Basisbeginselen van de module Ontwikkelen

Laatst bijgewerkt op 29 jul. 2024

De module Ontwikkelen bestaat uit twee sets met deelvensters en een werkbalk voor het weergeven en bewerken van een foto. Links ziet u de deelvensters Navigator, Voorinstellingen, Momentopnamen, Historie en Verzamelingen voor het voorvertonen en opslaan van foto's en voor het selecteren van wijzigingen die u in een foto hebt aangebracht. Rechts ziet u de tools en deelvensters waarmee u globale en plaatselijke wijzigingen in een foto kunt aanbrengen. De werkbalk bevat besturingselementen voor taken zoals het schakelen tussen de weergaven Voor en Na, het afspelen van een vrije presentatie en voor in- en uitzoomen.

Overzicht van modulen

  • Met het deelvenster Histogram in de module Ontwikkelen kunt u kleurtinten meten en deze aanpassen in de foto.
  • Aanvullende informatie over de status slimme voorvertoning van de foto wordt weergegeven onder histogram/EXIF-informatie/RGB-waarden.
  • Met de tools in het regelpaneel kunt u rode ogen corrigeren, stof en vlekken verwijderen, foto's uitsnijden en rechttrekken en specifieke gedeelten van een foto aanpassen.
  • Het deelvenster Standaard bevat de belangrijkste tools waarmee u de witbalans, kleurverzadiging, kleurbereik en HDR-bewerking van de foto aanpast.
  • Het deelvenster Kleurtooncurve bevat het histogram voor het perfectioneren van kleurtoonaanpassingen.  Kleurtooncurve geeft u met de schuifregelaar Verzad. verfijnen ook extra controle over het aanpassen van de kleurverzadiging terwijl u de curve aanpast.
  • Het deelvenster Kleurmixer bevat tools voor het aanpassen van kleuren. Als u de Alt- of Option-toets ingedrukt houdt terwijl u aanpassingen aanbrengt met de schuifregelaars voor de puntkleur of de kleurmixer, wordt alleen de actieve kleurtoon in kleur weergegeven en worden alle andere kleurtinten in grijswaarden weergegeven, zodat het effect beter zichtbaar is.
  • In het deelvenster Kleurverlopen kunt u zwart-witafbeeldingen inkleuren of speciale effecten aanbrengen in kleurenafbeeldingen.
  • In het deelvenster Detail kunt u de scherpte aanpassen en ruis reduceren.
  • In het deelvenster Vage lens kunt u eenvoudig vervagingseffecten toevoegen aan elk soort afbeelding. Met dit effect kunt u de achtergrond of voorgrond vervagen door een dieptetoewijzing van de afbeelding te maken met Adobe Sensei. Zie Diepte toevoegen met Vage lens voor meer informatie.
  • In het deelvenster Lenscorrecties kunt u door de cameralens veroorzaakte kleurafwijking en lensvignettering corrigeren.
  • In het deelvenster Transformeren kunt u de horizontale en verticale vervormingen corrigeren.
  • In het deelvenster Effecten kunt u een vignet toepassen op een uitgesneden foto of een filmkorreleffect toevoegen.
  • In het deelvenster Camerakalibratie kunt u de standaardkalibratie-instellingen van uw camera aanpassen.

 

De volgorde van de deelvensters Ontwikkelen aanpassen

U kunt de deelvensters Ontwikkelen rechts in de werkruimte naar de volgorde slepen waarin u ze wilt zien in het aangepaste deelvenstermenu Ontwikkelen. U kunt er ook voor kiezen om de deelvensters naar behoefte te tonen of te verbergen.   

Ga als volgt te werk om het menu van het deelvenster Ontwikkelen aan te passen:

Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac) op de koptekst van een deelvenster.

Selecteer Het deelvenster Ontwikkelen aanpassen in het contextmenu dat verschijnt.

Sleep in het dialoogvenster Het deelvenster Ontwikkelen aanpassen de namen van de deelvensters in de gewenste orde.

Klik op Opslaan.

Als u een deelvenster wilt verbergen, schakelt u het selectievakje naast de naam van het deelvenster uit. Als u een verborgen deelvenster wilt weergeven, schakelt u het selectievakje naast de naam van het deelvenster in. Klik op Standaardvolgorde om de standaardvolgorde te herstellen. 

Start Lightroom Classic opnieuw op om de deelvensters Ontwikkelen in de nieuwe volgorde te zien in het dialoogvenster Bevestigen dat verschijnt.

Weergaven in de module Ontwikkelen

Weergave Referentie

De weergave Referentie in de module Ontwikkelen biedt een speciale weergave voor 2 foto's die u kunt gebruiken om een referentiefoto (statische foto) naast een actieve foto (bewerkbare foto) te plaatsen. Deze weergave is handig wanneer u een foto zo wilt bewerken dat de foto eruitziet als een andere referentiefoto. Het gebruik van een referentiefoto kan bijvoorbeeld handig zijn als u het volgende wilt doen:

  • De look van een foto afstemmen op die van een vooraf ingestelde creatie.
  • De consistentie van de witbalans in foto's bepalen.
  • De fotokenmerken van een reeks foto's die u samen wilt gebruiken in een lay-out of presentatie, in balans brengen.
  • De toegepaste camera matching-profielen afstemmen op de look van door de camera gegenereerde JPG-bestanden.

Start weergave Referentie

U kunt de weergave Referentie starten vanuit de module Ontwikkelen en de module Bibliotheek.

De weergave Referentie starten vanuit de module Bibliotheek:

  1. Selecteer de foto die u wilt bewerken in de Rasterweergave of in de Loepweergave.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Selecteer vanuit de menubalk Foto > Openen in weergave Referentie of druk op de toetsencombinatie Shift+R.
    • Klik met de rechtermuisknop op een foto en kies Openen in referentieweergave in het contextmenu. 

Ga als volgt te werk om de weergave Referentie te starten vanuit de module Ontwikkelen:

  • Klik terwijl u een foto hebt geselecteerd op het pictogram  in de werkbalk. 

De geselecteerde foto wordt toegevoegd aan het venster Actief in weergave Referentie waar u deze foto in kunt bewerken.

Start de weergave Referentie vanuit de module Ontwikkelen of de module Bibliotheek
Weergave Referentie in de module Ontwikkelen; te bewerken foto in het venster Actief.

Selecteer een referentiefoto.

  • Sleep in de weergave Referentie een foto van de Filmstrip naar het venster Referentie om de foto in te stellen als referentiefoto.

U kunt ook een referentiefoto instellen vanaf het raster in de module Bibliotheek of de loepweergave in de module Ontwikkelen door met de rechtermuisknop op een foto te klikken en in het contextmenu te kiezen voor Instellen als referentiefoto.

Selecteer een referentiefoto.
Weergave Referentie met een referentiefoto in het venster Referentie aan de linkerkant en de te bewerken foto in het venster Actief aan de rechterkant.

U kunt het volgende doen om de referentiefoto te wijziging in de weergave Referentie:

  • Klik met de rechtermuisknop op een foto in de filmstrip en selecteer Instellen als referentiefoto in het contextmenu.
  • Sleep een nieuwe foto naar het venster Referentie.
  • Schakel over naar de module Bibliotheek, klik met de rechtermuisknop op een foto in het raster en selecteer Instellen als referentiefoto in het contextmenu.

Weergave Referentie toont de referentiefoto en de actieve foto standaard naast elkaar op het scherm. U kunt het volgende doen om de weergave om te wisselen naar boven/onder in de weergave Referentie:

  • Klik op het pictogram  in de werkbalk om te wisselen tussen weergave Referentie - links/rechts en weergave Referentie - boven/onder.
  • Kies de optie Weergave Referentie - boven/onder in het pop-upmenu.

Bewerk de actieve foto

Met de tools en deelvensters aan de rechterkant kunt u nu de actieve foto bewerken zodat deze er qua visuele karakteristieken en uitstraling hetzelfde uitziet als de referentiefoto.

Om de weergave Voor van uw actieve foto te zien terwijl u uw foto in de weergave Referentie bewerkt, drukt u op de toets \. Lightroom Classic geeft de vorige versie van uw foto in het venster Actief weer. De tekst 'Actief (voor)' wordt links bovenin het venster Actief weergegeven.

Pas de ontwikkelinstelling toe op de actieve foto in de weergave Referentie
Pas de ontwikkelinstelling toe op de actieve foto (rechts) zodat deze visueel lijkt op de karakteristieken en uitstraling van de referentiefoto (links).

Notitie

In de weergave Referentie kunt u alle ontwikkelingstools gebruiken om uw actieve foto te bewerken, behalve de tool Uitsnijden. Pas de meeste lokale bewerkingen, waaronder uitsnijden, toe op uw foto voordat u de weergave Referentie start.

Als u de tool Uitsnijden selecteert, wordt het dialoogvenster Het selecteren van de tool Uitsnijden sluit de weergave Referentie weergegeven. U kunt op Doorgaan klikken om af te sluiten. Klik op Annuleren om in de weergave Referentie te blijven.

U kunt het volgende doen om de actieve foto in de weergave Referentie te wijzigen:

  • Selecteer een andere foto in de filmstrip
  • Sleep een nieuwe foto naar het venster Actief.
  • Klik op het vergrendelpictogram van de referentiefoto in de werkbalk, schakel over naar de module Bibliotheek, selecteer een nieuwe foto en kies Foto > Openen in de weergave Referentie in de menubalk.
Notitie

Lightroom Classic haalt de huidige referentiefoto automatisch weg als u van de module Ontwikkelen naar een andere module wisselt. Als u de huidige referentiefoto in het venster Referentie wilt vergrendelen, klikt u op het vergrendelpictogram van de referentiefoto  in de werkbalk voordat u naar een andere module gaat.

Wanneer u in de weergave Referentie in de module Ontwikkelen werkt, worden in het gebied onder het Histogram de RGB/LAB-kleurwaarden weergegeven voor afzonderlijke pixels onder de tools Handje of Zoomen als u deze over de referentiefoto/actieve foto beweegt: 

Referentie/Actief R [referentiewaarde]/[actieve waarde] G [referentiewaarde]/[actieve waarde] B [referentiewaarde]/[actieve waarde] %

U kunt naar deze kleurwaarden verwijzen tijdens het aanpassen van de tint en de kleur van uw actieve foto. Zie voor meer informatie RGB- en LAB-kleurwaarden weergeven in de weergave Referentie.

Sluit weergave Referentie

Voer een van de volgende handelingen uit om de weergave Referentie te sluiten: 

  • Als u in de module Ontwikkelen wilt blijven, klikt u op het loeppictogram in de werkbalk of drukt u op de toets D.
  • Als u wilt terugkeren naar de module Bibliotheek, klikt u op Bibliotheek in de Modulekiezer of drukt u op de toetsen G of E.

Tijdens het werken in de weergave Referentie kunt u geselecteerde ontwikkelinstellingen van de huidige actieve foto toepassen op andere foto's. Zie Ontwikkelingswijzigingen toepassen op meerdere foto's in de weergave Referentie.

Voor- en Na-foto's weergeven

U kunt twee versies van een foto vergelijken terwijl u er ontwikkelinstellingen op toepast. In de weergave Voor wordt de oorspronkelijk geïmporteerde foto weergegeven, inclusief eventuele voorinstellingen die erop zijn toegepast. Deze foto blijft ongewijzigd, tenzij u er instellingen naartoe kopieert. In de weergave Na ziet u de wijzigingen die u op de foto toepast. Zoomen en pannen worden gesynchroniseerd uitgevoerd in beide weergaven.

  • Als u de weergaven Voor en Na één voor één wilt weergeven in de loepweergave, drukt u op de backslash (\) of kiest u Weergave > Voor/Na > Alleen Voor. Rechtsonder in de afbeelding ziet u dan "Voor" staan.
  • Als u de foto's Voor en Na tegelijk wilt weergeven in twee weergaven, klikt u op de knop voor weergaven Voor en Na in de werkbalk om de opties te doorlopen of kiest u een optie in het pop-upmenu.

    Voor/Na - links/rechts:

    Hiermee geeft u twee volledige versies van de foto weer, opgesplitst in twee weergaven naast elkaar.

    Voor/Na - splitsing links/rechts:

    Hiermee geeft u twee helften van de foto weer, opgesplitst in twee weergaven naast elkaar.

    Voor/Na - boven/onder:

    Hiermee geeft u twee volledige versies van de foto weer, in twee weergaven boven elkaar.

    Voor/Na - splitsing boven/onder:

    Hiermee geeft u twee helften van de foto weer, in twee weergaven boven elkaar.

Instellingen kopiëren naar de versie Voor of Na van een foto

Wanneer u in een weergave Voor en Na van uw foto werkt, kunt u de instellingen van de ene versie toepassen op de andere, en andersom.

  • Klik in de werkbalk op de knop Voor-instellingen kopiëren naar Na.
  • Klik in de werkbalk op de knop Na-instellingen kopiëren naar Voor.
  • Klik op Voor- en Na-instellingen omwisselen.
  • Kies Instellingen > Na-instellingen kopiëren naar Voor.
  • Kies Instellingen > Voor-instellingen kopiëren naar Na.
  • Kies Instellingen > Voor- en Na-instellingen omwisselen.
Notitie

Deze menuopdrachten zijn ook beschikbaar wanneer u de Voor- en Na-versies van een foto bekijkt in de loepweergave.

Alle actuele instellingen worden van de ene versie naar de andere versie gekopieerd. Als u één historische instelling wilt kopiëren, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of houdt u Control ingedrukt en klikt u (Mac OS) op een staat in het deelvenster Historie. Kies vervolgens Historiestapinstellingen kopiëren naar Voor.

Knoppen en tools in de module Ontwikkelen

De werkbalk Ontwikkelen tonen of verbergen

Kies Weergave > Werkbalk tonen of Werkbalk verbergen, of druk op de toets T.

De tools in het regelpaneel

Tools voor het uitvoeren van lokale bewerkingen op specifieke gebieden van een foto bevinden zich in de werkbalk onder het histogramdeelvenster.Selecteer een willekeurige tool om de opties ervan weer te geven in de werkbalk. Klik nogmaals op de tool om de lade te sluiten en terug te keren naar het Handje of de tool Zoomen.

Uitsnijdbedekking

Hier vindt u de tools Uitsnijdbedekking, Uitsnijdkader, het hangslotje voor hoogte-breedteverhouding plus bijbehorende opties, de tool Rechttrekken en de schuifregelaar Rechttrekken.

Verwijderen

Omvat Generatieve AI door (Adobe) Firefly om ongewenste voorwerpen uit de foto te verwijderen, de optie Verwijderen met behoud van inhoud met de schuifregelaars Grootte en Dekking evenals de opties Retoucheren en Klonen met de schuifregelaars Grootte, Doezelaar en Dekking

Rode-ogencorrectie

Hier vindt u de schuifregelaars voor Pupilgrootte en Donkerder. Klik op Herstellen om de wijzigingen in de foto te wissen.

Maskeren

 
  • Nieuw masker toevoegen: maskeer met één klik automatisch het onderwerp, de lucht en de achtergrond.
  • Tool Objecten: maskeer een object door het te bedekken met Penseelselectie of door een vak rond het object te tekenen met Rechthoekselectie. Pas de selectie aan met de schuifregelaar Grootte.
  • Penseel: hier vindt u opties voor de penseelbewerkingen Belichting, Contrast, Helderheid en andere kleurtoonaanpassingen voor specifieke gebieden van een foto.
  • Lineair verloop en Radiaal verloop: hier vindt u opties voor het maken van meerdere vignetgebieden buiten het middelpunt, om bepaalde delen van een foto te benadrukken.
  • Bereik: hier vindt u maskers voor Kleurbereik, Luminantiebereik en Dieptebereik om uw foto's aan te passen.
  • Personen: scant automatisch op individuen of groepen onderwerpen en biedt extra opties om gezichtshuid, ogen, haar en meer te maskeren.

Meer knoppen en tools in de module Ontwikkelen

Handje/tool Zoomen

Wanneer u de muisaanwijzer boven de foto plaatst, worden de R-, G- en B-kleurwaarden onder het histogram weergegeven. De tool die wordt weergegeven, is afhankelijk van uw weergave. Bij de vergroting Passen wordt de tool Zoomen geselecteerd. De tool Handje wordt geselecteerd in geval van de vergrotingen Vullen, 1:1 of hoger. Klik op de foto om te schakelen tussen Passen en 1:1.

Witbalans selecteren

Klik in het deelvenster Standaard op deze tool, kies de tool in het menu Weergave of druk op W om het te selecteren. Er worden opties weergegeven in de werkbalk.

Doelaanpassing

Pas bepaalde kleur- en kleurtoonregelaars aan door met de tool in de foto te slepen. Selecteer de tool in de deelvensters Kleurtooncurve of Kleurmixer, of in het menu Weergave. Als u de tool eenmaal hebt geselecteerd, kunt u verschillende doelen kiezen in het pop-upmenu Doelgroep in de werkbalk. Selecteer Puntkleur in het deelvenster Kleurenmixer om nauwkeurige kleuraanpassingen aan te brengen.

Loepweergave

Deze enkele-fotoweergave is zowel beschikbaar in de module Ontwikkelen als in de module Bibliotheek, maar de sneltoets voor de Loepweergave in de module Ontwikkelen is een D, terwijl de sneltoets in de module Bibliotheek een E is. Klik op de knop Loepweergave in de werkbalk om in beide modules snel over te schakelen naar de Loepweergave.

Bewerken in HDR

Selecteer HDR in het deelvenster Standaard voor de functies Weergeven, Bewerken en Exporteren in HDR. Hiermee kunnen alle soorten tools met visualisaties en histogrammen worden gebruikt om afbeeldingen eenvoudig weer te geven en te bewerken in HDR. Zie Bewerken en exporteren in HDR voor meer informatie.

Kopiëren en Plakken

Met deze knoppen onder aan de deelvensters links in het scherm kunt u de actuele instellingen kopiëren en in een geselecteerde foto plakken.

Vorige, Synchroniseren en Autom. synchr.

Deze knoppen onder aan de deelvensters rechts in het scherm zijn in- of uitgeschakeld, afhankelijk van het feit of er een of meerdere foto's zijn geselecteerd in de filmstrip. Als er maar één foto is geselecteerd, kunt u met de knop Vorige alle instellingen van de eerder geselecteerde foto kopiëren en in de momenteel in de filmstrip geselecteerde foto plakken. Als er meerdere bestanden zijn geselecteerd, kunt u met de knop Synchroniseren kiezen welke van de actuele instellingen van de momenteel geselecteerde foto u in de andere geselecteerde foto's wilt plakken. Met Autom. synchr. worden de andere geselecteerde foto's automatisch aangepast wanneer een schuifregelaar wordt verplaatst. Druk op Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) om de knop Synchroniseren te veranderen in de knop Autom. synchr.

De weergaven Voor en Na

De knop voor de Voor- en Na-weergaven biedt vier opties. U kunt twee foto's naast elkaar of onder elkaar weergeven, u kunt de hele foto in beide weergaven bekijken of u kunt de foto in tweeën splitsen. Klik op de knop Loepweergave om de weergaven Voor en Na uit te schakelen.

Instellingen kopiëren

Met deze drie knoppen kunt u de actuele instellingen van de weergave Na in de weergave Voor plakken, van de weergave Voor in de weergave Na of kunt u overschakelen tussen de weergaven. De knoppen worden weergegeven in de werkbalk wanneer u de weergave Voor en Na kiest in de module Ontwikkelen.

Indicator bewerken

Om bij te houden welke tools zijn gebruikt, wordt in het regelpaneel een punt zichtbaar onder elke gebruikte tool. Als de functie moet worden bijgewerkt, wordt in het regelpaneel een rode stip getoond. Zo ziet u een rode stip onder Maskeren als een AI-masker moet worden vernieuwd.

Oogindicator

Alle deelvensters hebben afzonderlijke oogindicatoren waarmee u kunt zien welk deelvenster een actieve instelling heeft. Bovendien kunt u het oogpictogram ingedrukt houden om de instellingen tijdelijk te verbergen in het subdeelvenster voor een beter overzicht. Als u een deelvenster wilt uitschakelen of de bewerkingsinstellingen van een bepaald deelvenster wilt herstellen, kunt u Alt of Option ingedrukt houden om een deelvensterschakelaar weer te geven in plaats van de oogindicator. U kunt op de schakelaar klikken om het deelvenster uit te schakelen, of de optie om een bewerking in het deelvenster te herstellen selecteren. Als u een deelvenster wilt uitschakelen of de instellingen van een bepaalde bewerking wilt herstellen, verschijnt een schakelknop in plaats van het oogpictogram en wordt de optie weergegeven om een bewerking in het deelvenster te herstellen. Als een deelvensterschakelaar is uitgeschakeld, wordt de indicator voor dat deelvenster met een doorgestreept oog weergegeven.

Tools en opties selecteren

Klik op de tool of kies een tool in het menu Tools. Als u de selectie van een tool wilt opheffen, klikt u eerst op de tool en daarna op Gereed, of selecteert u een andere tool. 

Het is niet mogelijk geïntegreerde Lightroom Classic-voorinstellingen of groepen voorinstellingen te exporteren. U kunt alleen aangepaste voorinstellingen exporteren.

Selecteer in de module Ontwikkelen in het deelvenster Voorinstellingen een aangepaste voorinstelling of een voorinstelling van derden die u wilt exporteren.

Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Ctrl ingedrukt en klik (Mac OS). Kies vervolgens Exporteren.

Geef de bestandsnaam op en klik op Opslaan.

Aanpassingen aan afbeeldingen ongedaan maken

U kunt in Lightroom Classic op verschillende manieren aanpassingen aan foto's ongedaan maken of herstellen terwijl u in de module Ontwikkelen werkt.

Notitie

Sla een momentopname of een voorinstelling van uw instellingen op voordat u deze ongedaan maakt, zodat u de instellingen niet voorgoed kwijtraakt.

Ga op een van de volgende manieren te werk om aanpassingen ongedaan te maken in de module Ontwikkelen:

  • Klik op de knop Opnieuw instellen om de standaardinstellingen van Lightroom Classic te herstellen.
  • Klik op de voorinstelling Algemeen, nulwaarden in het deelvenster Voorinstellingen om alle instellingen volledig te verwijderen.
  • Selecteer in het deelvenster Historie of Momentopnamen een eerdere versie die optrad voordat u de instellingen toepaste. U kunt de muis boven de stappen houden in de loepweergave in Ontwikkelen voor een voorvertoning van de bijbehorende afbeelding.
  • Dubbelklik op de afzonderlijke besturingselementen om de schuifregelaars weer in te stellen op nul.
  • Kies Ongedaan maken in het menu Bewerken. Lightroom Classic onthoudt alle instellingen die u instelt. U kunt al deze instellingen ongedaan maken door meerdere malen Ongedaan maken te kiezen.
Notitie

Als u Alt of Option ingedrukt houdt en een eerdere stap in het deelvenster Historie selecteert, worden alle wijzigingen boven de selectie gewist.