Opmerking:

Met de vormtools kunt u snel knoppen, navigatiebalken en andere onderdelen van webpagina’s maken. Zie Tekenen voor een overzicht van alle tekenfuncties in Photoshop.

Vormen tekenen in Photoshop

Vormen tekenen in Photoshop
Julieanne Kost

Een vorm maken op een vormlaag

  1. Selecteer een vorm- of een pentool. Zorg ervoor dat Vorm is geselecteerd in het menu in de optiebalk.

  2. Klik op het kleurstaal in de optiebalk en kies een kleur in de Kleurkiezer als u de kleur van de vorm wilt kiezen.
  3. In de optiebalk kunt u de toolopties instellen (optioneel). U kunt op het omgekeerde driehoekje naast de vormknoppen klikken, als u meer opties voor ieder tool wilt zien. (Zie Opties voor vormtools.)

  4. (Optioneel) Als u een stijl wilt toepassen op een vorm, selecteert u een vooraf gedefinieerde stijl in het pop-upmenu Stijl in de optiebalk. (Zie Vooraf gedefinieerde stijlen toepassen.)

  5. Sleep in de afbeelding om een vorm te tekenen:
    • Houd Shift ingedrukt om een rechthoek of afgeronde rechthoek te beperken tot een vierkant, om een ovaal te beperken tot een cirkel of om een lijnhoek te beperken tot een veelvoud van 45°.
    • Als u vanuit het middelpunt wilt tekenen, plaatst u de aanwijzer op het gewenste middelpunt van de vorm, houdt u Alt (Windows) of Option (Mac OS) ingedrukt en sleept u diagonaal naar een willekeurige hoek of rand totdat de vorm het gewenste formaat heeft.
    Tekenen vanuit een hoek (links) en tekenen vanuit het midden (rechts) in Photoshop
    Tekenen vanuit een hoek (links) en tekenen vanuit het midden (rechts)

    Opmerking:

    Met de tool Ster in Illustrator en de tool Veelhoek in Illustrator en Photoshop tekent u standaard vanuit het midden.

Video’s | Maken, bewerken en gebruiken

Photoshop-teamlid Jeanne Rubbo laat in een aantal informatieve video's zien hoe u vormlagen maakt, bewerkt en ermee kunt werken. Leer het volgende:

Zie Teken- en teksttoolsgalerie voor meer informatie.

Meerdere vormen op een laag tekenen

U kunt verschillende vormen op een laag tekenen of de opties Toevoegen, Aftrekken, Doorsnede of Uitsluiten gebruiken om de huidige vorm in de laag te wijzigen.

  1. Selecteer de laag waaraan u vormen wilt toevoegen.
  2. Selecteer een tekentool en stel toolspecifieke opties in (zie Opties voor vormtools).

  3. Kies op de optiebalk een van de volgende opties:

    Toevoegen aan vormgebied

    Hiermee voegt u het nieuwe gebied toe aan de bestaande vormen of het bestaande pad.

    Verwijderen uit vormgebied

    Hiermee verwijdert u het overlappende gebied uit de bestaande vormen of het bestaande pad.

    Doorsnede maken van vormgebieden

    Hiermee beperkt u het gebied tot de doorsnede van het nieuwe gebied en de bestaande vormen of het bestaande pad.

    Overlappende vormgebieden uitsluiten

    Hiermee zorgt u dat het overlappende gebied uitgesloten blijft van het nieuwe gebied en het bestaande gebied.

  4. Begin met tekenen. U kunt gemakkelijk afwisselen tussen tekentools door in de optiebalk op een toolknop te klikken.

Een wielvorm tekenen

U snijdt een vorm uit een bestaande vorm, zodat de lagen eronder zichtbaar worden. In deze procedure wordt beschreven hoe u een vorm van een donut maakt, maar u kunt deze techniek toepassen met elke combinatie van vormtools en aangepaste vormen.

  1. Selecteer de tool Ovaal  in de toolset. De tool is mogelijk verborgen achter een ander vormtool of de tool Lijn.

  2. Zorg ervoor dat Vorm is geselecteerd in het menu in de optiebalk.

  3. Sleep in het documentvenster om de vorm te tekenen. Houd Shift ingedrukt terwijl u sleept om de vorm van de ovaal te beperken tot een cirkel.
  4. Selecteer de knop Verwijderen uit vormgebied  in de optiebalk.

