Als u een foto wilt bijwerken naar procesversie 2012, voert u een van de volgende handelingen uit in de module Ontwikkelen:
- Lightroom Classic User Guide
- Introduction to Lightroom Classic
- Lightroom and Adobe services
- Lightroom for mobile, TV, and the web
- Import photos
- Workflows
- Apply Masking in photos
- Export and save your photos as JPEGs
- Export and watermark your photos
- Import your photos
- Adjustment Brush: the basics
- Adjustments with the Tone Curve
- Advanced video slideshows
- Control white balance
- Create a contact sheet
- Enhance your workflow with Lightroom Classic
- Adjustments with Lens Blur
- Edit and Export in HDR
- Workspace
- Viewing photos
- Manage catalogs and files
- Maps
- Organize photos in Lightroom Classic
- Process and develop photos
- Develop module basics
- Create panoramas and HDR panoramas
- Flat-Field Correction
- Correct distorted perspective in photos using Upright
- Improve image quality using Enhance
- Work with image tone and color
- Masking
- Apply local adjustments
- HDR photo merge
- Develop module options
- Retouch photos
- Cure red eye and pet eye effects
- Use the Radial Filter tool
- Use the enhanced Spot Removal tool
- Export photos
- Work with external editors
- Slideshows
- Print photos
- Photo books
- Web galleries
- Keyboard shortcuts
- Troubleshooting
Bijgewerkt in Lightroom Classic 12.4 (versie van juni 2023)
Procesversies
De procesversie is de Camera Raw-technologie waarmee Lightroom Classic foto's in de module Ontwikkelen aanpast en genereert. De beschikbare opties en instellingen in de module Ontwikkelen zijn afhankelijk van de gebruikte procesversie.
Als u niet zeker weet welke procesversie uw afbeelding gebruikt, voert u een van de volgende handelingen uit:
- Klik op Instellingen > Procesversie. Er wordt een vinkje weergegeven naast de gebruikte procesversie.
- Open het deelvenster Camerakalibratie en ga naar het menu Procesversie.
Procesversie 6
Bij Procesversie 6 is er minder streepvorming bij het gebruik van de kleurmixer en de zwart-witmixer.
Procesversie 5
Procesversie 5 biedt verbeteringen in Nevel toevoegen en in de afbeeldingskwaliteit voor hoogwaardige ISO-RAW-bestanden. U zult minder ruis zien wanneer u de schuifregelaar Nevel verwijderen links van nul plaatst (nevel toevoegen) en een minder sterke paarse/magenta kleurzweem in uw opnamen bij weinig licht met verbeterde schaduwdetails.
Procesversie 2012
Afbeeldingen die voor het eerst zijn bewerkt in Lightroom 4 en hoger gebruiken procesversie 2012. PV2012 beschikt over nieuwe besturingselementen voor kleurtinten en nieuwe algoritmes voor kleurtinttoewijzingen voor afbeeldingen met veel contrast. Met PV2012 kunt u Hooglichten, Schaduwen, Witte tinten, Zwarte tinten, Belichting en Contrast aanpassen in het deelvenster Standaard. U kunt ook lokale correcties voor witbalans toepassen (Temperatuur en Kleurtint), Hooglichten, Schaduwen, Ruis en Moiré.
Procesversie 2010
Afbeeldingen die in Lightroom 3 zijn bewerkt, gebruiken standaard PV2010. PV2010 beschikt over verbeterde verscherping en ruisreductie in vergelijking met haar voorganger PV2003.
Procesversie 2003
De originele verwerkingsengine die in Lightroom 1 en 2 werd gebruikt.
-
- Klik op de knop Bijwerken naar huidig proces (2012) in de rechterbenedenhoek van het histogram (Ctrl/Cmd + 0).
- Klik op de knop Bijwerken naar huidige verwerking (2012) in de rechterbenedenhoek van de foto.
Kies Instellingen > Verwerking > 2012 (huidig).
Kies in het deelvenster Camerakalibratie de optie Verwerking > 2012 (huidig).
-
Selecteer in het dialoogvenster Verwerkingsversie bijwerken een of meerdere van de volgende opties:
Wijzigingen via Voor/Na bekijken
Hiermee opent u de bijgewerkte foto in een Voor/Na-weergave zodat u de wijzigingen kunt controleren. Zie Voor-/Na-foto's weergeven.
Bijwerken
Hiermee werkt u de geselecteerde foto bij.
Alle geselecteerde foto's bijwerken
Hiermee werkt u alle foto's bij die momenteel zijn geselecteerd in de filmstrip, niet alleen de actieve foto.
Alle filmstripfoto's bijwerken
Hiermee werkt u alle foto's bij die zich in de filmstrip bevinden, niet alleen de geselecteerde foto.
Opmerking:Het bijwerken naar procesversie 2012 kan tot aanzienlijke visuele wijzigingen in uw foto leiden. Het is beter afbeeldingen één voor één bij te werken tot u vertrouwd bent met de nieuwe verwerkingstechnologie.
Elektronische proeven van afbeeldingen
Elektronische proef (soft-proofing) stelt u in staat om foto's op het scherm weer te geven zoals ze worden afgedrukt en de foto's te optimaliseren voor een bepaald uitvoerapparaat. Met elektronische proeven in Lightroom Classic kunt u zien hoe uw afbeeldingen er in gedrukte vorm uitzien en kunt u ze aanpassen en onverwachte kleur- en tintverschuivingen reduceren.
-
Open een afbeelding in de module Ontwikkelen en selecteer het vakje Elektronische proef in de werkbalk.
De achtergrond van de voorvertoning wordt wit, rechtsboven in de voorvertoning wordt de tekst Voorvertoning van proefexemplaar weergegeven en het deelvenster Elektronische proef wordt geopend.
-
Gebruik de opties in het deelvenster Elektronische proef om te zien of uw kleuren binnen de kleuromvang of het bereik passen voor uw weergave- of uitvoerapparaat.
Waarschuwing kleuromvang monitor tonen/verbergen
Kleuren die buiten het kleurbereik van uw beeldscherm vallen, worden blauw weergegeven in de voorvertoning.
Waarschuwing kleuromvang bestemming tonen/verbergen
Kleuren die buiten het renderbereik van uw printer vallen, worden rood weergegeven in de voorvertoning.
Opmerking:Kleuren die buiten het kleurbereik van zowel het beeldscherm als het doelapparaat vallen, worden roze weergegeven in de voorvertoning.
Profiel
Een profiel is een wiskundige beschrijving van de kleurruimte van een apparaat. Standaard worden in de module Ontwikkelen van Lightroom Classic afbeeldingen weergegeven aan de hand van uw monitorprofiel. U kunt een andere uitvoerkleurruimte simuleren door deze te kiezen in het menu Profiel.
Intent
De rendering intent bepaalt hoe kleuren worden omgezet van de ene kleurruimte in de andere.
De optie Perceptueel is bedoeld om de visuele relatie tussen kleuren te handhaven zodat deze voor het menselijk oog natuurlijk overkomen, ook al kunnen de kleurwaarden zelf wel veranderen. Perceptueel is geschikt voor afbeeldingen met veel verzadigde kleuren die buiten het kleurbereik vallen.
Met de optie Relatief wordt het extreme hooglicht van de bronkleurruimte vergeleken met dat van de doelkleurruimte en worden alle kleuren dienovereenkomstig verschoven. Kleuren buiten de kleurruimte verschuiven naar de dichtstbijzijnde reproduceerbare kleuren in de doelruimte. Bij Relatief blijven meer oorspronkelijke kleuren behouden dan bij Perceptueel.
Papier en inkt simuleren
Hiermee wordt het groezelige wit van echt papier en het donkergrijs van echte zwarte inkt gesimuleerd. Deze optie is niet beschikbaar voor alle profielen.
-
Klik op Proefexemplaar maken als u uw foto zodanig wilt bewerken dat deze in een gewenste kleurruimte valt. Lightroom Classic maakt een virtuele kopie die u naar wens kunt aanpassen om af te drukken. Breng vervolgens uw aanpassingen aan.
Opmerking:Als u foto's aanpast en vergeet op Proefexemplaar maken te klikken, vraagt Lightroom Classic u of u een virtuele kopie als elektronische proefdruk wilt maken. Klik op Proefexemplaar maken om uw originele afbeelding te behouden en een kopie te bewerken. Klik op Hiervan een proefexemplaar maken om de originele afbeelding te bewerken. Denk eraan dat alle bewerkingen in Lightroom Classic niet-destructief zijn. Als u ervoor kiest de originele afbeelding te bewerken, kunt u nog steeds van gedachten veranderen of uw wijzigingen later ongedaan maken.
Ontwikkelinstellingen toepassen op andere foto's
Lightroom Classic houdt bij welke aanpassingen u aanbrengt in een foto in de module Ontwikkelen of in het deelvenster Snel ontwikkelen van de module Bibliotheek. U kunt deze instellingen kopiëren en toepassen op verschillende versies van de foto en op andere foto's die zijn geselecteerd in de filmstrip.
U kunt afzonderlijke ontwikkelinstellingen van de huidige foto kopiëren en in een andere foto plakken in de modules Bibliotheek en Ontwikkelen.
-
Ga op een van de volgende manieren te werk om de ontwikkelinstellingen van de actieve foto te kopiëren:
Klik in de module Ontwikkelen op de knop Kopiëren links van de werkbalk, kies Bewerken > Kopiëren of kies Instellingen > Instellingen kopiëren. Selecteer de gewenste instellingen en klik op Kopiëren.
Ga in de module Bibliotheek naar Foto > Ontwikkelinstellingen > Instellingen kopiëren. Selecteer de gewenste instellingen en klik op Kopiëren.
Opmerking:(Mac OS) Met de opdracht Bewerken > Kopiëren in de module Bibliotheek kopieert u tekst en metagegevens. Met de opdracht Bewerken > Kopiëren in de module Ontwikkelen wordt geselecteerde tekst in een deelvenster gekopieerd of worden de ontwikkelinstellingen van een geselecteerde foto gekopieerd.
-
Als u de gekopieerde ontwikkelinstellingen in een andere foto wilt plakken, selecteert u de desbetreffende foto in de filmstrip in de module Bibliotheek of Ontwikkelen en voert u een van de volgende handelingen uit:
Klik in de module Ontwikkelen op de knop Plakken, kies Bewerken > Plakken of kies Instellingen > Instellingen plakken.
Ga in de module Bibliotheek naar Foto > Ontwikkelinstellingen > Instellingen plakken.
Opmerking:(Mac OS) kies de opdracht Bewerken > Plakken in de module Bibliotheek om gekopieerde tekst en metagegevens te plakken.
-
Instellingen plakken naar meerdere foto's:
- Selecteer in de module Ontwikkelen de foto's in de filmstrip en kies Foto > Ontwikkelinstellingen > Instellingen plakken.
- Selecteer in de module Bibliotheek de foto's in de rasterweergave of in de filmstrip en kies Foto > Ontwikkelinstellingen > Instellingen plakken.
Opmerking:(Mac OS) kies de opdracht Bewerken > Plakken in de module Bibliotheek om gekopieerde tekst en metagegevens te plakken.
Als u bewerkingen van een batch foto's wilt kopiëren en plakken, selecteert u alle foto's in de filmstrip waarop u de instellingen wilt toepassen en schakelt u Synchroniseren in om de knop Automatisch synchroniseren te activeren. Selecteer Plakken om de bewerkingsinstellingen toe te passen.
Bewerkingsinstellingen worden op één afbeelding geplakt wanneer Synchroniseren actief is. Met Automatisch synchroniseren past u instellingen toe op meerdere afbeeldingen tegelijk.
Ontwikkelvoorinstellingen toepassen met de tool Spuitbus
-
Selecteer de tool Spuitbus in de werkbalk van de rasterweergave van de module Bibliotheek en kies vervolgens Instellingen in het menu Toepassen in de werkbalk.Opmerking:
Als de tool Spuitbus niet wordt weergegeven op de werkbalk, kiest u Spuitbus in het werkbalkmenu.
-
Kies een ontwikkelvoorinstelling, zoals Kleur, creatief, verouderde foto in het pop-upmenu in de werkbalk, en klik of sleep over foto's om de instelling toe te passen.
-
Klik op de cirkel in de werkbalk om de spuitbus uit te schakelen. Als de spuitbus uitgeschakeld is, is het pictogram Spuitbus zichtbaar in de werkbalk.
Belichtingswaarden in een fotoserie consistent maken
Met de opdracht Belichtingen afstemmen in de modulen Bibliotheek en Ontwikkelen kunt u een selectie foto's met verschillende belichtingswaarden meer overeen laten komen. Met deze opdracht wijzigt u de algemene belichting van een selectie foto's, zodat deze overeenkomt met uw actieve foto. Dit wordt berekend op basis van het diafragma, de sluitertijd en de ISO-camera-instellingen.
-
Zorg ervoor dat u de nodige aanpassingen aan uw actieve foto hebt gedaan en dat deze op de juiste manier is belicht.
-
Houd Cmd (Mac)/Ctrl (Win) ingedrukt en selecteer alle foto's uit het Raster of de Filmstrip waarvan u wilt dat de belichting overeenkomt.
-
Voer een of meer van de volgende handelingen uit:
- Kies in de module Ontwikkelen voor Instellingen > Belichting afstemmen.
- Ga in de module Bibliotheek naar Foto > Ontwikkelinstellingen > Belichting afstemmen.
Instellingen synchroniseren tussen meerdere foto's
Met de opdracht Synchroniseren in de modules Bibliotheek en Ontwikkelen kunt u geselecteerde ontwikkelinstellingen van de actieve foto toepassen op andere foto's in de filmstrip. (U kunt de actieve foto herkennen aan een heldere, witte rand rond de filmstripminiatuur.)
De opdracht Instellingen synchroniseren is niet beschikbaar als er slechts één foto is geselecteerd in de filmstrip. In de module Ontwikkelen verandert de knop Synchroniseren in de knop Vorige en in de module Bibliotheek is de knop Instell. synchr. niet beschikbaar.
- Houd Shift of Ctrl (Windows) of Command (Mac OS) ingedrukt en klik om andere foto's te selecteren in de filmstrip die u met de actieve foto wilt synchroniseren. Ga daarna op een van de volgende manieren te werk:
Klik in de module Ontwikkelen op de knop Synchroniseren of kies Instellingen > Instellingen synchroniseren. Selecteer de instellingen die u wilt kopiëren en klik op Synchroniseren.
Klik in de module Ontwikkelen op de schakeloptie voor automatisch synchroniseren inschakelen links van de knop Synchroniseren om de modus Autom. synchr. in te schakelen. Sleep vervolgens met de schuifregelaars of breng aanpassingen aan. Deze aanpassingen worden op alle geselecteerde foto's toegepast.
Klik in de module Bibliotheek op de knop Instell. synchr. of kies Foto > Ontwikkelinstellingen > Instellingen synchroniseren. Selecteer de instellingen die u wilt kopiëren en klik op Synchroniseren.
Alle instellingen die u wellicht eerder hebt in- of uitgeschakeld in het dialoogvenster Instellingen kopiëren worden standaard ook ingesteld in het dialoogvenster Instellingen synchroniseren.
Pas de ontwikkelingswijzigingen toe op meerdere foto's in de weergave Referentie
Tijdens het werken in de weergave Referentie in de module Ontwikkelen kunt u geselecteerde ontwikkelinstellingen van de huidige actieve foto toepassen op andere foto's in de Filmstrip.
-
Kies een referentiefoto in de weergave Referentie. Zie voor meer informatie Weergave Referentie.
-
Selecteer alle foto's in de Filmstrip waarop u de ontwikkelingswijzigingen wilt toepassen.
Opmerking:Lightroom Classic stelt automatisch de eerste foto die u in uw filmstripselectie selecteert, in als de actieve foto.
-
Klik rechtsonder in het scherm op de schakeloptie voor Automatisch synchroniseren inschakelen links van de knop Synchroniseren om de modus Autom. synchr. in te schakelen. Zie Instellingen synchroniseren op meerdere foto's voor meer informatie.
-
Maak nu wijzigingen in de actieve foto zodat deze visueel overeenkomt met de referentiefoto. De wijzigingen worden toegepast op alle geselecteerde foto's.
De instellingen van een eerder geselecteerde foto toepassen
U kunt alle instellingen van de laatst geselecteerde foto in de filmstrip kopiëren (ook als u deze foto niet hebt aangepast) en deze toepassen op de momenteel geselecteerde foto. Ga op een van de volgende manieren te werk:
- Klik in de module Ontwikkelen op de knop Vorige rechts van de werkbalk of kies Instellingen > Instellingen uit Vorige plakken.
- Ga in de module Bibliotheek naar Foto > Ontwikkelinstellingen > Instellingen uit Vorige plakken.
als er meerdere foto's zijn geselecteerd in de filmstrip, verandert de knop Vorige in de module Ontwikkelen in de knop Synchroniseren.
De afbeeldingshistorie en momentopnamen beheren
Momentopnamen maken
Tijdens bewerkingen kunt u een willekeurige staat van een foto een naam geven en opslaan als een momentopname. Alle momentopnamen worden in alfabetische volgorde vermeld in het deelvenster Momentopnamen.
Houd de aanwijzer boven de lijst met momentopnamen om een voorvertoning weer te geven in de Navigator.
Een momentopname toevoegen
-
Selecteer een eerdere staat of de huidige staat van uw foto in het deelvenster Historie in de module Ontwikkelen.
-
Klik op de knop Momentopname maken (+) in de koptekst van het deelvenster Momentopnamen (of kies Ontwikkelen > Nieuwe momentopname).
Alle instellingen voor de geselecteerde historiestaat worden vastgelegd in de momentopname.
-
Typ een nieuwe naam en druk op Enter.
Een momentopname verwijderen
-
Selecteer de momentopname in het deelvenster Momentopnamen van de module Ontwikkelen en klik op de knop Geselecteerde momentopname verwijderen (-) in de koptekst van het deelvenster.
druk niet op de toets Delete op het toetsenbord; u verwijdert dan de geselecteerde foto.
Aanpassingen bijhouden in het deelvenster Historie
In het deelvenster Historie wordt een overzicht bijgehouden van de datum en het tijdstip waarop een foto is geïmporteerd in Lightroom Classic, inclusief alle voorinstellingen die op dat moment zijn toegepast. Lightroom Classic slaat alle volgende aanpassingen van de foto als een staat op en vermeldt ze samen met alle andere staten in chronologische volgorde in het deelvenster Historie. U kunt de namen van de staten wijzigen, maar het is niet mogelijk de volgorde te wijzigen waarin ze worden vermeld.
- Bekijk een voorvertoning van elke staat van een foto door met de muisaanwijzer over de lijst in het deelvenster Historie te rollen en de effecten te bekijken in het deelvenster Navigator.
- Selecteer een staat in het deelvenster Historie om deze opnieuw toe te passen op de foto of om deze op te slaan als een momentopname.
- Dubbelklik op een staat om de naam ervan te selecteren, typ een nieuwe naam en druk op Enter of Return.
- Klik met de rechtermuisknop (Windows) of houd Control ingedrukt en klik (Mac OS) op een staat en kies Historiestapinstellingen kopiëren naar Voor om één aanpassing te kopiëren.
- Klik op de knop Alles wissen (de X) in de koptekst van het deelvenster Historie om alle vermelde staten te verwijderen.
Als de lijst met staten in het deelvenster Historie te lang wordt, maakt u momentopnamen van de staten die u wilt behouden. Wis vervolgens het deelvenster door op de knop Alles wissen te klikken. De lijst met staten wordt dan verwijderd, maar dat heeft geen invloed op de actuele afbeeldingsinstellingen.
Slimme voorvertoningen bewerken in plaats van originelen om prestaties te verbeteren
Lightroom Classic biedt een voorkeursoptie om slimme voorvertoningen van uw foto's te bewerken, zelfs wanneer originelen beschikbaar zijn. Hiermee verbetert u de prestaties van Lightroom tijdens het bewerken van foto's in de module Ontwikkelen. Hoewel uw foto tijdens het bewerken in lage kwaliteit wordt weergegeven, blijft de uitvoerkwaliteit op volledige grootte/van hoge kwaliteit.
Als u deze voorkeur in wilt stellen:
-
Kies Bewerken > Voorkeuren.
-
Selecteer in het dialoogvenster Voorkeuren het tabblad Prestaties.
-
Kies in de sectie Ontwikkelen Slimme voorvertoningen gebruiken in plaats van originelen voor het bewerken van afbeeldingen.
-
Klik op OK en start Lightroom Classic opnieuw.
Als u de zoom in de module Ontwikkelen op 100% zet (1:1), zal Lightroom Classic de originelen gebruiken, zelfs als de voorkeur Slimme voorvertoningen gebruiken in plaats van originelen voor het bewerken van afbeeldingen is ingeschakeld.
Meer zoals dit
- Het algemene kleurtoonbereik van een afbeelding aanpassen
- Lokale aanpassingen toepassen
- Verscherpen en ruisreductie
- Het kleurtoonbereik aanpassen met behulp van het histogram
- Kleurbeheer voor afdrukken instellen
- Aanpassingen aan afbeeldingen ongedaan maken
- Instellingen kopiëren naar de versie Voor of Na van een foto
- Videozelfstudie: Uitleg over de module Ontwikkelen
- Videozelfstudie: Basisprincipes van de module Ontwikkelen