Handboek Annuleren

Fotoprojecten maken

  1. Photoshop Elements Handboek
  2. Inleiding tot Photoshop Elements
    1. Nieuw in Photoshop Elements
    2. Systeemvereisten | Photoshop Elements
    3. Basisbeginselen van de werkruimte
    4. Modus Met instructies
    5. Fotoprojecten maken
  3. Werkruimte en omgeving
    1. Kennismaken met het beginscherm
    2. Beginselen van de werkruimte
    3. Tools
    4. Deelvensters en vakken
    5. Bestanden openen
    6. Linialen, rasters en hulplijnen
    7. De verbeterde modus Snel
    8. Uitleg over bestandsinformatie
    9. Voorinstellingen en bibliotheken
    10. Ondersteuning voor multi-aanraking
    11. Werkschijven, plug‑ins en updates van de toepassing
    12. Handelingen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren en annuleren
    13. Afbeeldingen weergeven
    14. Windows 7-functies gebruiken
  4. Foto's corrigeren en verbeteren
    1. Afbeeldingen vergroten/verkleinen
    2. Uitsnijden
    3. Camera Raw-afbeeldingsbestanden verwerken
    4. Vervaging toevoegen, kleuren vervangen en gedeelten van een afbeelding klonen
    5. Schaduwen en licht aanpassen
    6. Foto's retoucheren en corrigeren
    7. Foto's verscherpen
    8. Transformeren
    9. Automatische slimme tint
    10. Opnieuw samenstellen
    11. Handelingen gebruiken om foto's te verwerken
    12. Photomerge-compositie
    13. Een panorama maken
  5. Tekst en vormen toevoegen
    1. Tekst toevoegen
    2. Tekst bewerken
    3. Vormen maken
    4. Vormen bewerken
    5. Overzicht van de tekenfuncties
    6. Tekentools
    7. Penselen instellen
    8. Patronen
    9. Opvullingen en lijnen
    10. Verlopen
    11. Werken met Aziatische tekst
  6. Bewerkingen met instructies, effecten en filters
    1. Modus Met instructies
    2. Filters
    3. Modus Met instructies: Photomerge-bewerkingen
    4. Modus Met instructies - Basisbewerkingen
    5. Aanpassingsfilters
    6. Effecten
    7. Modus Met instructies: Grappige bewerkingen
    8. Modus Met instructies - Speciale bewerkingen
    9. Artistieke filters
    10. Modus Bewerken met instructies: Kleurbewerkingen
    11. Modus Met instructies: Zwart-wit-bewerkingen
    12. Vervagingsfilters
    13. Penseelstreekfilters
    14. Vervormingsfilters
    15. Overige filters
    16. Ruisfilters
    17. Renderingsfilters
    18. Schetsfilters
    19. Stileerfilters
    20. Structuurfilters
  7. Werken met kleuren
    1. Kleur begrijpen
    2. Kleurbeheer instellen
    3. De grondbeginselen van kleur- en tooncorrectie
    4. Kleuren kiezen
    5. Kleur, verzadiging en kleurtoon aanpassen
    6. Kleurzweem corrigeren
    7. Afbeeldingsmodi en kleurentabellen gebruiken
    8. Kleuren en Camera Raw
  8. Werken met selecties
    1. Selecties maken in Photoshop Elements
    2. Selecties opslaan
    3. Selecties aanpassen
    4. Selecties verplaatsen en kopiëren
    5. Selecties bewerken en verfijnen
    6. Selectieranden vloeiend maken met anti-aliasing en doezelen
  9. Werken met lagen
    1. Lagen maken
    2. Lagen bewerken
    3. Lagen kopiëren en rangschikken
    4. Aanpassings- en opvullagen
    5. Uitknipmaskers
    6. Laagmaskers
    7. Laagstijlen
    8. Dekking en overvloeimodi
  10. Fotoprojecten maken
    1. Grondbeginselen van projecten
    2. Fotoprojecten maken
    3. Fotoprojecten bewerken
  11. Foto's opslaan, afdrukken en delen
    1. Afbeeldingen opslaan
    2. Foto's afdrukken
    3. Foto's online delen
    4. Afbeeldingen optimaliseren
    5. Afbeeldingen optimaliseren voor de JPEG-indeling
    6. Dithering in webafbeeldingen
    7. Bewerken met instructies: Deelvenster Delen
    8. Webafbeeldingen vooraf bekijken
    9. Transparantie en matte gebruiken
    10. Afbeeldingen optimaliseren voor de GIF- of PNG-8-indeling
    11. Afbeeldingen optimaliseren voor de PNG-24-indeling
  12. Sneltoetsen
    1. Toetsen voor het selecteren van tools
    2. Toetsen voor het selecteren en verplaatsen van objecten
    3. Toetsen voor het deelvenster Lagen
    4. Toetsen voor het tonen of verbergen van deelvensters (modus Expert)
    5. Toetsen voor tekenen en penselen
    6. Toetsen voor het gebruik van tekst
    7. Toetsen voor het filter Uitvloeien
    8. Toetsen voor het transformeren van selecties
    9. Toetsen voor het deelvenster Kleurstalen
    10. Toetsen voor het dialoogvenster Camera Raw
    11. Toetsen voor de Filtergalerie
    12. Toetsen voor het gebruik van overvloeimodi
    13. Toetsen voor het weergeven van afbeeldingen (modus Expert)

Met fotoprojecten kunt u heel eenvoudig professioneel ogende fotoboeken, wenskaarten, fotokalenders, fotocollages, cd-/dvd-hoesjes en cd-/dvd-labels maken. De knop Maken in de rechterbovenhoek van het Photoshop Elements-venster bevat een lijst met de fotoprojecten die beschikbaar zijn in Photoshop Elements. 

Fotoprojecten worden opgeslagen in de fotoprojectindeling (.pse).  U kunt de fotoprojecten met uw eigen printer afdrukken, opslaan op uw vaste schijf of delen via e-mail.

Knop Maken en lijst met beschikbare opties

Opmerking:

Als u grote fotoprojecten met veel pagina's maakt, dient u minstens 1 GB RAM te hebben voor optimale prestaties.

Fotocollages maken

Maak eenvoudig grote fotocollages om herinneringen te laten voortleven.  

Voorbeelden van fotocollages

Maak fotocollages in de PSE 2019-versie

Voer de volgende stappen uit in Elements 2019-versie om een fotocollage te maken:

  1. Open twee of meer foto's in Photoshop Elements.

    Opmerking:

    U kunt ook foto's selecteren in de Elements Organizer. Er kunnen maximaal 8 foto's worden geselecteerd om een fotocollage te maken.

  2. Klik op Maken > Fotocollage.

    Op basis van het aantal openstaande foto's wordt automatisch een aantrekkelijke collage gemaakt. Met behulp van de intelligente optie voor automatisch uitsnijden, wordt het meest prominente deel van de foto (gezicht) scherpgesteld en in de collagekaders geplaatst.  

  3. (Optioneel) Selecteer een lay-out voor uw fotocollage.

    De lay-outsuggesties worden weergegeven op basis van het aantal foto's in uw collage. U kunt een lay-out kiezen uit vier categorieën: Landschap, Portret, Facebook-omslag en Instagram.

  4. (Optioneel) Foto's toevoegen, verwijderen, vervangen en uitwisselen uit uw collage.

    • Een foto toevoegen: Klik op Computer om een foto toe te voegen die op uw computer is opgeslagen. Of klik op Organizer om foto's uit uw catalogus of albums te selecteren.
    Foto's toevoegen vanaf een computer of Organizer

    • Foto vervangen: Klik met de rechtermuisknop op de foto die u wilt vervangen. Selecteer in het contextmenu Foto vervangen om het dialoogvenster Foto kiezen te openen en selecteer de gewenste foto van uw computer die u wilt vervangen.
    Foto verwijderen of verwisselen

    • Foto verwijderen: Klik met de rechtermuisknop op de foto die u wilt verwijderen. Selecteer in het contextmenu Foto verwijderen.  
    • Foto's verwisselen: U kunt foto's uitwisselen tussen de kaders van uw fotocollage. Klik met de rechtermuisknop op een foto die u wilt wisselen, selecteer de optie Versleep om de foto om te wisselen, sleep de foto naar de fotolijst waarmee u de foto wilt ruilen. Wanneer u een dubbele pijlcursor ziet, zet u de foto neer. Foto's tussen de bron- en doelkaders worden verwisseld.
    Eenvoudig foto's uitwisselen in uw collage

    Wanneer u een foto toevoegt of verwijdert uit uw collage, wordt automatisch een nieuwe lay-out op de collage toegepast.  

  5. (Optioneel) Dubbelklik op een foto om de heads-up-display (HUD) weer te geven. Gebruik de HUD om uw foto naar links of rechts te draaien, in of uit te zoomen, de foto te vervangen of om de foto te verwijderen. Nadat u de gewenste wijzigingen hebt aangebracht, klikt u op het groene vinkje om uw wijzigingen vast te leggen.

    Gebruik de HUD om een foto te draaien, in te zoomen, te vervangen of te verwijderen

  6. (Optioneel) Klik op Afbeeldingen in de rechterbenedenhoek om een achtergrond of een kader te kiezen.  Dubbelklik op een gewenste achtergrond of kader om toe te passen op uw collage.  

    Pas een achtergrond of kader van uw keuze toe

  7. (Optioneel) Klik op Modus Geavanceerd of Modus Standaard om de modus in te stellen waarin u de gewenste foto's wilt weergeven en wijzigen.

    In de modus Standaard kunt u tekst toevoegen, en tekst of afbeeldingen verplaatsen.

    In de modus Geavanceerd kunt u de complete toolbox en alle laagopties gebruiken. U kunt de opties gebruiken om de afbeeldingen te retoucheren en lagen te bewerken. 

  8. Voer een van de volgende handelingen uit om de fotocollage op te slaan:

    • Klik op Opslaan in de taakbalk. U kunt uw fotocollage opslaan in verschillende formaten zoals Photoshop, BMP, JPEG, PNG en meer.
    • Klik op Bestand > Opslaan. Standaard word de collage/het project opgeslagen in de map Afbeeldingen, maar u kunt een andere locatie kiezen.
    • Druk op Ctrl+S (Windows) of Command+S (Mac OS).
  9. Voer een van de volgende handelingen uit om de fotocollage af te drukken:

    • Klik op Afdrukken in de taakbalk.
    • Klik op Bestand > Afdrukken.
    • Druk op Ctrl+P (Windows) of Command+P (Mac OS).

Maak fotocollages in PSE 2018 en eerdere versies

Voer de volgende stappen uit in Elements 2018 en eerdere versies om een fotocollage te maken:

  1. Selecteer Maken > Fotocollage.

  2. Voer de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Fotocollage en klik op OK:

    • Selecteer een formaat voor de fotocollage.
    • Selecteer een thema.
    • Selecteer Automatisch vullen met geselecteerde afbeeldingen als u afbeeldingen wilt gebruiken die in het fotovak zijn geselecteerd.
  3. Het project wordt geopend met de volgende opties in de rechterbenedenhoek:

    • Pagina's: Hier ziet u de pagina's van de fotocollage
    • Lay-out: Hier ziet u de lay-out van de fotocollage
    • Afbeeldingen: Hier kunt u de achtergrond, kaders en afbeeldingen in de fotocollage wijzigen

    Ga als volgt te werk:

    • Voeg foto's toe aan uw fotocollage.
    • Voeg de achtergrond toe.
    • Voeg kaders toe als u meerdere foto's aan één pagina wilt toevoegen.
    • Voeg desgewenst afbeeldingen toe. 
  4. (Optioneel) Klik op Modus Geavanceerd of Modus Standaard om de modus in te stellen waarin u de gewenste foto's wilt weergeven en wijzigen.

    In de modus Standaard kunt u tekst toevoegen, en tekst of afbeeldingen verplaatsen.

    In de modus Geavanceerd kunt u de complete toolbox en alle laagopties gebruiken. U kunt de opties gebruiken om de afbeeldingen te retoucheren en lagen te bewerken. 

  5. Voer een van de volgende handelingen uit om de fotocollage op te slaan:

    • Klik op Opslaan in de taakbalk.
    • Kies Bestand > Opslaan. Standaard worden projecten opgeslagen in de map Mijn afbeeldingen, maar u kunt een andere locatie kiezen.
    • Druk op Ctrl+S (Windows) of Command+S (Mac OS).
  6. Voer een van de volgende handelingen uit om de fotocollage af te drukken:

    • Kies Bestand > Afdrukken.
    • Druk op Ctrl+P (Windows) of Command+P (Mac OS).
    Opmerking:

    Als een foto die in de fotocollage is gebruikt, niet langer op de oorspronkelijke locatie op uw computer staat, kunt u de fotocollage niet afdrukken. U kunt het project nog wel opslaan.

Fotoboeken maken

Fotoboeken zijn geweldig leuke herinneringen. Photoshop maakt het dankzij verschillende groottes en themaopties eenvoudig om fotoboeken te maken.

  1. Selecteer Maken > Fotoboek.

  2. Voer de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Fotoboek en klik op OK:

    • Selecteer een formaat voor het fotoboek.
    • Selecteer een thema.
    • Selecteer Automatisch vullen met geselecteerde afbeeldingen als u afbeeldingen wilt gebruiken die in het fotovak zijn geselecteerd.
    • Geef het aantal pagina's (2 - 78) voor het fotoboek op.
  3. Het project wordt geopend met de volgende opties in de rechterbenedenhoek:

    • Pagina's: Hier ziet u de pagina's van de fotokalender
    • Lay-out: Hier ziet u de lay-out van de fotokalender
    • Afbeeldingen: Hier kunt u de achtergrond, kaders en afbeeldingen in de fotokalender wijzigen

    Ga als volgt te werk:

    • Voeg foto's toe aan uw fotoboek.
    • Voeg de achtergrond toe.
    • Voeg kaders toe als u meerdere foto's aan één pagina wilt toevoegen.
    • Voeg desgewenst afbeeldingen toe. 
  4. (Optioneel) Klik op Modus Geavanceerd of Modus Standaard om de modus in te stellen waarin u de gewenste foto's wilt weergeven en wijzigen.

    In de modus Standaard kunt u tekst toevoegen, en tekst of afbeeldingen verplaatsen.

    In de modus Geavanceerd kunt u de complete toolbox en alle laagopties gebruiken. U kunt de opties gebruiken om de afbeeldingen te retoucheren en lagen te bewerken. 

  5. Voer een van de volgende handelingen uit om het fotoboek op te slaan:

    • Klik op Opslaan in de taakbalk.
    • Kies Bestand > Opslaan. Standaard worden projecten opgeslagen in de map Mijn afbeeldingen, maar u kunt een andere locatie kiezen.
    • Druk op Ctrl+S (Windows) of Command+S (Mac OS).
  6. Voer een van de volgende handelingen uit om het fotoboek af te drukken:

    • Kies Bestand > Afdrukken.
    • Druk op Ctrl+P (Windows) of Command+P (Mac OS).
    Opmerking:

    Als een foto die in het fotoboek is gebruikt, niet langer op de oorspronkelijke locatie op uw computer staat, kunt u het boek niet afdrukken. U kunt het project nog wel opslaan.

Wenskaarten maken

Maak uw eigen wenskaarten in een paar eenvoudige stappen.

Voorbeelden van wenskaarten met een foto

  1. Selecteer Maken > Wenskaart.

  2. Voer de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Wenskaart en klik op OK:

    • Selecteer een formaat voor de wenskaart.
    • Selecteer een thema.
    • Selecteer Automatisch vullen met geselecteerde afbeeldingen als u afbeeldingen wilt gebruiken die in het fotovak zijn geselecteerd.
  3. Het project wordt geopend met de volgende opties in de rechterbenedenhoek:

    • Pagina's: Hier ziet u de pagina's van de wenskaart
    • Lay-out: Hier ziet u de lay-out van de wenskaart
    • Afbeeldingen: Hier kunt u de achtergrond, kaders en afbeeldingen in de wenskaart wijzigen

    Ga als volgt te werk:

    • Voeg foto's toe aan uw wenskaart.
    • Voeg de achtergrond toe.
    • Voeg kaders toe als u meerdere foto's aan één pagina wilt toevoegen.
    • Voeg desgewenst afbeeldingen toe. 
  4. (Optioneel) Klik op Modus Geavanceerd of Modus Standaard om de modus in te stellen waarin u de gewenste foto's wilt weergeven en wijzigen.

    In de modus Standaard kunt u tekst toevoegen, en tekst of afbeeldingen verplaatsen.

    In de modus Geavanceerd kunt u de complete toolbox en alle laagopties gebruiken. U kunt de opties gebruiken om de afbeeldingen te retoucheren en lagen te bewerken. 

  5. Voer een van de volgende handelingen uit om de wenskaart op te slaan:

    • Klik op Opslaan in de taakbalk.
    • Kies Bestand > Opslaan. Standaard worden projecten opgeslagen in de map Mijn afbeeldingen, maar u kunt een andere locatie kiezen.
    • Druk op Ctrl+S (Windows) of Command+S (Mac OS).
  6. Voer een van de volgende handelingen uit om de wenskaart af te drukken:

    • Selecteer Bestand > Afdrukken en klik op OK.
    • Druk op Ctrl+P (Windows) of Command+P (Mac OS) en klik op OK.
    Opmerking:

    Als een foto die voor de wenskaart is gebruikt, niet langer op de oorspronkelijke locatie op uw computer staat, kunt u de wenskaart niet afdrukken. U kunt het project nog wel opslaan.

Fotokalenders maken

Toon uw foto's door fotokalenders te maken met Photoshop Elements. 

  1. Selecteer Maken > Fotokalender.

  2. Voer de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Fotokalender en klik op OK:

    • Selecteer de beginmaand en het beginjaar.
    • Selecteer een formaat voor de kalender.
    • Selecteer een thema.
    • Selecteer Automatisch vullen met geselecteerde afbeeldingen als u afbeeldingen wilt gebruiken die in het fotovak zijn geselecteerd.
  3. Het project wordt geopend met de volgende opties in de rechterbenedenhoek:

    • Pagina's: Hier ziet u de pagina's van de fotokalender
    • Lay-out: Hier ziet u de lay-out van de fotokalender
    • Afbeeldingen: Hier kunt u de achtergrond, kaders en afbeeldingen in de fotokalender wijzigen

    Ga als volgt te werk:

    • Voeg foto's toe aan uw kalender.
    • Voeg de achtergrond toe.
    • Voeg kaders toe als u meerdere foto's aan één pagina wilt toevoegen.
    • Voeg desgewenst afbeeldingen toe. 
  4. (Optioneel) Klik op Modus Geavanceerd of Modus Standaard om de modus in te stellen waarin u de gewenste foto's wilt weergeven en wijzigen.

    In de modus Standaard kunt u tekst toevoegen, en tekst of afbeeldingen verplaatsen.

    In de modus Geavanceerd kunt u de complete toolbox en alle laagopties gebruiken. U kunt de opties gebruiken om de afbeeldingen te retoucheren en lagen te bewerken. 

  5. Voer een van de volgende handelingen uit om de kalender op te slaan:

    • Klik op Opslaan in de taakbalk.
    • Kies Bestand > Opslaan. Standaard worden projecten opgeslagen in de map Mijn afbeeldingen, maar u kunt een andere locatie kiezen.
    • Druk op Ctrl+S (Windows) of Command+S (Mac OS).
  6. Voer een van de volgende handelingen uit om de kalender af te drukken:

    • Kies Bestand > Afdrukken.
    • Druk op Ctrl+P (Windows) of Command+P (Mac OS).
    Opmerking:

    Als een foto die in de kalender is gebruikt, niet langer op de oorspronkelijke locatie op uw computer staat, kunt u de kalender niet afdrukken. U kunt het project nog wel opslaan.

Cd- en dvd-hoesjes maken

Met Photoshop Elements kunt u hoesjes voor een cd- of dvd-doosje maken.

Voorbeelden van een cd- en dvd-hoesje

  1. Ga als volgt te werk:

    • Als u een cd-hoesje wilt maken, selecteert u Maken > Cd-hoesje.
    • Als u een dvd-hoesje wilt maken, selecteert u Maken > Dvd-hoesje.
  2. Voer de volgende handelingen uit in het dialoogvenster en klik op OK:

    • Selecteer een formaat voor het hoesje.
    • Selecteer een thema.
    • Selecteer Automatisch vullen met geselecteerde afbeeldingen als u afbeeldingen wilt gebruiken die in het fotovak zijn geselecteerd.
  3. Het project wordt geopend met de volgende opties in de rechterbenedenhoek:

    • Pagina's: Hier ziet u de pagina's van het cd-/dvd-hoesje
    • Lay-out: Hier ziet u de lay-out van de fotokalender
    • Afbeeldingen: Hier kunt u de achtergrond, kaders en afbeeldingen in de fotokalender wijzigen

    Ga als volgt te werk:

    • Voeg foto's toe aan uw cd-/dvd-hoesje.
    • Voeg de achtergrond toe.
    • Voeg kaders toe als u meerdere foto's aan één pagina wilt toevoegen.
    • Voeg desgewenst afbeeldingen toe. 
  4. (Optioneel) Klik op Modus Geavanceerd of Modus Standaard om de modus in te stellen waarin u de gewenste foto's wilt weergeven en wijzigen.

    In de modus Standaard kunt u tekst toevoegen, en tekst of afbeeldingen verplaatsen.

    In de modus Geavanceerd kunt u de complete toolbox en alle laagopties gebruiken. U kunt de opties gebruiken om de afbeeldingen te retoucheren en lagen te bewerken. 

  5. Voer een van de volgende handelingen uit om het cd-/dvd-hoesje op te slaan:

    • Klik op Opslaan in de taakbalk.
    • Kies Bestand > Opslaan. Standaard worden projecten opgeslagen in de map Mijn afbeeldingen, maar u kunt een andere locatie kiezen.
    • Druk op Ctrl+S (Windows) of Command+S (Mac OS).
  6. Voer een van de volgende handelingen uit om het cd-/dvd-hoesje af te drukken:

    • Kies Bestand > Afdrukken.
    • Druk op Ctrl+P (Windows) of Command+P (Mac OS).
    Opmerking:

    Als een foto die voor het cd-/dvd-hoesje is gebruikt, niet langer op de oorspronkelijke locatie op uw computer staat, kunt u het cd-/dvd-hoesje niet afdrukken. U kunt het project nog wel opslaan.

Cd- en dvd-etiketten maken

Met Photoshop Elements kunt u op een inkjetprinter zelfklevende etiketten voor cd's en dvd's afdrukken, of etiketten voor bedrukbare cd's en dvd's. 

Voorbeelden van een cd- en dvd-etiket

  1. Selecteer Maken >  Cd-/dvd-label.

  2. Voer de volgende handelingen uit in het dialoogvenster Cd-/dvd-label en klik op OK:

    • Selecteer een formaat voor het cd-/dvd-etiket.
    • Selecteer een thema.
    • Selecteer Automatisch vullen met geselecteerde afbeeldingen als u afbeeldingen wilt gebruiken die in het fotovak zijn geselecteerd.
  3. Het project wordt geopend met de volgende opties in de rechterbenedenhoek:

    • Pagina's: Hier ziet u de pagina's van de fotokalender
    • Lay-out: Hier ziet u de lay-out van de fotokalender
    • Afbeeldingen: Hier kunt u de achtergrond, kaders en afbeeldingen in het cd-/dvd-etiket wijzigen

    Ga als volgt te werk:

    • Voeg foto's toe aan uw cd-/dvd-etiket.
    • Voeg de achtergrond toe.
    • Voeg kaders toe als u meerdere foto's aan één pagina wilt toevoegen.
    • Voeg desgewenst afbeeldingen toe.
  4. (Optioneel) Klik op Modus Geavanceerd of Modus Standaard om de modus in te stellen waarin u de gewenste foto's wilt weergeven en wijzigen.

    In de modus Standaard kunt u tekst toevoegen, en tekst of afbeeldingen verplaatsen.

    In de modus Geavanceerd kunt u de complete toolbox en alle laagopties gebruiken. U kunt de opties gebruiken om de afbeeldingen te retoucheren en lagen te bewerken. 

  5. Voer een van de volgende handelingen uit om het cd-/dvd-label op te slaan:

    • Klik op Opslaan in de taakbalk.
    • Kies Bestand > Opslaan. Standaard worden projecten opgeslagen in de map Mijn afbeeldingen, maar u kunt een andere locatie kiezen.
    • Druk op Ctrl+S (Windows) of Command+S (Mac OS).
  6. Voer een van de volgende handelingen uit om het cd-/dvd-etiket af te drukken:

    • Kies Bestand > Afdrukken.
    • Druk op Ctrl+P (Windows) of Command+P (Mac OS).
    Opmerking:

    Als een foto die voor het cd-/dvd-etiket is gebruikt, niet langer op de oorspronkelijke locatie op uw computer staat, kunt u het cd-/dvd-etiket niet afdrukken. U kunt het project nog wel opslaan.

Presentaties maken

Een presentatie is een fantastische manier om mediabestanden te delen. Met Photoshop Elements kunt u presentaties aanpassen met muziekclips, clipart, tekst en zelfs gesproken tekst.  

Wanneer u een presentatie maakt, wordt in Photoshop Elements de Elements Organizer geopend voor verdere verwerking. Zie Presentatie maken voor meer informatie.

Opmerking:

Op www.adobe.com/go/lrvid913_pse_nl vindt u een video over presentaties.

Adobe-logo

Aanmelden bij je account