Transformeren

Laatst bijgewerkt op 24 okt. 2025

Een afbeelding roteren of draaien

U kunt een selectie, een laag of een hele afbeelding roteren of draaien. Zorg dat u de juiste opdracht kiest, afhankelijk van het item dat u wilt roteren of draaien.

Selecteer in de werkruimte Bewerken de foto, laag, selectie of vorm die u wilt roteren of draaien.

Kies Afbeelding > Roteren, kies een van de volgende opdrachten in het submenu, en klik op OK:

90° linksom, Laag 90° linksom of Selectie 90° linksom

Hiermee wordt de foto, laag of selectie een kwartslag tegen de wijzers van de klok in geroteerd. (Selectie roteren is alleen beschikbaar als er een actieve selectie is in een afbeelding.)

90° rechtsom, Laag 90° rechtsom of Selectie 90° rechtsom

Hiermee wordt de foto, laag of selectie een kwartslag met de wijzers van de klok mee geroteerd.

180°, Laag 180° of Selectie 180°

Hiermee wordt de foto, laag of selectie een halve slag geroteerd.

Aangepast

Hiermee roteert u het item het aantal graden dat u opgeeft. Als u deze optie selecteert, voert u het aantal graden in dat u het item wilt roteren en de richting waarin u het item wilt roteren.

Opmerking: Als u een positieve waarde invoert, wordt het object rechtsom geroteerd en als u een negatieve waarde invoert, wordt het object linksom geroteerd.

Horizontaal draaien, Laag horizontaal draaien of Selectie horizontaal draaien Draait de foto, laag of selectie horizontaal.

Een afbeelding roteren

Een item vrij roteren

Met de opdrachten Laag vrij roteren en Selectie vrij roteren kunt u een item in elke gewenste mate roteren.

Trek de afbeelding recht met de opdracht Laag vrij roteren en klik op de knop Vastleggen om de rotatie toe te passen.

Selecteer in de werkruimte Bewerken de laag of de selectie die u wilt roteren.
Kies Afbeelding > Roteren > Laag vrij roteren of Selectie vrij roteren. Er verschijnt een omsluitend kader in de afbeelding.
Notitie

Als u een afbeelding selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.

(Optioneel) U wijzigt het punt waar het item omheen draait door op een vierkantje op de referentiepuntzoeker  op de optiebalk te klikken.
Voer een van de volgende handelingen uit om de mate van rotatie op te geven:
  • Klik op de rotatiegreep onder aan het selectiekader en sleep deze. Wanneer u de cursor boven de greep plaatst, neemt de cursor de vorm van concentrische pijlen aan. Als u in stappen van 15° wilt roteren, houdt u tijdens het slepen de toets Shift ingedrukt.
  • Typ een rotatiehoek tussen -180° (maximale rotatie tegen de wijzers van de klok in) en 180° (maximale rotatie met de wijzers van de klok mee) in het tekstvak Rotatie instellen  op de optiebalk.
Voer een van de volgende handelingen uit:
  • U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen  te klikken of op Enter te drukken.
  • Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren  of drukt u op Esc.

Een item schalen

Selecteer in de werkruimte Bewerken de foto, laag, selectie of vorm die u wilt schalen.
Kies Afbeelding > Vergroten/verkleinen > Schaal.
Notitie

Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.

Voer een van de volgende handelingen uit om de mate van schaling op te geven:
  • Om de relatieve verhoudingen te behouden (zodat de afbeelding niet wordt vervormd) tijdens het schalen, selecteer je Verhoudingen vasthouden en sleep je een hoekgreep.Je kunt ook Alt (Option in Mac OS) ingedrukt houden terwijl je een hoekgreep sleept.
  • Als u alleen de hoogte of de breedte wilt wijzigen, sleept u een zijgreep.
  • Voer op de optiebalk een percentage voor de hoogte, de breedte of beide in.
Voer een van de volgende handelingen uit:
  • U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen  te klikken of op Enter te drukken.
  • Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren  of drukt u op Esc.

Een item schuintrekken of vervormen

Schuintrekken is het horizontaal of verticaal schuin plaatsen van een item. Wanneer u een item vervormt, rekt u het uit of perst u het juist samen.

Selecteer in de werkruimte Bewerken de foto, laag, selectie of vorm die u wilt transformeren.
Kies Afbeelding > Transformatie > Schuintrekken of Afbeelding > Transformatie > Vervormen. Als u een vorm transformeert terwijl het vormgereedschap is geselecteerd, kiest u Afbeelding > Vorm transformeren > Schuintrekken of Afbeelding > Vorm transformeren > Vervormen.
Notitie

Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.

Sleep een greep om het selectiekader schuin te trekken of te vervormen.
Voer een van de volgende handelingen uit:
  • U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen  te klikken of op Enter te drukken.
  • Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren  of drukt u op Esc.

Perspectief op een item toepassen

Door perspectief toe te passen, krijgen objecten een driedimensionaal aanzien.

Oorspronkelijke afbeelding (links) en de afbeelding nadat perspectief is toegepast (rechts).

Selecteer in de werkruimte Bewerken het item dat u wilt transformeren.
Kies Afbeelding > Transformatie > Perspectief. Als u een vorm transformeert terwijl het vormgereedschap is geselecteerd, kiest u Afbeelding > Vorm transformeren > Perspectief.
Notitie

Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.

Sleep een hoekgreep van het selectiekader om perspectief toe te passen.
Voer een van de volgende handelingen uit:
  • U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken, op de knop Vastleggen  te klikken of op Enter te drukken.
  • Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren  of drukt u op Esc.

Een item vrij transformeren

Met de opdracht Vrije transformatie kunt u verschillende transformaties (roteren, schalen, schuintrekken, vervormen en perspectief) in één stap toepassen. In plaats van de verschillende opdrachten te kiezen houdt u een toets op het toetsenbord ingedrukt om over te schakelen tussen de transformatiemethoden.

Selecteer in de werkruimte Bewerken het item dat u wilt transformeren.
Kies Afbeelding > Transformatie > Vrije transformatie. Als u een vorm transformeert, kiest u Afbeelding > Vorm transformeren > Vrije transformatie vorm.
Notitie

Als u een foto selecteert die een achtergrondlaag is (zoals een foto die van een camera of scanner is geïmporteerd), kunt u de foto omzetten in een gewone laag en vervolgens die laag transformeren.

(Optioneel) U wijzigt het punt waar het item omheen draait door op een vierkantje op de referentiepuntzoeker  op de optiebalk te klikken.
Voer een of meer van de volgende handelingen uit om het object te transformeren:
  • Sleep een greep van het omsluitend kader om te schalen. Als u de breedte en de hoogte proportioneel wilt schalen, drukt u op Shift terwijl u een hoekgreep sleept of selecteert u Verhoudingen behouden op de optiebalk en sleept u een hoekgreep.
  • U roteert een object door de aanwijzer buiten het omsluitend kader te plaatsen en te slepen. Als u de aanwijzer buiten het omsluitend kader plaatst, verandert deze in een kromme dubbele pijl . Druk op Shift en sleep om in stappen van 15° te roteren.
  • Houd Ctrl (Command in Mac OS) ingedrukt en sleep een willekeurige greep om te vervormen.Wanneer je de cursor boven een greep plaatst, verandert deze in een grijze pijlpunt .
  • Houd Ctrl+Shift (Command+Shift in Mac OS) ingedrukt en sleep een greep in het midden van een zijde van het Omsluitend kader om te scheeftrekken.Wanneer je de cursor boven een zijgreep plaatst, verandert deze in een grijze pijlpunt met een kleine dubbele pijl .
  • Houd Ctrl+Alt+Shift (Command+Optie+Shift) ingedrukt en sleep een hoekgreep om Perspectief toe te passen.Wanneer je de cursor boven een hoekgreep plaatst, verandert deze in een grijze pijlpunt .
Voer een van de volgende handelingen uit:
  • U past de transformatie toe door in het omsluitend kader te dubbelklikken en vervolgens op de knop Vastleggen  te klikken of op Enter te drukken.
  • Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Huidige bewerking annuleren  of drukt u op Esc.

Een transformatie op de achtergrondlaag toepassen

Voordat u transformaties kunt toepassen op de achtergrondlaag, moet u deze laag omzetten in een normale laag.

Selecteer in de werkruimte Bewerken de achtergrondlaag in het deelvenster Lagen.
Zet de achtergrondlaag om.
Pas de transformatie toe.

Een item verdraaien

Met de opdracht Verdraaien kunt u verschillende onderdelen, zoals afbeeldingen, vormen en tekst, transformeren door besturingspunten te slepen. 

De tool Verdraaien in Adobe Elements
De oorspronkelijke afbeelding (links) is verdraaid, zodat deze in de nieuwe afbeelding past (rechts).

Kies Afbeelding > Transformatie > Verdraaien.

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u uw selectie wilt verdraaien met een verdraaiingsvoorinstelling, kiest u een verdraaiingsstijl in het pop-upmenu Verdraaien op de balk met toolopties.
  • Als u de vorm van een geplaatst item handmatig wilt bewerken, sleept u de controlepunten, een segment van het selectiekader of het net, of een gebied binnen het net.

Op de balk met toolopties kunt u de volgende opties instellen:

  • Als u de richting van een verdraaiingsstijl die u hebt gekozen in het menu Verdraaien wilt wijzigen, klikt u op de knop Overschakelen tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien op de balk met toolopties.
  • Als u de hoeveelheid verdraaiing wilt opgeven met numerieke waarden, voert u de waarden in de tekstvakken Buigen (Verbuigen instellen), Horizontaal (Horizontale vervorming instellen) en Verticaal (Verticale vervorming instellen) op de balk met toolopties in. U kunt geen numerieke waarden invoeren als u Geen of Aangepast hebt gekozen in het pop-upmenu Verdraaien.
De tool Verdraaien in PSE

A. De knop Overschakelen tussen de modi voor vrije transformatie en verdraaien B. Het pop-upmenu Verdraaien 

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u de transformatie wilt vastleggen, klikt u op de knop Vastleggen of drukt u op Enter.
  • Als u de transformatie wilt annuleren, klikt u op de knop Annuleren of drukt u op Esc.
Notitie

Klik op het pictogram om van de Kromtrekken-tool over te schakelen naar het Transformeren-tool.

Klik op het pictogram om van het Transformeren-tool over te schakelen naar de Kromtrekken-tool.