Implementeer Universal Voice om uw telefoonlijn te integreren met VoIP. Lees hoe u de configuratie en probleemoplossing uitvoert voor de AMG en SIP-server voor deze audioconfiguratie.

Workflow voor het inzetten van Universal Voice

Opmerking:

Zie Opties voor audio- en videoconferenties in Adobe Connect voor een vergelijking van Universal Voice en geïntegreerde telefonieadapters.

Adobe Connect Universal Voice gebruikt de component Adobe Media Gateway om audio te verzenden naar en ontvangen van een SIP-server. Installeer Adobe Media Gateway en configureer de oplossing om te communiceren met een SIP-server. De SIP-server kan worden gehost door een derde partij of een onderdeel zijn van de infrastructuur van uw bedrijf. SIP-providers worden ook wel VoIP-providers genoemd.

Audio gaat via een telefoon, via een audioconferentieserver (niet afgebeeld), via een SIP-server, via Adobe Media Gateway, naar een Adobe Connect-vergaderruimte.
Audio gaat via een telefoon, via een audioconferentieserver (niet afgebeeld), via een SIP-server, via Adobe Media Gateway, naar een Adobe Connect-vergaderruimte.

Opmerking:

Adobe Connect ondersteunt bidirectionele communicatie en videoapparaten.

Voer de volgende workflow uit om de oplossing Universal Voice in te zetten:

  1. Als u Universal Voice wilt installeren en configureren, moet u over het volgende beschikken:

    • Adobe Connect

    • Aanmeldingsgegevens SIP-provider

  2. Installeer Adobe Media Gateway.

    U kunt Adobe Media Gateway op dezelfde computer als Adobe Connect Server of op een specifieke computer installeren. U kunt Adobe Media Gateway op één computer of in een servercluster implementeren. Het installatieprogramma van Adobe Media Gateway is onderdeel van het installatieprogramma van Adobe Connect Server. Zie Adobe Connect installeren met het installatieprogramma.

  3. Configureer Adobe Media Gateway om verbinding te maken met een SIP-server.

  4. Zie Adobe Media Gateway inzetten in een servercluster als u Adobe Media Gateway wilt installeren in een servercluster.

  5. Zie Audioproviders configureren voor Universal Voice als u een kiesvolgorde wilt maken en de audioverbinding wilt testen.

  6. Zie Problemen met Universal Voice oplossen als u geen audio kunt horen in een Adobe Connect-vergadering.

Adobe Media Gateway-poorten en -protocollen

Opmerking:

Zie Gegevensstroom als u een diagram wilt weergeven waarin wordt aangegeven hoe gegevens stromen tussen een SIP-provider, Adobe Media Gateway en Adobe Connect Server.

Adobe Media Gateway luistert op de volgende poort naar verzoeken van Adobe Connect Central Application Server:

Poortnummer

Bindingsadres

Protocol

2222

*/Willekeurige adapter

HTTP

Adobe Media Gateway brengt als een normale RTMP-client een verbinding met Adobe Media Server tot stand. Adobe Media Server luistert op de volgende poort naar Adobe Media Gateway:

Poortnummer

Bindingsadres

Protocol

8506

*/Willekeurige adapter

RTMP

Adobe Media Gateway communiceert op de volgende poorten via de SIP- en RTP-protocollen met de audioconferentieprovider:

Richting

Regel

Adobe Media Gateway naar internet

SRC-IP=<Server-IP>, SRC-PORT=5060, DST-IP=ANY, DST-PORT=5060

Internet naar Adobe Media Gateway

SRC-IP=ANY, SRC-PORT=5060, DST-IP=<Server-IP>, DST-PORT=5060

Adobe Media Gateway naar internet

SRC-IP=<Server-IP>, SRC-PORT=5000_TO_6000, DST-IP=ANY, DST-PORT=ANY_HIGH_END

Internet naar Adobe Media Gateway

SRC-IP=ANY, SRC-PORT=ANY_HIGH_END, DST-IP=<Server-IP>, DST-PORT=5000_TO_6000

Opmerking:

ANY_HIGH_END betekent elke poort boven 1024. Het standaardbereik voor poorten is 5000-6000. U kunt deze waarden wijzigen in de toepassingsbeheerconsole. Als alternatief kunt u deze waarden van het bestand sip.xml van Adobe Media Gateway ook bijwerken door de knooppunten portUpperLimit en portLowerLimit te configureren.

Adobe Media Gateway configureren voor communicatie van achter een firewall die NAT gebruikt

Opmerking:

u hoeft deze taak wellicht niet uit te voeren wanneer uw firewall SIP-compatibel is of SIP herkent. Daarnaast kan in bepaalde gevallen de ALG (Application-Level Gateway) voor SIP in een firewall problemen veroorzaken. Wanneer u er niet in slaagt communicatie via ALG tot stand te brengen, schakelt u ALG voor SIP in de firewall uit en gebruikt u de techniek die in dit gedeelte wordt beschreven.

NAT (netwerkadresomzetting) is een proces waarbij netwerken minder externe IP-adressen hoeven te gebruiken en interne IP-adressen kunnen worden verborgen. Met NAT worden het IP-adres en poortnummer gewijzigd van pakketten die vanuit een netwerk worden verzonden. Interne IP-adressen worden gewijzigd in externe IP-adressen. Daarnaast wordt geprobeerd directe reacties op het externe IP-adres door te sturen naar het juiste interne IP-adres.

Wanneer Adobe Media Gateway zich achter een firewall bevindt die gebruikmaakt van NAT, kunnen er mogelijk geen pakketten van de SIP-server worden ontvangen. Met NAT worden het lokale IP-adres en IP-adres van de UDP-header (pakketbron) gewijzigd zodat deze overeenkomen met het externe IP-adres.

Het IP-adres van de UDP-header komt overeen met het externe IP-adres van Adobe Media Gateway. Wanneer de SIP-server het IP-adres van de UDP-header gebruikt om een antwoord te verzenden, komt dit antwoord dus terecht bij Adobe Media Gateway.

Het IP-adres van de contactheader komt overeen met het lokale IP-adres van Adobe Media Gateway. Wanneer de SIP-server het IP-adres van de header van de SIP-contact gebruikt om een antwoord te verzenden, komt dit antwoord dus niet terecht bij Adobe Media Gateway. Het lokale IP-adres is verborgen achter de firewall en niet zichtbaar voor de SIP-server.

In de volgende afbeelding wordt weergegeven hoe de IP-adressen met NAT worden gewijzigd bij de firewall:

Het IP-adres wordt gewijzigd met NAT.
Het IP-adres wordt gewijzigd met NAT.

  1. Adobe Media Gateway (interne interface). De UDP-header (IP-adres van pakketbron) en het IP-adres van de header van de SIP-contact komen overeen met het lokale IP-adres.

  2. Adobe Media Gateway (externe interface). Het IP-adres van de UDP-header wordt met NAT gewijzigd in het globale IP-adres.

  3. SIP-server (externe interface). Het pakket bereikt de globale interface op de SIP-server. De interne interface kan alleen worden bereikt als de poort direct wordt doorgestuurd. Als de poort niet wordt doorgestuurd, gaat het pakket verloren en wordt de communicatie afgebroken.

  4. SIP-server (interne interface). Het pakket wordt verwerkt wanneer het deze interface bereikt. Wanneer de SIP-server het IP-adres van de UDP-header gebruikt om een antwoord te verzenden, komt dit antwoord terecht bij Adobe Media Gateway. Als de SIP-server het IP-adres van de contactheader gebruikt, bereikt het antwoord Adobe Media Gateway niet.

In de volgende afbeelding wordt een goede configuratie weergegeven waarbij het IP-adres van de contactheader overeenkomt met het externe IP-adres van Adobe Media Gateway. Bij deze wijziging kunnen pakketten weer naar Adobe Media Gateway worden gerouteerd vanaf de SIP-server.

Een configuratie waarbij communicatie mogelijk is.
Een configuratie waarbij communicatie mogelijk is.

Ga als volgt te werk om ervoor te zorgen dat Adobe Media Gateway pakketten kan ontvangen van een SIP-server:

  1. Open het bestand [basisinstallatiemap]/conf/sip.xml in Adobe Media Gateway in een teksteditor. (De basisinstallatiemap is standaard C:\Program Files\Adobe\Adobe Media Gateway.)

    1. Maak de tag <globalAddress> onder de tag <Profile>. Voer het externe IP-adres van Adobe Media Gateway op de volgende wijze in:

      ... 
      <Profiles> 
          <Profile> 
              <profil e I D>   s ipGateway </profileID> 
              <userName>141583220 00 </ userName> 
              <password></password> 
              <displayName> sipGateway </displayName> 
              <registrarAddress>8.15.247.100:5060</registrarAddress> 
              <doRegister>0</doRegister> 
              <defaulthost>8.15.247.100:5060</defaulthost> 
              <hostPort> 0 </hostPort> 
              <context> sipGatewayContext </context>         
              <globalAddress>8.15.247.49</globalAddress>         
              <supportedCodecs>            <codecID> G711u </codecID>            <codecID> speex </codecID> 
          </supportedCodecs> 
          </Profile> 
      </Profiles> 
      ...

      Elke Adobe Media Gateway-server in een cluster moet een uniek extern IP-adres hebben.

      Opmerking:

      Als het externe IP-adres dynamisch is, moet u Adobe Media Gateway opnieuw configureren als het externe IP-adres wordt gewijzigd.

    2. Start de Adobe Media Gateway-service opnieuw. Zie Adobe Media Gateway starten en stoppen.

  2. Stuur op de firewall tussen de Adobe Media Gateway-server en de SIP-server de SIP-poort (standaard 5060) en alle RTP-spraakpoorten (standaard 5000 - 6000) direct door naar de Adobe Media Gateway-server. Op de firewall moeten dezelfde poorten zijn geopend als op de Adobe Media Gateway-server.

    Opmerking:

    de servers kunnen communicatie tot stand brengen zonder dat poorten hoeven te worden doorgestuurd. Wanneer echter geen poorten worden doorgestuurd, kunnen vooral langdurige oproepen onverwachts worden verbroken.

Logniveau Adobe Media Gateway configureren

Een hoog logniveau kan audiostoringen veroorzaken als de Adobe Media Gateway zwaar belast wordt. Bij hogere logniveaus wordt meer informatie in het log opgenomen. Het wegschrijven naar het log gebruikt rekenkracht en laat minder capaciteit over voor het verzenden van audio. Adobe beveelt aan om het logniveau voor audiogegevens op 4 te zetten voor een optimale prestatie.

  1. Open het bestand AMSmg.xml in een teksteditor (dit bestand bevindt zich standaard op locatie C:\Program Files\Adobe\Adobe Media Gateway\conf.)

  2. Stel logLevel in op 4:

    <logLevel>4</logLevel>
  3. Start Adobe Media Gateway opnieuw.

Adobe Media Gateway implementeren in een servercluster

Indien Adobe Media Gateway is geïnstalleerd op een computer met twee processoren, kan hij 100 telefoongesprekken tegelijk afhandelen. Voor een hogere belasting moet u het aantal processoren verhogen of meer Adobe Media Gateway-servers aan het cluster toevoegen.

Als u Adobe Media Gateway wilt implementeren in een servercluster, installeert u Adobe Media Gateway op de daarvoor bestemde computers en Adobe Connect Server op de daarvoor bestemde computers. Installeer Adobe Connect Server en Adobe Media Gateway niet op dezelfde computers.

Wanneer u Adobe Media Gateway in een servercluster implementeert, worden de taakverdeling en failover beheerd in Adobe Connect Server. Voor Adobe Connect Edge-server is geen aanvullende configuratie vereist.

  1. Voer het installatieprogramma op elke server in de cluster uit en installeer Adobe Media Gateway. Zie Adobe Connect installeren.

    Opmerking:

    Zie Een cluster Adobe Connect-servers implementeren voor informatie over het implementeren van Adobe Connect Server in een cluster.

  2. Open op één Adobe Connect-server de toepassingsbeheerconsole op http://localhost:8510/console.

  3. Kies Adobe Media Gateway-instellingen en klik op Toevoegen om aanvullende Adobe Media Gateway-servers toe te voegen en te configureren.

    Opmerking:

    gebruik de toepassingsbeheerconsole op één server om configuratieparameters voor alle servers in de cluster in te voeren. Vervolgens worden deze configuratie-instellingen doorgegeven aan alle servers in de cluster.

Problemen met Universal Voice oplossen

Ga als volgt te werk als u geen audio kunt horen in een Universal Voice-audioconferentie in een vergaderruimte:

  1. Zorg ervoor dat het volume op de computer hoog is. Controleer of uw koptelefoon (indien van toepassing) met de daarvoor bestemde aansluiting is verbonden.

  2. Test de kiesvolgorde. Zie Een kiesvolgorde testen.

  3. Controleer of Adobe Media Gateway correct is geconfigureerd:

    1. Open de toepassingsbeheerconsole (http://localhost:8510/console) op Adobe Connect Server en klik op Adobe Media Gateway-instellingen. Elke Adobe Media Gateway moet de status 'Actief' hebben.

    2. Als de status niet actief is, opent u het bestand [basisinstallatiemap]/custom.ini. Ga na of de volgende vermeldingen worden weergegeven:

      FMG_ADMIN_USER=sa 
      FMG_ADMIN_PASSWORD=breeze

      Als u de vermeldingen niet ziet, voert u deze in en start u de Adobe Connect Central-toepassingsserver opnieuw.

  4. Neem via www.adobe.com/support/programs/connect contact op met de ondersteuning van Adobe.

Als er in het menu Pods van de vergaderruimte geen optie wordt weergegeven om een pod Videotelefonie toe te voegen, doet u het volgende:

  1. Controleer via Adobe Connect Central > Beheer > Compatibiliteit en besturing of de pod Videotelefonie niet is uitgeschakeld.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid