Klik op de onderstaande koppelingen voor gedetailleerde instructies. Op feedback.photoshop.com kunt u vragen stellen, functies aanvragen of problemen melden.

Opmerking:

Photoshop CC heeft een bijgewerkt dialoogvenster Afbeeldingsgrootte. Zie Afbeeldingen vergroten/verkleinen voor meer informatie.

Informatie over pixelafmetingen en de resolutie van afgedrukte afbeeldingen

Pixelafmetingen verwijzen naar het totale aantal pixels langs de lengte en breedte van een afbeelding. Resolutie verwijst naar de details in een bitmapafbeelding en wordt uitgedrukt in pixels per inch (ppi). Hoe meer pixels per inch, hoe hoger de resolutie. Over het algemeen leidt een afbeelding met een hogere resolutie tot betere afdrukresultaten.

Photoshop - Pixelafmetingen en resolutie van afgedrukte afbeeldingen
Dezelfde afbeelding met 72 ppi en 300 ppi; inzet ingezoomd tot 200%

Tenzij het aantal pixels in een afbeelding wordt gewijzigd (zie Het aantal pixels wijzigen), blijft de hoeveelheid afbeeldingsgegevens ongewijzigd wanneer u de pixeldimensie of de resolutie wijzigt. Als u bijvoorbeeld de resolutie van een bestand wijzigt, veranderen de breedte en de hoogte ook, zodat dezelfde hoeveelheid afbeeldingsgegevens behouden blijft.

In Photoshop ziet u in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte de verhouding tussen afbeeldingsgrootte en resolutie (kies Afbeelding > Afbeeldingsgrootte). Schakel Nieuwe beeldpixels berekenen uit, aangezien u niet de hoeveelheid afbeeldingsgegevens in uw foto wilt wijzigen. Wijzig daarna de breedte, de hoogte of de resolutie. Als u één waarde wijzigt, veranderen de twee andere waarden dienovereenkomstig. Met de optie Nieuwe beeldpixels berekenen kunt u de resolutie, breedte en hoogte van de afbeelding aanpassen aan uw wensen voor afdrukken of weergeven op een scherm.

Photoshop - Pixelafmetingen
Pixelafmetingen zijn gelijk aan documentgrootte (uitvoer) maal resolutie.

A. Oorspronkelijke afmetingen en resolutie B. De resolutie verlagen zonder de pixelafmetingen te wijzigen (het aantal pixels wordt niet gewijzigd) C. Als de resolutie wordt verlaagd terwijl de documentgrootte gelijk blijft, worden de pixelafmetingen kleiner (het aantal pixels wordt gewijzigd) 

Snel de huidige afbeeldingsgrootte weergeven

Als u de huidige afbeeldingsgrootte van een document snel wilt weergeven, gebruikt u het informatievak onder aan het documentvenster.

  • Plaats de aanwijzer op het bestandsinformatievak en houd de muisknop ingedrukt.

Bestandsgrootte

De bestandsgrootte van een afbeelding is de digitale grootte van het afbeeldingsbestand, uitgedrukt in kilobytes (K), megabytes (MB) of gigabytes (GB). De bestandsgrootte staat in verhouding tot de pixelafmetingen van de afbeelding. Afbeeldingen met meer pixels bevatten mogelijk meer detail bij een bepaalde afdrukgrootte. Deze afbeeldingen nemen echter ook meer schijfruimte in beslag en het bewerken en afdrukken duurt misschien langer. Het bepalen van de afbeeldingsresolutie wordt dus een afweging tussen de kwaliteit van de afbeelding (het vastleggen van alle vereiste gegevens) en de bestandsgrootte.

Een andere factor die van invloed is op de bestandsgrootte is de bestandsindeling. Omdat verschillende compressiemethoden worden gebruikt voor de bestandsindelingen GIF, JPEG PNG en TIFF, kan de bestandsgrootte voor dezelfde pixelafmetingen verschillen per bestandsindeling. Daarnaast wordt de bestandsgrootte beïnvloed door de bitdiepte van kleuren en het aantal lagen en kanalen in een afbeelding.

Photoshop ondersteunt maximale pixelafmetingen van 300.000 x 300.000 pixels per afbeelding. Deze beperking brengt met zich mee dat er bepaalde limieten gelden voor de afdrukgrootte en de resolutie van een afbeelding.

Informatie over monitorresolutie

De resolutie van de monitor wordt beschreven in pixelafmetingen. Als uw monitorresolutie en de pixelafmetingen van uw foto bijvoorbeeld dezelfde grootte hebben en u de foto op 100% weergeeft, vult uw foto het volledige scherm. Hoe groot een afbeelding op het scherm wordt weergegeven, is afhankelijk van een combinatie van factoren: de pixelafmetingen van de afbeelding, het formaat van de monitor en de resolutie-instelling van de monitor. In Photoshop kunt u de vergroting van de afbeelding op het scherm wijzigen, zodat u eenvoudig kunt werken met afbeeldingen met allerlei willekeurige pixelafmetingen.

Photoshop - Monitorresolutie
Een afbeelding van 620 x 400 pixels die wordt weergegeven op monitoren met verschillende afmetingen en resoluties.

Als u afbeeldingen voorbereidt voor weergave op het scherm, moet u rekening houden met de laagste monitorresolutie waarbij uw foto waarschijnlijk zal worden weergegeven.

Informatie over printerresolutie

Printerresolutie wordt gemeten in inktpunten per inch, ook wel dpi genoemd. Gewoonlijk geldt dat hoe meer punten er per inch zijn, hoe fijner de afgedrukte uitvoer wordt. De meeste inkjetprinters hebben een resolutie van ongeveer 720 tot 2880 dpi. (Technisch gezien produceren inkjetprinters een microscopisch straaltje inkt en geen afzonderlijke stippen, zoals zetmachines of laserprinters.)

Printerresolutie is niet hetzelfde als afbeeldingsresolutie, maar hangt daarmee wel samen. Als u een foto met een hoge kwaliteit wilt afdrukken op een inkjetprinter, zal een afbeeldingsresolutie van minstens 220 ppi goede resultaten opleveren.

De rasterfrequentie is het aantal printerstippen of halftooncellen dat per inch wordt gebruikt om grijswaardenafbeeldingen of kleurscheidingen af te drukken. Rasterfrequentie wordt ook wel schermliniatuur of schermfrequentie genoemd en wordt uitgedrukt in regels per inch (lpi) (het aantal regels cellen per inch in een halftoonraster). Hoe hoger de resolutie van het uitvoerapparaat, des te fijner (hoger) de schermliniatuur die u kunt gebruiken.

De verhouding tussen de afbeeldingsresolutie en de rasterfrequentie bepaalt de kwaliteit waarmee details in de afgedrukte afbeelding worden weergegeven. Om een halftoonrasterafbeelding van optimale kwaliteit te produceren moet de afbeeldingsresolutie 1,5 tot 2 keer zo groot zijn als de rasterfrequentie. Bij bepaalde afbeeldingen en uitvoerapparaten kan een lagere resolutie ook goede resultaten geven. Raadpleeg voor informatie over de rasterfrequentie van uw printer de printerdocumentatie of neem contact op met de fabrikant.

Opmerking:

Bepaalde zetmachines en 600-dpi laserprinters maken gebruik van andere rastertechnologieën dan halftoonraster. Als u een afbeelding afdrukt met een niet-halftoonprinter, raadpleegt u de serviceprovider of de printerdocumentatie voor de aanbevolen afbeeldingsresoluties.

Photoshop - Voorbeelden van rasterfrequenties
Voorbeelden van rasterfrequenties

A. 65 lpi: grof raster waarmee nieuwsbrieven en reclamefolders worden afgedrukt B. 85 lpi: normaal raster waarmee kranten worden afgedrukt C. 133 lpi: raster van hoge kwaliteit waarmee kleurentijdschriften worden afgedrukt D. 177 lpi: zeer fijn raster waarmee jaarverslagen en afbeeldingen in kunstboeken worden afgedrukt 

Een geschikte resolutie voor een afbeelding bepalen

Als u van plan bent een afbeelding af te drukken met een halftoonraster, is het bereik van geschikte afbeeldingsresoluties afhankelijk van de rasterfrequentie van het uitvoerapparaat. In Photoshop kunt u de aanbevolen afbeeldingsresolutie bepalen op basis van de rasterfrequentie van het uitvoerapparaat.

Opmerking:

Als de afbeeldingsresolutie meer dan 2,5 keer de rasterfrequentie bedraagt, verschijnt een waarschuwingsbericht wanneer u probeert de afbeelding af te drukken. Dit betekent dat de afbeeldingsresolutie hoger is dan nodig voor de printer. Sla in dat geval een kopie van het bestand op en verlaag vervolgens de resolutie.

  1. Kies Afbeelding > Afbeeldingsgrootte.
  2. Klik op Automatisch.
  3. Voer bij Raster de rasterfrequentie van het uitvoerapparaat in. Kies indien nodig een andere maateenheid. De rasterwaarde wordt alleen gebruikt om de afbeeldingsresolutie te berekenen, niet om het raster voor afdrukken in te stellen.
  4. Selecteer een optie bij Kwaliteit:

    Laag

    Dit levert een resolutie op die hetzelfde is als de rasterfrequentie (niet minder dan 72 pixels per inch).

    Goed

    Dit levert een resolutie op van 1.5 keer de rasterfrequentie.

    Best

    Dit levert een resolutie op van 2 keer de rasterfrequentie.

De afdrukgrootte op het scherm weergeven

  • Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Kies Weergave > Afdrukgrootte.

    • Selecteer de tool Handje of Zoomen en klik op Afdrukgrootte in de optiebalk.

    De afbeelding wordt opnieuw weergegeven, zodat deze zo goed mogelijk overeenkomt met de grootte waarmee de afbeelding wordt afgedrukt. Hierbij worden de instellingen bij Documentgrootte in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte gebruikt. De grootte en de resolutie van de monitor zijn bepalend voor de afdrukgrootte op het scherm.

    Opmerking:

    De opdracht Afdrukgrootte is niet beschikbaar in de Creative Cloud-versie.

Het aantal pixels wijzigen

Het aantal pixels wijzigen betekent dat u de hoeveelheid afbeeldingsgegevens wijzigt terwijl u de pixelafmetingen of de resolutie van een afbeelding wijzigt. Wanneer u gaat downsamplen (het aantal pixels verlagen), wordt informatie uit de afbeelding verwijderd. Wanneer u het aantal pixels vergroot (upsamplen), worden nieuwe pixels toegevoegd. U geeft een interpolatiemethode op om te bepalen hoe pixels worden toegevoegd of verwijderd.

Photoshop - Het aantal pixels wijzigen
Het aantal pixels wijzigen

A. Lager aantal pixels B. Origineel C. Groter aantal pixels (geselecteerde pixels weergegeven voor elke set afbeeldingen) 

Het wijzigen van het aantal pixels kan kwaliteitsverlies van de afbeelding tot gevolg hebben. Als u bijvoorbeeld het aantal pixels in een afbeelding vergroot, verliest de afbeelding detail en scherpte. Het toepassen van het filter Onscherp masker op een afbeelding waarvan het aantal pixels is gewijzigd, kan ervoor zorgen dat de details van de afbeelding weer scherper worden weergegeven.

U kunt de noodzaak van het wijzigen van het aantal pixels voorkomen door de afbeelding met een voldoende hoge resolutie te scannen of te maken. Als u een voorvertoning wilt zien van de effecten van het wijzigen van de pixelafmetingen of proefdrukken wilt maken met verschillende resoluties, wijzigt u het aantal pixels in een kopie van het bestand.

Photoshop wijzigt het aantal pixels in afbeeldingen met gebruik van een interpolatiemethode en wijst zo kleurwaarden toe aan nieuwe pixels die zijn gebaseerd op de kleurwaarden van bestaande pixels. U kunt kiezen welke methode u wilt gebruiken in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte.

Naaste buur

Een snelle, maar minder precieze methode waarbij de pixels in een afbeelding worden gedupliceerd. Deze methode is bestemd voor illustraties met randen waarop geen anti-aliasing is toegepast, zodat scherpe randen behouden blijven en een kleiner bestand ontstaat. Het nadeel van deze methode is dat oneffen effecten kunnen ontstaan, die zichtbaar worden wanneer een afbeelding wordt vervormd of geschaald of wanneer verschillende bewerkingen worden uitgevoerd op een selectie.

Bilineair

Een methode waarbij pixels worden toegevoegd door het gemiddelde te nemen van de kleurwaarden van de omliggende pixels. Dit levert resultaten van gemiddelde kwaliteit op.

Bicubisch

Een langzamere maar meer precieze methode op basis van een onderzoek van de waarden van de omliggende pixels. Bicubisch maakt gebruik van complexere berekeningen en levert vloeiender toongradaties op dan Naaste buur of Bilineair.

Bicubisch vloeiender

Een geschikte methode voor het vergroten van afbeeldingen op basis van Bicubische interpolatie, maar ontworpen voor het produceren van vloeiender resultaten.

Bicubisch scherper

Een geschikte methode voor het verkleinen van de afbeeldingsgrootte op basis van Bicubische interpolatie met verbeterd verscherpen. Met deze methode blijven de details behouden wanneer u het aantal pixels wijzigt. Als Bicubisch scherper sommige gebieden van een afbeelding te scherp maakt, probeert u Bicubisch.

Opmerking:

U kunt ook een standaardinterpolatiemethode opgeven die dan steeds wordt gebruikt wanneer Photoshop het aantal pixels in afbeeldingsgegevens moet wijzigen. Kies Bewerken > Voorkeuren > Algemeen (Windows) of Photoshop > Voorkeuren > Algemeen (Mac OS) en kies vervolgens een methode in het menu Interpolatie van afbeeldingen.

De pixelafmetingen van een afbeelding wijzigen

Wanneer u de pixelafmetingen van een afbeelding wijzigt, wijzigt u niet alleen de grootte van de afbeelding op het scherm, maar ook de kwaliteit en de afdrukkenmerken van de afbeelding, hetzij de afgedrukte afmetingen of de afbeeldingsresolutie.

  1. Kies Afbeelding > Afbeeldingsgrootte.
  2. Selecteer Verhoudingen behouden als u de huidige verhouding tussen pixelbreedte en pixelhoogte wilt behouden. Als deze optie is ingeschakeld, wordt de breedte automatisch bijgewerkt wanneer u de hoogte wijzigt en omgekeerd.
  3. Voer bij Pixelafmetingen waarden in voor Breedte en Hoogte. U kunt waarden invoeren als percentages van de huidige afmetingen door Percentage te kiezen als de maateenheid. De nieuwe bestandsgrootte voor de afbeelding verschijnt boven in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte, met de oude bestandsgrootte tussen haakjes.
  4. Zorg dat Nieuwe beeldpixels berekenen is geselecteerd en kies een interpolatiemethode.
  5. Als de afbeelding lagen bevat waarop stijlen zijn toegepast, selecteert u Stijlen schalen om de effecten in de afbeelding te schalen wanneer de grootte van de afbeelding is gewijzigd. Deze optie is alleen beschikbaar als u Verhoudingen behouden hebt geselecteerd.
  6. Als u de gewenste opties hebt ingesteld, klikt u op OK.

    Opmerking:

    Als u een afbeelding kleiner maakt, verkrijgt u het beste resultaat door eerst het aantal pixels te verkleinen en vervolgens het filter Onscherp masker toe te passen. Als u een grotere afbeelding wilt, kunt u de afbeelding het best opnieuw scannen, maar met een hogere resolutie.

De afdrukafmetingen en de resolutie wijzigen

Wanneer u een afbeelding maakt voor gedrukte media, is het handig de afbeeldingsgrootte op te geven aan de hand van de afdrukafmetingen en de afbeeldingsresolutie. Deze twee waarden, die samen de documentgrootte vormen, bepalen het totale aantal pixels en daardoor de bestandsgrootte van de afbeelding. De documentgrootte bepaalt verder de basisgrootte waarmee een afbeelding wordt ingevoegd in een andere toepassing. U kunt de schaal van de afgedrukte afbeelding verder bewerken met de opdracht Afdrukken. Wijzigingen die u hebt aangebracht met de opdracht Afdrukken zijn echter alleen van invloed op de afgedrukte afbeelding, niet op de documentgrootte van het afbeeldingsbestand.

Als u de optie Nieuwe beeldpixels berekenen inschakelt voor de afbeelding, kunt u de afdrukafmetingen en de resolutie onafhankelijk van elkaar wijzigen (en het totale aantal pixels in de afbeelding wijzigen). Als u Nieuwe beeldpixels berekenen uitschakelt, kunt u of de afmetingen of de resolutie wijzigen. De andere waarde wordt dan automatisch gewijzigd door Photoshop om het totale aantal pixels gelijk te houden. Voor de beste afdrukkwaliteit is het meestal verstandig de afmetingen en de resolutie eerst te wijzigen zonder het aantal pixels te veranderen. Vervolgens kunt u indien nodig het aantal pixels wijzigen.

  1. Kies Afbeelding > Afbeeldingsgrootte.
  2. Wijzig de afdrukafmetingen, de afbeeldingsresolutie of beide:
    • Als u alleen de afdrukafmetingen of alleen de resolutie wilt wijzigen en het totale aantal pixels in de afbeelding op verhoudingsgewijs wilt aanpassen, selecteert u Nieuwe beeldpixels berekenen en kiest u vervolgens een interpolatiemethode.

    • Als u de afdrukafmetingen en resolutie wilt wijzigen zonder het totale aantal pixels in de afbeelding aan te passen, schakelt u de optie Nieuwe beeldpixels berekenen uit.

  3. Selecteer Verhoudingen behouden als u de huidige verhouding tussen de breedte en de hoogte van de afbeelding wilt behouden. Als deze optie is ingeschakeld, wordt de breedte automatisch gewijzigd wanneer u de hoogte wijzigt, en omgekeerd.
  4. Voer onder Documentgrootte nieuwe waarden in voor de hoogte en de breedte. Kies desgewenst een nieuwe maateenheid. Voor de optie Breedte worden de breedte en tussenruimte gebruikt die zijn opgegeven bij Voorkeuren voor eenheden en linialen.
  5. Voer een nieuwe waarde in voor Resolutie. Kies desgewenst een nieuwe maateenheid.

    Opmerking:

    Als u de oorspronkelijke waarden in het dialoogvenster Afbeeldingsgrootte wilt herstellen, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en klikt u op Herstellen.

Wat beïnvloedt de bestandsgrootte?

De bestandsgrootte is afhankelijk van de pixelafmetingen van de afbeelding en het aantal lagen waaruit deze bestaat. Van afbeeldingen met meer pixels worden mogelijk meer details afgedrukt. De afbeeldingen nemen echter meer schijfruimte in beslag en het bewerken en afdrukken kan langer duren. U moet de bestandsgrootte van uw bestanden bijhouden om ervoor te zorgen dat de bestanden niet te groot worden voor uw doeleinden. Als het bestand te groot wordt, verkleint u het aantal lagen in de afbeelding of wijzigt u de grootte van de afbeelding.

U kunt onder aan het toepassingsvenster informatie bekijken over de bestandsgrootte van een afbeelding.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid