Lokale aanpassingen toepassen

Laatst bijgewerkt op 25 sep. 2023
Attentie

Vanaf Lightroom Classic 11.0 (versie van oktober 2021) zijn de volgende workflows niet meer van toepassing. Zie Maskeren voor gebruik van de nieuwste tools voor lokale aanpassingen.

Met de besturingselementen in de aanpassingsvensters in de module Ontwikkelen kunt u de kleur en tint van een hele foto aanpassen. Soms wilt u een aanpassing echter niet op de hele foto toepassen, maar slechts een bepaald gedeelte van de foto corrigeren. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u een gezicht lichter wilt maken, zodat het beter opvalt in een portret, of dat u de blauwe lucht in een landschap wilt corrigeren. In Lightroom Classic kunt u de tools Aanpassingspenseel en Gegradueerd filter gebruiken om de kleur en tint van een foto lokaal aan te passen.

Met de tool Aanpassingspenseel kunt u op selectieve wijze de belichting, de helderheid en de lichtsterkte aanpassen en andere aanpassingen aanbrengen door ze als het ware op de foto te tekenen.

Met de tool Gegradueerd filter kunt u dezelfde typen aanpassingen geleidelijk aanbrengen over een bepaald gebied van een foto. U kunt dit gebied net zo breed of smal maken als u wilt.

Net als voor alle andere aanpassingen in de module Ontwikkelen van Lightroom Classic geldt dat lokale aanpassingen niet-destructief zijn en dat deze niet definitief worden toegepast op de foto.

Videozelfstudie: Basisprincipes van het aanpassingspenseel

Een effect van het aanpassingspenseel of gegradueerd filter toepassen

Selecteer een foto die u wilt bewerken in de module Bibliotheek en druk op D om over te schakelen op de module Ontwikkelen. Om over te schakelen naar een andere foto in de module Ontwikkelen, kies je deze uit het deelvenster Collecties of de Filmstrip.

Selecteer het Aanpassingspenseel of het Verloopfilter in de werkbalk van de module Ontwikkelen.
Kies het type aanpassing dat je wilt maken uit het pop-upmenu Effect, of sleep de schuifregelaars:

Temperatuur

Hiermee past u de kleurtemperatuur van een gedeelte van de afbeelding aan om het gedeelte warmer of kouder te maken. Met het temperatuureffect van het Gegradueerd filter kunt u de kwaliteit verbeteren van foto's die zijn vastgelegd onder gemengde belichtingsomstandigheden.

Kleurtint

Hiermee compenseert u een groene of magenta kleurzweem

Belichting

Hiermee stelt u de algehele helderheid van de afbeelding in. Het toepassen van een lokale Belichting-correctie leidt tot resultaten die vergelijkbaar zijn met traditioneel tegenhouden en doordrukken.

Contrast

Hiermee wordt het afbeeldingscontrast aangepast, met name de middentonen

Hooglichten

Hiermee worden de details in overbelichte hooglichtgebieden in een afbeelding hersteld

Schaduwen

Hiermee worden de details in onderbelichte schaduwgebieden in een afbeelding hersteld

Witte tinten

Hiermee worden de witte punten in een foto aangepast

Zwarte tinten

Hiermee worden de zwarte punten in een foto aangepast

Textuur

Hiermee egaliseert of accentueert u details met structuur in een foto. Verplaats de schuifregelaar naar links om details te egaliseren of naar rechts om details te accentueren. Wanneer u de schuifregelaar Structuur aanpast, verandert de kleur of de tint niet.

Helderheid

Hiermee voegt u diepte aan een afbeelding toe door het plaatselijke contrast te verhogen

Nevel verwijderen

Hiermee versterkt of verzwakt u de bestaande nevel in een foto

Kleurtoon

Hiermee wordt de kleurtoon in een foto aangepast. Selecteer Fijnafstelling gebruiken voor nauwkeurige aanpassingen.

Verzadiging

Hiermee wordt de levendigheid van de kleur aangepast

Scherpte

Hiermee verbetert u de definitie van randen, zodat details in een foto meer in het oog springen. Een negatieve waarde resulteert in vervaging van details.

Ruis

Hiermee wordt de luminantieruis gereduceerd die kan optreden wanneer schaduwgebieden worden verhelderd.

Moiré

Hiermee worden moiréobjecten of kleuraliasing verwijderd

Rand verwijderen

Hiermee verwijdert u kleuren langs de randen

Kleur

Hiermee wordt een kleurtint toegepast op het gebied waarop de lokale correctie van toepassing is. Selecteer de kleurtoon door op het staal Kleur te klikken. Het effect Kleur blijft behouden als u de foto omzet in zwart-wit.

Overige effecten

Er zijn meer effecten beschikbaar voor specifieke taken, zoals het witter maken van tanden, het verbeteren van irissen en het verzachten van huidskleuren.

Opmerking: als Doordrukken (donkerder), Tegenhouden (lichter), Irisverbetering, Huid verzachten of Tanden witter maken niet beschikbaar zijn, kiest u Lightroom Classic > Voorkeuren (Mac OS) of Bewerken > Voorkeuren (Windows). Klik op het tabblad Voorinstellingen op Voorinstellingen voor lokale aanpassingen herstellen.

Sleep de individuele effectschuifregelaars om de waarden te verhogen of verlagen.
(Alleen Aanpassingspenseel) Geef opties op voor Aanpassingspenseel A:

Grootte

Hiermee geeft u de diameter van het penseeluiteinde op in pixels.

Doezelaar

Creëert een zachte overgang tussen het met het penseel bewerkte gebied en de omringende pixels.Wanneer je het penseel gebruikt, staat de afstand tussen de binnen- en buitencirkel voor de hoeveelheid Doezelaar.

Stroom

Hiermee regelt u de toepassingsgraad voor de aanpassing.

Automatisch maskeren

Hiermee beperkt u de penseelstreken tot gebieden met dezelfde kleur.

Dichtheid

Hiermee regelt u de hoeveelheid transparantie van de penseelstreek.

Sleep in de foto om het effect toe te passen.

Een pin verschijnt op het eerste applicatiepunt en de maskermodus verandert naar Bewerken.Voor een Verlopen filter-effect vertegenwoordigen drie witte gidsen het centrum, lage en hoge bereik van het effect.

Een gegradueerd filter of radiaalfilter wijzigen met besturingselementen voor het penseel

U kunt Gegradueerd-filtermaskers wijzigen met de besturingselementen voor het penseel. Als u een masker hebt toegevoegd en de besturingselementen van het penseel wilt openen, selecteert u de optie Penseel naast Nieuw/Bewerken.

Besturingselementen voor het penseel in Lightroom Classic CC

Gebruik de penselen + en - (Wissen) zoals u wenst. In Lightroom Classic kunt u drie verschillende filterpenselen aanpassen: A (+), B (+) en Wissen (-). U kunt de volgende instellingen voor deze penselen aanpassen: 

  • Grootte: De grootte van het penseel
  • Doezelaar: De mate van het doezeleffect voor het penseel
  • Stroom: De hoeveelheid verf die met elke penseelstreek op het gebied wordt toegepast. Als Stroom bijvoorbeeld wordt ingesteld op 20%, wordt met de eerste penseelstreek 20% aan verf toegepast. Bij de volgende penseelstreek neemt de hoeveelheid verf toe tot 40%. 
  • Dichtheid: De maximale dekking van het penseel. Als u voor deze optie bijvoorbeeld een waarde van 40% instelt, wordt de dekking van het penseel niet groter dan 40%.
Notitie

Schakel de optie Automatisch maskeren in om verf toe te passen binnen de randen van een gebied. Lightroom Classic maskeert het gebied om te voorkomen dat uw penseelstreken buiten het gebied terechtkomen. Let er bij het verven op dat de kern van het penseel zich bevindt binnen het gebied dat u wilt verven.

Penseelinstellingen in Lightroom Classic CC
Filterpenseelinstellingen

U kunt wijzigingen die u hebt aangebracht in de drie penselen (A, B en Wissen), ongedaan maken en de standaardstatus van de penselen weer instellen door te klikken op de knop Penselen herstellen.

Een effect van het aanpassingspenseel of gegradueerd filter/radiaalfilter bewerken

Voer een van de volgende handelingen uit om een effect van het Aanpassingspenseel of Gegradueerd filter te bewerken:

  • Druk op H om de punt en de hulplijnen voor Gegradueerd filter te tonen of te verbergen of kies een weergavemodus in het menu Bewerkingspunten tonen in de werkbalk.
  • Druk op O om een maskeroverlay van het Aanpassingspenseel-effect te tonen of te verbergen of klik op de optie Geselecteerde maskeroverlay tonen in de werkbalk.
  • Druk op Shift + O om een rode, groene of witte maskeroverlay van het effect van de tool Aanpassingspenseel te doorlopen.
  • Sleep de regelaars onder Effect.
  • Druk op Ctrl+Z (Windows) of Command+Z (Mac OS) om uw aanpassingshistorie ongedaan te maken.
  • Klik op Opnieuw instellen om alle met de geselecteerde tool uitgevoerde aanpassingen te verwijderen.
  • Verwijder een met het Aanpassingspenseel of Gegradueerd filter aangebracht effect door de desbetreffende punt te selecteren en op Delete te drukken.
  • (De tool Aanpassingspenseel) Plaats de aanwijzer boven de punt en sleep de pijl met twee punten naar rechts om het effect te versterken of naar links om het effect af te zwakken.
  • (De tool Aanpassingspenseel) Selecteer de penseeloptie Wissen en teken over de aanpassing als u de aanpassing gedeeltelijk ongedaan wilt maken.
  • (De tool Gegradueerd filter) Sleep het punt om het middelpunt van het effect te verplaatsen.
  • (De tool Gegradueerd filter) Plaats de aanwijzer boven de witte lijn in het midden tot u een kromme pijl met twee punten ziet en sleep om het effect te roteren.
  • (De tool Gegradueerd filter) Sleep een witte buitenlijn naar de rand van de foto om het effect in dat gedeelte van het spectrum uit te breiden. Sleep naar het middelpunt van de foto om het effect in dat gedeelte van het spectrum in te perken.

Lokale aanpassingen toepassen met de maskers Kleur-, Luminantie- of Dieptebereik

Bijgewerkt in de Lightroom Classic - versie van oktober 2018

Met de besturingselementen voor kleurbereikmasker, luminantiebereikmasker en dieptebereikmasker  kunt u snel een nauwkeurig maskergebied in uw foto tot stand brengen, zodat u lokale aanpassingen kunt aanbrengen.

U begint met het maken van een snelle, eerste maskerselectie met de Aanpassingspenselen of het Radiaalfilter/Gegradueerde filter. Verfijn uw selectie vervolgens met de Kleurbereikkiezer om monsters te nemen van de kleuren in het maskergebied, met de selector of schuifregelaar voor het luminantiebereik om de eindpunten van het luminantiebereik van het selectiemasker in te stellen of met de selector of schuifregelaar voor het dieptebereik om de eindpunten van het dieptebereik van het selectiemasker in te stellen.

Werken met een dieptebereikmasker

diepte-bereik-masker

Notitie

Het dieptebereikmasker is alleen beschikbaar voor foto's waarin dieptegegevens zijn ingesloten. Momenteel geldt dat alleen voor HEIC-bestanden die in de modus Staand zijn vastgelegd met de ingebouwde iOS-camera-app van een Apple iPhone 7+, 8+, X, XS, XS MAX en XR (hier vindt u een lijst met ondersteunde Apple iPhones). Als er geen beschikbare dieptegegevens voor een afbeelding beschikbaar zijn, is de optie Diepte uitgeschakeld in het keuzemenu Bereikmasker.

Nadat u een eerste selectiemasker op uw foto hebt gemaakt met de aanpassingspenselen, het radiaalfilter of het gegradueerd filter, kunt u het maskergebied verfijnen aan de hand van het dieptebereik van de selectie.

Selecteer een foto die u wilt bewerken in de module Bibliotheek en druk op D om over te schakelen op de module Ontwikkelen. Als u in de module Ontwikkelen een andere foto wilt bekijken, kiest u deze foto in het deelvenster Verzamelingen of in de filmstrip.

Opmerking:

Als u aanpassingen met het dieptebereikmasker wilt aanbrengen op uw bestaande HEIC-afbeeldingen (met ingesloten dieptegegevens) waarvan de slimme voorvertoningen in Lightroom Classic CC 7.5 zijn gegenereerd, moet u de slimme voorvertoningen voor die afbeeldingen opnieuw genereren na het uitvoeren van een upgrade naar de nieuwste versie van Lightroom Classic. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de dieptegegevens in de slimme-voorvertoningsbestanden worden opgenomen. Selecteer de bestanden waarvoor u slimme voorvertoningen opnieuw wilt genereren en klik op Bibliotheek > Voorvertoningen > Slimme voorvertoningen maken.

HEIC-foto met diepte-informatie
HEIC-foto met diepte-informatie wordt bewerkt in de module Ontwikkelen

Selecteer de tool Aanpassingspenseel, Gegradueerd filter of Radiaalfilter in het regelpaneel van de module Ontwikkelen. Maakt vervolgens een eerste selectiemasker over een specifiek gedeelte van de foto dat u wilt corrigeren.

Eerste masker gemaakt met een Gegradueerd filter
Eerste masker gemaakt met een Gegradueerd filter dat de hele foto bedekt

Kies in de Penseelinstellingen in het deelvenster Aanpassingen het type Bereikmasker als Diepte in de vervolgkeuzelijst. Standaard is het Bereikmasker ingesteld op Uit.

Voer een van de volgende handelingen uit om een dieptebereik in het maskergebied te selecteren:

  • Pas de schuifregelaar Bereik aan om de eindpunten van het geselecteerde dieptebereik in te stellen.
  • Selecteer Dieptebereikselector    in het deelvenster Bereikmasker. Klik op een gebied in de foto dat u wilt aanpassen en versleep dit. Het wordt aanbevolen om een kleiner gebied te kiezen met de tool Dieptebereikselector om u te beperken tot een specifiek dieptebereik. 

De tool Dieptebereikselector is een optionele sneltoets voor het verfijnen van de schuifregelaar Bereik op basis van uw selectie.

Selecteer de optie Dieptemasker tonen om het dieptemasker te visualiseren
Visualisering van het dieptemasker dat over objecten op de voorgrond is aangebracht om selectieve aanpassingen te kunnen toepassen.

Selecteer het selectievakje Dieptemasker tonen om de diepte van de afbeelding in een zwart-witweergave te bekijken. Het witte deel van de  foto vertegenwoordigt de voorgrond, terwijl het zwarte deel van de foto de achtergrond vertegenwoordigt. De rode kleur toont het feitelijk gemaskeerde gebied. Dit is een doorsnede van de diepte en de lokale aanpassing die is toegepast.

Gebruik de schuifregelaar Vloeiendheid om in te stellen hoe vloeiend het wegvallen is aan beide uiteinden van het geselecteerde dieptebereik.
Notitie

Als u een nauwkeuriger beeld van het maskergebied wilt krijgen, houdt u Alt (Win) of Optie (Mac) ingedrukt terwijl u de schuifregelaars voor bereik of vloeiendheid verplaatst om een zwart-witvisualisatie van uw foto te krijgen.

Aanpassingen toegepast op het gemaskeerde gebied
Lokale aanpassingen toegepast op het dieptemasker.

Nadat u het maskergebied verfijnt, kunt u vanuit het pop-upmenu Effect selectieve wijzigingen maken voor nauwkeurige fotografische bewerkingen.

Werken met een Kleurbereikmasker

Nadat u een eerste selectiemasker op uw foto maakt met de Aanpassingspenselen of Radiaalfilter/Gegradueerde filters, kunt u het selectiemasker verfijnen gebaseerd op de kleuren die u selecteert in het maskergebied.

Selecteer een foto die u wilt bewerken in de module Bibliotheek en druk op D om over te schakelen op de module Ontwikkelen. Om over te schakelen naar een andere foto in de module Ontwikkelen, kies je deze uit het deelvenster Collecties of de Filmstrip.

Selecteer de tool Penseel in de toolstrip van de module Ontwikkelen. Maak vervolgens een eerste selectiemasker over een specifiek gedeelte van de foto die u wilt corrigeren.

Kies in de Penseelinstellingen in het deelvenster Aanpassingen het type Bereikmasker als Kleur in de vervolgkeuzelijst. Standaard is het Bereikmasker ingesteld op Uit.

Gebruik de Kleurbereikkiezer  om kleuren in het maskergebied te selecteren. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

  • Als u één kleur in het maskergebied wilt selecteren, klikt u met de Kleurbereikkiezer op de gewenste locatie op de foto.
  • Ga op een van de volgende manieren te werk om de kleurselectie te verfijnen: 
    • Klik+sleep een gebied rond de kleuren in de foto die u wilt aanpassen.
    • Shift+klik om meerdere kleurenselecties toe te voegen. U kunt maximaal vijf kleurenselecties toevoegen door Shift in te drukken terwijl u op de afbeelding klikt.
  • Als u een bestaande kleurselectie binnen het kleurbereikmasker wilt verwijderen, drukt op u Option (Mac)/Alt (Windows) en klikt u op de selectie die u wilt verwijderen.
Een Kleurbereikmasker dat de achtergrondkleuren in de foto bedekt.
Een Kleurbereikmasker dat de achtergrondkleuren in de foto bedekt. Het Kleurbereikmasker is gemaakt door met de Kleurbereikkiezer nabij de linkerbovenkant van de foto een gebied te selecteren dat alle achtergrondkleuren bevat. Verminder vervolgens met behulp van de schuifregelaar voor kleurbereik het effect op de bladeren.

Pas de schuifregelaar voor hoeveelheid aan om het bereik aan geselecteerde kleuren te vergroten of verkleinen.

Notitie

Als u een nauwkeuriger beeld van het maskergebied wilt krijgen, houdt u Alt (Win) of Optie (Mac) ingedrukt terwijl u de schuifregelaar voor hoeveelheid verplaatst om een zwart-witvisualisatie van uw foto te krijgen.

Druk op Esc om de kleurweergave af te sluiten. 

Lokale aanpassingen toegepast op het kleurenmasker.
Lokale aanpassingen toegepast op het kleurenmasker. Verminderde belichting, hooglichten en verzadiging in het Effectenmenu maken de achtergrond donkerder en laten de bladeren er meer uitspringen.

Nadat u het maskergebied verfijnt, kunt u vanuit het pop-upmenu Effect selectieve wijzigingen maken voor nauwkeurige fotografische bewerkingen.

Werken met een Luminantiebereikmasker

Nadat u een eerste selectiemasker op uw foto maakt met de Aanpassingspenselen of Radiaalfilter/Gegradueerde filters, kunt u het maskergebied verfijnen gebaseerd op het luminantiebereik van de selectie.

Selecteer een foto die u wilt bewerken in de module Bibliotheek en druk op D om over te schakelen op de module Ontwikkelen. Om over te schakelen naar een andere foto in de module Ontwikkelen, kies je deze uit het deelvenster Collecties of de Filmstrip.

Foto wordt bewerkt met een Luminantiebereikmasker
Foto wordt bewerkt in de module Ontwikkelen

Selecteer de tool Aanpassingspenseel, Gegradueerd filter of Radiaalfilter in het regelpaneel van de module Ontwikkelen. Maakt vervolgens een eerste selectiemasker over een specifiek gedeelte van de foto dat u wilt corrigeren.

Gegradueerd filter voor alle lucht in de foto
Eerste masker gemaakt met een Gegradueerd filter die de hele lucht in de foto bedekt

Kies in de Penseelinstellingen in het deelvenster Aanpassingen het type Bereikmasker als Luminantie in de vervolgkeuzelijst. Standaard is het Bereikmasker ingesteld op Uit.

Schakel de optie Luminantiemasker tonen in om het masker te visualiseren
Een Luminantiebereikmasker dat de lichtere gele wolken bedekt in de meerderheid van het centrale deel van de scène.

Voer een van de volgende handelingen uit om een luminantiebereik in het maskergebied te selecteren:

  • Pas de schuifregelaar Bereik aan om de eindpunten van het geselecteerde luminantiebereik in te stellen.
  • Selecteer Luminantiebereikselector    in het deelvenster Bereikmasker. Klik op een gebied in de foto dat u wilt aanpassen en versleep dit. U kunt het beste een klein gebied kiezen om u te beperken tot een specifiek luminantiebereik. 

De tool Luminantiebereikselector is een optionele sneltoets voor het verfijnen van de schuifregelaar Bereik op basis van uw selectie.

Selecteer het selectievakje Luminantiemasker tonen om de luminantiegegevens van de afbeelding in een zwart-witweergave te bekijken. Het gedeelte in rood toont het feitelijk gemaskeerde gebied. Dit is een doorsnede van de luminantie en de lokale aanpassing die is toegepast.

Gebruik de schuifregelaar Vloeiendheid om in te stellen hoe vloeiend het wegvallen is aan een van de kanten van het geselecteerde luminantiebereik.

Notitie

Als u een nauwkeuriger beeld van het maskergebied wilt krijgen, houdt u Alt (Win) of Optie (Mac) ingedrukt terwijl u de schuifregelaars voor bereik of vloeiendheid verplaatst om een zwart-witvisualisatie van uw foto te krijgen.

Lokale aanpassingen toegepast op het luminantiebereikmasker
Lokale aanpassingen toegepast op het luminantiebereikmasker. De opties Verhoogde temperatuur, Contrast en Hooglichten in het menu Effect verbeteren het kleurcontrast in de scène.

Nadat u het maskergebied verfijnt, kunt u vanuit het pop-upmenu Effect selectieve wijzigingen maken voor nauwkeurige fotografische bewerkingen.

Met meerdere lokale aanpassingen werken

Houd het volgende in gedachten bij het toepassen en werken met meerdere lokale aanpassingen:

  • Klik op een speld om deze te selecteren. Het middelpunt van een geselecteerd punt is zwart. Niet-geselecteerde pinnen zijn effen wit.

  • Druk eenmaal op H om de geselecteerde speld te tonen; druk nogmaals op H om alle spelden te verbergen; druk een derde keer op H om alle spelden te tonen.

  • Wanneer de Aanpassingspenseel is geselecteerd, zijn alleen aanpassingsspelden beschikbaar voor bewerking. Wanneer het Verloop filter is geselecteerd, zijn alleen verloopfilterspelden beschikbaar voor bewerking.

  • De gereedschaplade van het Aanpassingspenseel laat je opties instellen voor twee penselen, A en B.Selecteer een penseel door op de letter te klikken of schakel tussen penselen door op de schuine streep (/) te drukken.Penseeloptie 'blijven hangen' ongeacht het effect dat je kiest om toe te passen totdat je ze wijzigt.

Voorinstellingen voor lokale aanpassingseffecten maken

Voer de volgende stappen uit om voorinstellingen voor lokale aanpassingseffecten in te stellen:

Pas een effect toe met het Verloop filter of de Aanpassingspenseel.
Kies Huidige instellingen opslaan als nieuwe voorinstelling in het pop-upmenu Effect.
Typ in het dialoogvenster Nieuwe voorinstelling een naam in het vak Naam voorinstelling en klik op Maken.

De voorinstelling wordt weergegeven in het pop-upmenu Effect.

Notitie

Voorinstellingen tool van de Aanpassingspenseel bevatten geen penseeloptie.