Uitvoeropties instellen

Uitvoerinstellingen bepalen hoe HTML-bestanden worden ingedeeld, hoe bestanden en segmenten worden benoemd en wat er met achtergrondafbeeldingen wordt gedaan als u een geoptimaliseerde afbeelding opslaat. U geeft deze opties op in het dialoogvenster Uitvoerinstellingen.

U kunt de uitvoerinstellingen opslaan en op andere bestanden toepassen.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit om het dialoogvenster Uitvoerinstellingen weer te geven:

    • Wanneer u een geoptimaliseerde afbeelding opslaat, kiest u Overige in het pop-upmenu Instellingen van het dialoogvenster Optimaal opslaan of Optimaal opslaan als.

    • Kies Uitvoerinstellingen bewerken in het pop-upmenu Optimaliseren (rechts naast het menu Voorinstellingen) in het dialoogvenster Opslaan voor web en apparaten.

  2. (Optioneel) Kies een optie in het pop-upmenu Instellingen als u vooraf ingestelde uitvoeropties wilt weergeven.

  3. Bewerk indien nodig alle optiesets. Als u wilt schakelen naar een andere optieset, kiest u een optieset in het pop-upmenu onder het menu Instellingen. U klikt op Volgende om de volgende set in het menu weer te geven en op Vorige om de vorige set weer te geven.

  4. (Optioneel) Als u uitvoerinstellingen wilt opslaan, stelt u de opties naar keuze in en klikt u op Opslaan. Voer een bestandsnaam in, kies een locatie voor het opgeslagen bestand en klik op Opslaan.

    U kunt de uitvoerinstellingen op een willekeurige locatie opslaan. Als u het bestand echter plaatst in de map Geoptimaliseerde uitvoerinstellingen (in de Animate-map), wordt het bestand weergegeven in het pop-upmenu Instellingen.

  5. (Optioneel) Om uitvoerinstellingen te laden klikt u op Laden, selecteert u een bestand en klikt u op Openen.

HTML-uitvoeropties

U kunt de volgende opties instellen in de HTML-set:

XHTML-uitvoer

Hiermee worden bij het exporteren webpagina's gemaakt die voldoen aan de XHTML-standaard. Als u XHTML-uitvoer kiest, zijn andere uitvoeropties die mogelijk problemen veroorzaken met deze standaard, niet beschikbaar. Als u deze optie selecteert, worden de opties Hoofdlettergebruik van label en Hoofdlettergebruik van kenmerk ingesteld.

Hoofdlettergebruik van label

Hiermee geeft u op of de labels in hoofdletters verschijnen.

Hoofdlettergebruik van kenmerk

Hiermee geeft u op of beeldkenmerken in hoofdletters verschijnen.

Inspringen

Hiermee kunt u de gewenste inspringing van de code opgeven: inspringen met behulp van de tabinstellingen van de toepassing, met een opgegeven aantal spaties of geen inspringing.

Regeleinden

Hiermee geeft u een platform op voor ondersteuning van regeleinden.

Codering

Hiermee geeft u de standaardcodering voor tekens op voor de webpagina. (Deze optie is alleen beschikbaar in Illustrator; Photoshop maakt altijd gebruik van UTF-8-codering.)

Inclusief opmerkingen

Hiermee wordt commentaar toegevoegd aan de HTML-code.

Altijd Alt-kenmerk toevoegen

Hiermee voegt u het ALT-kenmerk toe aan IMG-elementen om te voldoen aan de overheidsnormen (V.S.) voor toegankelijkheid van webpagina's.

Altijd kenmerken aanhalen

Hiermee plaatst u alle tagkenmerken tussen haakjes. Tagkenmerken moeten tussen aanhalingstekens worden geplaatst voor de compatibiliteit met bepaalde oudere browsers en om strikt aan de HTML-regels te voldoen. Het wordt echter niet aanbevolen om tagkenmerken altijd tussen aanhalingstekens te plaatsen. Aanhalingstekens worden indien nodig gebruikt om te voldoen aan de meeste browsers als deze optie niet is ingeschakeld.

Alle labels sluiten

Hiermee voegt u afsluitende tags toe voor alle HTML-elementen in het bestand voor compatibiliteit met XHTML.

Inclusief nulmarges op body-label

Hiermee worden de interne standaardmarges in een browservenster verwijderd. Hiermee worden tags voor de margebreedte, de margehoogte, de linkermarge en de bovenmarge met waarde nul aan het body-label toevoegd.

Uitvoeropties segmenten

U kunt de volgende opties instellen in de groep Segmenten:

Tabel genereren

Hierbij worden segmenten met een HTML-tabel uitgelijnd, in plaats van met een trapsgewijze stijlpagina.

Lege cellen

Geeft aan hoe lege segmenten worden omgezet in tabelcellen. Selecteer GIF, IMG B&H als u een GIF-afbeelding bestaande uit één pixel wilt gebruiken waarvan de hoogte en breedte worden opgegeven in de IMG-tag. Selecteer GIF, TD B&H als u een GIF-afbeelding bestaande uit één pixel wilt gebruiken waarvan de hoogte en breedte worden opgegeven in de TD-tag. Selecteer NoWrap, TD B&H als u een niet-standaard NoWrap-kenmerk op de tabelgegevens wilt plaatsen en ook de waarden voor breedte en hoogte in de TD-tags wilt plaatsen.

TD B&H

Hiermee wordt aangegeven wanneer breedte- en hoogtekenmerken voor tabelgegevens moeten worden opgenomen: Altijd, Nooit of Automatisch (de aanbevolen instelling).

Spacer-cellen

Geeft aan wanneer één rij/kolom met lege spacer-cellen moet worden toegevoegd rond de gegenereerde tabel: Automatisch (aanbevolen), Automatisch (onder), Altijd, Altijd (onder) of Nooit. Bij tabellay-outs waarin segmentgrenzen niet zijn uitgelijnd, kunt u spacer-cellen toevoegen om te voorkomen dat de tabel uit elkaar valt in bepaalde browsers.

CSS genereren

Hiermee wordt een CSS-opmaakmodel (Cascading Style Sheet) gemaakt in plaats van een HTML-tabel.

Verwijzing

Geeft aan hoe naar segmentposities wordt verwezen in het HTML-bestand wanneer een CSS-opmaakmodel wordt gebruikt:        

Op ID Hiermee geeft u elk segment een positie met behulp van stijlen die een unieke ID hebben.

Inline Als u stijlelementen wilt opnemen in de declaratie van de <DIV>-tag van het blokelement.

Op klasse Hiermee geeft u elk segment een positie met behulp van klassen die een unieke ID hebben.

Standaard segmentnaamgeving

Selecteer elementen in de pop-upmenu's of voer tekst in de velden in om standaardnamen voor de segmenten samen te stellen. U kunt onder andere de volgende elementen opnemen: de documentnaam, het woord segment, getallen of letters als aanduiding voor segmenten en rolloverstaten, de datum waarop het segment is gemaakt, interpunctie of niets.

Uitvoerinstellingen voor achtergrond

U kunt de volgende opties instellen in het gedeelte Achtergrond van het dialoogvenster Uitvoerinstellingen:

Document weergeven als

Selecteer Afbeelding als u wilt dat op de webpagina een afbeelding of een effen kleur wordt weergegeven als achtergrond achter de huidige afbeelding. Selecteer Achtergrond als u wilt dat op de webpagina de geoptimaliseerde afbeelding wordt weergegeven als een blokachtergrond.

Achtergrondafbeelding

Voer de locatie van een afbeeldingsbestand in of klik op Kiezen en selecteer een afbeelding. Het opgegeven bestand wordt als een herhaald blokpatroon weergegeven achter de geoptimaliseerde afbeelding op de webpagina.

Kleur

Klik op het vak Kleur en kies een achtergrondkleur met de Kleurenkiezer of kies een optie in het popup-menu.

Uitvoerinstellingen voor het opslaan van bestanden

U kunt de volgende opties instellen in het gedeelte Bestanden opslaan van het dialoogvenster Uitvoerinstellingen:

Bestandsnaamgeving

Selecteer elementen in de pop-upmenu’s of voer tekst in in de vakken die u wilt gebruiken voor de standaardnamen voor alle bestanden. U kunt onder andere de volgende elementen opnemen: documentnaam, segmentnaam, rolloverstaat, signaalsegment, aanmaakdatum bestand, segmentnummer, interpunctie en bestandsextensie. Bepaalde opties zijn alleen relevant als het bestand segmenten of rolloverstaten bevat.

In de tekstvakken kunt u de volgorde en opmaak van de bestandsnaamonderdelen wijzigen (u kunt bijvoorbeeld de status van het aanwijseffect vervangen door een afkorting in plaats van het volledige woord).

Compatibiliteit bestandsnaam

Kies een of meer opties om de bestandsnaam compatibel te maken met de besturingssystemen Windows (waarbij langere bestandsnamen zijn toegestaan), Mac OS en UNIX.

Afbeeldingen in map plaatsen

Hiermee kunt u een naam opgeven voor de map waar de geoptimaliseerde afbeeldingen worden opgeslagen (alleen beschikbaar voor documenten met meerdere segmenten).

Achtergrondafbeelding kopiëren tijdens het opslaan

Hiermee blijft een achtergrondafbeelding behouden die is ingesteld in de voorkeurset Achtergrond.

Titel en copyrightgegevens aan een afbeelding toevoegen

U kunt titel- en copyrightgegevens toevoegen aan een webpagina door de gegevens in te voeren in het dialoogvenster Bestandsinfo. De gegevens over de titel verschijnen in de titelbalk van de webbrowser wanneer de afbeelding wordt geëxporteerd met een HTML-bestand. Copyrightgegevens worden niet weergegeven in een browser, maar worden in de vorm van een opmerking aan het HTML-bestand toegevoegd en in de vorm van metagegevens aan het afbeeldingsbestand.

  1. Kies Bestand > Bestandsinfo.

  2. Om een titel in te voeren die in de titelbalk van de webbrowser en in het gedeelte Beschrijving van het dialoogvenster Bestandsinfo wordt weergegeven, voert u de gewenste tekst in in het tekstvak Documentnaam.

  3. Als copyrightgegevens wilt invoeren in het gedeelte Beschrijving van het dialoogvenster Bestandsinfo, geeft u de gewenste tekst op in het tekstvak Copyrightkennisgeving.

  4. Klik op OK.

Dit werk is gelicentieerd onder de Creative Commons Naamsvermelding/Niet-commercieel/Gelijk delen 3.0 Unported-licentie  De voorwaarden van Creative Commons zijn niet van toepassing op Twitter™- en Facebook-berichten.

Juridische kennisgevingen   |   Online privacybeleid