Begin op een iPhone of iPad en verfraai en voltooi uw werk op een pc
Begin op een iPhone of iPad en verfraai en voltooi uw werk op een pc!

Op uw iPad of iPhone kunt u ideeën uitwerken, illustraties overtrekken of prototypen ontwikkelen en zo een nieuwe ontwerpworkflow starten.

Bekijk Adobe Illustrator Draw: een app voor uw iPad of iPhone. In Draw zijn uw favoriete tools en functies voor het tekenen van vectoren opgenomen in een gestroomlijnde, moderne interface. U kunt lijnen, vormen en vrije-vorm-illustraties tekenen en daarbij gebruikmaken van tien tekenlagen en een fotolaag. En als u weer achter uw bureau zit, kunt u via Creative Cloud uw werk heel gemakkelijk verder afmaken in Illustrator CC of Photoshop CC.

Meer informatie over de Adobe Illustrator Draw-app vindt u hier.

Download de geweldige Adobe Illustrator Draw-app uit de iTunes App Store (beschikbaar voor iPhone en iPad).

Vectorafbeeldingen

Vectorafbeeldingen (soms ook vectorvormen of vectorobjecten genoemd) zijn opgebouwd uit lijnen en curven die door wiskundige objecten, zogeheten vectoren, worden gedefinieerd en die een afbeelding beschrijven volgens de geometrische kenmerken van de afbeelding.

U kunt vectorafbeeldingen vrij verplaatsen of wijzigen zonder dat er details ofhelderheid verloren gaan,omdat ze resolutie-onafhankelijk zijn. Ze behouden hun scherpe randen wanneer ze worden vergroot of verkleind, op een PostScript-printer worden afgedrukt, in een PDF-bestand worden opgeslagen of worden geïmporteerd in een op vectoren gebaseerde grafische toepassing. Vectorafbeeldingen zijn dan ook de beste keuze voor illustraties, zoals logo's, die worden gebruiktopverschillende grootten en in verschillende uitvoermedia.

De vectorobjecten die u maakt met de teken- en vormtools in Adobe Creative Cloud zijn voorbeelden van vectorafbeeldingen. U kunt de opdrachten Kopiëren en Plakken gebruiken om vectorafbeeldingen te dupliceren tussen Creative Cloud-componenten.

Paden

Terwijl u tekent, maakt u een lijn die een pad wordt genoemd. Een pad bestaat uit een of meer rechte of gekromde segmenten. Het begin en het einde van elk segment worden gemarkeerd door ankerpunten, die werken als spelden die een draad op zijn plaats houden. Een pad kan gesloten (bijvoorbeeld een cirkel) zijn of open, met duidelijke eindpunten (bijvoorbeeld een golvende lijn).

U kunt de vorm van een pad wijzigen door de ankerpunten, de richtingspunten aan het eind van richtingslijnen die op de ankerpunten worden weergegeven, of de padsegmenten zelf te slepen.

Componenten van een pad
Componenten van een pad

A. Geselecteerd (effen) eindpunt B. Geselecteerd ankerpunt C. Niet-geselecteerd ankerpunt D. Gebogen padsegment E. Richtingslijn F. Richtingspunt 

Paden kunnen twee soorten ankerpunten bevatten: hoekpunten en vloeiende punten. Op een hoekpunt verandert een pad abrupt van richting. Op een boogpunt worden padsegmenten als een doorlopende curve verbonden. U kunt paden met elke willekeurige combinatie van hoekpunten en boogpunten tekenen. Als u het verkeerde type punt hebt getekend, kunt u dit altijd wijzigen.

Punten op een pad
Punten op een pad

A. Vier hoekpunten B. Vier vloeiende punten C. Combinatie van hoekpunten en boogpunten 

Met een hoekpunt worden twee rechte of gebogen segmenten met elkaar verbonden terwijl met een boogpunt altijd twee gebogen segmenten met elkaar worden verbonden.

Met een hoekpunt kunt u zowel rechte als gebogen segmenten verbinden.
Met een hoekpunt kunt u zowel rechte als gebogen segmenten verbinden.

Opmerking:

Let op het verschil tussen hoekpunten en vloeiende punten enerzijds en rechte en gebogen segmenten anderzijds.

De contour van een pad wordt een lijn genoemd. Een kleur of verloop dat op het binnengebied van een open of gesloten pad is toegepast, wordt vulling genoemd. Een lijn kan een dikte, kleur en streepjespatroon (Illustrator en InDesign) of een gestileerd lijnpatroon (InDesign) hebben. Nadat u een pad of vorm hebt gemaakt, kunt u de lijn- en vullingkenmerken van het pad wijzigen.

In InDesign wordt tevens op elk pad een middelpunt weergegeven dat het midden van de vorm aangeeft. Dit middelpunt maakt geen deel uit van het daadwerkelijke pad. Met dit punt kunt u het pad slepen, het pad met andere elementen uitlijnen of alle ankerpunten op een pad selecteren. Het middelpunt is altijd zichtbaar en kan niet worden verborgen of verwijderd.

Richtingslijnen en richtingspunten

Als u een ankerpunt selecteert dat gebogen segmenten met elkaar verbindt (of als u het segment zelf selecteert), worden bij de ankerpunten van de verbonden segmenten richtingshandgrepen weergegeven, deze bestaan uit richtingslijnen die eindigen in richtingspunten. De hoek en lengte van de richtingslijnen bepalen de vorm en grootte van de gebogen segmenten. Door de richtingslijnen te verplaatsen, wijzigt u de vorm van de curven. Richtingslijnen worden niet in de definitieve uitvoer weergegeven.

Een boogpunt heeft altijd twee richtingslijnen die samen als één rechte eenheid worden verplaatst. Wanneer u een richtingslijn op een boogpunt plaatst, worden de gebogen segmenten aan beide zijden van het punt gelijktijdig aangepast en blijft een ononderbroken curve bij dat ankerpunt behouden.

Een hoekpunt kan twee, één of geen richtingslijnen hebben, afhankelijk van het feit of het respectievelijk met twee, één of geen gebogen segmenten is verbonden. Met de richtingslijnen van een hoekpunt blijft de hoek behouden door verschillende hoeken te gebruiken. Wanneer u echter een richtingslijn op een hoekpunt zet, wordt alleen de curve aangepast aan de kant van het punt waar die richtingslijn zich bevindt.

Als u een ankerpunt hebt geselecteerd (links), verschijnen er richtingslijnen op elk gebogen segment dat met het ankerpunt is verbonden (rechts).
Als u een ankerpunt hebt geselecteerd (links), verschijnen er richtingslijnen op elk gebogen segment dat met het ankerpunt is verbonden (rechts).

Richtingslijnen van een vloeiend punt (links) en een hoekpunt (rechts) aanpassen
Richtingslijnen van een boogpunt (links) en een hoekpunt (rechts) aanpassen

Richtingslijnen raken (staan loodrecht op de straal van) de curve altijd bij de ankerpunten. De hoek van elke richtingslijn bepaalt de helling van de curve, terwijl de lengte ervan de hoogte of diepte van de curve bepaalt.

Door het verplaatsen van richtingslijnen en het wijzigen van de grootte van richtingslijnen, wordt de helling van curven gewijzigd.
Door het verplaatsen van richtingslijnen en het wijzigen van de grootte van richtingslijnen, wordt de helling van curven gewijzigd.

Opmerking:

In Illustrator kunt u ankerpunten, richtingslijnen en richtingspunten tonen of verbergen door Weergave > Randen tonen of Weergave > Randen verbergen te selecteren.

Opgeven hoe richtingslijnen en richtingspunten worden weergegeven

Als u met ankerpunten en paden werkt, kan het zijn dat u soms behoefte hebt aan richtingslijnen (handgrepen), terwijl deze u op andere momenten alleen maar in de weg staan. U kunt richtingslijnen voor meerdere geselecteerde ankerpunten tonen of verbergen. Voor afzonderlijke ankerpunten worden de lijnen altijd getoond.

U kunt per selectie aangeven of de richtingslijnen al dan niet moetenworden getoond.Ook kunt u een voorkeur instellen voor het tonen van richtingslijnen.

Richtingslijnen tonen of verbergen voor geselecteerde ankerpunten

  1. Gebruik de tool Direct selecteren voor het selecteren van de gewenste ankerpunten.

  2. Klik in het regelpaneel op Handgrepen tonen voor meerdere geselecteerde ankerpunten  > of Handgrepen verbergen voor meerdere geselecteerde ankerpunten .

De weergavegrootte van ankerpunten, handgrepen en omsluitende kaders aanpassen

  1. Kies Bewerken > Voorkeuren > Weergave selectie en anker (Windows) of Illustrator > Voorkeuren > Weergave selectie en anker (macOS).

  2. Geef in het gedeelte Weergave ankerpunt en handgreep de gewenste opties op:

    Grootte

    Gebruik de schuifregelaar om de weergavegrootte van ankerpunten, handgrepen en omsluitende kaders aan te passen.

    adjust-anchor-point-display-size_1

    Ankers markeren bij bewegen van muis over anker

    Hiermee wordt het ankerpunt gemarkeerd dat zich direct onder de muisaanwijzer bevindt.

    Stijl handgreep

    Hier geeft u op hoe de eindhandgrepen (richtingspunten) worden weergegeven:

    •  Hiermee worden richtingspunten weergegeven als blauwe gevulde cirkels.

    •  Hiermee worden richtingspunten weergegeven als witte cirkels.

    Handgrepen tonen wanneer meerdere ankers zijn geselecteerd

    Hiermee worden richtingslijnen weergegeven voor alle geselecteerde ankerpunten als u de tool Direct selecteren of Groep selecteren gebruikt om een object te selecteren. Als u deze optie niet selecteert, worden er voor een ankerpunt alleen richtingslijnen weergegeven als dit het enige ankerpunt is dat op het desbetreffende pad is geselecteerd, of als het Bézier-segment voor de richtingslijn is geselecteerd en het ankerpunt van waaruit de richtingslijn wordt verlengd, niet is geselecteerd.

Tekenmodi

Illustrator bevat de volgende tekenmodi:

  • Normaal tekenen ()

  • Tekenen achter ()

  • Tekenen binnen ()

Een gestippelde open rechthoek wordt weergegeven wanneer er een object actief is dat zich in de modus Tekenen binnen bevindt.
Een gestippelde open rechthoek zoals weergegeven in illustratie C wordt weergegeven wanneer er een object actief is dat zich in de modus Tekenen binnen bevindt.

De modus Normaal tekenen is de standaardtekenmodus. U kunt tekenmodi selecteren onder de tool Kleurselectie in het deelvenster Tools.

Deelvenster Tekenmodi
Deelvenster Tekenmodi

Als u wilt schakelen tussen tekenmodi, klikt u op het deelvenster Tekenmodi in het deelvenster Tools en selecteert u de tekenmodus. U kunt ook de sneltoets Shift+D gebruiken om door de tekenmodi te bladeren.

Opmerking:

De opties Plakken, Op locatie plakken en In alle tekengebieden plakken respecteren de tekenmodi. Op voorgrond plakken en Op achtergrond plakken worden echter niet beïnvloed door de tekenmodi.

Op www.adobe.com/go/lrvid5209_ai_nl vindt u een video over het gebruik van de diverse tekenmodi.

Modus Tekenen achter

In de modus Tekenen achter kunt u achter alle illustraties in een geselecteerde laag tekenen als er geen illustratie is geselecteerd. Als er wel een illustratie is geselecteerd, wordt het nieuwe object direct onder het geselecteerde object getekend.

De modus Tekenen achter wordt in de volgende gevallen gerespecteerd:

  • Nieuwe lagen maken

  • Symbolen plaatsen

  • Bestanden plaatsen vanuit het menu Bestand

  • Alt+slepen gebruiken om objecten te dupliceren

  • De opties Op plaats plakken en In alle tekengebieden plakken gebruiken

Modus Tekenen binnen

In de modus Tekenen binnen kunt u tekenen in het geselecteerde object. In de modus Tekenen binnen zijn er niet meerdere stappen nodig om taken uit te voeren zoals tekenen en de stapelvolgorde wijzigen, of een knipmasker tekenen, selecteren en maken.

De modus Tekenen binnen wordt alleen ingeschakeld als er één object is geselecteerd (pad, samengesteld pad of tekst).

Als u knipmaskers wilt maken in de modus Tekenen binnen, selecteert u het pad waarin u wilt tekenen en schakelt u over op de modus Tekenen binnen. Volgende paden worden geknipt door het pad dat was geselecteerd toen u overschakelde op de modus Tekenen binnen, totdat u overschakelt op de modus Normaal tekenen (Shift+D of dubbelklikken).

Opmerking:

De uitknipmaskers die zijn gemaakt in de modus Tekenen binnen behouden de weergave op het uitknippad. Dit is niet het geval wanneer u de menuopdracht Object > Uitknipmasker > Maken gebruikt.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid