21. Referentieafbeelding
  6. Photoshop (Beta) (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Aan de slag met Creative Cloud-bèta-apps
    2. Photoshop (Beta) op de desktop
    3. Een afbeelding genereren met beschrijvende tekstopdrachten
    4. Een achtergrond genereren met beschrijvende tekstopdrachten
  7. Generatieve AI (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Algemene vragen over de generatieve AI in Photoshop
    2. Generatief vullen in Photoshop op de desktop
    3. Generatief uitbreiden in Photoshop op de desktop
    4. Generatief vullen in Photoshop op de iPad
    5. Generatief uitbreiden in Photoshop op de iPad
    6. Generatieve AI-functies in Photoshop op internet
  8. Content-authenticiteit (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Inhoudsreferenties in Photoshop
    2. Identiteit en herkomst voor NFT's
    3. Accounts verbinden voor creatieve toewijzing
  9. Clouddocumenten (niet beschikbaar op het vasteland van China)
    1. Photoshop-clouddocumenten | Algemene vragen
    2. Photoshop-clouddocumenten | Vragen over workflow
    3. Clouddocumenten beheren en bewerken in Photoshop
    4. Cloudopslag upgraden voor Photoshop
    5. Kan geen clouddocumenten maken of opslaan
    6. Fouten met Photoshop-clouddocumenten oplossen
    7. Synchronisatielogboeken voor clouddocumenten verzamelen
    8. Anderen uitnodigen om uw clouddocumenten te bewerken
    9. Bestanden delen en opmerkingen in de app
  10. Werkruimte
    1. Basisbegrippen voor werkruimten
    2. Voorkeuren
    3. Sneller leren met het deelvenster Ontdekken van Photoshop
    4. Documenten maken
    5. Bestanden plaatsen
    6. Standaardsneltoetsen
    7. Sneltoetsen aanpassen
    8. Toolgalerieën
    9. Prestatievoorkeuren
    10. Tools gebruiken
    11. Voorinstellingen
    12. Raster en hulplijnen
    13. Aanraakbewegingen
    14. De Touch Bar gebruiken met Photoshop
    15. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    16. Technology Previews
    17. Metagegevens en notities
    18. Aanraakfuncties en aanpasbare werkruimten
    19. Photoshop-afbeeldingen in andere toepassingen opnemen
    20. Linialen
    21. Niet-afdrukbare extra's tonen of verbergen
    22. Het aantal kolommen voor een afbeelding opgeven
    23. Ongedaan maken en historie
    24. Deelvensters en menu's
    25. Elementen instellen met de functie Magnetisch
    26. Plaatsen met de liniaal
  11. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  12. Basisprincipes van afbeeldingen en kleuren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Werken met raster-en vectorafbeeldingen
    3. Grootte en resolutie van afbeeldingen
    4. Afbeeldingen ophalen van camera's en scanners
    5. Afbeeldingen maken, openen en importeren
    6. Afbeeldingen weergeven
    7. Fout Ongeldige JPEG-markering | Afbeeldingen openen
    8. Meerdere afbeeldingen weergeven
    9. Kleurkiezers en -stalen aanpassen
    10. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    11. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    12. Afbeeldingen omzetten in andere kleurmodi
    13. Kleurmodi
    14. Delen van een afbeelding wissen
    15. Overvloeimodi
    16. Kleuren kiezen
    17. Geïndexeerde-kleurentabellen aanpassen
    18. Informatie over afbeeldingen
    19. Vervormingsfilters zijn niet beschikbaar
    20. Informatie over kleur
    21. Kleuren en monochrome instellingen aanpassen aan de hand van kanalen
    22. Kleuren kiezen in de deelvensters Kleur en Stalen
    23. Monster
    24. Kleurmodus of Afbeeldingsmodus
    25. Kleurzweem
    26. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    27. Stalen toevoegen uit HTML, CSS en SVG
    28. Bitdiepte en voorkeuren
  13. Lagen
    1. Basisbegrippen voor lagen
    2. Niet-destructieve bewerkingen
    3. Lagen en groepen maken en beheren
    4. Lagen selecteren, groeperen en koppelen
    5. Afbeeldingen in kaders plaatsen
    6. Laagdekking en overvloeien
    7. Lagen maskeren
    8. Slimme filters toepassen
    9. Laagsamenstellingen
    10. Lagen verplaatsen, stapelen en vergrendelen
    11. Lagen maskeren met vectormaskers
    12. Lagen en groepen beheren
    13. Laageffecten en laagstijlen
    14. Laagmaskers bewerken
    15. Middelen extraheren
    16. Lagen met uitknipmaskers tonen
    17. Afbeeldingsmiddelen genereren op basis van lagen
    18. Werken met slimme objecten
    19. Overvloeimodi
    20. Meerdere afbeeldingen combineren tot een groepsportret
    21. Afbeeldingen combineren met automatisch overvloeiende lagen
    22. Lagen uitlijnen en verdelen
    23. CSS kopiëren uit lagen
    24. Selecties uit een laag of grenzen van een laagmasker laden
    25. Uitnemen om inhoud van andere lagen zichtbaar te maken
  14. Selecties
    1. Aan de slag met selecties
    2. Selecties maken in uw compositie
    3. Werkruimte Selecteren en maskeren
    4. Selecties aanbrengen met de selectiekadertools
    5. Selecties maken met de lassotools
    6. Pixelselecties aanpassen
    7. Geselecteerde pixels verplaatsen, kopiëren en verwijderen
    8. Een tijdelijk snelmasker maken
    9. Een kleurbereik selecteren in een afbeelding
    10. Paden omzetten in selectiekaders en omgekeerd
    11. Basisbegrippen voor kanalen
    12. Selecties en alfakanaalmaskers opslaan
    13. De afbeeldingsgebieden met de focus selecteren
    14. Kanalen dupliceren, splitsen en samenvoegen
    15. Kanaalberekeningen
  15. Afbeeldingsaanpassingen
    1. Objectkleuren vervangen
    2. Perspectief verdraaien
    3. Vervaging door camerabeweging verminderen
    4. Voorbeelden van de tool Retoucheerpenseel
    5. Kleur-opzoektabellen exporteren
    6. De scherpte en vervaging van afbeeldingen aanpassen
    7. Kleuraanpassingen
    8. De aanpassing Helderheid/contrast toepassen
    9. Schaduwdetails en hooglichtdetails aanpassen
    10. Aanpassing Niveaus
    11. De kleurtoon en verzadiging aanpassen
    12. Levendigheid aanpassen
    13. De kleurverzadiging in afbeeldingsgebieden aanpassen
    14. Snel aanpassingen aanbrengen aan tinten
    15. Speciale kleureffecten toepassen op afbeeldingen
    16. Uw afbeelding verbeteren met aanpassingen in kleurbalans
    17. HDR-afbeeldingen (High Dynamic Range)
    18. Histogrammen en pixelwaarden bekijken
    19. Kleuren in uw afbeelding afstemmen
    20. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    21. Een kleurenfoto omzetten in zwart-wit
    22. Aanpassings- en opvullagen
    23. Aanpassing Curven
    24. Overvloeimodi
    25. Afbeeldingen voorbereiden voor drukken
    26. De kleur en toon aanpassen met de pipetten Niveaus en Curven
    27. HDR-belichting en -kleurtinten aanpassen
    28. Afbeeldingsgebieden doordrukken of tegenhouden
    29. Selectieve kleuraanpassingen aanbrengen
  16. Adobe Camera Raw
    1. Systeemvereisten voor Camera Raw
    2. Nieuwe functies in Camera Raw
    3. Kennismaken met Camera Raw
    4. Panorama's maken
    5. Ondersteunde lenzen
    6. Vignet-, korrel- en neveleffecten in Camera Raw
    7. Standaardsneltoetsen
    8. Automatische perspectiefcorrectie in Camera Raw
    9. Radiaalfilter in Camera Raw
    10. Camera Raw-instellingen beheren
    11. Afbeeldingen openen, verwerken en opslaan in Camera Raw
    12. Repareer afbeeldingen met de verbeterde tool Vlekken verwijderen in Camera Raw
    13. Afbeeldingen roteren, uitsnijden en aanpassen
    14. Kleurweergave aanpassen in Camera Raw
    15. Procesversies in Camera Raw
    16. Lokale aanpassingen aanbrengen in Camera Raw
  17. Afbeeldingen repareren en restaureren
    1. Objecten verwijderen uit uw foto's met Vullen met behoud van inhoud
    2. Repareren en verplaatsen met behoud van inhoud
    3. Foto's retoucheren en repareren
    4. Afbeeldingsvervorming en -ruis corrigeren
    5. Eenvoudige probleemoplossing voor de meest voorkomende problemen
  18. Afbeeldingen verbeteren en transformeren
    1. De lucht in uw afbeeldingen vervangen
    2. Objecten transformeren
    3. Uitsnijding, rotatie en canvasgrootte aanpassen
    4. Foto's uitsnijden en rechttrekken
    5. Panoramische afbeeldingen maken en bewerken
    6. Afbeeldingen, vormen en paden verdraaien
    7. Perspectiefpunt
    8. Schalen en de inhoud behouden
    9. Afbeeldingen, vormen en paden transformeren
  19. Tekenen en verven
    1. Symmetrische patronen tekenen
    2. Rechthoeken tekenen en lijnopties wijzigen
    3. Tekenen
    4. Vormen tekenen en bewerken
    5. Tekentools
    6. Penselen maken en wijzigen
    7. Overvloeimodi
    8. Kleur toevoegen aan paden
    9. Paden bewerken
    10. Tekenen met het mixerpenseel
    11. Voorinstellingen voor penselen
    12. Verlopen
    13. Interpolatie met verloop
    14. Selecties, lagen en paden vullen en omlijnen
    15. Tekenen met de pentools
    16. Patronen maken
    17. Een patroon maken met de Patroonmaker
    18. Paden beheren
    19. Bibliotheken en voorinstellingen van patronen beheren
    20. Tekenen of verven met een grafisch tablet
    21. Structuurpenselen maken
    22. Dynamische elementen toevoegen aan penselen
    23. Verloop
    24. Gestileerde streken tekenen met het penseel Tekeninghistorie
    25. Tekenen met een patroon
    26. Voorinstellingen synchroniseren op meerdere apparaten
    27. Voorinstellingen, handelingen en instellingen migreren
  20. Tekst
    1. De tekst toevoegen en bewerken
    2. Unified Text Engine
    3. Werken met OpenType SVG-lettertypen
    4. Tekens opmaken
    5. Alinea's opmaken
    6. Teksteffecten maken
    7. Tekst bewerken
    8. Regelafstand en tekenspatiëring
    9. Arabische en Hebreeuwse tekst
    10. Lettertypen
    11. Problemen met lettertypen oplossen
    12. Aziatische tekst
    13. Tekst maken
  21. Filters en effecten
    1. De galerie Vervagen gebruiken
    2. Basisbeginselen van filters
    3. Overzicht van de filtereffecten
    4. Belichtingseffecten toevoegen
    5. Het filter Adaptief groothoek gebruiken
    6. Het filter Olieverf gebruiken
    7. Het filter Uitvloeien gebruiken
    8. Laageffecten en laagstijlen
    9. Specifieke filters toepassen
    10. Natte vinger gebruiken in afbeeldingsgebieden
  22. Opslaan en exporteren
    1. Uw bestanden opslaan in Photoshop
    2. Bestanden exporteren in Photoshop
    3. Ondersteunde bestandsindelingen
    4. Bestanden opslaan in grafische indelingen
    5. Ontwerpen verplaatsen tussen Photoshop en Illustrator
    6. Video en animaties opslaan en exporteren
    7. PDF-bestanden opslaan
    8. Digimarc-copyrightbescherming
  23. Kleurbeheer
    1. Werken met kleurbeheer
    2. Kleuren consistent houden
    3. Kleurinstellingen
    4. Duotonen
    5. Werken met kleurprofielen
    6. Kleurbeheer toepassen op documenten voor onlineweergave
    7. Kleurbeheer toepassen op documenten bij afdrukken
    8. Kleurbeheer toepassen op geïmporteerde afbeeldingen
    9. Kleuren controleren
  24. Ontwerp van websites, schermen en apps
    1. Ontwerpen in Photoshop
    2. Tekengebieden
    3. Apparaatvoorvertoning
    4. CSS kopiëren uit lagen
    5. Webpagina’s segmenteren
    6. HTML-opties voor segmenten
    7. De segmentlay-out wijzigen
    8. Werken met webafbeeldingen
    9. Webfotogalerieën maken
  25. Video en animatie
    1. Video's bewerken in Photoshop
    2. Video- en animatielagen bewerken
    3. Overzicht van video en animatie
    4. Voorvertoningen van video en animaties weergeven
    5. Frames tekenen in videolagen
    6. Videobestanden en reeksen afbeeldingen importeren
    7. Frameanimaties maken
    8. Creative Cloud 3D-animatie (Preview)
    9. Tijdlijnanimaties maken
    10. Afbeeldingen maken voor video
  26. Afdrukken
    1. 3D-objecten afdrukken
    2. Afdrukken vanuit Photoshop
    3. Afdrukken met kleurbeheer
    4. Contactbladen en PDF-presentaties
    5. Foto's afdrukken in een figuurpakketlay-out
    6. Steunkleuren afdrukken
    7. Afbeeldingen drukken op een professionele drukpers
    8. Kleurenafdrukken in Photoshop verbeteren
    9. Problemen met afdrukken oplossen | Photoshop
  27. Automatisering
    1. Handelingen maken
    2. Gegevensgestuurde afbeeldingen maken
    3. Scripts
    4. Een groep bestanden verwerken
    5. Handelingen afspelen en beheren
    6. Voorwaardelijke acties toevoegen
    7. Handelingen en het deelvenster Handelingen
    8. Tools opnemen in handelingen
    9. Een voorwaardelijke moduswijziging toevoegen aan een handeling
    10. Photoshop-gebruikersinterfacewerkset voor plug-ins en scripts
  28. Problemen oplossen
    1. Opgeloste problemen 
    2. Bekende problemen
    3. Prestaties van Photoshop optimaliseren
    4. Problemen oplossen - basis
    5. Problemen oplossen voor crash of vastlopen
    6. Programmafouten oplossen
    7. Fouten oplossen die zijn opgetreden doordat de werkschijf vol is
    8. Problemen met GPU en het grafische stuurprogramma oplossen
    9. Ontbrekende tools zoeken
    10. Photoshop | Veelgestelde vragen over 3D-functies die niet meer beschikbaar zijn

 Adobe

Krijg sneller en gemakkelijker hulp

Nieuwe gebruiker?