  5. Sleep in de nieuwe vorm om de uitsnede te maken. Nadat u de muisknop hebt losgelaten, wordt de afbeelding onder de nieuwe vorm zichtbaar.
  6. Als u een van de vormen wilt verplaatsen, klikt u op de tool Padselectie  in de toolset (de tool is mogelijk verborgen achter de tool Direct selecteren ) en selecteert u het pad. Sleep de vorm naar de nieuwe plaats of gebruik de pijltoetsen op het toetsenbord om de vorm in stappen van één pixel te verschuiven.

    Opmerking:

    Houd terwijl u klikt de Shift-toets ingedrukt om meer dan één pad te selecteren.

Een aangepaste vorm tekenen

U kunt aangepaste vormen tekenen door de vormen in het pop-updeelvenster Aangepaste vorm te gebruiken. U kunt ook een vorm of een pad opslaan voor gebruik als een aangepaste vorm.

  1. Selecteer de tool Aangepaste vorm . (Als deze tool niet zichtbaar is, houdt u de tool Rechthoek aan de onderkant van de toolset ingedrukt.)

  2. Kies een vorm in het pop-updeelvenster Aangepaste vorm in de optiebalk.

    Als u de gewenste vorm niet kunt vinden in het deelvenster, klikt u op de pijl in de rechterbovenhoek van het deelvenster en kiest u een andere categorie voor vormen. Wanneer wordt gevraagd of u de huidige vormen wilt vervangen, klikt u op Vervangen om alleen de vormen in de nieuwe categorie weer te geven of op Toevoegen om de vormen toe te voegen aan de vormen die al worden weergegeven.

  3. Sleep in de afbeelding om een vorm te tekenen.

Een vorm of pad opslaan als aangepaste vorm

  1. Selecteer in het deelvenster Paden een pad. Dit kan een vectormasker voor een vormlaag zijn, maar ook een tijdelijk pad of een eerder opgeslagen pad.
  2. Kies Bewerken > Aangepaste vorm definiëren en voer in het dialoogvenster Naam vorm een naam in voor de nieuwe aangepaste vorm. De nieuwe vorm wordt weergegeven in het pop-updeelvenster Vorm in de optiebalk.
  3. Als u de nieuwe aangepaste vorm wilt opslaan in een nieuwe bibliotheek, selecteert u Vormen opslaan in het menu van het pop-updeelvenster.

Zie Werken met Beheer voorinstellingen voor meer informatie.

Een in pixels omgezette vorm maken

Wanneer u een in pixels omgezette vorm maakt, tekent u een vorm, zet u deze om pixels en vult u deze met de voorgrondkleur. In pixels omgezette vormen kunnen niet worden bewerkt als een vectorobject. In pixels omgezette vormen worden gemaakt met de huidige voorgrondkleur.

  1. Selecteer een laag. In pixels omgezette vormen kunnen niet worden gemaakt in een vectorlaag (bijvoorbeeld een tekstlaag).
  2. Selecteer een vormtool en klik op de knop Vullen met pixels   in de optiebalk.
  3. Stel op de optiebalk de volgende opties in:

    Modus

    Hiermee bepaalt u welke invloed de vorm heeft op de bestaande pixels in de afbeelding. (Zie Overvloeimodi.)

    Dekking

    Hiermee kunt u bepalen in welke mate de pixels onder de vorm zichtbaar zijn of worden verborgen. Een vorm met een dekking van 1% is vrijwel transparant en een vorm met een dekking van 100% is volledig ondoorzichtig.

    Anti-alias

    Hiermee maakt u de pixels aan de rand vloeiender en laat u ze samenvloeien met de omringende pixels.

  4. Stel aanvullende toolspecifieke opties in. Zie Opties voor vormtools.

  5. Teken de vorm.

Opties voor vormtools

Elk vormtool beschikt over een unieke subset van de opties die nu worden besproken. Klik op de pijl rechts van de rij met vormknoppen op de optiebalk om de opties weer te geven.

Toegang tot de opties van de vormtool in de optiebalk van Photoshop
Toegang tot de opties van de vormtool in de optiebalk (opties voor Lijn worden getoond)

Pijlpunten Start en Einde

Hiermee voegt u pijlpunten toe aan een lijn. Selecteer de tool Lijn en selecteer vervolgens Start om een pijl toe te voegen aan het begin van de lijn. Selecteer Einde om een pijl toe te voegen aan het eind van de lijn. Selecteer beide opties om pijlen toe te voegen aan beide uiteinden. De vormopties worden weergegeven in het pop-updialoogvenster. Voer bij Breedte en Lengte waarden in voor de verhoudingen van de pijlpunt als percentage van de lijndikte (van 10 tot 1000% bij Breedte en van 10 tot 5000% bij Lengte). Voer een waarde in voor de holling van de pijlpunt (van -50 tot +50%). De waarde bij Holling bepaalt de hoeveelheid kromming op het breedste deel van de pijlpunt, waar deze de lijn raakt.

Opmerking:

U kunt pijlpunten ook direct bewerken met de tools voor vectorselectie en het tekenen van vormen.

Cirkel

Hiermee beperkt u een ovaal tot een cirkel.

Gedefinieerde verhoudingen

Hiermee maakt u een aangepaste vorm gebaseerd op de oorspronkelijke verhoudingen.

Gedefinieerde grootte

Hiermee maakt u een aangepaste vorm gebaseerd op de oorspronkelijke grootte.

Vaste grootte

Hiermee maakt u een rechthoek, afgeronde rechthoek, ovaal of aangepaste vorm als een vaste vorm op basis van de waarden die u invoert bij Breedte en Hoogte.

Vanuit middelpunt

Hiermee maakt u een rechthoek, afgeronde rechthoek, ovaal of aangepaste vorm vanuit het middelpunt.

Zijkanten inspringen met

Hiermee maakt u een veelhoek in de vorm van een ster. Voer in het tekstvak een percentage in voor het deel van de straal dat door de punten van de ster in beslag wordt genomen. Een waarde van 50% levert punten op die half zo lang zijn als de straal van de ster; een hogere waarde geeft scherpere, smallere punten; een lagere waarde geeft dikkere punten.

Proportioneel

Hiermee maakt u een rechthoek, afgeronde rechthoek of ovaal in de verhoudingen van de waarden die u invoert bij Breedte en Hoogte.

Straal

Hiermee bepaalt u bij afgeronde rechthoeken de straal van de hoeken. Bij veelhoeken bepaalt dit de afstand van het midden van de veelhoek tot de buitenste punten.

Zijden

Hiermee bepaalt u het aantal zijden van een veelhoek.

Vloeiende hoeken of Vloeiende inspringingen

Hiermee maakt u een veelhoek met vloeiende hoeken of inspringingen.

Magnetische pixels

Hiermee zorgt u ervoor dat randen van een rechthoek of afgeronde rechthoek zich aan de pixelgrenzen hechten.

Vierkant

Hiermee beperkt u een rechthoek of afgeronde rechthoek tot een vierkant.

Onbeperkt

Hiermee kunt u de breedte en hoogte van een rechthoek, afgeronde rechthoek, ovaal of aangepaste vorm bepalen door te slepen.

Dikte

Hiermee bepaalt u de breedte, in pixels, voor de tool Lijn.

Opmerking:

Als u de lijnbreedte voor andere vormtools wilt wijzigen, kiest u Laag > Laagstijl > Lijn. (Zie Een aangepaste laagstijl toepassen of bewerken.)

Vormen bewerken

Een vorm is een opvullaag die is gekoppeld aan een vectormasker. U kunt de opvulling gemakkelijk wijzigen in een andere kleur, een verloop of een patroon door de opvullaag van de vorm te bewerken. U kunt ook het vectormasker van de vorm bewerken en zo de vormomtrek wijzigen en een stijl op de laag toepassen.

  • Als u de kleur van een vorm wilt wijzigen, dubbelklikt u op de miniatuur van de vormlaag in het deelvenster Lagen en kiest u een andere kleur via de kleurkiezer.
  • Als u een vorm wilt opvullen met een patroon of verloop, selecteert u de vormlaag in het deelvenster Lagen en kiest u Laag > Laagstijl > Verloopbedekking.
  • Als u de lijnbreedte wilt wijzigen, selecteert u de vormlaag in het deelvenster Lagen en kiest u Laag > Laagstijl > Lijn.
  • Als u de omtrek van een vorm wilt wijzigen, klikt u op de miniatuur van het vectormasker van de vormlaag in het deelvenster Lagen of het deelvenster Paden. Wijzig vervolgens de vorm met de tools Direct selecteren en Pen.
  • Gebruik de tool Verplaatsen als u een vorm wilt verplaatsen zonder het formaat of de verhoudingen te wijzigen.

Zie Padcomponenten aanpassen en Vrije transformaties voor meer informatie.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid