De extensie Adobe® AIR® voor Dreamweaver® kunt u gebruiken om een internettoepassing om te zetten in een desktoptoepassing. Gebruikers kunnen vervolgens de toepassing uitvoeren op hun desktopcomputers, soms zelfs zonder internetverbinding.

U kunt de extensie gebruiken met Dreamweaver CS3 en hoger. De extensie is niet compatibel met Dreamweaver 8.

Opmerking:

Adobe AIR biedt geen ondersteuning voor Adobe InContext Editing. Als u de AIR-uitbreidingsmodule voor Dreamweaver gebruikt om een toepassing te exporteren die InContext Editing-gebieden bevat, werkt de functie InContext Editing niet.

Extensie AIR voor Dreamweaver installeren

Met de extensie AIR voor Dreamweaver kunt u rijke internettoepassingen voor desktopcomputers maken. U gebruikt bijvoorbeeld een verzameling webpagina's die via onderlinge interactie XML-gegevens weergeven. U kunt dan de extensie Adobe AIR voor Dreamweaver gebruiken om deze verzameling pagina's te bundelen in een kleine toepassing die kan worden geïnstalleerd op de computer van een gebruiker. Wanneer de gebruiker de toepassing uitvoert op de desktopcomputer, wordt de toepassing geladen en wordt de website in een toepassingsvenster weergegeven, onafhankelijk van een browser. Vervolgens kan de gebruiker zonder internetverbinding lokaal op de computer door de website bladeren.

Dynamische pagina's als Adobe® ColdFusion®- en PHP-pagina's kunnen niet worden uitgevoerd in Adobe AIR. De toepassing werkt alleen met HTML en JavaScript. U kunt echter JavaScript gebruiken op uw pagina's om een service op internet, waaronder services die zijn gegenereerd met ColdFusion of PHP, aan te roepen met Ajax-methoden, zoals XMLHTTPRequest of specifieke API's voor Adobe AIR.

Systeemvereisten

Als u de extensie Adobe AIR voor Dreamweaver wilt gebruiken, moet de volgende software zijn geïnstalleerd en correct zijn geconfigureerd:

  • Dreamweaver CS3 of hoger

  • Adobe® Extension Manager CS3 of hoger

  • Java JRE 1.4 of hoger (nodig voor het maken van de Adobe AIR-bestand). De Java JRE is beschikbaar op http://java.sun.com/.

    De voorgaande vereisten gelden alleen voor het maken en voorvertonen van Adobe AIR-toepassingen in Dreamweaver. Als u een Adobe AIR-toepassing wilt uitvoeren, moet u tevens Adobe AIR installeren op uw computer. Ga naar www.adobe.com/go/air_nl om de runtime te downloaden.

Extensie Adobe AIR voor Dreamweaver installeren

  1. Download de extensie Adobe AIR voor Dreamweaver via: http://www.adobe.com/nl/products/air/tools/ajax/.

  2. Dubbelklik in Windows Verkenner (Windows) of de Finder (Macintosh) op het MXP-bestand.

  3. Volg de aanwijzingen op het scherm op om de extensie te installeren.

  4. Start Dreamweaver opnieuw als u klaar bent.

    Zie Extensie AIR voor Dreamweaver gebruiken voor meer informatie over het gebruik van de extensie Adobe AIR voor Dreamweaver.

Een AIR-toepassing maken in Dreamweaver

Als u een op HTML gebaseerde AIR-toepassing wilt maken in Dreamweaver, selecteert u een bestaande site die u wilt verpakken als AIR-toepassing.

  1. Zorg dat de webpagina's die u in een toepassing wilt verpakken, onderdeel zijn van een gedefinieerde Dreamweaver-site.

  2. Open in Dreamweaver de introductiepagina van de verzameling pagina's die u wilt verpakken.

  3. Selecteer Site > Instellingen AIR-toepassing.

  4. Geef de vereiste gegevens op in het dialoogvenster AIR - Instellingen voor toepassing en installer en klik vervolgens op AIR-bestand maken.

    Zie de volgende opties van het dialoogvenster voor meer informatie.

    Dreamweaver maakt een bestand application.xml in de hoofdmap van uw site als u voor de eerste keer een Adobe AIR-bestand maakt. Dit bestand dient als manifest waarin verschillende eigenschappen van de toepassing zijn gedefinieerd.

    Het dialoogvenster AIR - Instellingen voor toepassing en installer bevat de volgende opties:

    Bestandsnaam

    Dit is de naam die wordt gebruikt voor het uitvoerbare bestand van de toepassing. Standaard wordt de naam van de Dreamweaver-site gebruikt. U kunt de naam desgewenst wijzigen. De naam mag echter alleen geldige tekens voor bestands- of mapnamen bevatten. (Dit betekent dat de naam alleen ASCII-tekens kan bevatten en niet mag eindigen op een punt.) Deze instelling is verplicht.

    Toepassingsnaam

    Dit is de naam die wordt weergegeven in installatievensters wanneer gebruikers de toepassing installeren. Ook hier wordt standaard de naam van de Dreamweaver-site gebruikt. Deze instelling heeft geen tekenrestricties en is niet verplicht.

    Toepassings-id

    Deze instelling geeft uw toepassing aan met een unieke id. U kunt de standaard-id zo nodig wijzigen. Gebruik in de id geen spaties of speciale tekens. De enige geldige tekens zijn 0-9, a-z, A-Z, . (punt) en - (streepje). Deze instelling is verplicht.

    Versie

    Deze instelling geeft een versienummer voor de toepassing aan. Deze instelling is verplicht.

    Begininhoud

    Deze instelling geeft de startpagina voor de toepassing aan. Klik op de knop Bladeren om naar uw startpagina te bladeren en deze te selecteren. Het geselecteerde bestand moet zich in de hoofdmap van de site bevinden. Deze instelling is verplicht.

    Beschrijving

    Deze instelling kunt u gebruiken om een beschrijving voor de toepassing in te voeren, die wordt weergegeven wanneer de gebruiker de toepassing installeert.

    Copyright

    Deze instelling kunt u gebruiken voor copyrightinformatie die wordt weergegeven bij de optie Over voor Adobe AIR-toepassingen die worden geïnstalleerd op Macintosh-computers. Deze informatie wordt niet gebruikt voor toepassingen die zijn geïnstalleerd onder Windows.

    Vensterstijl

    Deze instelling geeft aan welke vensterstijl (of chroom) moet worden gebruikt wanneer een gebruiker de toepassing op zijn of haar computer uitvoert. Standaardchroom omringt de toepassing met de standaardvensterbesturingselementen van het besturingssysteem. Met Aangepast chroom (ondoorzichtig) verwijdert u het standaardchroom en kunt u uw eigen chroom voor de toepassing maken. (U maakt het aangepaste chroom rechtstreeks in het verpakte HTML-bestand.) Aangepast chroom (doorzichtig) lijkt op Aangepast chroom (ondoorzichtig), maar hierbij worden mogelijkheden voor doorzichtigheid toegevoegd aan de randen van de pagina. Zo kunt u toepassingsvensters maken die niet rechthoekig van vorm zijn.

    Venstergrootte

    Deze instelling geeft de afmetingen van het toepassingsvenster aan wanneer het wordt geopend.

    Pictogram

    Deze instelling kunt u gebruiken om aangepaste afbeeldingen te selecteren voor de toepassingspictogrammen. (De standaardafbeeldingen zijn Adobe AIR-afbeeldingen die worden geleverd bij de extensie.) Klik op de knop Pictogramafbeeldingen selecteren om aangepaste afbeeldingen te gebruiken. Klik in het dialoogvenster Pictogramafbeeldingen dat wordt weergegeven op de map voor elke pictogramgrootte en selecteer het gewenste afbeeldingsbestand. AIR ondersteunt voor toepassingspictogrammen alleen PNG-bestanden.

    Opmerking:

    geselecteerde aangepaste afbeeldingen moeten op de site van de toepassing staan en de paden moeten relatief zijn ten opzichte van de hoofdmap van de site.

    Gekoppelde bestandstypen

    Deze instelling kunt u gebruiken om bestandstypen aan uw toepassing te koppelen. Zie de volgende sectie voor meer informatie.

    Toepassingsupdates

    Hiermee bepaalt u of updates naar nieuwe versies van Adobe AIR-toepassingen worden uitgevoerd met Adobe AIR Installer of met de toepassing zelf. Het selectievakje is standaard ingeschakeld, waardoor de updates worden uitgevoerd met Adobe AIR Installer. Schakel het selectievakje uit als u wilt dat de updates worden uitgevoerd door de toepassing zelf. Houd er rekening mee dat als u het selectievakje uitschakelt, u een toepassing moet maken die updates kan uitvoeren.

    Opgenomen bestanden

    Deze instelling geeft aan welke bestanden en mappen u in de toepassing moet opnemen. U kunt HTML- en CSS-bestanden, afbeeldingsbestanden en JavaScript-bibliotheekbestanden toevoegen. Klik op de knop met het plusteken (+) om bestanden toe te voegen en klik op het mappictogram om mappen toe te voegen. U moet geen bestanden zoals _mmServerScripts, _notes, enzovoort opnemen. Als u een bestand of map uit uw lijst wilt verwijderen, selecteert u het bestand of de map en klikt u op de knop met het minteken (-).

    Digitale handtekening

    klik op Instellen om uw toepassing te ondertekenen met een digitale handtekening. Deze instelling is verplicht. Zie de volgende sectie voor meer informatie.

    Map Programmamenu

    Deze instelling geeft een submap in het menu Start van Windows aan waar u de snelkoppeling voor de toepassing wilt maken. (Niet van toepassing op Macintosh.)

    Doel

    Deze instelling geeft aan waar de nieuwe toepassingsinstaller (AIR-bestand) moet worden opgeslagen. De standaardlocatie is de hoofdmap van de site. Klik op de knop Bladeren om een andere locatie te selecteren. De standaardbestandsnaam is de naam van de toepassing, gevolgd door de bestandsextensie .air. Deze instelling is verplicht.

    In het volgende voorbeeld zijn een aantal basisopties van het dialoogvenster ingesteld:

     

    Het dialoogvenster Instellingen voor de AIR-toepassing en het AIR-installatieprogramma
    Het dialoogvenster Instellingen voor de AIR-toepassing en het AIR-installatieprogramma

Een toepassing ondertekenen met een digitaal certificaat

Een digitale handtekening biedt zekerheid dat de code voor de toepassing niet is gewijzigd of corrupt is geraakt sinds de code is geschreven door de ontwikkelaar van de software. Alle Adobe AIR-toepassingen vereisen een digitale handtekening en kunnen niet worden geïnstalleerd zonder handtekening. U kunt een toepassing ondertekenen met een gekocht digitaal certificaat, zelf een certificaat maken of een Adobe AIRI-bestand (een Adobe AIR Intermediate-bestand) voorbereiden dat u later ondertekent.

  1. Klik in het dialoogvenster AIR - Instellingen voor toepassing en installer op de knop Instellen naast de optie Digitale handtekening.

  2. Voer in het dialoogvenster Digitale handtekening een van de volgende handelingen uit:

    • Als u een toepassing wilt ondertekenen met een vooraf gekocht digitaal certificaat, klikt u op de knop Bladeren, selecteert u het certificaat, typt u het bijbehorende wachtwoord en klikt u vervolgens op OK.

    • Als u een digitaal certificaat wilt maken dat u zelf ondertekent, klikt u op de knop Maken en vult u de velden van het dialoogvenster in. De optie Type verwijst naar het beveiligingsniveau van het certificaat: 1024-RSA gebruikt een 1024-bits sleutel (minder veilig) en 2048-RSA gebruikt een 2048-bits sleutel (veiliger). Klik op OK als u klaar bent. Geef vervolgens het bijbehorende wachtwoord op in het dialoogvenster Digitale handtekening en klik op OK.

    • Selecteer AIRI-pakket voorbereiden op ondertekening en klik op OK. Met deze optie kunt u een AIR Intermediate-toepassing (AIRI) maken zonder digitale handtekening. Een gebruiker kan de toepassing echter pas installeren nadat u een digitale handtekening hebt toegevoegd.

Over tijdstempels

Wanneer u een Adobe AIR-toepassing ondertekent met een digitaal certificaat, verstuurt het verpakkingsprogramma een aanvraag voor een onafhankelijk te controleren datum en tijdstip van ondertekening naar de server van een certificeringsinstantie. De ontvangen tijdstempel wordt ingesloten in het AIR-bestand. Is het certificaat geldig op het moment van ondertekening, dan kan het AIR-bestand zelfs worden geïnstalleerd nadat het certificaat is verlopen. Als er geen tijdstempel wordt verkregen, kan het AIR-bestand niet meer worden geïnstalleerd nadat het certificaat is verlopen of is ingetrokken.

Standaard wordt met de extensie Adobe AIR voor Dreamweaver een tijdstempel opgehaald tijdens het maken van een Adobe AIR-toepassing. U kunt de tijdstempelfunctie echter uitschakelen door in het dialoogvenster Digitale handtekening de optie Tijdstempel uit te schakelen. (Dit kunt u bijvoorbeeld doen als er geen tijdstempelservice beschikbaar is.) U kunt het beste een tijdstempel opnemen in elk AIR-bestand dat u openbaar distribueert.

Geotrust is de standaardcertificeringsinstantie voor tijdstempels die door de verpakkingsprogramma's van AIR wordt gebruikt. Zie Een AIR-bestand digitaal ondertekenen voor meer informatie over tijdstempels en digitale certificaten.

Gekoppelde AIR-bestandstypen bewerken

U kunt verschillende bestandstypen aan uw Adobe AIR-toepassing koppelen. Als u bijvoorbeeld wilt dat bestandstypen met de extensie .avf worden geopend in Adobe AIR wanneer een gebruiker dubbelklikt op dergelijke bestanden, kunt u de extensie .avf toevoegen aan de lijst met gekoppelde bestandstypen.

  1. Klik in het dialoogvenster AIR - Instellingen voor toepassing en installer op de knop Bewerken naast de optie Gekoppelde bestandstypen.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Gekoppelde bestandstypen:

    • Selecteer een bestandstype en klik op de knop met het minteken (-) om het bestandstype te verwijderen.

    • Klik op de knop met het plusteken (+) om een bestandstype toe te voegen.

      Als u op de knop met het plusteken klikt om een bestandstype toe te voegen, verschijnt het dialoogvenster Instellingen voor bestandstypen. Vul de velden van het dialoogvenster in en klik op OK om het dialoogvenster te sluiten.

      Hieronder vindt u een lijst met opties:

      Naam

      geeft de naam van het bestandstype aan die wordt weergegeven in de lijst Gekoppelde bestandstypen. Deze optie is verplicht en mag alleen alfanumerieke ASCII-tekens (a-z, A-Z, 0-9) en punten bevatten (bijvoorbeeld adobe.VideoFile). De naam moet beginnen met een letter. De maximumlengte is 38 tekens.

      Extensie

      geeft de extensie van het bestandstype aan. U moet de punt van de extensie niet invoeren. Deze optie is verplicht en mag alleen alfanumerieke ASCII-tekens (a-z, A-Z, 0-9) bevatten. De maximumlengte is 38 tekens.

      Beschrijving

      kunt u gebruiken voor een optionele beschrijving voor het bestandstype.

      Inhoudstype

      geeft het MIME- of mediatype voor het bestand aan (bijvoorbeeld tekst/html, afbeelding/gif enzovoort).

      Locatie pictogrambestand

      kunt u gebruiken om aangepaste afbeeldingen te selecteren voor de gekoppelde bestandstypen. (De standaardafbeeldingen zijn Adobe AIR-afbeeldingen die worden geleverd bij de extensie.)

Instellingen voor AIR-toepassingen bewerken

U kunt op elk gewenst moment de instellingen voor uw Adobe AIR-toepassing bewerken.

  1. Selecteer Site > Instellingen AIR-toepassing en breng de gewenste wijzigingen aan.

Een webpagina voorvertonen in een AIR-toepassing

U kunt in Dreamweaver een HTML-pagina voorvertonen om bekijken hoe deze wordt weergegeven in een Adobe AIR-toepassing. Voorvertoningen zijn nuttig als u wilt zien hoe de webpagina eruit ziet in de toepassing zonder dat u de volledige toepassing hoeft te maken.

  1. Klik op de werkbalk Document op de knop Voorvertonen/fouten opsporen in browser en selecteer Voorvertoning in AIR.

    U kunt ook op Ctrl+Shift+F12 (Windows) of Cmd+Shift+F12 (Macintosh) drukken.

AIR-coderingstips en -codekleuren gebruiken

De extensie Adobe AIR voor Dreamweaver voegt ook codetips en -kleuren toe voor Adobe AIR-taalelementen in de codeweergave in Dreamweaver.

  1. Open een HTML- of JavaScript-bestand in de codeweergave en voer Adobe AIR-code in.

    Opmerking:

    het mechanisme voor coderingstips werkt alleen binnen de <script>-tags of in .js-bestanden.

    Zie de documentatie voor ontwikkelaars in de rest van deze handleiding voor meer informatie over de Adobe AIR-taalelementen.

Toegang tot de documentatie van Adobe AIR

De extensie Adobe AIR voegt een item toe aan het menu Help in Dreamweaver waarmee u toegang krijgt tot documentatie over het ontwikkelen van AIR-toepassingen met HTML en Ajax.

  1. Kies Help > Adobe AIR Help.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid