Panorama's maken met Photomerge

Informatie over Photomerge

Met de opdracht Photomerge™ kunt u verschillende foto's combineren tot één doorlopende afbeelding. U kunt bijvoorbeeld vijf overlappende foto's van de skyline van een stad samenvoegen tot één panorama. Met de opdracht Photomerge kunt u foto's zowel horizontaal als verticaal naast elkaar zetten.

Bronafbeeldingen (boven) en voltooide Photomerge-compositie (onder)
Bronafbeeldingen (boven) en voltooide Photomerge-compositie (onder)

Foto's maken voor Photomerge

De bronfoto's spelen een belangrijke rol bij panoramische composities. Volg de onderstaande richtlijnen bij het nemen van foto's om problemen met Photomerge te voorkomen:

Zorg dat de afbeeldingen elkaar voldoende overlappen.

Afbeeldingen moeten elkaar ongeveer 40% overlappen. Als het overlappende gedeelte kleiner is, kan Photomerge het panorama misschien niet automatisch samenstellen. De foto's mogen echter ook weer niet te veel overlappen. Als de foto's elkaar met 70% of meer overlappen, kan Photomerge de foto's misschien niet samenvoegen. Probeer enig onderscheid aan te brengen in de verschillende foto's.

Gebruik één brandpuntsafstand.

Wijzig de brandpuntsafstand niet (gebruik de zoomfunctie niet) wanneer u foto's maakt met een zoomlens.

Houd de camera recht.

Hoewel kleine rotaties tussen de foto's acceptabel zijn, is een hoek van meer dan een paar graden voldoende om fouten te veroorzaken bij het automatisch samenstellen van het panorama. Een statief met een roterende kop helpt bij het vasthouden van de juiste camerapositie en het juiste gezichtspunt.

Verander niet van plaats.

Blijf op dezelfde plaats staan als u een serie foto's voor een panorama maakt, zodat de foto's vanuit hetzelfde gezichtspunt worden genomen. U slaagt er het beste in om het gezichtspunt consistent te houden door de optische zoeker dicht bij het oog te houden. U kunt ook een statief gebruiken om de camera op dezelfde plaats te houden.

Gebruik geen vervormende lenzen.

Vervormingslenzen kunnen problemen opleveren met Photomerge. De optie Automatisch past afbeeldingen die met visooglenzen zijn genomen echter aan.

Handhaaf dezelfde belichting.

Vermijd dat u de flitser gebruikt voor sommige foto's en niet voor andere. De functie voor overvloeien in Photomerge is handig om verschillende belichtingen in elkaar te laten overvloeien, maar bij extreme verschillen is dit moeilijk. Bij bepaalde digitale camera's wordt de belichting automatisch aangepast als u foto's maakt. Het is daarom mogelijk dat u de instelling van uw camera moet controleren om dezelfde belichting te handhaven.

Een Photomerge-compositie maken

  1. Kies Bestand > Automatisch > Photomerge.

  2. Kies een van de volgende opties in het menu Gebruiken in het gedeelte Bronbestanden in het dialoogvenster Photomerge:

    Bestanden

    Hiermee genereert u een Photomerge-compositie met afzonderlijke bestanden.

    Mappen

    Hiermee gebruikt u alle afbeeldingen die in een map zijn opgeslagen om de Photomerge-compositie te maken.

  3. Bepaal als volgt welke afbeeldingen u wilt gebruiken:
    • Als u afbeeldingen of een map met afbeeldingen wilt selecteren, klikt u op Bladeren en navigeert u naar de bestanden of map.

    • Klik op Geopende bestanden toevoegen als u bestanden wilt gebruiken die momenteel zijn geopend in Photoshop.

    • Als u afbeeldingen uit de lijst Bronbestanden wilt verwijderen, selecteert u het bestand en klikt u op de knop Verwijderen.

  4. Selecteer een lay-outoptie:

    Automatisch

    Photoshop analyseert de bronafbeeldingen en past de lay-out Perspectief, Cilindrisch of Bolvormig toe. Welke lay-out wordt toegepast, is afhankelijk van welke het beste Photomerge-resultaat oplevert.

    Perspectief

    Met deze optie wordt een consistente compositie bereikt doordat een van de bronafbeeldingen (standaard de middelste afbeelding) wordt toegewezen als de referentieafbeelding. De andere afbeeldingen worden vervolgens getransformeerd (indien nodig verplaatst, uitgerekt of schuingetrokken), om de overlappende inhoud in de lagen ook daadwerkelijk te laten overlappen.

    Cilindrisch

    Vermindert de vlinderdasvervorming die kan optreden als de optie Perspectief wordt toegepast door de afzonderlijke afbeeldingen als op een opengevouwen cilinder weer te geven. Overlappende inhoud in de verschillende bestanden wordt echter nog steeds goed geplaatst. De referentieafbeelding wordt in het middelpunt geplaatst. Gebruik deze lay-outoptie als u panorama's wilt maken.

    Cilindrische toewijzing toepassen
    Cilindrische toewijzing toepassen

    Bolvormig

    Hiermee worden de afbeeldingen uitgelijnd en getransformeerd alsof het om de binnenkant van een bol gaat, zodat een panorama van 360 graden wordt nagebootst. Als u een reeks foto's van 360 graden hebt genomen, gebruikt u dit voor panorama's van 360 graden. U kunt Bolvormig ook gebruiken om mooie panoramische resultaten te krijgen met andere bestandenreeksen.

    Collage

    Hiermee lijnt u de lagen uit, stemt u de overlappende inhoud af en transformeert u een van de bronlagen (roteren of schalen).

    Positie wijzigen

    Kies deze optie om de lagen uit te lijnen en de overlappende inhoud af te stemmen. De bronlagen worden hierbij niet getransformeerd (uitgerekt of schuingetrokken).

  5. Selecteer een van de volgende opties:

    Afbeeldingen samenvoegen

    Kies deze optie om de beste randen tussen de afbeeldingen te zoeken en overgangen te maken op basis van deze randen en om de kleur van de afbeeldingen op elkaar af te stemmen. Als Afbeeldingen samenvoegen is uitgeschakeld, wordt een standaard, rechthoekige samenvoeging uitgevoerd. Dit is wellicht een betere optie als u de overvloeimaskers handmatig wilt retoucheren.

    Vignet verwijderen

    Hiermee verwijdert u belichtingsproblemen en worden deze gecompenseerd in afbeeldingen met donkere randen die te wijten zijn aan lensfouten of onjuiste lensschaduwen.

    Correctie geometrische vervorming

    Compenseert korrelvorming en speldenkussen- en visoogvervorming.

    Vullen met behoud van inhoud bij transparante gebieden

    Vul transparante gebieden naadloos met gelijkende nabijgelegen afbeeldingsinhoud.

  6. Klik op OK.

Er wordt één afbeelding met meerdere lagen van de bronafbeeldingen gemaakt en indien nodig worden laagmaskers toegevoegd om optimaal overvloeien te realiseren wanneer de afbeeldingen elkaar overlappen. U kunt de laagmaskers bewerken of aanpassingslagen toevoegen als u de verschillende gebieden van het panorama in meer detail wilt aanpassen.

Opmerking:

Als u lege gebieden rond afbeeldingsranden wilt vervangen, gebruikt u een vulling met behoud van inhoud. (Zie Vullen met historie, inhoud behouden of patronen gebruiken.)

Panorama's van 360 graden maken

Met apparaten zoals de Ricoh Theta V en Insta360One kunt u 360-graden panorama-afbeeldingen maken in één opname. U kunt ook een combinatie van Photomerge en de 3D-functies gebruiken om een panorama van 360 graden te maken. Eerst hecht u de afbeeldingen aan elkaar om een panorama te maken en vervolgens gebruikt u de opdracht Bolvormig panorama om het panorama te buigen zodat het blijft doorlopen.

Zorg ervoor dat u een volledige cirkel van afbeeldingen met voldoende overlap fotografeert. U krijgt betere resultaten wanneer u een panoramakop op een statief gebruikt.

  1. Kies Bestand > Automatisch > Photomerge.
  2. Voeg in het dialoogvenster Photomerge de afbeeldingen toe die u wilt gebruiken.

    Neem geen afbeeldingen op die de bovenkant (zenith) of onderkant (nadir) van de scène bedekken. Deze afbeelding voegt u naderhand toe.

  3. Selecteer Bolvormig voor de lay-out.

    Opmerking:

    Als u foto's hebt genomen met een visooglens, schakelt u de lay-out Automatisch en de optie Correctie geometrische vervorming in. Als uw lens niet automatisch herkend wordt, downloadt u de gratis Adobe Lens Profile Creator van de Adobe-website.

  4. (Optioneel) Selecteer Vignet verwijderen of Geometrische vervorming voor de lensvervorming.
  5. (Optioneel) Selecteer Vullen met behoud van inhoud bij transparante gebieden om transparante pixels aan de randen van de panorama-afbeelding te voorkomen.

  6. Klik op OK.

  7. Kies 3D > Nieuwe vorm van laag > Bolvormig panorama.
  8. Eventueel kunt u de bovenste en onderste afbeeldingen aan de bol toevoegen. Ook kunt u de resterende pixels op de 3D-laag van het bolvormige panorama wegpoetsen.

Panorama's bewerken

Geïntroduceerd in de oktober 2017-versie van Photoshop CC.

U kunt afstandsgetrouwe bolvormige panorama's in Photoshop bewerken. Importeer het panoramamiddel, selecteer de desbetreffende laag en activeer als volgt de panoramaviewer: kies 3D > Bolvormig panorama > Nieuwe panoramalaag van geselecteerde laag. U kunt ook rechtstreeks een bolvormig panorama van uw systeem laden in de viewer. Kies dan 3D > Bolvormig panorama > Panorama importeren.

Als u eenmaal een panorama hebt geopend in de viewer, kunt u er verschillende bewerkingen op uitvoeren.

De cameraweergave draaien

Photoshop laat u de cameraweergave aanpassen voor uw panoramafoto.

  1. Selecteer de tool Verplaatsen.
  2. Klik en sleep in de weergave om rond te kijken in de panorama-afbeelding.
panorama_rotate-view
De cameraweergave draaien met behulp van de tool Verplaatsen in Photoshop

Het gezichtsveld aanpassen

Het deelvenster Eigenschappen in Photoshop geeft de camera-eigenschappen weer. Hier kunt u het gezichtsveld van de camera aanpassen in mm (zoals bij een 35mm-camera) of in graden.

U kunt ook klikken en slepen in de bedieningselementen van de aswidget in de linkerbovenhoek van het venster document in Photoshop om de camera te draaien zonder terug te schakelen naar de tool Verplaatsen.

panorama-adjust-field-view
Het gezichtsveld aanpassen met behulp van de bedieningselementen van de aswidget

Op het panorama tekenen

U kunt de tool voor tekenen en aanpassen in Photoshop gebruiken om het panorama te bewerken, zoals het Retoucheerpenseel en het Snel retoucheerpenseel. Filters werken alleen op het zichtbare gedeelte van het panorama. Daarom wordt het aangeraden om de afbeelding uit de 3D-weergave te halen om filters op uw panoramafoto toe te passen.

De onderstaande workflow gebruikt het Snel retoucheerpenseel als een voorbeeld.

  1. Kies Bestand > Openen en selecteer de naam van het bestand dat u wilt openen.

  2. Kies 3D > Bolvormig panorama > Nieuwe panoramalaag van geselecteerde laag.

  3. Selecteer de tool Snel retoucheerpenseel. Zorg ervoor dat het Tekensysteem op Projectie is ingesteld in het deelvenster Eigenschappen.

  4. Klik op het gebied dat u wilt corrigeren of klik en sleep om onvolkomenheden in een groter gebied te corrigeren. Voor meer informatie, zie Retoucheren met de tool Snel retoucheerpenseel.

    Opmerking:

    • Ter verbetering van de kwaliteit en prestaties van het tekenen op uw panoramafoto, maakt u een nieuwe laag boven de panoramische laag. Na het bewerken van deze laag, kiest u de optie Verenigen in het menu van het deelvenster Lagen of drukt u op Ctrl/Command+E.
    • Als u filters toe wilt passen op het gehele panorama, dubbelklikt u op de laag met de naam Bolstructuur in het deelvenster Lagen, voert u uw bewerking uit en slaat u het bestand op. De afbeelding wordt automatisch bijgewerkt in de sferische lay-out.

  5. Om de afbeelding te exporteren, kiest u 3D > Bolvormig panorama > Panorama exporteren.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid