Wanneer u een verloopvulling op een bestaande illustratie wilt toepassen, selecteert u een of meer objecten in het werkgebied.
Animate bevindt zich in onderhoudsmodus voor alle klanten. Dit geldt voor individuele klanten, kleine bedrijven en ondernemingsklanten. Onderhoudsmodus betekent dat we de applicatie blijven ondersteunen en doorlopende beveiligings- en bugfixes blijven bieden, maar we zijn niet van plan nieuwe functies toe te voegen. Animate blijft beschikbaar voor zowel nieuwe als bestaande gebruikers. We hebben geen plannen om Animate stop te zetten. We zetten ons ervoor in dat Animate-gebruikers toegang hebben tot hun content, ongeacht de ontwikkelingsfase.
Een verloopvulling maken of bewerken
Een verloop is een meerkleurige vulling waarin een kleur geleidelijk in een andere kleur verandert. In Animate (voorheen Flash Professional CC) kunt u tot wel 15 kleurovergangen toepassen op een verloop. Een verloop maken is een goede manier om een vloeiend kleurverloop over een of meer objecten te maken. U kunt een verloop als een staal opslaan, zodat u het verloop eenvoudig kunt toepassen op meerdere objecten. U kunt met Animate de volgende twee verlooptypen maken:
Lineaire verlopen wijzigen kleur langs een enkele as (horizontaal of verticaal).
Radiale verlopen wijzigen kleur vanuit een centraal brandpunt in buitenwaartse richting. U kunt de richting van een verloop, de kleuren ervan, de locatie van het brandpunt en vele andere eigenschappen van de verloop aanpassen.
Animate biedt extra controle over lineaire en radiale verlopen voor gebruik met Flash Player. Met deze besturingselementen, overloopmodi genoemd, kunt u opgeven hoe kleuren buiten het verloop worden toegepast.
Wanneer het deelvenster Kleur niet zichtbaar is, selecteert u Venster > Kleur.
Als u een kleurweergavemodus wilt instellen, selecteert u in het optiemenu RGB (de standaardinstelling) of HSB.
Selecteer een van de volgende verlooptypen in de keuzelijst Type:
Lineair
Maakt een verloop dat vanuit het startpunt in een rechte lijn geleidelijk naar het eindpunt loopt.
Radiaal
Maakt een verloop dat vanuit een centraal brandpunt buitenwaarts in een cirkelvormig pad overvloeit.
Wanneer u een lineair of radiaal verloop selecteert, bevat het deelvenster Kleur ook twee andere opties als u voor Flash Player 8 of hoger publiceert. Als eerste optie wordt de keuzelijst Overloop ingeschakeld onder de keuzelijst Type. Gebruik dit om de kleuren te beheren die voorbij de grenzen van het verloop worden toegepast. Als tweede optie wordt de verloopdefinitiebalk weergegeven. Onder de balk bevinden zich aanwijzers die de kleuren in het verloop aangeven.
(Optioneel) Selecteer in de keuzelijst Overloop een overloopmodus die u op het verloop wilt toepassen: Uitbreiden (de standaardmodus), Spiegelen of Herhalen.
(Optioneel) Schakel het selectievakje Lineaire RGB in om een lineair of radiaal verloop te maken dat SVG-compatibel is (Scalable Vector Graphics). Hiermee krijgt het verloop een vloeiend uiterlijk als het na de eerste toepassing naar verschillende grootten wordt geschaald.
Als u een kleur in het verloop wilt wijzigen, selecteert u een van de kleuraanwijzers onder de verloopdefinitiebalk. (Het driehoekje bovenaan de geselecteerde kleuraanwijzer wordt zwart.) Klik vervolgens in het kleurenvak dat boven de verloopbalk wordt weergegeven. Sleep de schuifregelaar Helderheid om de helderheid van de kleur aan te passen.
Klik op of onder de verloopdefinitiebalk om een aanwijzer aan het verloop toe te voegen. Selecteer een kleur voor de nieuwe aanwijzer, zoals beschreven in de vorige stap.
U kunt maximaal 15 kleuraanwijzers toevoegen, waarmee u een verloop met maximaal 15 kleurovergangen kunt maken.
Sleep de aanwijzer langs de definitiebalk van het verloop om een aanwijzer in het verloop te verplaatsen. Wanneer u een aanwijzer wilt verwijderen, sleept u deze naar beneden en uit de verloopdefinitiebalk.
U kunt het verloop opslaan door op het driehoekje in de rechterbovenhoek van het deelvenster Kleur te klikken en Staal toevoegen in het menu te selecteren.
Het verloop wordt aan het deelvenster Stalen voor het huidige document toegevoegd.
Voor een verlooptransformatie, zoals een verticaal in plaats van een horizontaal verloop, gebruikt u het gereedschap Verlooptransformatie. Raadpleeg Verloop- en bitmapvullingen transformeren voor meer informatie.
Kleuren van streken en vullingen aanpassen
U kunt de kleur van streken en vullingen van grafische objecten opgeven met de besturingselementen Streekkleur en Vulkleur in het deelvenster Gereedschappen of met de besturingselementen Streekkleur en Vulkleur in Eigenschapcontrole.
Het gedeelte Streekkleur en Vulkleur van het deelvenster Gereedschappen bevat besturingselementen voor het activeren van de vakken Streekkleur en Vulkleur, waarmee wordt bepaald of de streken of vullingen van geselecteerde objecten worden beïnvloed door kleurkeuzen. Daarnaast bevat het gedeelte Kleuren besturingselementen voor het snel terugzetten van kleuren naar de standaardwaarden, voor het instellen van de streek- en vulkleurinstellingen op Geen en voor het omwisselen van vul- en streekkleuren.
In Eigenschapcontrole kunt u een streek- en vulkleur kiezen voor een bepaald grafisch object of een bepaalde grafische vorm. Daarnaast biedt Eigenschapcontrole besturingselementen voor het opgeven van de streekbreedte en -stijl.
Wanneer u met deze besturingselementen de schilderkenmerken van bestaande objecten wilt wijzigen, selecteert u eerst de objecten in het werkgebied.
Zie ook: Actieve voorvertoning van kleuren.
De streek- en vulkleur aanpassen met het deelvenster Gereedschappen
Met de besturingselementen Streekkleur en Vulkleur in het deelvenster Gereedschappen stelt u de schilderkenmerken in van nieuwe objecten die u met de teken- en schildergereedschappen maakt. Wanneer u met deze besturingselementen de schilderkenmerken van bestaande objecten wilt wijzigen, selecteert u eerst de objecten in het werkgebied.
Klik op het besturingselement Streekkleur of Vulkleur en selecteer een kleurstaal.
Klik op de knop Systeemkleurkiezer in het pop-upvenster en selecteer een kleur. U kunt de aanwijzer ook boven verschillende kleuren plaatsen om het effect van de kleur op de vorm te zien.
Typ in het vak de hexadecimale waarde van een kleur.
Wanneer u de standaardkleureninstellingen (witte vulling en zwarte streek) wilt herstellen, klikt u op de knop Zwart-wit in het deelvenster Gereedschappen.
Wanneer u een streek of vulling wilt verwijderen, klikt u op de knop Geen kleur.
De knop Geen kleur wordt alleen weergegeven wanneer u een ovaal of rechthoek maakt. U kunt een object maken zonder streek of vulling, maar u kunt de knop Geen kleur niet voor een bestaand object gebruiken. Selecteer in plaats daarvan de bestaande streek of vulling en verwijder deze.Wanneer u de kleuren van de vulling en de streek wilt wisselen, klikt u op de knop Kleuren wisselen in het deelvenster Gereedschappen.
U kunt in Animate ook een actieve voorvertoning weergeven van de streek- of vulkleuren wanneer u deze wijzigt in de kleurenstaal. Zie Actieve voorvertoning van kleuren voor meer informatie.
Een effen kleurvulling toepassen met Eigenschapcontrole
Klik op het besturingselement Vulkleur om een kleur te selecteren en ga op een van de volgende manieren te werk:
- Selecteer een kleurstaal in het palet.
- Typ in het vak de hexadecimale waarde van een kleur.
Een streekkleur, -stijl en -dikte selecteren met Eigenschapcontrole
Wanneer u voor een geselecteerd object de streekkleur, -stijl en -dikte wilt wijzigen, gebruikt u het besturingselement Streekkleur in Eigenschapcontrole. Voor de streekstijl kiest u uit stijlen die met Animate zijn voorgeladen of maakt u een aangepaste stijl. Wanneer u een effen kleurvulling wilt selecteren, gebruikt u het besturingselement Vulkleur in Eigenschapcontrole.
Wanneer u een andere streekstijl dan Effen selecteert, kan de bestandsgrootte toenemen.
Geen
wordt uitgelijnd met het uiteinde van het pad.
Rond
Hiermee wordt een rond uiteinde toegevoegd, dat het padeinde naar buiten toe uitbreidt met de helft van de streekbreedte.
Vierkant
Hiermee wordt een vierkant uiteinde toegevoegd, dat het pad naar buiten toe uitbreidt met de helft van de streekbreedte.
(Optioneel) Wanneer u lijnen tekent met het potlood of het penseel in de tekenmodus Vloeiend maken, kunt u met de schuifregelaar Vloeiend maken opgeven in welke mate de lijn die u tekent vloeiend wordt gemaakt door Animate.
De standaardwaarde voor de schuifregelaar Vloeiend maken is 50, maar u kunt een waarde opgeven van 0 tot 100. Hoe groter de waarde, hoe vloeiender de uiteindelijke lijn.
Wanneer u de tekenmodus instelt op Rechttrekken of Inkt, wordt de schuifregelaar Vloeiend maken uitgeschakeld.
Lijnlengtes die groter zijn dan de ingevoerde waarde, worden vierkant gemaakt in plaats van puntvormig. Een versteklimiet van 2 voor een 3-puntsstreek betekent bijvoorbeeld dat wanneer de lengte van de punt tweemaal de streekdikte bedraagt, het limietpunt door Animate wordt verwijderd.
De streken van meerdere lijnen of vormen aanpassen
Met de inktfles kunt u de streekkleur, -dikte en -stijl van een of meer lijnen of vormcontouren wijzigen. U kunt op lijnen of vormcontouren alleen een effen kleur toepassen, geen verlopen of bitmaps.
Wanneer u de inktfles gebruikt in plaats van afzonderlijke lijnen te selecteren, wordt het eenvoudiger de streekkenmerken van meerdere objecten tegelijk te wijzigen.
Streken en vullingen kopiëren
Met het pipet kunt u streek- en vullingkenmerken van een object kopiëren en deze direct op een ander object toepassen. U kunt met het pipet ook een voorbeeld van de afbeelding maken in een bitmap om als vulling te gebruiken.
Wanneer u op een streek klikt, verandert het gereedschap automatisch in de inktfles. Wanneer u op een gevuld gebied klikt, verandert het gereedschap automatisch in het emmertje met de optie Vulling vergrendelen ingeschakeld.
Geschilderde gebieden wijzigen met het Emmertje
Met het emmertje kunt u een omsloten gebied met kleur vullen. U hebt de volgende mogelijkheden:
Lege gebieden vullen en de kleur van reeds geschilderde gebieden wijzigen.
Schilderen met effen kleuren, verlopen en bitmapvullingen.
Gebieden vullen die niet geheel zijn ingesloten.
Tussenruimten in vormcontouren door Animate laten sluiten terwijl u het emmertje gebruikt.
- Tussenruimten niet sluiten om tussenruimten handmatig te sluiten voordat u de vorm vult. Tussenruimten handmatig sluiten kan sneller zijn bij complexe tekeningen.
- Sluiten om een vorm die tussenruimten bevat, door Animate te laten vullen.
Wanneer een tussenruimte te groot is, moet u deze mogelijk handmatig sluiten.
Opties voor het Emmertje
Met het Emmertje kunt u nu klikken op de contouren van een object en deze slepen om ze te vullen met een door u gekozen kleur. U kunt de tool in elke gewenste richting op de contouren klikken en slepen. Het Emmertje vult de kleur in op de plekken waar stippen op de contouren worden vastgelegd.
Wanneer u het selectievakje Alle gebieden vullen inschakelt, worden alle gebieden van selectie gevuld met de kleur wanneer u gaat slepen.
Standaard is de optie Alle gebieden vullen uitgeschakeld. In deze modus wordt alleen een specifieke kleur gebruikt bij het vullen.
Wanneer Alle gebieden vullen niet is ingeschakeld (standaard)
- Wanneer de gebruiker in deze modus met de muis klikt (en het Emmertje is geactiveerd), zult u zien dat de kleur wordt vervangen. In dit geval wordt de kleur groen vervangen door rood.
- Als de gebruiker over een illustratie sleept, vervangt deze optie alleen de contouren die zijn gevuld met die groene kleur.
- Als de gebruiker over een lege gesloten contour sleept, wordt deze gevuld met rood.
- Als de onderliggende contour leeg was op het moment dat de gebruiker met de muis klikte, worden de lege contouren ingevuld wanneer de gebruiker met het Emmertje sleept.
Wanneer Alle gebieden vullen wel is ingeschakeld (standaard)
Alle gebieden worden gevuld met de geselecteerde kleur. In de illustratie hierboven is dat rood.
Verloop- en bitmapvullingen transformeren
U kunt een verloop- of bitmapvulling transformeren door de grootte, de richting of het centrum van de vulling aan te passen.
Middelpunt
Het greeppictogram voor het middelpunt is een pijl met vier richtingen.
Brandpunt
De greep voor het brandpunt wordt alleen weergegeven wanneer u een radiaal verloop selecteert. Het greeppictogram voor het brandpunt is een omgekeerde driehoek.
Grootte
Het greeppictogram voor de grootte (het middelste greeppictogram aan de rand van het selectiekader) is een cirkel met een pijl erin.
Rotatie
Past de rotatie van het verloop aan. Het greeppictogram voor rotatie (het onderste greeppictogram aan de rand van het selectiekader) bestaat uit vier pijlen in de vorm van een cirkel.
Breedte
Past de breedte van het verloop aan. Het greeppictogram voor de breedte (de vierkante greep) is een pijl met twee uiteinden.
Druk op de Shift-toets om de richting van een lineaire verloopvulling tot veelvouden van 45° te beperken.
A. Middelpunt B. Breedte C. Rotatie D. Grootte E. Brandpunt.
- Sleep het middelpunt van de verloop- of bitmapvulling om de positie van het middelpunt te wijzigen.
- Sleep de vierkante greep aan de rand van het selectiekader om de breedte van de verloop- of bitmapvulling te wijzigen. (Met deze optie wordt alleen de grootte van de vulling gewijzigd, niet het object dat de vulling bevat.)
- Sleep de vierkante greep onder aan het selectiekader om de hoogte van de verloop- of bitmapvulling te wijzigen.
- Sleep de cirkelvormige rotatiegreep in de hoek om de verloop- of bitmapvulling te roteren. U kunt ook de onderste greep van de selectiecirkel van cirkelvormige verlopen of vullingen slepen.
- Sleep de vierkante greep in het midden van het selectiekader om lineaire verlopen of vullingen te schalen.
- Sleep de middelste, cirkelvormige greep van de selectiecirkel om het brandpunt van een cirkelvormig verloop te wijzigen.
- Sleep een van de cirkelvormige grepen boven aan of aan de rechterkant van het selectiekader om een vulling binnen een vorm schuin te zetten of scheef te trekken.
- Schaal de vulling om tegels van een bitmap binnen een vorm toe te passen.
Selecteer Weergave > Plakbord wanneer u alle grepen wilt zien wanneer u met grote vullingen of vullingen dichtbij de rand van het werkgebied werkt.
Een verloop of bitmap vergrendelen om het werkgebied te vullen
U kunt een verloop- of bitmapvulling vergrendelen, zodat de vulling wordt uitgebreid over het gehele werkgebied. Objecten die met de vulling zijn geschilderd, worden als maskers weergegeven die het onderliggende verloop of de onderliggende bitmap zichtbaar maken.
Wanneer u de optie Vulling vergrendelen inschakelt met het penseel of het emmertje en met dit gereedschap schildert, wordt de verloop- of bitmapvulling uitgebreid over de objecten die u in het werkgebied schildert.
Vergrendelde verloopvulling gebruiken
Vergrendelde bitmapvulling gebruiken
Verwante informatie
Interactieve animaties maken met Animate
Ontwerp animaties voor cartoons, banners, games en het web.