3D-objecten maken van 2D-afbeeldingen

In Photoshop kunnen vanuit 2D-lagen allerlei 3D-basisobjecten worden gemaakt. Als u een 3D-object hebt gemaakt, kunt u dat object naar een 3D-ruimte verplaatsen, de renderinstellingen wijzigen, belichting toevoegen of met andere 3D-lagen samenvoegen.

  • Zet 2D-lagen om in 3D-ansichtkaarten (vlakken met 3D-eigenschappen). Als de beginlaag een tekstlaag is, blijft de eventuele transparantie behouden.

  • Laat een 2D-laag om een 3D-object lopen, zoals een kegel, kubus of cilinder.

  • Maak een 3D-net van de grijswaardengegevens in een 2D-afbeelding.

  • Simuleer de metaalbewerkingstechniek repoussé door een 2D-object diepte te geven in de 3D-ruimte. Zie Een 3D-repoussé maken.

  • Maak een 3D-volume van een bestand dat uit meerdere frames bestaat, zoals een medisch DICOM-afbeeldingsbestand. De afzonderlijke segmenten van het bestand worden gecombineerd tot een 3D-object dat u in 3D-ruimte kunt manipuleren en vanuit elke hoek kunt bekijken. U kunt diverse rendereffecten op het 3D-volume toepassen om de diverse materialen in een scan, zoals botten of weefsel, optimaal weer te geven. Zie Een 3D-volume maken.

Een 3D-kaart maken

Opmerking:

U kunt een 3D-ansichtkaart toevoegen aan een bestaande 3D-scène om een oppervlak te maken waarop schaduwen en reflecties van andere objecten in de scène worden weergegeven.

  1. Open een 2D-afbeelding en selecteer de laag die u in een ansichtkaart wilt omzetten.

  2. Kies 3D > Nieuwe 3D-ansichtkaart van laag.

    • De 2D-laag wordt in het deelvenster Lagen omgezet in een 3D-laag. De inhoud van de 2D-laag wordt aan weerszijden van de ansichtkaart als materiaal toegepast.

    • De oorspronkelijke 2D-laag verschijnt in het deelvenster Lagen als de diffuse structuurafbeelding voor het 3D-ansichtkaartobject. (Zie Overzicht van het 3D-deelvenster.)

    • De 3D-laag behoudt de afmetingen van de oorspronkelijke 2D-afbeelding.

  3. (Optioneel) U kunt de 3D-ansichtkaart als een oppervlak aan een 3D-scène toevoegen door de nieuwe 3D-laag samen te voegen met een bestaande 3D-laag waarop andere 3D-objecten staan, en vervolgens de laag zonodig uit te lijnen. (Zie 3D-objecten combineren.)

  4. Als u de nieuwe 3D-inhoud wilt behouden, exporteert u de 3D-laag in een 3D-bestandsindeling of slaat u deze op in de PSD-indeling. (Zie 3D-lagen exporteren .)

3D-vormen maken

Afhankelijk van het door u gekozen objecttype kan het resulterende 3D-model een of meer netten bevatten. De optie Bolvormig panorama wijst een panoramische afbeelding aan de binnenkant van een 3D-bol toe.

  1. Open een 2D-afbeelding en selecteer de laag die u in een 3D-vorm wilt omzetten.

  2. Kies 3D > Nieuwe vorm van laag en selecteer een vorm in het menu. Vormen bevatten objecten van één net, zoals een donut, kegel of hoed, en meerdere netobjecten zoals een kegel, kubus, cilinder, frisdrankblikje of wijnfles.

    Opmerking:

    U kunt uw eigen aangepaste vormen aan het menu Vorm toevoegen. Vormen zijn Collada (.dae) 3D-modelbestanden. U voegt een vorm toe door het Collada-modelbestand in de map Presets\Meshes in de programmamap van Photoshop te plaatsen.

    • De 2D-laag wordt in het deelvenster Lagen in een 3D-laag omgezet.

    • De oorspronkelijke 2D-laag wordt in het deelvenster Lagen weergegeven als een diffuse structuurafbeelding. Deze laag kan op een of meer oppervlakken van het nieuwe 3D-object worden gebruikt. Andere oppervlakken kunnen worden toegewezen aan een standaard diffuse structuurafbeelding met een standaardkleurinstelling. Zie Overzicht van het 3D-deelvenster.

  3. (Optioneel) Gebruik ook de optie Bolvormig panorama als u een panoramische afbeelding als 2D-invoer gebruikt. Deze optie converteert een volledig bolvorming panorama van 360x180 graden naar een 3D-laag. Als dit panorama is omgezet in een 3D-object, kunt u op delen van het panorama tekenen die doorgaans moeilijk zijn te bereiken, zoals de palen of gebieden met rechte lijnen. Zie Panorama's van 360 graden maken voor meer informatie over het maken van een 2D-panorama door afbeeldingen aan elkaar te hechten.

  4. Exporteer de 3D-laag in een 3D-bestandsindeling of sla de laag op in PSD-indeling om de nieuwe 3D-inhoud te behouden. Zie 3D-lagen exporteren .

Een 3D-net maken

De opdracht Nieuw net van grijswaarden converteert een afbeelding met grijswaarden naar een dieptetoewijzing die de lichtwaarden omzet in een oppervlak met variërende diepte. Lichtere waarden zorgen voor verhogingen op het oppervlak en donkere waarden zorgen voor verlagingen in het oppervlak. Vervolgens wordt de dieptetoewijzing toegepast op een van de vier mogelijke geometrieën om een 3D-model te maken.

  1. Open een 2D-afbeelding en selecteer een of meer lagen die u in een 3D-net wilt omzetten.

  2. (Optioneel) U kunt de afbeelding omzetten in de grijswaardenmodus. (Kies Afbeelding > Modus > Grijswaarden of gebruik Afbeelding > Aanpassingen > Zwart-wit om de omzetting van de grijswaarden gedetailleerder in te stellen.)

    Opmerking:

    Als u bij het maken van een net een RGB-afbeelding als invoer gebruikt, wordt het groene kanaal gebruikt om de dieptetoewijzing te genereren.

  3. (Optioneel) Maak indien nodig aanpassingen in de afbeelding met grijswaarden om het bereik van lichtwaarden te beperken.

  4. Kies 3D > Nieuw net van grijswaarden en selecteer een netoptie.

    Vlak

    Hiermee past u de gegevens van een dieptetoewijzing toe op een vlak oppervlak.

    Vlak met twee zijden

    Hiermee maakt u twee vlakken die worden gereflecteerd langs een middenas en past u de dieptetoewijzingsgegevens op beide vlakken toe.

    Cilinder

    Hiermee worden de gegevens van de dieptetoewijzing vanuit het midden van een verticale as naar buiten toe toegepast.

    Bol

    Hiermee worden de gegevens van de dieptetoewijzing radiaal vanuit het middelpunt naar buiten toe toegepast.

Er wordt een 3D-laag gemaakt die het nieuwe net bevat. Ook worden met de grijswaarden- of kleurenlaag de structuurafbeeldingen Diffuus, Dekking en Vlakke dieptetoewijzing voor het 3D-object gemaakt.

U kunt op elk moment de vlakke dieptetoewijzing opnieuw als een slim object openen en bewerken. Wanneer u dat object opslaat, wordt het net opnieuw gegenereerd.

Opmerking:

De dekkingsstructuurafbeelding staat niet in het deelvenster Lagen, omdat die afbeelding hetzelfde structuurbestand gebruikt als de diffuse structuurafbeelding (oorspronkelijke 2D-laag). Wanneer twee structuurafbeeldingen naar hetzelfde bestand verwijzen, staat het bestand slechts één keer in het deelvenster Lagen.

3D-animaties maken

Met de Photoshop animatietijdslijn kunt u 3D-animaties maken die een 3D-model laten bewegen en de manier wijzigen waarop het model wordt weergegeven. U kunt elk van de volgende eigenschappen van een 3D-laag van animatie voorzien:

  • 3D-object of camerapositie. Met de 3D-plaatsings- of -cameragereedschappen kunt u het model of de 3D-camera in de loop der tijd verplaatsen. Photoshop kan frames tussen de positie of camerabewegingen inlassen om de bewegingen vloeiender te maken.

  • 3D-renderinstellingen. Wijzig rendermodi met de mogelijkheid om overgangen tussen sommige rendermodi in te lassen. U kunt bijvoorbeeld de hoekpuntmodus geleidelijk veranderen in een draadframe om het schetsen van de structuur van een model te simuleren.

  • 3D-doorsnede. Roteer een doorsnedenvlak om het wijzigen van een doorsnede gedurende een bepaalde tijd te laten zien. Wijzig de instellingen van de doorsnede tussen frames om de verschillende modelgebieden tijdens de animatie te markeren.

Voor animaties van hoge kwaliteit kunt u elk animatieframe renderen met behulp van de instelling Renderen voor einduitvoer. Zie Rendereffecten wijzigen .

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid